Schrijversleven in puin na controversiële roman

truman capote

In koelen bloede.

Na eerst te zijn verschenen in The New Yorker in een serie van vier was Capotes non-fictieroman ‘In koelen bloede‘ in 1966 direct een bestseller. ‘In koelen bloede’ volgt Dick Hickock en Perry Smith bij hun aankomst in Kansas in 1959, waar ze in Holcomb de familie Clutter vermoordden, tot hun executie in 1965.

Naast de dolle tocht van Hickock en Smith beschrijft Truman Capote in zijn non-fictieroman ook de levens van de slachtoffers en de impact van hun moord op een kleine plattelandsgemeenschap

Feitelijke onjuistheden.

Het was trouwens door een artikel in The New York Times dat Truman Capote op het spoor kwam van de viervoudige moord. Samen met collega – schrijfster en beste vriendin Harper Lee trok Capote naar Holcomb om mensen te interviewen. Naast vele gesprekken met betrokkenen is ‘In koelen bloede’ gebaseerd op processtukken en officiële transcripten van de verhoren. Het veroorzaakte niet enkel een sensatie maar ook controversie. Zo kent het boek feitelijke onjuistheden. Iets wat toen al door critici werd opgemerkt en wat de integriteit van de schrijver niet ten goede kwam. Bovendien beweerden sommige dat Capote zich seksueel aangetrokken voelde tot Perry Smith.

Wat Perry Smith betrof. Zowel Smith als Capote waren kinderen van gescheiden ouders, die al heel vroeg op dramatische wijze hun moeder verloren. Over Perry Smith zei Truman Capote blijkbaar ooit: “We leken broers opgegroeid in eenzelfde familie. Hij ging buiten langs de achterdeur terwijl ik langs de voordeur ging.”

Na ‘In koelen bloede’.

Alleszins was Capote niet meer dezelfde na ‘In koelen bloede’. Hij begon meer en meer te drinken, geraakte verslaafd aan medicijnen en leed aan hallucinaties. Jaren van opnames in afkickklinieken volgden, zonder succes. Zijn instortingen en gevechten tegen drank en drugs kwamen geregeld in het nieuws. In 1978 zei Capote in een interview dat hij zichzelf allicht zou vermoorden zonder dat te willen. Ook zijn relatie met partner Jack Dunphy leed enorm onder zijn verslaving.

Op 25 augustus 1984 stierf Truman Capote aan leverkanker. Hij werd 59.

Bron: Wikipedia en Biography.com

Schutter spion schrijver

Was de Britse geheime dienst in de twintigste eeuw een kweekvijver voor literair talent? Of rekruteerde men graag schrijvers of journalisten? Feit is wel dat er veel Britse schrijvers op de loonlijst stonden van de Britse geheime dienst. In dit blog licht ik het doopceel van enkele van die auteurs.

William Somerset Maugham.

William Somerset Maugham (1874-1965) had al zijn literaire sporen verdiend als hij in 1916 werd gerekruteerd. De Britse geheime dienst stuurde hem naar Zwitserland en Rusland. Zijn ervaringen als spion schreef hij neer in zijn roman ‘Ashenden: or the British Agent’ (1927). Ashenden is – hoe kan het ook anders – een schrijver die als spion gaat werken. Van zijn nieuwe baas krijgt Ashenden de volgende raad: “je krijgt geen dank als je je best doet, en als je in de problemen komt, moet je geen hulp verwachten.” Hoewel Ashenden te maken krijgt met verraad en moord behelst zijn job observeren, luisteren en rapporteren.

Graham Greene.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam Graham Greene (1904-1991) via zijn zuster op de loonlijst van MI6. Greene was toen al een gevestigd schrijver. Hoelang Greene voor MI6 werkte is niet geweten. Zijn vele buitenlandse reizen waren alvast een goede cover voor zijn inlichtingenwerk. Net als bij Somerset Maugham vormden die reizen ook een rijke inspiratiebron voor zijn veelzijdig literaire werk. In ‘Onze man in Havana’ (1958) stak Greene zelfs de draak met de Britse geheime dienst.

Helen MacInnes.

Ook schrijfster Helen MacInnes (1907-1985) reisde veel met haar man Gilbert Highet. Het koppel financierde hun reizen met het vertalen van Duitse literatuur. Gilbert Highet was naast academicus ook intelligentieofficier voor MI6. Volgens sommige bronnen werkte ook Helen MacInnes voor de Britse geheime dienst. Alleszins staat MacInnes’ naam synoniem met superieure spionagethrillers. Haar werk werd in tweeëntwintig talen, waaronder het Nederlands vertaald.

Roald Dahl.

Roald Dahl (1916-1990) kreeg de smaak voor schrijven te pakken door zijn werk voor de Britse geheime dienst. Na een carrière als RAF-piloot waarbij Dahl bijna het loodje legde, werd hij in 1942 naar de Britse ambassade in Washington gestuurd. Dahl die zich verveelde in zijn job op de ambassade besloot om informatie door te geven aan The British Security Coordination (BSC).

