Gespot: Ten oosten van Eden

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over de heruitgave van ‘Ten oosten van Eden’ van John Steinbeck.

In 2017 schreef ik een auteursportret over John Steinbeck, waarin ik had over ‘Ten oosten van Eden’. Dat er nu een Nederlandstalige heruitgave komt, is me niet ontgaan.

Voor de Amerikaanse schrijver was ‘Ten oosten van Eden’ een ambitieus project. Voor zijn twee zonen wou hij een boek schrijven over de familiegeschiedenis van de Steinbecks. Uiteindelijk werd het een allegorie over goed en kwaad, waarin maar gedeeltelijk de familiegeschiedenis verwerkt was. De thematiek van goed en kwaad was volgens Steinbeck het fundament waarop alle literatuur en poëzie stoelt. Volgens hedendaagse literatuurwetenschappers zag de schrijver zijn roman terecht als zijn magnum opus.

In 1952 waren de recensies over het boek veeleer negatief. Een enkeling prees het als origineel. Toch was het een bestseller. In tegenstelling tot de critici hielden de lezers van de symboliek, het vertelperspectief en de personages. ‘Ten oosten van Eden’ kreeg echter nooit de status van ‘De druiven der gramschap’ en ‘Van muizen en mensen’.

Spotlight op: Suite Française

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Suite Française’ van Irène Némirovsky.

In haar ene hand had zij de hand van haar jongere zus vast en in de andere een koffer. Een koffer, waarvan haar vader had gezegd, dat zij die goed moest bewaren. Haar ouders waren toen al dood. Maar dat kwam Denise Epstein pas na de oorlog te weten. De koffer had zij alvast van het ene naar het andere onderduikadres meegenomen.

Hoewel de Epsteins zich hadden laten bekeren tot het rooms-katholicisme, stonden ze geregistreerd als joods. Mevrouw Epstein, Irène Némirovsky (1903-1942), was een bekend auteur. Bij de geboorte van haar jongste dochter in 1937 had zij 9 bestsellers op haar naam staan. Haar bekendste werk is evenwel ‘Suite Française’, dat postuum in 2004 gepubliceerd werd en de bestsellerlijsten stormenderhand innam.

In 1940 was Némirovsky begonnen aan een verhaal over verschillende Franse families onder de Duitse bezetting. Haar opzet was om 5 delen te schrijven. Zij schreef er maar 2: een over de uittocht uit Parijs. En een over de bezetting in een klein Frans dorpje. Omdat papier in de oorlog schaars was, moest zij heel klein schrijven. In een schrift van nog geen 150 pagina’s schreef zij haar 2 delen, goed voor iets meer dan 500 pagina’s. Dat schrift dook pas in 1998 op. Het lag in de koffer, die haar dochter Denise als 13-jarig meisje had meegenomen.

Spotlight op suite française

De foto van Irène Némirovsky komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein. Voor mijn blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder ‘The Greatest Books You’ll Never Read’ van professor Bernard Richards. 

Het moeilijke Ulysses

Klassiekers zoals ‘Ulysses’ roepen meer vragen dan antwoorden op.

Literatuurwetenschappers zijn er nog steeds niet uit: is ‘Ulysses’ van James Joyce (1882-1941) nu wel of geen meesterwerk? Of getuigt het van egotripperij? De Ierse auteur wou immers een nieuwe definitie geven aan de literatuur. Na de Bijbel en de ‘Odyssee’ van Homerus is ‘Ulysses’ alvast een gewild studieobject.

Een moeilijk boek.

Voor veel lezers is ‘Ulysses’ een weinig toegankelijk boek. De structuur is chaotisch en verwarrend. Het taalgebruik is lastig. Want Joyce gebruikte naast Ierse straattaal ook letterlijke vertalingen uit het Latijn. Elk hoofdstuk is in een andere stijl geschreven. Het is doorspekt met grapjes, pastiches en parodieën. De roman zinspeelt op de Bijbel, de ‘Divinia Comedia’ van Dante, de drama’s van Shakespeare, het werk van Jonathan Swift en uiteraard de ‘Odyssee’ van Homerus. ‘Ulysses’ is immers de Engelse naam van de held van de ‘Odyssee’, Odysseus. En om het helemaal compleet te maken: in het lijvige ‘Ulysses’ gebeurt er weinig tot niets.

Het verhaal fungeert immers als een kapstok waaraan gedachten over leven, dood, seks en het Ierse nationalisme worden opgehangen. Letterlijk gaat het over de avonturen van de joodse advertentiecolporteur Leopold Bloom. Zijn avonturen duren 1 dag. Tijdens die ene dag – 16 juni –  maakt hij een odyssee doorheen Dublin. Joyce gaf zijn geboortestad heel gedetailleerd weer. Stel dat Dublin zou weggevaagd worden door een ramp, dan kan het dankzij ‘Ulysses’ terug heropgebouwd worden.

Van gewraakt en verbannen naar groeiende belangstelling.

Terwijl Joyce werkte aan ‘Ulysses’ (1914-1922), kon hij de hoofdstukken die al klaar waren, voorpubliceren in het Amerikaanse tijdschrift ‘Little Review’. Het geld, dat hij hiervoor kreeg, kon hij goed gebruiken. Maar in 1921 spande de Amerikaanse autoriteiten een proces in tegen de uitgevers van ‘Little Review’. Hoofdstuk 13, waarin Leopold Bloom masturbeert, ging in tegen de goede zeden. Na de veroordeling van de uitgevers van ‘Little Review’ wou geen enkele Engelse of Ierse uitgever ‘Ulysses’ uitgeven. Uiteindelijk verschenen er 2 exemplaren van ‘Ulysses’  in 1922 bij een Franse uitgeverij. Later volgde een herdruk van 1000 exemplaren. Tien jaar later verscheen het dan toch in de VS, na een nieuw proces. En in 1936 rolde het in het Verenigd Koninkrijk van de persen.

De Ierse lezers konden pas in de jaren 60 de boeken van Joyce lezen. Dublin had op 16 juni 1954 zijn allereerste Bloomsday. De groeiende internationale belangstelling voor Joyce en ‘Ulysses’ was de Ieren niet ontgaan.

“The sea, the snotgreen sea,
the scrotumtightening sea.”

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia.