Spotlight op: Bekentenissen van een Engelse opiumeter

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Confessions of an English Opium-Eater’. 

In 1821 veroorzaakte Thomas De Quincey (1785-1859) heel wat deining met de publicatie van zijn autobiografie: “Bekentenissen van een Engelse opiumeter.” Hierin gaf hij toe dat hij verslaafd was aan laudanum, een opiumpreparaat. Laudanum kon je toen zonder problemen als pijnstiller kopen bij de apotheker om de hoek.

Vele vonden dat De Quincey een te positief beeld gaf van zijn verslaving. Die angst was niet ongegrond, want in de daarop volgende decennia volgden nogal wat Engelse schrijvers De Quinceys voorbeeld.

Een van de personages in Sir Arthur Conan Doyles kortverhaal ‘The man with the twisted lip’ (1891) begon te experimenteren met drugs na het lezen van De Quinceys bekentenissen. Doyles’ creatie Sherlock Holmes gebruikt ook regelmatig drugs.

Handboek voor Russische militairen

Klassiekers zoals ‘Oorlog en vrede’ blijven beklijven.

Al wat de de Russische generaal Mikhail Dragomirov schreef in verband met militarisme en oorlogsvoering werd grondig bestudeerd. Dragomirovs kritiek op ‘Voyná i mir’ (Oorlog en vrede) van Lev Tolstoj ging dan ook niet onopgemerkt voorbij. Dragomirov was het weliswaar niet eens met Tolstojs visie over oorlog, hij beval ‘Oorlog en vrede’ aan als een onmisbaar handboek bij elk werk geschreven over de kunst van het oorlog voeren. Ook andere Russische militairen en schrijvers van militaire handboeken staken de loftrompet over de zeer realistische en hoogst kunstzinnige oorlogsscènes van ‘Oorlog en vrede’.

Roman of historisch werk.

Literaire critici hielden zich aanvankelijk op de vlakte. Tot een anonieme recensent zich uiteindelijk uitsprak over wat elke recensent bezighield: hoe moesten ze dit werk van graaf Lev Tolstoj beoordelen? Was ‘Oorlog en vrede’ nu een roman of een historisch werk? Welke stukken waren fictie en welke niet? De blauwbloedige schrijver maakte het zijn criticasters niet makkelijk door te stellen, dat ‘Oorlog en vrede’ noch een roman noch een historische kroniek was. ‘Oorlog en vrede’ was volgens de maatstaven van die tijd inderdaad geen roman, omdat Tolstoj meer dan een verhaal vertelde. ‘Oorlog en vrede’ bevat ook Tolstojs filosofische bespiegelingen over het leven en de mensheid.

In tegenstelling tot de literaire recensenten waren de lezers niet terughoudend. ‘Oorlog en vrede’ kocht direct uit. De meeste lezers hadden het verhaal als feuilleton gelezen in Russkiy Vestnik en waren dolenthousiast. ‘Oorlog en vrede’ in boekvorm verschilde enorm van de in Russiky Vestnik (1865-1867) gepubliceerde versie, want Tolstoj had zijn oorspronkelijk manuscript meermaals herschreven. Tolstojs vrouw, Sophia Tolstaya kopieerde niet minder dan zeven versies vooraleer haar man zijn werk klaar achtte voor publicatie in boekvorm in 1869.

“War is not a courtesy but the most horrible thing in life; and we ought to understand that, and not play at war. We ought to accept this terrible necessity sternly and seriously. It all lies in that: get rid of falsehood and let war be war and not a game. As it is now, war is the favourite pastime of the idle and frivolous.”

Goed gedocumenteerd.

Voor ‘Oorlog en vrede’ had Tolstoj zich heel goed gedocumenteerd. Hij had elk bestaand Frans en Russisch werk over Napoleons oorlog tegen Rusland gelezen, net als brieven, dagboeken en (auto)biografieën van en over Napoleon en andere hoofdrolspelers van die tijd. Daarnaast had hij ook ooggetuigen geïnterviewd. ‘Oorlog en vrede’ speelt zich namelijk af tussen 1805 en 1820 en volgt het leven van vijf adellijke Russische families tijdens de inval van Napoleon in Rusland. Het is met 15 boeken een van de omvangrijkste werken in de wereldliteratuur. Zo’n 150 van de 600 personages in ‘Oorlog en vrede’ hebben echt geleefd.

Voor de realistische oorlogsscènes had Tolstoj geput uit zijn eigen ervaringen als militair tijdens de Krimoorlog. Zoals generaal Mikhail Dragomirov verordende werd ‘Oorlog en vrede’ verplichte leeskost voor Russische officieren. Tijdens de Tweede Wereldoorlog, de grote patriottische oorlog, kregen Russische soldaten stukken uit ‘Oorlog en vrede’ te lezen. Blijkbaar waren ze meer gegrepen door Tolstojs realistische oorlogsscènes dan door wat ze zelf meemaakten aan het front.

oorlog en vrede
Illustratie bij Oorlog en vrede van Leonid Pasternak.

Bronnen: Wikipedia, Wikimedia, Wikiquote en www.warandpeacetolstoy.com.
Bron afbeelding: Wikimedia Commons

Fictieve held: Tarzan

De meeste literaire helden schitteren op papier. Sommige vinden hun weg naar andere cultuuruitingen, slechts gekleed in een lendendoek. Meer kleren heeft Edgar Rice Burroughs’ aristocratische superheld niet nodig. Het zou ‘The Lord of the Jungle’ alleen maar hinderen. 

Het waren vooral de filmen met Johnny Weissmuller, die Tarzan wereldberoemd maakte. Tarzans geestelijke vader, Edgar Rice Burroughs was niet te spreken over de Weissmuller-Tarzanfilmen. Dit was deels zijn eigen schuld. Zo bedwong hij dat geen enkele verhaallijn of personage uit zijn oorspronkelijke verhalen mocht gebruikt worden. Filmstudio MGM mocht alleen de namen Tarzan en Jane gebruiken.

Burroughs produceerde in 1935 zelf een reeks filmen met zijn held. De ex-verkoper besefte na het eerste succesvolle verhaal van Tarzan: ‘Tarzan of the Apes’ in 1912, dat hij op een goudmijn zat. Dus exploiteerde hij Tarzan op alle mogelijke manieren. Naast Tarzan bedacht Burroughs nog andere helden voor de pulpfictie-industrie. Enkel Tarzan is buiten de VS gekend; hij is dan ook een cultureel icoon.

Grootgebracht door apen.

Tarzan is niet de enige fictieve held, die in lendendoek het grote publiek wist te veroveren. Een lezersgeneratie voor Burroughs’ Tarzan was er Mowgli uit de Jungleboeken van Kipling. Terwijl Mowgli door wolven werd opgevoed, werd Tarzan door een apin geadopteerd en opgevoed. Het was de apin, Kala, die hem zijn naam gaf: Tarzan, wat zo veel betekent als blanke huid. Tarzans echte ouders, Lord en Lady Greystoke waren namelijk overleden.

Aanvankelijk kan Tarzan enkel communiceren met apen. Veel later, als volwassen man ontmoet hij blanken, waaronder Jane Porter, haar vader en de Franse luitenant-ter-zee Paul D’Arnot. Dankzij D’Arnot leert hij zijn eerste menselijke taal, het Frans. Later leert Tarzan ook Engels. Hij is immers enorm intelligent en leert makkelijk talen. Net als alle superhelden uit de pulpfictie heeft hij bovenmenselijke vaardigheden. Gevaar ruikt hij en een vijand hoort hij al op kilometers afstand aankomen. Bovendien veroudert Tarzan niet. Dankzij een zwarte toverdokter beschikt hij over de eeuwige jeugd. In gevechten met wilde dieren komt hij steeds als overwinnaar uit de bus.

Koning van de Mangani’s.

Wat die dieren betreft. Vergeet Cheeta, want in de originele verhalen zijn er geen chimpansees. Pleegmoeder Kala was een Mangani, een bij de mens onbekende mensapensoort. Tarzan is overigens de koning van de Mangani’s. Zijn vaste begeleider is het kleine aapje Nkima. Ook beleeft de Tarzan uit de boeken avonturen met Jad-Bal-Ja, een reusachtige leeuw met zwarte manen en heeft hij een speciale band met olifanten.

Lianen gebruikt de originele Tarzan zelden. In plaats daarvan slingert en springt hij van tak tot tak. Wat hij wel heeft, en wat Weissmullers handelsmerk werd, is de befaamde overwinningsschreeuw.

tarzan

Bron: Wikipedia.
Bron beelden: Wikimedia Commons. De beelden zijn in het publieke domein.