Fictieve held: Maigret

Hoewel hij sinds 1972 van een welverdiend pensioen geniet blijft hij populair. Simenons man bij de Parijse moordbrigade schittert nu al 90 jaar onafgebroken op papier. Ook als bioscoop- en filmheld doet commissaris Maigret het goed.

In 2017 werd hij nog gespeeld door Rowan Atkinson. Aanvankelijk had Atkinson bedankt voor de rol. Hij zag niet hoe hij een gewone man kon vertolken. Maigret heeft immers geen grote mond of superbrein. Hij gebruikt geen drugs, speelt geen viool of operamuziek. Zedenpreken en cynisme is hem vreemd. Net als buitenechtelijke relaties en het leven als vrijgezel. Hij is gelukkig getrouwd en zijn vrouw maakt geen probleem van zijn onregelmatige werkuren.

Atypische held

Hij zoekt geen gerechtigheid. Dat laat hij over aan de rechtbank. Als speurder wil Maigret de ander vooral begrijpen. Zijn superkrachten zijn luisteren en observeren. Hoewel hij commissaris is, schaduwt hij verdachten en loopt hij cafés binnen voor informatie. Zijn wereld is die van de gewone man met zijn gebreken en zwakheden.

Bij het begin van een onderzoek verwerpt hij geen enkele hypothese. Voor zijn beroemde methode Maigret zakken buitenlandse collega’s af naar de lichtstad, zodat ze hem in actie kunnen zien. Maigret is veeleer een ambtenaar, weliswaar een atypische: hij houdt niet van papierwerk en vergaderingen. Niet alleen Maigret, ook de verhalen over hem zijn atypisch. Naast andere detectives valt een Maigret op door de sfeer, de karakterisering en het beperkte plot. Toch zijn ze spannend. Simenon had daar zo zijn technieken voor. 

Populaire held

De eerste Maigret schreef Georges Simenon in 1930. ‘Pietr-le-Letton’ was overigens het eerste boek waarvoor Simenon geen pseudoniem gebruikte; hij vond het goed genoeg om er zijn eigen naam onder te zetten. Vier jaar later kwam er een voorlopig einde aan de reeks. Simenon wou zich vooral toeleggen op roman durs, zijn literair werk. Maar de Maigrets verkochten beter. Dus begon Simenon vanaf 1940 opnieuw Maigrets te schrijven. Bovendien steeg met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de behoefte aan ontspanningslectuur. In totaal schreef Simenon 75 romans en 28 kortverhalen over de populaire commissaris. Zijn allerlaatste boek in 1972 was een Maigret: Maigret et monsieur Charles. 

De bioscoop- en filmheld

Regisseurs en producten zagen snel brood in de verfilming van de Maigrets. Tussen 1932 en 1945 verschenen de eerste films. Volgens Maigret-kenners beïnvloedde de vertolking van Jean Gabin tussen 1958 en 1963 Simenon bij het verder uitwerken van zijn held. Vanaf de jaren 60 tot nu zijn er al verschillende televisieseries geweest.

Van links naar rechts: Jan Teulings (Nederlandse Maigret-acteur), Georges Simenon, Gino Cervi (Italiaanse Maigret-acteur) en Rupert Davies (Britse Maigret-acteur) in het Amstelhotel te Amsterdam. De Franse acteur Jean Gabin als Maigret.

De foto bij dit blog komen van Wikimedia Commons en zijn in het publieke domein. Voor het blog gebruikte ik verschillende internetbronnen, waaronder Wikipedia.

Fictieve held: Michael Strogoff

Hoewel hij niet de bekendheid heeft van een Phileas Fogg of een kapitein Nemo kennen liefhebbers van Jules Verne hem ongetwijfeld. Net als zijn bekendere collega-helden vindt Strogoff zo nu en dan zijn weg naar de populaire cultuur. 

Wanneer de Tartaren Oost-Siberië onder de voet lopen, vraagt de tsaar aan Strogoff om een brief naar zijn broer, de grootvorst van Irkoetsk te brengen. Ivan Ogareff, een ex-kolonel van het tsaristisch leger helpt namelijk de Tartaren. De grootvorst moet op de hoogte worden gebracht van het verraad van Ogareff. Strogoff mag zijn identiteit niet prijsgeven. Op zijn gevaarlijke tocht krijgt de koerier van de tsaar hulp van een jonge vrouw en twee journalisten die over de oorlog willen berichten.

Michael Strogoff
‘Michael Strogoff, beter gekend onder de titel ‘De koerier van de tsaar’ geïllustreerd door J. Férat.

Een buitenbeentje.

Volgens vele is ‘Le Courier du tsar’ (1876) het beste boek, dat Verne ooit schreef. Hoewel sommige het zien als een buitenbeentje in zijn sf-oeuvre, was Verne meer dan een toekomstvoorspeller en sciencefictionschrijver. Naast wetenschap en techniek zijn ook natuur, geografie en politiek terugkerende thema’s bij Verne.

Realistische setting.

