Fictieve held: de gentleman-inbreker

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige vinden hun weg naar andere cultuuruitingen. Dit dankzij hun intelligentie en hun lange vingers. Arsène Lupin is de bekendste. Maar zeker niet de enige. 

De gentleman-inbreker staat in de schaduw van Sherlock Holmes. Want net als de grote detective is de gentleman-inbreker een meester in de vermomming. 

Van links naar rechts: Raffles en Bunny, Arsène Lupin en Lord Lister.

A.J. Raffles.

Cricketspeler Arthur J. Raffles was de eerste gentleman-dief. Zijn geestelijke vader, E.W. Hornung (1866-1921), was getrouwd met een zus van Sir Arthur Conan Doyle. Voor de creatie van Raffles en zijn assistent Harry ‘Bunny’ Manders baseerde Hornung zich op zijn vrienden Oscar Wilde en Lord Alfred Douglas. En op de literaire helden van zijn beroemde schoonbroer. 

Doyle vond het geen goed idee dat Hornung een crimineel tot held verhief. Maar Raffles en Bunny wisten de lezer al snel voor zich in te palmen. Holmes bleef weliswaar de populairste, maar Raffles wist de tweede plaats te verzekeren. 

Arsène Lupin.

Ook in Frankrijk stonden mensen in de rij voor de avonturen van Holmes en Raffles. Een Frans antwoord drong zich dan ook op.

Uitgever Pierre Lafitte van het wetenschappelijke tijdschrift ‘Je sais tout’ vroeg aan schrijver Maurice Leblanc (1864-1941) of hij een feuilleton kon voorzien met een personage gebaseerd op Raffles dat de concurrentie aankon met Sherlock Holmes. Het feuilleton dat Leblanc aanleverde, heette: ‘L’Arrestation d’Arsène Lupin’ (1905). Door het grote succes van het feuilleton zag Leblanc zich genoodzaakt om Lupin te laten ontsnappen uit de gevangenis. 

In tegenstelling tot Raffles wiens avonturen duurde tot 1914, bleef Lupin tot aan de dood van Leblanc avonturen beleven. Leblanc dacht er meermaals aan om te stoppen met Arsène Lupin. Maar de gentleman-dief was te populair. Voor de Fransen is Arsène Lupin overigens nog steeds een icoon. 

Naast de gelijkenissen tussen de twee gentleman-dieven zijn er ook verschillen. Voor beide is stelen weliswaar een sport, maar voor Raffles is het een noodzaak. Lupins motief is wraak: hij wil het onrecht wreken dat zijn vader is aangedaan. 

Lord Lister.

Met Lord Lister creëerde Kurt Matull een Duitse Raffles. ‘Lord Lister, genannt Raffles, der Meisterdieb’ verscheen in 1908 in een Duits pulpblad. Zijn avonturen verschenen onder meer in Nederland en België.

Inspecteur Baxter van Scotland Yard vroeg Sherlock Holmes of hij hem kon helpen bij het klissen van Lord Lister. Maar Holmes bedankte daarvoor. Naar verluidt vond hij het grappig dat Scotland Yard voor het vatten van een dief beroep op hem moest doen. 

Fictieve held: Father Brown

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Hij vond zijn weg naar de populaire cultuur gekleed in een soutane, en met een veel te grote paraplu als metgezel. Een diep inzicht in de slechte kanten van de mens deed de rest.

Voor 2013 wou de BCC een detectiveserie van eigen bodem voor de namiddag. Bij voorkeur iets waar de kijkers al vertrouwd mee waren. Een radiodocumentaire over G.K. Chesterton (1874-1936) en zijn creatie Father Brown gaf de tv-makers het idee om terug een serie rond de mollige rooms-katholieke priester te maken. In 2019 gaf de BCC de opdracht voor de oplevering van een negende serie rond Father Brown in 2021. Met 90 afleveringen heeft de populaire Father Brown al meer avonturen beleefd dan zijn literaire evenknie.

Tussen 1910 en 1936 schreef Chesterton namelijk 51 verhalen en 2 raamvertellingen over Father Brown. De serie is maar losjes gebaseerd op Chestertons creatie. Zo kreeg Father Brown in de serie een parochie in de Cotwolds tijdens de jaren 50. Chestertons priester, daarentegen beleefde avonturen over heel het Verenigd Koninkrijk en was zelfs werkzaam als aalmoezenier in een Amerikaanse gevangenis.

De wereldvreemde.

Naar eigen zeggen schreef Chesterton enkele van de slechtste detectiveverhalen in de wereld. Father Brown was niet zijn enige detective, maar hij is wel zijn bekendste. Hij had hem gemodelleerd op een goede vriend van hem, de Ierse priester John O’Connor (1870-1952).

Tijdens een discussie met Father O’Connor en 2 studenten in een pub, hoorde Chesterton dat de studenten geestelijken zagen als wereldvreemd. Dit gaf Chesterton het idee voor een interessante paradox: de wereldvreemde is tegelijkertijd een man van de wereld. De verstrooide en ingetogen Father Brown weet bijgevolg meer over misdaad dan de misdadigers zelf. Geen misdaad of misstap is hem vreemd. Want als priester en biechtvader kent hij de mens in al zijn verdorvenheid.

De zielenredder.

In 1911 was Father Brown de allereerste geestelijke die misdaden oplost. Concurrentie had hij nauwelijks. En van de alomtegenwoordige Sherlock Holmes verschilde de intuïtieve Father Brown dag en nacht.

Had Chesterton eigenlijk wel een detective in gedachten toen hij Father Brown schiep?

De verhalen rond de priester zijn weliswaar puzzels, maar het is Father Brown niet te doen om het oplossen van een mysterie of het vatten van een misdadiger. Op het einde van de dag wil hij zielen redden en de moraliteit herstellen. Het ging de Engelse auteur immers niet om het vermaken van de lezer, maar om het verspreiden van zijn ideeën. En daar was Father Brown de overbrenger van.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen. De trailer bij dit bericht komt van YouTube.

Fictieve held: Dorian Gray

Zijn debuut in de literatuur bleef niet onopgemerkt. Bovendien droeg hij bij tot de val van zijn schepper. In de populaire cultuur schitterde hij al als balletdanser, operazanger, toneelspeler en filmacteur. Want net als Oscar Wilde blijft Dorian Gray tot de verbeelding spreken.

Hij is dan ook een complex personage. Aanvankelijk is hij onbedorven en naïef. Maar onder invloed van Lord Henry Wotton verandert hij, gaat hij op zoek naar nieuwe sensaties, waarbij de grens steeds verschoven wordt.

Lord Wotton leerde hij kennen in het atelier van Basil Hallward. Basil had Dorian geportretteerd en Lord Wotton merkte op dat Dorian alles had om het te maken in de wereld: jeugd en schoonheid. Het was toen dat Dorian onbezonnen de wens uitte dat zijn portret ouder zou worden en hij jong zou blijven. Zijn wens komt uit: Dorian blijft jong en zijn portret veroudert. Maar zijn portret weerspiegelt ook zijn ziel, die steeds zwarter en lelijker wordt.

Homoseksueel verlangen.

Hoewel Wilde slechts alludeerde op homoseksueel verlangen, was het de critici niet ontgaan. Ook had hij een stok in het hoenderhok gegooid door te verwijzen naar het Cleveland Street schandaal. Na een ontmoeting met Dorian moet een zekere Sir Ashton immers naar het vasteland vluchten, net als sommige adellijke heren in eerdergenoemd schandaal.

In 1889 had de politie in Cleveland Street een illegaal bordeel gesloten. In het bordeel werkten mannelijke prostituees die hun diensten aanboden aan adellijke heren. Omdat homoseksualiteit toen strafbaar was in Engeland vluchtte enkele heren naar het vasteland nadat hun namen in de pers waren verschenen.

Ook de kleinzoon van koningin Victoria, prins Albert was kind aan huis geweest in Cleveland Street 19, maar daar zweeg de Engelse pers zedig over. Niettemin schreef de buitenlandse pers daar wel over; Prins Albert was namelijk de tweede in lijn voor de Engelse troon. Door het Cleveland Street schandaal raakte de man in de straat ervan overtuigd dat homoseksualiteit een ondeugd van de adel was. Die ondeugd was erop gericht de arbeidersklasse te corrumperen.

Promotie voor immoraliteit.

De publicatie van ‘Het portret van Dorian Gray’ in Lippincott’s Monthly Magazine (juni 1890) ontlokte dan ook een storm van protest. Volgens de Victorianen promootte Wilde met Dorian Gray immoraliteit en decadentie. Wilde verdedigde zich, voerde onder meer aan dat hij zich gebaseerd had op de Faustlegende, waarin een man zijn ziel aan de duivel verkoopt. Dorian had zijn ziel immers ook verkocht. Bovendien zat er in ‘Het portret van Dorian Gray’ een zedenles: overdaad, net als onthouding kent zijn eigen prijs. Dorian betaalt uiteindelijk een hoge prijs voor zijn hedonisme.

Voor de roman in 1891 reviseerde Wilde zijn verhaal zorgvuldig. Hierbij dacht hij na over elk woord, schrapte de scènes met homo-erotische ondertoon, bedacht subplots en breidde het oorspronkelijke verhaal uit met 7 hoofdstukken. In een voorwoord verdedigde hij de reputatie van zijn werk en legde hij uit hoe het gelezen moest worden. Nog in 1891 begon Wilde een relatie met Lord Alfred Douglas. Voor die relatie zou hij een hoge prijs betalen.

Nadat Alfreds vader, de markies of Queensberry openlijk kritiek uitte op de relatie van zijn zoon met Wilde, begon Wilde een proces wegens smaad. Maar Wilde kon zich gaan verantwoorden voor de rechter toen tijdens het proces tegen de markies bleek dat hij onzedelijke handelingen had begaan met mannen uit de arbeidersklasse. Ook had hij de wapens in handen van het gerecht gelegd, want zijn ‘ondeugd’ stond zwart op wit in ‘Het portret van Dorian Gray’. Dorian was hierdoor getuige voor de officier van de Engelse kroon en uiteraard hield hij geen rekening met de gevoelens van zijn schepper.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder The Guardian. De trailer bij dit bericht komt van YouTube. Het is de trailer van de film van Oliver Parker uit 2009.