Schrijven volgens Stevenson

Robert Louis Stevenson (1)

“Het kost veel moeite om een goed leesbare tekst te schrijven”.

Robert Louis Stevenson (1850-1894)

Ze heette Modestine. Haar relatie met de Schotse schrijver Robert Louis Stevenson was aanvankelijk allerbelabberdst. Zij moest immers zijn loodzware slaapzak dragen, want Stevenson wou wildkamperen. Gedurende hun twaalfdaagse reistocht doorheen de Cevennen was haar koppigheid en eigengereidheid een zware beproeving voor Stevenson. Toch kreeg hij veel genegenheid voor ezel Modestine.

Sinds 1879 is ‘Travels with a donkey in the Cevennes’ (Reis met een ezel) een klassieker in de reisliteratuur. Het is ook een van de eerste verslagen over hiken en kamperen in de natuur. Intussen traden al vele in de sporen van Stevenson, al dan niet op de rug van een ezel, op de bijna tweehonderd kilometer lange GR70-route.

In 1960 verscheen ‘Travels with Charley’ van John Steinbeck (1902-1968). In ‘Reizen met Charley’ beschreef Steinbeck zijn reis doorheen de VS met zijn poedel Charley.  De titel van zijn reisverhaal en zwanenzang had hij ontleend aan ‘Travels with a donkey in the Cevennes’. Voor de Amerikaanse schrijver was Stevensons reisverhaal met Modestine een van de grootste boeken uit de Engelse literatuurgeschiedenis.

Er was eens een schoenmakerszoon.

HC Andersen

Hij ging maar veertien dagen blijven. Uiteindelijk verbleef hij vijf weken bij de familie Dickens. Voor Charles Dickens (1812-1870) was Hans Christian Andersen (1805-1875) een slechte huisgast. Niet lang daarna verbrak hij zijn vriendschap met de rare en saaie Deen. De twee literaire reuzen hadden elkaar, tien jaar eerder, in 1847, leren kennen tijdens een promotour van Andersen in Engeland. Het klikte meteen. Dickens had bewondering voor het werk van Andersen, en Andersen was een fan van Dickens. Bovendien schreven beide over het moeilijke leven van de armen. Een leven waar ze beide vertrouwd mee waren.

Heel zijn leven woonde H.C. Andersen als gast bij aristocratische en gegoede families in binnen- en buitenland. Hij was weliswaar een graag geziene gast, maar echt aanvaard werd hij niet. Zo was er Andersens persoonlijkheid. Hij was een stille man, onhandig in sociale situaties. Ook zijn lage afkomst speelde hem parten. Tijdgenoten waren sceptisch over zijn talent. Hij was namelijk uit de verkeerde broek geschud: zijn vader was een schoenmaker en zijn moeder een wasvrouw.

Toen zijn vader stierf, was Andersen nog maar elf en combineerde hij sporadische lessen op school met een opleiding als leerjongen. Andersen ging vervolgens in de leer bij een wever, tabakshandelaar en kleermaker, maar hij wist dat dit niet zijn toekomst was. Hij verzon liever verhalen en imiteerde acrobaten en toneelspelers. Op zijn veertiende besliste hij om zijn geluk in Kopenhagen te beproeven.

Het verschil tussen zijn geboortestad Odense en Kopenhagen was groot. In Odense was Andersen opgegroeid met oude tradities, bijgeloven en een schat aan volksverhalen. Kopenhagen, daarentegen was een stad van boeken en beschaving. Hier zocht Andersen zijn fortuin in het theater. Een carrière als zanger, balletdanser of acteur zat er niet in. Dus probeerde hij het als toneelschrijver. In 1822 werd hij ontdekt door de toenmalige directeur van Det Kongelige Teater (Royal Theatre), Jonas Collin. Collin zag literair talent in de vreemde jonge man en werd zijn beschermheer. Dankzij het geld, dat Collin bijeen kreeg, ging Andersen terug naar school. Graag ging Andersen niet naar school. Het schoolhoofd hield hem immers altijd voor dat hij geen schrijver kon worden.

Andersen was een productieve schrijver. Naast toneelstukken schreef hij gedichten, romans, libretto’s, reisverslagen, autobiografieën en sprookjes. Met de sprookjes kwam de nationale en internationale roem. Ze waren revolutionair. Aanvankelijk schreef hij de volksverhalen op, die hij in zijn jeugd had horen vertellen, maar hij begon al snel zijn eigen sprookjes te schrijven. Ondanks zijn scholing leerde Andersen nooit goed schrijven en spellen. Hij schreef in spreektaal, waardoor hij brak met een literaire traditie. Zijn talent om verhalen te vertellen met veel fantasie en elementen uit de volkse traditie was een recept voor succes.

Zijn beste sprookjes schreef hij voor volwassenen, maar ze waren evengoed geliefd bij kinderen. Niet alleen in eigen land, maar ook in het buitenland entertainde Andersen mensen met zijn sprookjes. Koningen, edelen en rijken stelden hun paleizen en huizen open voor Andersen, die hen en hun gasten voorlas uit eigen werk. In totaal schreef Andersen 169 sprookjes. Met ‘Het lelijke jonge eendje’ schreef hij, naar eigen zeggen, het verhaal van zijn leven. Net als het lelijke eendje was hij een buitenstaander, een status waar hij zwaar onder leed. Een schoenmakerszoon, die ondanks alles, was uitgegroeid tot een beroemd schrijver.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. 

Woorden volgens Gordimer

Nadine Gordimer

“Geschreven woorden hebben nog steeds het verbazingwekkende vermogen om het beste en het slechtste van de menselijke natuur tevoorschijn te halen.”

Nadine Gordimer (1923-2014)

Samen met J.M. Coetzee behoort Nadine Gordimer tot de top van de Engelstalige Zuid-Afrikaanse literatuur. Apartheid was het hoofdthema in haar werk. Haar kritiek daarop werd in Zuid-Afrika niet gesmaakt en zorgde van tijd tot tijd tot een verbod. Gordimer was dan ook vooral geliefd in het buitenland.

In 1991 kreeg zij als eerste Zuid-Afrikaanse schrijver de Nobelprijs voor literatuur. Dit voor haar magnifiek en episch schrijven, en allicht ook voor haar politiek engagement. Nadine Gordimer onderhield namelijk hechte vriendschappen met leden van het toen verboden ANC.

Hoogtepunten in haar literaire carrière waren: ‘Burger’s Daughter (Burgers dochter), ‘The Conservationist’ (Een dode zwarte man) en ‘July’s People’ (July’s mensen).