Schrijven volgens Dahl

Roald Dahl

Roald Dahl (1916-1990) was een Engelse auteur.

Roald Dahls schrijverscarrière begon tijdens de Tweede Wereldoorlog. Naam maakte hij met humoristische en macabere verhalen voor volwassenen. Zijn kinderboeken maakte hem wereldberoemd. Zijn kinderboekdebuut was in 1961 met ‘James and the Giant Peach’ (De reuzenperzik). Dahls kinderboeken zijn bijna allemaal klassiekers en zijn meermaals verfilmd.

De Shakespeare van het hard-boiled genre

Raymond Chandler

Tijd om te lezen heeft James Bond niet. Als hij dan in ‘Goldfinger’ (1959) een boek koopt, koopt hij naast een boek over golf, ook de laatste Raymond Chandler (1888-1959). Met deze scène bracht Ian Fleming (1908-1964) een hommage aan een schrijver, wiens werk hij bewonderde. In vergelijking met Chandler vond Fleming zichzelf maar een prutser. Hij was niet de enige collega-bewonderaar. Enkel de critici hadden altijd wel iets aan te merken.

Nieuwe carrière door Hammett.

De stimulans voor Chandlers carrière als schrijver was een ontslag geweest. Als jonge man had hij onsuccesvol gefreelancet als journalist en gedichten geschreven. Na een rits van slecht betaalde jobs vond hij in 1922 werk als boekhouder bij de Dabney Oil Syndicate. Ondanks de depressie maakte hij promotie en verdiende hij een stevige boterham. Overmatig alcoholgebruik gooide echter roet in het eten. Toen hij in 1932 op 44-jarige leeftijd werd ontslagen, was hij op slag nuchter. Niet lang daarna besloot hij misdaadverhalen voor het pulptijdschrift Black Mask te schrijven. Zijn grote voorbeeld hierbij was Dashiell Hammett.

Net als Hammett leerde Chandler de stiel door het werk van andere te bestuderen en te imiteren. Met elk nieuw kortverhaal perfectioneerde Chandler zijn detectives en gaf hij hen meer diepgang. Zijn eerste kortverhaal ‘Blackmailers don’t Shoot’ bracht hem 180 dollar op.

Philip Marlowe.

Na jaren van de broekriem aanhalen kwam eindelijk de kentering met de reeks rond privédetective Philip Marlowe. Omdat Hollywood na de Tweede Wereldoorlog verlegen zat om materiaal en het hard-boiledgenre interessante filmprojecten opleverde, kreeg Chandler een baan als scenarist bij Paramount. Hij werkte maar 4 jaar voor Paramount. Hollywood was immers een ongeschikte omgeving voor een verlegen man als Chandler. Zijn romans met Philip Marlowe gaf Hollywood kaskrakers en bracht hem roem.

In 1954 verscheen de klassieker ‘The Long Goodbye’. Dankzij ‘The Long Goodbye’ kreeg niet alleen het hard-boiledgenre, maar ook het detectivegenre een serieuzere reputatie. Op persoonlijk vlak was 1954 een ongeluksjaar. Hoewel hij geen 10 haalde op echtelijke trouw was hij aangeslagen door de dood van zijn vrouw, Cissy. Hij zag maar 1 uitweg uit zijn depressie: zuipen. De drankduivel zou hem niet meer verlaten. Uiteraard had dit gevolgen voor zijn werk. Zelfs diehardfans geven toe, dat hij ‘Playback’ (1958) beter nooit had geschreven. Het is het enige boek met Marlowe, dat nooit verfilmd is.

Unieke schrijver.

Volgens kenners maakte Chandler het hard-boiledgenre respectabel: hij gaf het literaire verfijning. Dankzij doordachte lyrische vergelijkingen en metaforen wist hij zijn eigen originele stijl te ontwikkelen. Dit handelsmerk leverde hem de bijnaam: Shakespeare van het hard-boiledgenre op. Als recensenten vandaag de dag lyrisch worden over het geslaagd ‘Chandlerism’ van een auteur, dan is dat een mooi compliment. Dat Chandlers stijl nog steeds geïmiteerd wordt, zegt alles over zijn verdienste voor de literatuur.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia.

Schrijven volgens Bukowski

citaat Bukowski

Charles Bukowski (1920 – 1994) was een Amerikaans-Duitse auteur.

Geboren als Heinrich Karl Bukowski had Bukowski tijdens zijn leven vooral succes in zijn geboorteland Duitsland. Pas na zijn dood werd zijn controversieel werk in de VS driftig bestudeerd.

Bukowski’s gedichten, verhalen en romans geven een beeld van de onderkant van de Amerikaanse samenleving. Thema’s in zijn rauwe werk zijn vrouwen en alcohol. Zijn bekendste werk is ‘Post Office’ (Postkantoor) uit 1971, een tragikomisch verslag van een underdog in de ambtelijke wereld. Zelf had Bukowski 10 jaar lang bij de post gewerkt. De underdog in ‘Postkantoor’ is dan ook zijn alter ego.

Sociaal en familiaal zat het de jonge Buckowski niet mee, met een vader die hem sloeg en leeftijdgenoten die hem uitlachten. Ook zijn carrière als schrijver kwam traag op gang.