Het geheim van Thomas Mann

Thomas_Mann_1937
Thomas Mann (1875-1955) kreeg in 1929 de Nobelprijs voor Literatuur. © Carl Van Vechten.

Verbranden of niet? In 1950 besliste Mann om zijn dagboeken niet te verbranden. Vroeger had hij wel dagboeken verbrand. Maar de ouderdom had hem vrijmoediger gemaakt. Twee jaar later pakte hij zijn dagboeken in. Op de buitenkant van het pak schreef hij: dagelijkse notities 1933-1951 zonder literaire waarde te openen 20 jaar na mijn dood. Bij zijn dood in 1955 pakte dochter Erika, zijn laatste dagboeken in.

Thomas Mann debuteerde in 1901 succesvol met het imposante ‘Buddenbrooks’. ‘Buddenbrooks’ verhaalt over de bloei en de neergang van een koopmansfamilie in het negentiende-eeuwse Duitse Lübeck. Veel van de personages waren gebaseerd op familieleden. Mann was immers geboren in een koopmansgeslacht in Lübeck. Het was de bedoeling dat hij en zijn vier jaar oudere broer, Heinrich het familiebedrijf zouden overnemen, maar zowel Heinrich als Thomas hadden literaire ambities. De firma werd bijgevolg verkocht.

Nog meer succes en bijval verwierf Mann in 1924 met ‘Der Zauberberg’ (De Toverberg). Eerder schreef hij ‘Tonio Kröger’ (1903) en ‘Der Tod in Venedig’ (Dood in Venetië). Dat die laatste geen schandaal veroorzaakte is een klein wonder. In ‘Dood in Venetië’ (1912) geraakt een ouder wordende schrijver gefascineerd door een veertienjarige jongen. Zijn fascinatie voor de knaap belet hem tijdig Venetië te verlaten, waardoor hij het slachtoffer wordt van een cholera-epidemie. Volgens Mann ging de novelle over het verlies van waardigheid voor de kunstenaar.

De internationale doorbraak kwam er met de Nobelprijs voor Literatuur in 1929. Mann kreeg de Nobelprijs enkel voor ‘Buddenbrooks’. Blijkbaar konden niet alle leden van de commissie zijn filosofisch getinte ‘De Toverberg’ waarderen. Het was tijdens een tournee in het buitenland, dat Mann in februari 1933 het bericht kreeg uit Duitsland weg te blijven. Mann ging met zijn half-Joodse vrouw in ballingschap, eerst naar Zwitserland en dan naar de VS. Naar aanleiding van zijn felle kritiek op het nazi-regime werd hem in 1936 het Duits staatsburgerschap ontnomen. Tijdens de periode 1926 tot 1942 werkte Mann aan ‘Joseph und seine Brüder’ (Jozef en zijn broers). En van 1943 tot 1947 verhaalde hij in ‘Doctor Faustus’ hoe de vooroorlogse burgerij in de greep kwam van het fascisme. In zijn laatste grote werk ‘Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull’ (Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull) ontmaskert een artistiek begaafde oplichter de burgerlijke maatschappij.

Over zijn vrouw Katia Pringsheim schreef Thomas Mann ooit:

“de vrouw die mijn leven deelt, dat voor alles geduld eisende,maar gemakkelijk te ontkrachten en te ontregelen leven, waarvan ik niet weet hoe het zich zonder de teder-energieke bijstand van deze buitengewone gezellin staande zou hebben gehouden”.

Katja Mann mit ihren sechs Kindern um 1919
V.l.n.r: Monika, Golo, Michael, Katia, Klaus, Elisabeth en Erika omstreeks 1919.

Uit Manns dagboeken bleek dat Katia niet zijn grote liefde was. Zijn schaamte over zijn verboden gevoelens voor zijn grote liefde, violist en kunstschilder Paul Ehrenberg, had Mann genoopt tot een keurig burgerlijk bestaan. Katia was hoogstwaarschijnlijk op de hoogte van zijn levenslang onvervuld verlangen naar mannen. Dit verlangen kreeg niet enkel en alleen in zijn dagboeken een plek, maar ook in romans zoals ‘Dood in Venetië’, ‘Tonio Kröger’, ‘Doctor Faustus’ en ‘De Toverberg’.

De drie oudste kinderen: Erika, Klaus en Golo deelden hun vaders verlangen naar mensen van dezelfde sekse. Michael, de jongste koos voor een muziekcarrière terwijl de andere kinderen van de meest onderscheiden Duitse auteur, romans, memoires of wetenschappelijk werk schreven.

