Schrijven als therapie

graham greene

In ‘Onze man in Havanna’, uitgegeven in 1958, gaf Grahame Greene de baas van hoofdpersonage Jim Wormold, codenummer 59200. Het was zijn eigen codenummer bij M16, de Britse buitenlandse inlichtingendienst. Officieel werkte Greene van 1941 tot 1944 voor M16. Onofficieel spioneerde hij voor M16 tot in de jaren tachtig. Omdat de introverte schrijver zo gesteld was op geheimzinnigheid noemde Norman Sherry, Greenes officiële biograaf, hem de perfecte spion. Tijdens de jaren vijftig en zestig sprak Greene bovendien zijn bewondering uit voor het internationale socialisme. Zijn vrienden, evenwel wisten dat hij een rookgordijn optrok.

Mikpunt van zware pesterijen.

Als jongen had Greene al een geheim, dat hij verborgen hield voor zijn ouders en broers en zusters. Hij hield namelijk enorm van lezen. Die passie voor lezen had Graham Greene overgehouden aan zijn zomervakanties bij een oom met een goedgevulde bibliotheek. Het lezen had plaats op de zolder van zijn oom, ver weg van alles en iedereen.

Het leven van de jonge Greene speelde zich vooral af op Berkhamsted School, waar zijn vader directeur was. De jonge sensitieve Graham vond het moeilijk, om zowel als zoon en als leerling tegemoet te komen aan de vaderlijke verwachtingen. Hij dacht dan ook vaak aan zelfmoord en leed aan depressies. Helemaal traumatisch werd het vanaf 1917, wanneer hij interne leerling werd. Vanaf dan was hij een mikpunt van zware pesterijen. Gealarmeerd over het feit dat hun zoon niet in staat was om zich te handhaven in zijn vaders school, stuurde zijn ouders hem in 1920 weg naar Londen, waar hij terecht kwam in de psychiatrie. Na zes maanden mocht Greene terug naar huis, en kreeg hij de toestemming om externe leerling te zijn.

“Schrijven is een vorm van therapie; ik vraag mij wel eens af hoe al die mensen die niet schrijven, schilderen of componeren erin slagen te ontkomen aan de waanzin, de zwaarmoedigheid en de panische angst die onverbrekelijk verbonden zijn met het menselijk lot.”

Uit Graham Greenes autobiografie: ‘Vluchtwegen’.

Meest filmische schrijver van de twintigste eeuw.

Als student in Oxford leerde hij Vivien Dayrell-Browning kennen. Vivien was pas bekeerd tot het katholicisme en spoorde Graham aan om zich te bekeren, wat hij in 1926 deed. Zijn relatie met de Rooms-katholieke kerk was evenwel moeilijk, want Greene was een kritische gelovige en hield er onorthodoxe ideeën op na. Twintig jaar na hun huwelijk kozen de schrijver en zijn vrouw voor een scheiding van tafel en bed. Het koppel had twee kinderen: Lucy en Francis. Voor Greene waren zijn boeken zijn kinderen.

Aanvankelijk kon Greenes werk onderverdeeld worden in twee genres: thrillers en hoog literaire werken. Later verdween die scheiding meer en meer, vooral omdat zijn thrillers vaak een filosofische ondertoon hadden. Graham Greene was ook freelance journalist, scenarioschrijver en filmcriticus. Hij geldt als de meest filmische schrijver van de twintigste eeuw, en zijn werk is meermaals verfilmd.

Bron: Wikipedia en Oxford Dictionary of National Biography.
Lees ook mijn recensie van De derde man en Schutter spion schrijver over verschillende Britse schrijvers die werkten als spion.

Vaders van de science fiction

Het misdaadgenre heeft zijn koninginnen, het sciencefictiongenre zijn vaders. In dit blog belicht ik sf-vaders: Hugo Gernsback, Jules Verne en H.G.Wells. 

Sciencefiction is een genre met vele gezichten en kent bijgevolg verschillende definities. Commercieel gezien kende het genre zijn bloei in 1926 met het eerste literaire tijdschrift gewijd aan onder meer sciencefictionverhalen, ‘Amazing Stories’. Ook de naam van het genre ontstond omstreeks die tijd en werd verzonnen door de uitgever van ‘Amazing Stories’, Hugo Gernsback (1884-1967).

Gernsback zag sciencefiction als een middel om wetenschap populair te maken. Naast het publiceren van talrijke sf-tijdschriften was hij uitvinder en auteur. Zijn sf-werk wordt vandaag de dag nog amper gelezen, maar zijn naam leeft wel voort in de ‘Hugo Awards’. Een ‘Hugo’ bekroont jaarlijks het beste sf- of fantasyverhaal.

Jules Verne liet ons dromen.

Wie sciencefiction zegt, zegt Jules Verne (1828-1905). Volgens de Index Translationum is Jules Verne de tweede meest vertaalde auteur ter wereld. Nochtans is het het aantal werken van de Franse schrijver, gekend bij het grote lezerspubliek beperkt. Voor de Engelse markt waren de vertalingen van zijn werk lang van zeer slechte kwaliteit, vaak ingekort en bedoeld voor kinderen.

Tijdens zijn leven kende Verne vele imitators. Omdat hij een commercieel populaire schrijver was, werd hij na zijn dood niet bestudeerd. Pas decennia later kreeg hij alsnog een cultstatus. Voor veel wetenschappers in de twintigste eeuw was Jules Verne een inspiratie. Hij had immers de mens laten dromen over, bij voorbeeld, reizen naar de maan.