Hoewel Verne nooit een bezoek bracht aan Rusland of Siberië, is de beschrijving van de setting realistisch. Pierre-Jules Hetzel, de uitgever van Verne had het manuscript laten nalezen door de Russische schrijver Ivan Toergenjev en de Russische ambassadeur Prins Orlov. Die laatste gaf groen licht voor publicatie. Er stond immers niets in dat de verhoudingen met Rusland in gevaar kon brengen. Na de Frans-Duitse Oorlog (1870-1871) zag de Franse regering Rusland immers als bondgenoot om de groeiende Duitse staat een halt toe te roepen.

Door het verbod om de Russische tsaar te portretteren duurde het tot 1901 vooraleer de Russen het boek mochten lezen. Tsaar Alexander II werd weliswaar niet vernoemd in ‘De koerier van de tsaar’, maar het was duidelijk dat hij model had gestaan.

Strogoff in de populaire cultuur.

De dappere Strogoff met het gouden hart was meteen een lieveling bij de Franse lezers. In 1880 maakte hij succesvol zijn debuut op de bühne. In de twintigste eeuw kon hij een twaalftal keer opdraven in een verfilming. Sinds 2017 is er ook het bordspel Michael Strogoff, waarin spelers om het eerst een boodschap naar de tsaar moeten brengen, terwijl ze hun vijanden moeten voorblijven en elkaar moeten helpen.

Fictieve held: de hard-boiled detective

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige, zoals Sam Spade en Philip Marlowe groeiden uit tot iconen. Een status, die ze via het grote scherm wisten te verzilveren. Ook in onze tijd is hij nog springlevend, de cynische detective met de grote mond. 

Terwijl hun Engelse collega’s een intrigerende whodunit voor hun kiezen kregen in een of ander slaperig dorpje of statig landhuis, kregen zij te maken met corruptie, malafide praktijken en grootstedelijk geweld. Aan een superbrein hadden ze weinig, want de schurken waar ze mee te maken kregen, waren niet langer ongrijpbaar. Bovendien hadden ze meer aan een stevig paar knuisten en een grote mond.

Zowel Sam Spade als Philip Marlowe zijn helden uit de Amerikaanse pulpliteratuur. Beide maakten hun debuut in het tijdschrift Black Mask, dat vanaf 1926 het ideaal van gerechtigheid promootte. Omdat de politie corrupt was, werd de gerechtigheid op straat hersteld door privédetectives.

Sam Spade.

Met Dashiell Hammett (1894-1961) had Black Mask een topauteur. Hammett bracht 8 jaar beroepservaring als detective mee. Bovendien wist hij in zijn verhalen levensechte personages te creëren. Met ‘The Maltese Falcon’ uit 1930, dat als feuilleton in Black Mask verscheen, zette hij de blonde Satan, Sam Spade in een gewelddadige wereld van zelfzuchtige en dubbele bedriegers.

Hoewel de onverschrokken Spade maar in 1 roman en 4 kortverhalen optrad, groeide hij uit tot een icoon. Niet enkel voor het hard-boiled genre maar ook voor het mystery- en thrillergenre is Spade het personage, dat iedereen wil recreëren of imiteren. ‘The Maltese Falcon’ kende verschillende verfilmingen. De bekendste is die met Humphrey Bogart uit 1941.

“Childish huh? I know, but, by God, I do hate being hit without hitting back.”  Uit ‘The Maltese Falcon’.

Philip Marlowe.

Bekender dan Sam Spade is Philip Marlowe van Raymond Chandler (1888-1959). In 1939 kende Marlowes debuut, ‘The Big Sleep’ een matige verkoop. De verfilming in 1946 met, jawel, Humphrey Bogart bracht daar verandering in. Meer nog dan Spade groeide Marlowe uit tot het archetype van de ruige, cynische privédetective, die vanuit zijn eigen perspectief zijn ervaringen vertelt. Net als Spade is Marlowe verre van perfect. Hoewel hij voortdurend in elkaar wordt geslagen, weet hij zich met kalmte doorheen een zaak te werken.

“Dead men are heavier than broken hearts.” Dit citaat uit ‘The Big Sleep’ staat ook op Chandlers grafsteen.

Humphrey Bogart

Humphrey Bogart als Sam Spade in ‘The Maltese Falcon’ (links) en Philip Marlowe in ‘The Big Sleep (rechts).

Een held van onze tijd: Bernie Gunther.

De erfenis van Spade en Marlowe leeft verder in Bernie Gunther van Philip Kerr (1956-2018). Gunther begon zijn carrière bij de Berlijnse politie, maar toen de nazi’s aan de macht kwamen, stapte hij op. Niettemin weten de nazi-kopstukken hem steeds te vinden voor een of andere duistere zaak. Ook verdwijnen er regelmatig mensen, zodat Gunther als privédetective nooit echt zonder werk zit.

Tijdens zijn leven is Kerr verschillende keren benaderd geweest voor een verfilming van zijn geliefde Gunther-romans. Een aantal jaren geleden was er sprake van een televisieserie. Wie weet, komen we Bernie Gunther inderdaad ooit nog tegen op het grote of kleine scherm.

Alleszins hebben de harde, cynische privédetectives nog steeds hun eigen eenzame plaats naast de intellectueel begaafde Poirots en Holmessen van deze wereld.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia.
Het beeldmateriaal bij dit blog komt van Wikimedia Commons.