Voor dit blog gebruikte ik meerdere bronnen, waaronder het Duitslandinstituut. De foto’s komen van Wikimedia Commons.

Schrijver zijn volgens Maugham

W.S. Maugham

“Ach, weet je. Wanneer mensen voor niets anders goed zijn,
dan worden ze schrijvers.”

William Somerset Maugham (1874-1965)

Schrijven was voor Maugham geen roeping, maar een moeilijk af te leren verslaving. Zijn werk was sterk beïnvloed door Guy de Maupassant en Gustave Flaubert. Frans was Maughams eerste taal. Hij was geboren in Frankrijk uit Britse ouders en woonde het grootste deel van zijn lange leven in Frankrijk.

Meer weten over W.S. Maugham? Lees mijn auteursportret. Of raadpleeg Wikipedia.

 

De foto bij dit citaat komt van Wikimedia Commons en is van Carl Van Vechten. 

 

Schrijfster van Manderley

Young Daphne du Maurier.jpg
Daphne du Maurier (1907-1989)

“Last night I dreamt I went to Manderley again” is een van de bekendste openingszinnen uit de Engelse literatuur. Het komt uit de roman ‘Rebecca’ van Daphne du Maurier. ‘Rebecca’ was een instant succes in 1938. Het ging meer dan een miljoen keer over de toonbank. Ook nu weet de roman vele te boeien. Al generaties lang blijft de lezer trouw aan de onzekere ik-vertelster, die door de rijke Maxime de Winter tot vrouw wordt gekozen. Maar Rebecca, de Winters eerste vrouw begint al gauw het leven van de nieuwe mevrouw de Winter te domineren. Ze mag dan wel dood zijn, Manderley wordt nog steeds geteisterd door haar herinnering.

Opvallend is dat de ik-vertelster in ‘Rebecca’ geen naam heeft. Wat de naam betrof, had du Maurier naar eigen zeggen, geen inspiratie gehad. Intimi wisten beter: de anonieme vertelster was zijzelf. Haar huwelijk met majoor Frederick Arthur Montague Browing was de inspiratie, waaruit ze geput had voor haar studie in jaloezie.

Tommy, zoals du Maurier haar echtgenoot noemde, had haar in 1932 het hof gemaakt. Tommy was een bewonderaar van du Mauriers eerste roman ‘The Loving Spirit’. Het was voor de fan en de schrijfster liefde op het eerste gezicht. Drie maanden later gaven ze elkaar het ja-woord. Wat du Maurier echter niet aanstond, was dat haar echtgenoot al eerder verloofd was geweest. Na haar huwelijk ontdekte du Maurier, dat Tommy de briefwisseling van zijn eerste verloofde had bijgehouden. Het idee dat haar man nog steeds hield van zijn eerste verloofde, Jan Ricardo, liet haar niet los.

Daphne du Maurier's study
du Mauriers schrijfruimte

Door de legercarrière van Tommy waren de echtelieden lange periodes gescheiden. In het begin van haar huwelijk was du Maurier Tommy gevolgd naar Egypte, maar ze miste Engeland al snel. Hoogstwaarschijnlijk miste ze haar rustige schrijfomgeving in Cornwall. Ze had als jonge vrouw Londen verruild voor Cornwall, omdat ze daar naast wandelen, zeilen en zwemmen ook goed kon schrijven. Al sinds haar adolescentie was schrijven voor du Maurier een therapie, een manier om met de realiteit om te gaan. Enkel in de stilte van haar schrijfruimte kon ze haar angst voor de realiteit loslaten.

Hoewel de Browings al jaren hun eigen leven leidden, kwam de dood van Tommy in 1965 hard aan. Een depressie bleef niet uit. Naast haar verdriet was er ook het gegeven van haar tanende creativiteit. Sinds ze ‘Rebecca’ had geschreven, werd du Maurier omschreven als een schrijfster van romantische verhalen, wat haar mateloos irriteerde. Ze kon schrijven wat ze wou, de stempel van romantische schrijfster raakte ze niet kwijt. Vandaag wordt ze vooral bewonderd voor haar genreoverstijgend werk.

Bron eerste foto: Wikipedia.
Bron tweede foto: Wikimedia Commons; auteur martinvl.
Voor het bericht gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder dumaurier.org.