H.G. Wells schreef over buitenaardse wezens.

Terwijl in Vernes oeuvre uitvindingen centraal stonden waarvan de basiselementen uitgevonden waren, of waarvan de technologie al bestond om het uit te vinden, was de Engelse schrijver H.G. Wells (1828-1905) vooral geïnteresseerd in wat met een uitvinding kon gedaan worden.

H.G. Wells eerste roman, ‘The Time Machine (De tijdsmachine)’ gaf de moderne sf-literatuur gelijk zijn eerste tijdsreis, en maakte van hem een instant ster. Ook schreef hij een van de eerste romans over de invasie van buitenaardse wezens: ‘The War of the Worlds (De oorlog der werelden)’. Veel 20e-eeuwse Amerikaanse en Engelse sf-schrijvers waren schatplichtig aan H.G. Wells. Binnen de Engelstalige sf-literatuur geldt Wells dan ook als de grootste sf-schrijver ooit. Naast sf-verhalen schreef Wells ook zedenkomedies, essays en non fictie. Tijdens zijn lange carrière als schrijver is hij vier keer genomineerd geweest voor de Nobelprijs literatuur.

Bron: Wikipedia, Biography and The New Atlantis (John Derbyshire). Foto bij dit blog komt van Pexels. 

Literaire zoeker

Hermann Hesse

Hermann Hesse werd op 2 juli 1877 geboren in het Duitse Calw in een gezin, waar beide ouders missiewerk hadden gedaan. Bovendien was Hesses grootvader aan moederskant naast missionaris ook gespecialiseerd in de oosterse talen en cultuur van het Indische subcontinent.

Studies theologie.

Geboren in een familie waar religie zo belangrijk was, lag het voor de hand dat Hesse theologie ging studeren. In 1891 ging Hesse naar het klooster Maulbronn als seminarist. In een rigide omgeving waar elke vorm van individualisme werd ontmoedigd kon de jonge rebelse, temperamentvolle Hesse niet aarden. Zijn verblijf in klooster Maulbronn was dan ook van korte duur. Hesse liep van de ene op de andere dag weg uit het klooster. Het zou het begin worden van een persoonlijke crisis, ettelijke verblijven in verschillende onderwijsinstellingen, ruzies met zijn ouders, een poging tot zelfmoord en een opname in een gesticht.

Op zoek naar spiritualiteit.

Na een aantal werkstages begon de negentienjarige Hesse het boekenvak te leren in een boekhandel in Tübiningen, die gespecialiseerd was in theologie, recht en filologie. In zijn vrije tijd las Hesse theologisch werk, Griekse mythen en het werk van Goethe, Shiller en Lessing. Net als zijn grootvader verdiepte Hesse zich in de oosterse religies en filosofieën. En wat westerse filosofen betrof, ging Hesses voorkeur uit naar Nietzsche, Plato, Spinoza en Schopenhauer. Ook een reis naar Indonesië en Sri Lanka in 1911 maakte een diepe indruk op Hesse. Hesse volgde weliswaar niet het religieuze pad dat zijn ouders voor hem voorzien hadden, zingeving was niettemin belangrijk. Net als zijn romanfiguren was Hermann Hesse op zoek naar authenticiteit, zelfkennis en spiritualiteit.

In 1903 zei Hesse het verkopen van boeken voorgoed vaarwel. Door het succes van zijn eerste roman ‘Peter Camenzind’ kon hij zich vestigen als schrijver. Voor ‘Peter Camenzind’ had Hesse al een paar dichtbundels uitgegeven, die echter geen financieel succes waren. In datzelfde jaar zou de schrijver ook voor de eerste keer trouwen. Hesse trouwde driemaal.

De Wereldoorlogen.

Ondanks zijn afkeer voor het Duits nationalisme werkte Hesse tijdens de Eerste Wereldoorlog als oorlogsvrijwilliger. Omwille van een oogaandoening was hij niet geschikt voor militaire dienst. Zijn afkeer voor het nationalisme sprak Hesse overigens uit in een essay: ‘Och Freunde, nicht diese Töne’ (vrienden, geen retoriek) waarin hij de intellectuele wereld opriep om niet mee te gaan in de nationalistische waanzin en haat. Het leverde Hesse haatbrieven en aanvallen van de pers op. Ook vrienden keerden zich af. Hesse bleef zich evenwel uitspreken tegen bepaalde politieke en maatschappelijke tendensen, en vanaf 1923 waarschuwde hij voor het opkomend nazisme en fascisme. Hoewel hij nooit zijn publieke afkeer voor Hitlers nationaal-socialisten uitsprak, stelde hij vanaf 1932 zijn huis in Zwitserland open voor schrijvers die Duitsland ontvluchtten. Hesse woonde sinds 1912 namelijk permanent in Zwitserland, en had sinds 1923 de Zwitserse nationaliteit. Thomas Mann en Bertolt Brecht waren de eersten van vele schrijvers die bij de Hesses in Zwitserland een tijdelijk en veilig onderkomen vonden.

Laatste levensjaren.

Hesses laatste roman ‘Das Glasperlenspiel’ (Het kralenspel) verscheen in 1943 in Zwitserland. De laatste twintig jaar van zijn leven zou Hesse wijden aan schilderen, het schrijven van brieven en kortverhalen.

Bron: Wikipedia.
Bron foto: Fotocollectie Algemeen Nederlands Persbureau, Den Haag via Commons Wikimedia.

Lees ook mijn bericht rond Hesses klassieker: Siddhartha