Martianen vs aardbewoners

Klassiekers zoals ‘De oorlog der werelden’ blijven inspireren.

Was er leven op Mars? Volgens ‘The War of the Worlds’ (1897) van H.G. Wells reisden de Martianen na een explosie op Mars naar de aarde, waar ze een oorlog begonnen. Hun invasie begon in Horsell Common, nabij Woking in het Engelse graafschap Surrey.

Imperialistische agenda.

Dat de Martianen hun oorlog begonnen in Engeland was geen toeval. Het Britse Rijk was toen immers een imperialistische grootmacht. 

Het idee voor het plot was er gekomen na een discussie. Met zijn broer Frank had Wells gediscussieerd over de rampzalige kolonisatie van de Britten in Tasmanië, Australië. Die kolonisatie had een enorme impact gehad op de oorspronkelijke inwoners van Tasmanië, de Tasmaanse Aboriginals. In ‘The War of the Worlds’ kregen de Britten bijgevolg van hetzelfde laken een broek: ze werden aangevallen door een beschaving met een eigen imperialistische agenda.

Korte oorlog.

Op militair gebied waren de Martianen de meerdere van de aardbewoners. Zij konden immers driepoten, torenhoge oorlogsmachines inzetten. Die driepoten waren gewapend met hittestralen en een chemisch wapen. Dat laatste zouden de aardbewoners pas in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) gebruiken.

De oorlog duurde gelukkig niet lang. Na drie weken waren de aardse microben en bacteriën de Martianen fataal geworden.

Buitenaardse invasie populair gemaakt.

Ondanks de barbaarse scènes was ‘The War of the Worlds’ een groot commercieel succes. Zoals gebruikelijk in die tijd verscheen het eerst als feuilleton en dan in boekvorm. Voor het boek er kwam, circuleerden er al twee illegale versies in de VS. 

Wells roman populariseerde het thema van buitenaardse invasie. Het is overigens nog steeds een belangrijk thema in sciencefictionverhalen. 

Faulkners klootzak

Klassiekers zoals ‘Het geluid en de drift’ zijn literaire gemeneriken.

In de herfst van 1928 wandelde William Faulkner het appartement binnen van zijn vriend en literaire agent Bud Wasson. Hij had een manuscript bij en gooide het nonchalant op Wassons bed. “Lees dit, Bud. Het is een echte klootzak. De grootste die ik ooit zal schrijven.” De klootzak in kwestie was Faulkners nieuwste roman: ‘The Sound and The Fury’ (Het geluid en de drift). Hierin vertelde hij het tragische verhaal van Caddy Compson verteld vanuit de perspectieven van haar broers. 

Zijn geweldige mislukking

‘The Sound and The Fury’ was een persoonlijke favoriet van Faulkner. Het had van hem een schrijver gemaakt. Niettemin vond Faulkner dat hij het verhaal nooit goed heeft kunnen vertellen. Hij had het graag nog eens willen proberen, maar ging ervan uit dat hij toch weer zou falen. Voor literatuurkenners is ‘The Sound and The Fury’ alvast een hoogtepunt in zijn oeuvre en een klassieker in zowel de modernistische als de Amerikaanse literatuur. 

Dat zijn geweldige mislukking niet aansloeg bij het lezerspubliek in de late jaren twintig kwam niet als een verrassing voor Faulkner. Hij had het voorzien. Hij had immers een moeilijk boek geschreven. Aanvankelijk had hij voorgesteld om voor elke nieuwe tijdsequentie een andere drukkleur te gebruiken. Maar daar had zijn uitgever geen oren naar. Wat hij wel had kunnen bewerkstelligen, was dat er niets aan zijn kunstwerk werd veranderd. Dat zijn klootzak op de markt kwam zoals hij hem geschreven had: in stream-of-consciousness en als vier in elkaar geschoven boeken.

Dat lezers vaak al bij het eerste deel afhaakte kon Faulkner begrijpen. De zwakbegaafde Benjy Compson heeft namelijk geen besef van tijd. Hij vertelt de gebeurtenissen van de voorbije dertig jaar alsof ze nu gebeuren. Toch moedigde hij zijn lezers aan om het te blijven proberen. 