BSC was opgericht met de bedoeling om de Britse belangen in de VS te promoten en de propaganda van de nazi’s te ondermijnen. Door zijn werk voor de ambassade was Dahl een regelmatige gast op party’s en hoorde hij veel. Omdat Dahl in de smaak viel bij de Amerikaanse vrouwen, werd hij door zijn werkgever vooral ingezet als bedpartner voor invloedrijke Amerikaanse dames, die de Britse zaak vooruit konden helpen. Ook werkzaam voor BCS was Helen MacInnes’ echtgenoot, Gilbert Highet en Ian Fleming. Met Fleming was Dahl goed bevriend. Beide mannen deelden een passie voor schrijven.

Ian Fleming.

Ian Fleming (1908-1964) was gepokt en gemazeld als intelligentieofficier. Of Fleming net als William Somerset Maugham zijn ervaringen als spion literair verwerkte in zijn James Bondverhalen weten we niet. Alleszins heeft Fleming steeds de geruchten dat Bond op hem gebaseerd was, ontkend.

John Le Carré.

George Smiley wordt vaak de anti-Bond genoemd. Beide fictieve helden hebben weinig gemeen, nochtans werken ze voor dezelfde werkgever: MI6. Smiley maakte zijn debuut overigens in 1961 in ‘Telefoon voor de dode’. Omdat schrijver David John Moore Cornwell werkte voor de Britse geheime dienst, moest hij een pseudoniem gebruiken. Hij koos voor John Le Carré.

‘Spion aan de muur’ (1963) betekende Le Carrés internationale doorbraak als schrijver. Hierop verliet Le Carré MI6 om zich voltijds aan schrijven te wijden. Le Carré werkte niet alleen voor MI6 maar ook voor MI5.

Stella Rimington.

MI5 bracht ook schrijfster Stella Rimington voort. In 1992 werd Dame Stella Rimington de eerste vrouwelijke directeur-generaal van MI5. Zij had er toen al een lange carrière als inlichtingenofficier op zitten. Vier jaar later ging ze met pensioen en in 2001 volgde haar memoires. Blijkbaar smaakte dit naar meer. In 2004 kwam Rimmingtons eerste boek in de reeks rond agente Liz Carlyle uit. Liz Carlyle werkt uiteraard voor MI5. In het Nederlands is enkel het eerste boek ‘At risk’ vertaald als ‘De onzichtbare’.

 

De foto bij dit blog komt van Pixabay en is van TayebMEZAHDIA. Voor dit blog gebruikte ik volgende bronnen:
– Wikipedia
Books Tell You Why
mental_floss

I, Robert Graves

Robert von Ranke Graves was het derde kind van een Anglo-Ierse vader en een Duitse aristocratische moeder. Terwijl zijn literair werk in Duitsland onder zijn volledige naam wordt gepubliceerd kennen we hem als Robert Graves. Graves schreef meer dan 140 werken. Enkele van die werken – zoals de meeslepende biografie van een Romeinse keizer ‘I, Claudius’ – zijn sinds hun publicatie steeds verkrijgbaar geweest.

Oorlogsdichter.

Naast schrijver, dichter en criticus was Robert Graves ook vertaler van Latijnse en Oudgriekse teksten. De beurs voor een klassieke opleiding kreeg hij vlak voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Graves nam echter onmiddellijk dienst en was naast officier ook een oorlogsdichter.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog genoten gedichten een enorme populariteit, vooral in het Verenigd Koninkrijk, waar ze als propagandamateriaal werden gebruikt. De gedichten waren aanvankelijk dan ook enorm patriottisch. Sommige dichters, waaronder Robert Graves, verloren echter al snel hun patriottisme en schreven realistische gedichten over de oorlogsgruwel.

Medeofficier Siegfried Sassoon, ook een oorlogsdichter, was een goede vriend van Graves. In 1917 sprak Sassoon zich publiekelijk uit tegen de oorlog, wat hem een berechting voor de krijgsraad had kunnen opleveren, als Graves niet tussenbeide was gekomen. Robert Graves bepleitte met succes dat Sassoon aan shellshock leed. Zelf leed Graves ook aan shellshock; hij werd er nooit voor behandeld.

“Since 1916, the fear of gas obsessed me: any unusual smell, even a sudden strong smell of flowers in a garden, was enough to send me trembling. And I couldn’t face the sound of heavy shelling now; the noise of a car back-firing would send me flat on my face, or running for cover.”

Leven door schrijven.

Graves pende zijn herinneringen als officier tijdens de Eerste Wereldoorlog neer in ‘Dat hebben we gehad’ (Goodbye to all that), dat in 1929 verscheen. Deze succesvolle maar omstreden autobiografie kostte Graves verscheidene vrienden, waaronder Siegfried Sassoon.

Na de oorlog was het duidelijk voor Graves dat hij enkel kon leven door te schrijven. Bovendien had hij gezworen nooit meer orders van iemand aan te nemen. Na een rijk literair leven stierf Robert Graves in 1985 aan een hartfalen in zijn huis op Mallorca.

Trailer voor de succesvolle televisieserie ‘I, Claudius’ gebaseerd op de boeken ‘I, Claudius’ en ‘Claudius, the god’ van Robert Graves. Trailer geüploaded door AcornMediaUS op YouTube.

Bron: Wikipedia