Fictieve held: Michael Strogoff

Hoewel hij niet de bekendheid heeft van een Phileas Fogg of een kapitein Nemo kennen liefhebbers van Jules Verne hem ongetwijfeld. Net als zijn bekendere collega-helden vindt Strogoff zo nu en dan zijn weg naar andere cultuuruitingen. 

Michael Strogoff
‘Michael Strogoff, beter gekend onder de titel ‘De koerier van de tsaar’ geïllustreerd door J. Férat.

Wanneer de Tartaren Oost-Siberië onder de voet lopen, vraagt de tsaar aan Strogoff om een brief naar zijn broer, de grootvorst van Irkoetsk te brengen. Ivan Ogareff, een ex-kolonel van het tsaristisch leger helpt namelijk de Tartaren. De grootvorst moet op de hoogte worden gebracht van het verraad van Ogareff. Strogoff mag zijn identiteit niet prijsgeven. Op zijn gevaarlijke tocht krijgt de koerier van de tsaar hulp van een jonge vrouw en twee journalisten die over de oorlog willen berichten.

Een buitenbeentje.

Volgens vele is ‘Le Courier du tsar’ (1876) het beste boek, dat Verne ooit schreef. Hoewel sommige het zien als een buitenbeentje in zijn sf-oeuvre, was Verne meer dan een toekomstvoorspeller en sciencefictionschrijver. Naast wetenschap en techniek zijn ook natuur, geografie en politiek terugkerende thema’s bij Verne.

Realistische setting.

Hoewel Verne nooit een bezoek bracht aan Rusland of Siberië, is de beschrijving van de setting realistisch. Pierre-Jules Hetzel, de uitgever van Verne had het manuscript laten nalezen door de Russische schrijver Ivan Toergenjev en de Russische ambassadeur Prins Orlov. Die laatste gaf groen licht voor publicatie. Er stond immers niets in dat de verhoudingen met Rusland in gevaar kon brengen. Na de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) zag de Franse regering Rusland immers als bondgenoot om de groeiende Duitse staat een halt toe te roepen.

Door het verbod om de Russische tsaar te portretteren duurde het tot 1901 vooraleer de Russen het boek mochten lezen. Tsaar Alexander II werd weliswaar niet vernoemd in ‘De koerier van de tsaar’, maar het was duidelijk dat hij model had gestaan.

Strogoff in de populaire cultuur.

De dappere Strogoff met het gouden hart was meteen een lieveling bij de Franse lezers. In 1880 maakte hij succesvol zijn debuut op de bühne. In de twintigste eeuw kon hij een twaalftal keer opdraven in een verfilming. Sinds 2017 is er ook het bordspel Michael Strogoff, waarin spelers om het eerst een boodschap naar de tsaar moeten brengen, terwijl ze hun vijanden moeten voorblijven en elkaar moeten helpen.

 

Het lievelingsboek van de maffia

Tijdloze klassieker:
met klassiekers zoals ‘De peetvader’ wordt fictie werkelijkheid. 

Regisseur Francis Ford Coppola vond het maar niets. Moest hij van die stationsroman nu echt een film maken? Het project weigeren was geen optie, want hij had geld nodig. Dus deed hij een tweede poging om Mario Puzo’s ‘The Godfather’ (1969) te lezen. Hij ontdekte toen in die stationsroman een klassiek verhaal over een vader en zijn zonen. Kortom: een verhaal, dat mooie cinema oplevert.

Van boycot tot deal.

Voor het scenario werkte Coppola samen, maar toch apart met Mario Puzo. Coppola werkte in San Francisco aan het script. Puzo in Los Angeles. Voor zijn script scheurde Coppola stukken uit ‘The Godfather’ en kleefde ze in een notitieboekje met aanwijzingen en ideeën voor zijn 50 scènes. Coppola en Puzo waren het niet altijd met elkaar eens, maar wisten altijd tot een akkoord te komen. Alleszins wou Coppola trouw blijven aan Puzo’s verhaal. Dit betekende dan ook filmen in New York, in Little Italy. Maar zo kwam hij wel in het vaarwater van de New Yorkse maffia.

Aanvankelijk deed de maffia er alles aan om de film te boycotten. Tot er op een gegeven moment een deal werd gesloten. Zo mochten de woorden maffia en Cosa Nostra niet het in het script voorkomen. En wat te denken van figuranten uit de rangen van de maffia? Een aantal huurmoordenaars hadden namelijk acteerambities. Naast leden van de maffia kreeg de filmploeg ook nog federale agenten op hun dak. Want waar de maffia was, was ook de FBI. Acteur Marlon Brando nam al snel de manieren over van de gangsters op de set, wat nog meer kleur en authenticiteit gaf aan zijn rol als Don Corleone.

Fictie wordt werkelijkheid.

Toen de film ‘The Godfather’ in 1971 in de zalen kwam, brak het alle records. Het was net als Puzo’s boek een hit en een instant filmklassieker. Later volgden nog twee films over de familie Corleone in 1974 en 1990.

Paramount Pictures was wel vergeten om uitnodigingen voor de première naar de maffia te versturen. Daar was de maffia niet blij mee. Ze kregen ter compensatie een eigen première, exclusief voor hun en hun entourage. De gangsters keken hun ogen uit. Vooral de respectbetuigingen aan de peetvader en het kussen van zijn hand of ring vonden ze magnifiek. Hoe kon het zijn, dat zij die gewoontes en rituelen niet hadden? Het duurde niet lang, of ze begonnen in navolging van de fictie met het kussen van de hand van hun peetvader. Ook namen ze de uitdrukkingen van Don Corleone over.

Puzo’s inspiratie voor Don Corleone.

Mario Puzo had Don Corleone gemodelleerd op zijn ongeletterde moeder. In de steek gelaten door haar man stond zijn moeder alleen voor de opvoeding van een 12-koppige kroost. Als jongen had Puzo haar dingen horen zeggen als: “Keep your friends close and your enemies closer” en “I’m going to make you an offer you can’t refuse.” Hoewel hij in Hell’s Kitchen, the place to be voor Iers-Amerikaanse gangsters, was opgegroeid, mocht hij niet buiten spelen, want daar was het gevaarlijk. Kinderen, die niet luisterden, kregen ervan langs met mama’s pollepel. Met diezelfde pollepel maakte mama evengoed heerlijke maaltijden. Naast lekker eten bestond de vrije tijd van de jonge Puzo voornamelijk uit het lezen van boeken uit de bibliotheek.

Miljonair dankzij commercieel werk.

Voor ‘The Godfather’ had Puzo twee literaire werken geschreven, die goede recensies kregen maar geen lezerspubliek vonden. Zijn uitgever merkte op, dat hij beter een boek had geschreven over Don Corleone. Don Corleone had namelijk een klein rolletje gehad in zijn laatste boek, ‘The Fortunate Pilgrim’ (1965). Voor het schrijven van een roman rond Corleone kreeg Puzo een voorschot van 5 000 dollar. Dit geld kon hij heel goed gebruiken, want hij had gokschulden. Hij werkte 3 jaar aan ‘The Godfather’, wat in een krappe woonomgeving met 5 opgroeiende kinderen, niet altijd evident was. Al wat Puzo schreef over de maffia had hij uit research. Met ‘The Godfather’ schreef hij zijn eerste commerciële werk. Het leverde hem miljoenen op. Toch vond hij het jammer dat hij het niet beter geschreven had.

‘The Godfather’ stond 67 weken onafgebroken in de bestsellerslijst van The New York Times. Tussen 1969 en 1971 gingen er 9 miljoen exemplaren van over de toonbank. De verfilmingen verdrievoudigde de verkoop. Met 21 miljoen exemplaren is ‘The Godfather’ een van de meest gelezen naoorlogse Amerikaanse romans. Door het boek hoorde de wereld voor de eerste keer over omerta en Cosa Nostra. De belangstelling voor de maffia was groot. In de jaren voor Puzo’s boek hadden al enkele leden van de maffia uit de biecht geklapt. De deal die Paramount Pictures sloot met de New Yorkse maffia was breed uitgesmeerd in de Amerikaanse pers. Daarnaast raakte Puzo’s verhaal over familiewaarden een gevoelige snaar.

Wat vond de maffia overigens van Puzo’s roman? De leden van de maffia aan wie Mario Puzo, allicht naar aanleiding van de film aan voorgesteld was, hadden het gelezen. Ze vonden het goed. Meer nog: het was hun lievelingsboek.

“Italians have a little joke, that the world is so hard a man must have two fathers to look after him, and that’s why they have godfathers.”

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen.
Interessant en leerrijk was de documentaire ‘The Godfather and the Mob’ op YouTube. Het filmpje bij dit blog komt ook van YouTube en is een scène uit ‘The Godfather’. 

Spotlight op:

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Professor Unrat’ van Heinrich Mann.

“Da er Raat hieß, nannte die ganze Schule ihn Unrat. Nichts konnte einfacher und natürlicher sein. Der und jener Professor wechselten zuweilen ihr Pseudonym. Ein neuer Schub Schüler gelangte in die Klasse, legte mordgierig eine vom vorigen Jahrgang noch nicht genug gewürdigte Komik an dem Lehrer bloß und nannte sie schonungslos bei Namen. Unrat aber trug den seinigen seit vielen Generationen, der ganzen Stadt war er geläufig, seine Kollegen benutzten ihn außerhalb des Gymnasiums und auch drinnen, sobald er den Rücken drehte.”

Heinrich Mann (1871-1950) was de eerste in de koopmansfamilie Mann die koos voor een literaire carrière. Vanaf de jaren 20 werd hij overklast door zijn jongere broer Thomas. In tegenstelling tot Thomas was Heinrich een scherp criticus van zijn tijd. Een socialist, die geloofde in politiek geëngageerde literatuur. Bij de machtsovername door de nazi’s in 1933 verliet hij Duitsland voorgoed, en vestigde zich tot 1940 in Frankrijk. Nadien vluchtte hij via Spanje en Portugal naar de VS.

‘Professor Unrat. Oder das Ende eines Tyrannen” (1905) was zijn vierde roman. Dankzij de verfilming van Josef von Sternberg en de vertolking van Marlene Dietrich is het boek ook gekend onder de naam ‘De blauwe engel’.

De roman gaat over de ongeliefde leraar Raat, die door zijn leerlingen en collega’s Unrat (= vuiligheid) wordt genoemd. Via een van zijn leerlingen komt hij in contact met de danseres Rosa Fröhlich. Zij werkt in De blauwe engel. Hun intieme omgang leidt tot zijn ontslag. Aanvankelijk kan Raat genieten van de ondergang van zijn vroegere leerlingen en vijanden dankzij het succesvol salon, dat hij samen met zijn vrouw Rosa opzet. Tot hij beseft dat Rosa’s gedrag wel heel dubbelzinnig is.

 

Voor dit blog gebruikte ik onder meer Wikipedia. De trailer van ‘De blaue Engel’ komt van YouTube