Fictieve held: Heathcliff

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige, zoals Emily Brontës Heathcliff, vinden hun weg naar andere cultuuruitingen.

“Heathcliff, it’s me, your Cathy, I’ve come home. I’m so cold, let me in-a-your window” zong Kate Bush in 1979. Het lied waar deze regel uitkomt: ‘Wuthering heights’ is gebaseerd op de roman met dezelfde naam van Emily Brontë. Bush gebruikte voor haar lied verschillende citaten uit Brontës roman. Ook bovenstaand citaat komt uit de roman. Het is Cathy/Catherine Earnshaw die vanuit het graf Heathcliff smeekt om binnengelaten te worden in Wuthering Heights, het huis waarin ze samen opgroeiden.

De onmogelijke relatie met Catherine.

Ook andere musici en schrijvers geraakten geïnspireerd door ‘Wuthering Heights’ of lieten hun eigen fictieve helden Emily Brontës enigste roman lezen. ‘Wuthering Heights’ is dan ook geliefd bij velen. De roman vertelt over de gepassioneerde maar onmogelijke relatie tussen Heathcliff en Catherine Earnshaw, die niet enkel voor henzelf maar ook voor de families Linton en Earnshaw destructief is.

Ondanks haar liefde voor Heathcliff gaat Catherine in op het huwelijksaanzoek van Edgar Linton. Haar sociale status is niet gebaat met een huwelijk met Heathcliff. Heathcliff werd namelijk als baby gevonden in de straten van Liverpool en grootgebracht door de familie Earnshaw. Omwille van zijn donkere huid en zwarte ogen verondersteld zijn omgeving dat hij een zigeuner is. Daarnaast heeft Heathcliff, volgens Catherine, nood aan scholing. Heathcliff is dan ook woedend als hij Catherines kwetsende woorden over zijn afkomst en opvoeding opvangt. Dat zij van hem houdt heeft hij niet gehoord. Het kwaad is echter al geschied. De held is verworden tot een schurk die niet zal rusten vooraleer hij zich gewroken heeft.

Bron: Wikipedia. De video komt van Youtube.

Hond versus speurder

Tijdloze klassieker:
klassiekers blijven boeien. Met ‘The Hound of the Baskervilles’ schreef Sir Arthur Conan Doyle zijn beste Sherlock Holmesverhaal. 

In de derde roman rond Sherlock Holmes ‘De hond van de Baskervilles’ kan Holmes het opnemen tegen een wel heel bijzondere opponent: een bovennatuurlijk wezen, dat de gedaante heeft van een enorme hond met gloeiende ogen.

Voorteken van de dood.

De Europese mythologie associeert honden steevast met de dood of met de duivel. Zwarte honden fungeren vaak als bewaker van de onderwereld. In de Britse folklore wordt het zien van een enorme zwarte hond dan weer geïnterpreteerd als een voorteken van de dood. Dit is zeker het geval in ‘De hond van de Baskervilles’, waar gevreesd wordt voor het leven van Sir Henry Baskerville, de nieuwe erfgenaam van Baskerville Hall.

Op de familie Baskerville rust er al eeuwenlang een vloek, waarin een enorme zwarte hond een rol speelt. Omdat dokter Mortimer, een vriend van de familie, vreest dat Sir Henry wel eens het volgende slachtoffer van die vloek kan zijn, roept hij de hulp in van Holmes. Holmes heeft echter nog andere zaken op te lossen in Londen, waardoor enkel dokter Watson met dokter Mortimer meegaat naar Baskerville Hall. Hoewel Watson grotendeels de speurder van dienst is, is het Holmes die naarstig achter de schermen het raadsel van de hond oplost.

Legendes over zwarte honden

Voor het bedenken van de hond kreeg schrijver Sir Arthur Conan Doyle hulp van een journalist van de Daily Express: Bertram Fletcher Robinson. Robinson kende nogal wat legendes en verhalen rond zwarte honden. Er zijn dan ook verschillende legendes die in aanmerking komen voor het idee van de plot.

Een piste is alvast de legende rond Richard Cabell. Richard Cabell leefde in de 17e eeuw en werd gezien als een monsterlijk kwaadaardige man, die zijn ziel aan de duivel had verkocht. Sinds zijn dood op 5 juli 1677 wordt er regelmatig een roedel spookhonden in de buurt van zijn graf gespot. Charles Baskerville, de voorouderlijke snoodaard waarmee alle ellende begint voor de Baskervilles, was eveneens een monsterlijk kwaadaardige man. Hij had zijn ziel aan de duivel beloofd en legde vervolgens het loodje.

Een andere piste zijn de verhalen rond Black Shuck of Old Shuck, een van de vele enorme zwarte spookhonden, die je in Engeland liever niet tegenkomt. Diegene die Black Shuck ziet, sterft ofwel onmiddellijk ofwel binnen het jaar. Het woord Shuck komt trouwens van het Oudengelse Scucca, wat demon betekent.

Beste Holmesverhaal

De demon in ‘De hond van de Baskervilles’ vindt uiteindelijk de dood. Diegene die de Baskerville-vloek nieuw leven inblies, komt ook om het leven, waardoor Holmes en Watson een nieuwe moord voorkomen, en hun eigen succes bestendigen. ‘De hond van de Baskervilles’ was immers zo succesvol, niet enkel en alleen in het Verenigd Koninkrijk maar ook in de VS, dat schrijver Sir Arthur Conan Doyle besliste om Holmes weer tot leven te wekken. Hij kreeg er een aardige som geld voor, en de fans van Holmes waren hem alvast heel dankbaar.

 

Bron: Wikipedia en http://www.historytoday.com/richard-cavendish/publication-hound-baskervilles.

Gouden detective terug populair

Aan de andere kant van het kanaal zitten de gouden detectives in de lift. Volgens boekhandelaars en uitgevers zorgt de toenemende berichtgeving rond geweld en terreur er namelijk voor dat lezers boeken verkiezen, die hun vermaak bieden. Kennelijk zijn dit de whodunits – de gouden detectives – die onze overgrootouders reeds lazen.

Tussen 1920 en 1930 zetten de Britten de standaard voor het detectiveverhaal met schrijvers zoals Anthony Berkeley, G.K. Chesterton, Agatha Christie, Dorothy L. Sayers, Margery Allingham en Father Ronald Knox. Schrijfster Ngaio Marsch was weliswaar Nieuw-Zeelands, maar haar held Roderick Alleyn is Brits. Dat laatste is belangrijk. Ook al is de plaats van handeling een eiland in de Caraïben, de personages vertegenwoordigen de Engelse manier van leven. Die periode van 1920 tot 1930 wordt aangeduid als ‘The Golden Age of Detective Fiction’ wat ik vrij vertaal als een gouden detectiveverhaal.

G.K. Chesterton
Vloeit er een nieuw Father Brownverhaal uit zijn pen? G.K. Chesterton aan het werk.

De Britten hadden met Sir Arthur Conan Doyle al een goede traditie. De meeste speurders in een gouden detective hebben dan ook net als Sherlock Holmes een ‘Watson’. Zo heeft Hercule Poirot van Agatha Christie meestal kapitein Hastings als ‘Watson’. En heeft Lord Wimsey van Dorothy L. Sayers, Mervyn Bunter. De ‘Watson’ mag in een gouden detective overigens niet slimmer zijn dan de gemiddelde lezer.

Bij een gouden detective ligt de nadruk op het oplossen van een mysterie. Geweld en kritiek op de maatschappij zijn amper aanwezig. Het doel is immers om de lezer te vermaken. Het einde is bevredigend, omdat de dader wordt ontmaskerd en de orde hersteld. Meestal draait het verhaal rond de vraag: wie pleegde de misdaad (= een whodunit). Een andere mogelijkheid is dat de lezer bij aanvang weet wie de misdaad heeft gepleegd, maar niet hoe de speurder tot de oplossing kwam. Een veelgebruikt stijlmotief is dat de moord of diefstal gepleegd is in een afgesloten ruimte.

Hoewel de schrijvers van de gouden tijd origineel en creatief uit de hoek kwamen, had een gouden detective vaak een voorspelbaar plot. Of volgde het een bepaalde formule. Zo is de plaats van handeling meestal een Engels landhuis, waar een rits personages voor een weekend bijeenkomt. Onder die personages is er vaak een detective, een militair op rust, een actrice of schrijver, een knappe jonge man met een al even knappe en rijke verloofde. Alle personages – behalve de speurder – komen in aanmerking als dader, want uiteraard wordt er tijdens het weekend iemand vermoord.

Omdat het werk van de detectiveschrijvers van het gouden decennium als standaard geldt, is het schrijven in de stijl van een gouden detective nooit verdwenen. Blijkbaar willen we nu liever het origineel.

 

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en komt uit Crisis Magazine.