Schutter spion schrijver

Blijkbaar was de Britse geheime dienst in de twintigste eeuw een kweekvijver voor literair talent. Of rekruteerde men graag schrijvers of journalisten. Tijdens de Eerste Wereldoorlog had de Britse militaire geheime dienst een eenheid (MI7b) waar enkel schrijvers werkten. Bedoeling van deze eenheid was om aangepaste nieuwsberichten te schrijven voor kranten. Schrijver AA Milne werkte voor deze eenheid. We kennen Milne vooral als de geestelijke vader van Winnie de poeh.

Volgende schrijvers werkten ooit als spion voor de Britse geheime dienst:

William Somerset Maugham - foto Carl Van Vechten
William Somerset Maugham – foto Carl Van Vechten

Schrijver William Somerset Maugham had al zijn literaire sporen verdiend als hij in 1916 werd gerekruteerd. De Britse geheime dienst stuurde hem naar Zwitserland en Rusland. Het in 1928 gepubliceerde ‘Ashenden’ is grotendeels gebaseerd op de schrijver zijn ervaringen als spion. Ashenden is dan ook een schrijver die als spion gaat werken. Van zijn nieuwe baas krijgt Ashenden de volgende raad: “je krijgt geen dank als je je best doet, en als je in de problemen komt, moet je geen hulp verwachten.” Hoewel Ashenden te maken krijgt met verraad en moord behelst zijn job observeren, luisteren en rapporteren. Naast kortverhalen schreef Somerset Maugham toneelstukken, reisverhalen en romans. Veel van zijn  werk werd vertaald in het Nederlands, ‘Ashenden’ echter kent geen Nederlandstalige versie.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Graham Greene via zijn zuster op de loonlijst van MI6. Greene was toen al een gevestigd schrijver. Hoelang Greene voor MI6 werkte is niet geweten. Zijn vele buitenlandse reizen waren alvast een goede cover voor zijn inlichtingenwerk. En net als bij Somerset Maugham vormden die reizen ook een rijke bron voor zijn veelzijdige literaire werk. Greene stak zelfs de draak met de Britse geheime dienst in zijn roman: ‘Onze man in Havana’.

Ook schrijfster Helen MacInnes reisde veel met haar man Gilbert Highet. Het koppel financierde hun reizen met het vertalen van Duitse literatuur. Gilbert Highet was naast academicus ook intelligentieofficier voor MI6. Volgens sommige bronnen werkte ook Helen MacInnes voor de Britse geheime dienst. Alleszins staat MacInnes’ naam synoniem met superieure spionagethrillers. Haar werk werd in tweeëntwintig talen, waaronder het Nederlands vertaald.

Roald_Dahl
Roald Dahl – foto Carl Van Vechten

Roald Dahl kreeg de smaak voor schrijven te pakken door zijn werk voor de Britse geheime dienst. Na een carrière als RAF-piloot waarbij Dahl bijna het loodje legde, werd hij in 1942 naar de Britse ambassade in Washington gestuurd. Dahl die zich verveelde in zijn job op de ambassade besloot om informatie door te geven aan The British Security Coordination (BSC). BSC was opgericht met de bedoeling om de Britse belangen in de VS te promoten en de propaganda van de nazi’s te ondermijnen. Door zijn werk voor de ambassade was Dahl een regelmatige gast op party’s en hoorde hij veel. Omdat Dahl in de smaak viel bij de Amerikaanse vrouwen, werd hij door zijn werkgever vooral ingezet als bedpartner voor invloedrijke Amerikaanse dames, die de Britse zaak vooruit konden helpen. Ook werkzaam voor BCS was Helen MacInnes’ echtgenoot, Gilbert Highet en Ian Fleming. Met Fleming was Dahl goed bevriend. Beide mannen deelden dezelfde passie voor schrijven.

Ian Fleming was gepokt en gemazeld als intelligentieofficier. Of Fleming net als William Somerset Maugham zijn ervaringen als spion literair verwerkte in zijn James Bondverhalen weten we niet. Alleszins heeft Fleming steeds de geruchten dat Bond op hem gebaseerd was, ontkend.

George Smiley wordt vaak de anti-Bond genoemd. Beide fictieve helden hebben weinig gemeen, nochtans werken ze voor dezelfde werkgever: MI6. Smiley maakte zijn debuut overigens in 1961 in ‘Telefoon voor de dode’. Omdat schrijver David John Moore Cornwell werkte voor de Britse geheime dienst, moest hij een pseudoniem gebruiken. Hij koos voor John Le Carré. ‘Spion aan de muur’ betekende Le Carrés internationale doorbraak als schrijver. Hierop verliet Le Carré MI6 om zich voltijds aan schrijven te wijden. Le Carré werkte niet alleen voor MI6 maar ook voor MI5.

MI5 bracht ook schrijfster Stella Rimington voort. In 1992 werd Dame Stella Rimington de eerste vrouwelijke directeur-generaal van MI5. Zij had er toen al een lange carrière als inlichtingenofficier op zitten. Vier jaar later ging ze met pensioen en in 2001 volgde haar memoires. Blijkbaar smaakte dit naar meer. In 2004 kwam Rimmingtons eerste boek in de reeks rond agente Liz Carlyle uit. Liz Carlyle werkt uiteraard voor MI5. In het Nederlands is enkel het eerste boek ‘At risk’ vertaald als ‘De onzichtbare’.

Voor dit bericht gebruikte ik volgende bronnen:
– Wikipedia
Biography.com
Books Tell You Why
mental_floss

I, Robert Graves

Robert von Ranke Graves werd als derde kind geboren van een Anglo-Ierse vader en een Duitse aristocratische moeder op 24 juli 1895. Terwijl zijn literair werk in Duitsland onder zijn volledige naam wordt gepubliceerd kennen we hem vooral als Robert Graves. Graves schreef meer dan 140 werken. Enkele van die werken – zoals de meeslepende biografie van een Romeinse keizer ‘Ik, Claudius’ – zijn sinds hun publicatie steeds verkrijgbaar geweest.

Naast schrijver, dichter en criticus was Robert Graves ook vertaler van Latijnse en Oudgriekse teksten. De beurs voor een klassieke opleiding kreeg hij vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Graves nam echter onmiddellijk dienst en was naast officier ook een oorlogsdichter.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog genoten gedichten een enorme populariteit, vooral in het Verenigd Koninkrijk, waar ze als propagandamateriaal werden gebruikt. De gedichten waren aanvankelijk dan ook enorm patriottisch. Sommige dichters, waaronder Robert Graves, verloren echter al snel hun patriottisme en schreven realistische gedichten over de oorlogsgruwel.

Medeofficier Siegfried Sassoon, ook een oorlogsdichter, was een goede vriend van Graves. In 1917 sprak Sassoon zich publiekelijk uit tegen de oorlog, wat hem een berechting voor de krijgsraad had kunnen opleveren, als Graves niet tussenbeide was gekomen. Robert Graves bepleitte met succes dat Sassoon aan shellshock leed. Zelf leed Graves ook aan shellshock; hij werd er nooit voor behandeld.

Graves pende zijn herinneringen als officier tijdens de Eerste Wereldoorlog neer in ‘Dat hebben we gehad’ (Goodbye to all that), dat in 1929 verscheen. Deze succesvolle maar omstreden autobiografie kostte Graves verscheidene vrienden, waaronder Siegfried Sassoon.

“Since 1916, the fear of gas obsessed me: any unusual smell, even a sudden strong smell of flowers in a garden, was enough to send me trembling. And I couldn’t face the sound of heavy shelling now; the noise of a car back-firing would send me flat on my face, or running for cover.”

Na de oorlog was het duidelijk voor Graves dat hij enkel kon leven door te schrijven. Bovendien had hij gezworen nooit meer orders van iemand aan te nemen. Na een rijk literair leven stierf Robert Graves in 1985 aan een hartfalen in zijn huis op Mallorca.

Trailer voor de succesvolle televisieserie ‘I, Claudius’ gebaseerd op de boeken ‘I, Claudius’ en ‘Claudius, the god’ van Robert Graves. Trailer geüploaded door AcornMediaUS op YouTube.

Bron: Wikipedia

Schrijver van ‘Ver weg van het stadsgewoel’

Thomas Hardy: 1840 – 1928

Op 2 juni 1840 werd een van Engelands meest geliefde auteurs geboren: Thomas Hardy. Omdat zijn ouders niet de financiële middelen hadden om hun oudste zoon verder te laten studeren, begon Hardy in 1856 te werken als leerjongen voor een architect. Van 1862 tot 1867 studeerde hij alsnog aan het King’s College in Londen.

In Londen voelde Thomas Hardy zich echter nooit thuis. Na zijn studies keerde hij dan ook terug naar zijn geliefde rurale Dorset, het graafschap van zijn jeugd en zijn literaire inspiratiebron.

In 1871 begon Hardy te schrijven. Zijn eerste manuscript ‘The Poor Man and the Lady’ werd geweigerd. Nadat schrijver George Meredith op vraag van Hardy het manuscript las en stelde dat het politiek te controversieel was, vernietigde Hardy het. Meredith moedigde Hardy aan om te blijven schrijven. Met zijn vierde roman ‘Far from the Madding Crowd‘ (Ver weg van het stadsgewoel) brak Thomas Hardy door, en kon hij trouwen met zijn verloofde Emma Lowinia Gifford.

In 1895 stopte hij met het schrijven van romans nadat ‘Jude the Obscure‘, net als zijn voorganger ‘Tess of the d’Urbervilles‘ te veel kritiek kreeg. ‘Tess of the d’Urbervilles’ was controversieel omdat Hardy een gevallen vrouw sympathiek portretteerde. En ‘Jude the Obscure’ werd gezien als immoreel. Na ‘Jude the Obscure’ legde Hardy zich, tot enkele dagen voor zijn dood op 11 januari 1928, volledig toe op zijn literaire passie: het schrijven van gedichten.

Vandaag worden zowel ‘Tess of the d’Urbervilles’ als ‘Jude the Obscure’ gezien als meesterwerken in de Engelstalige literatuur.

Bron: Wikipedia