Blijven proberen

Ook kenners zijn die mening toegedaan: lezers moeten het maar blijven proberen. En neen Faulkner had het verhaal niet anders kunnen vertellen. Volgens een gekend vers uit Shakespeares ‘Macbeth’ is het leven een verhaal verteld door een idioot vol van geluid en drift. De Compsons broers zijn dan ook duidelijk gestoord.

“Because no battle is ever won he said. They are not even fought. The field only reveals to man his own folly and despair, and victory is an illusion of philosophers and fools.”

Het moeilijke Ulysses

Klassiekers zoals ‘Ulysses’ roepen meer vragen dan antwoorden op.

Literatuurwetenschappers zijn er nog steeds niet uit: is ‘Ulysses’ van James Joyce (1882-1941) nu wel of geen meesterwerk? Of getuigt het van egotripperij? De Ierse auteur wou immers een nieuwe definitie geven aan de literatuur. Na de Bijbel en de ‘Odyssee’ van Homerus is ‘Ulysses’ alvast een gewild studieobject.

Een moeilijk boek.

Voor veel lezers is ‘Ulysses’ een weinig toegankelijk boek. De structuur is chaotisch en verwarrend. Het taalgebruik is lastig. Want Joyce gebruikte naast Ierse straattaal ook letterlijke vertalingen uit het Latijn. Elk hoofdstuk is in een andere stijl geschreven. Het is doorspekt met grapjes, pastiches en parodieën. De roman zinspeelt op de Bijbel, de ‘Divinia Comedia’ van Dante, de drama’s van Shakespeare, het werk van Jonathan Swift en uiteraard de ‘Odyssee’ van Homerus. ‘Ulysses’ is immers de Engelse naam van de held van de ‘Odyssee’, Odysseus. En om het helemaal compleet te maken: in het lijvige ‘Ulysses’ gebeurt er weinig tot niets.

Het verhaal fungeert immers als een kapstok waaraan gedachten over leven, dood, seks en het Ierse nationalisme worden opgehangen. Letterlijk gaat het over de avonturen van de joodse advertentiecolporteur Leopold Bloom. Zijn avonturen duren 1 dag. Tijdens die ene dag – 16 juni –  maakt hij een odyssee doorheen Dublin. Joyce gaf zijn geboortestad heel gedetailleerd weer. Stel dat Dublin zou weggevaagd worden door een ramp, dan kan het dankzij ‘Ulysses’ terug heropgebouwd worden.

Van gewraakt en verbannen naar groeiende belangstelling.

Terwijl Joyce werkte aan ‘Ulysses’ (1914-1922), kon hij de hoofdstukken die al klaar waren, voorpubliceren in het Amerikaanse tijdschrift ‘Little Review’. Het geld, dat hij hiervoor kreeg, kon hij goed gebruiken. Maar in 1921 spande de Amerikaanse autoriteiten een proces in tegen de uitgevers van ‘Little Review’. Hoofdstuk 13, waarin Leopold Bloom masturbeert, ging in tegen de goede zeden. Na de veroordeling van de uitgevers van ‘Little Review’ wou geen enkele Engelse of Ierse uitgever ‘Ulysses’ uitgeven. Uiteindelijk verschenen er 2 exemplaren van ‘Ulysses’  in 1922 bij een Franse uitgeverij. Later volgde een herdruk van 1000 exemplaren. Tien jaar later verscheen het dan toch in de VS, na een nieuw proces. En in 1936 rolde het in het Verenigd Koninkrijk van de persen.

De Ierse lezers konden pas in de jaren 60 de boeken van Joyce lezen. Dublin had op 16 juni 1954 zijn allereerste Bloomsday. De groeiende internationale belangstelling voor Joyce en ‘Ulysses’ was de Ieren niet ontgaan.

“The sea, the snotgreen sea,
the scrotumtightening sea.”

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia.