Vrouwelijk karakter van Emmanuel Bove

Hoe ver ga je uit liefde?

Parijs, 1922. Colette Salmand vraagt haar vader om geld. Vier jaar lang heeft ze niets van zich laten horen. Al die tijd woonde ze in Genève met haar geliefde, Jacques. Voor Jacques heeft ze haar comfortabel leven bij haar vader opgegeven. Met Jacques leidt ze een ondergedoken, armoedig leven. Maar hoe ver ga je uit liefde? Hoe geduldig kan je zijn?

Ondanks Colettes eindeloze geduld weet je dat de liefde niet voor eeuwig zal zijn. Angst is geen grond waarop je een gezonde relatie bouwt. Ten slotte ziet zij hem voor wat hij is: ‘een zielige, zieke man.’ Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg Jacques namelijk een granaatscherf in zijn hoofd. Dit ontsloeg hem van verdere legerdienst. Maar als zijn broer sneuvelde, wilde hij per se weer in dienst. De legerarts weigerde. Jacques schoot hem dood en vluchtte. Colette woonde al 4 maanden bij hem, voor hij haar vertelde dat hij gevlucht was en een man gedood had. Het is moeilijk te begrijpen dat ze bij hem blijft: hij is onberekenbaar. En dan is er de armoede. Het maakt je mistroostig. Zo echt weet Bove de armoede een gezicht te geven.

In ‘Vrouwelijk karakter’ volgen de scènes elkaar op. Je ondergaat ze, maar je begrijpt ze niet. Wat speelt er nu? Blijkbaar bevolken enkel stuurloze personages Boves romans. Hoef je bij hem geen psychologie te verwachten. Ongetwijfeld heeft Emmanuel Bove (1898-1945) een lezerspubliek in Nederland en Vlaanderen. Voor mij blijft het bij dit ene boek.

Oorspronkelijke titel: Un caractère de femme.
Jaar van publicatie: 1999.

Artikel 353 van Tanguy Viel

Kort maar overtuigend.

De twee mannen op de motorboot haalden een korf boven. Ineens lag een van de mannen in het water. Hij riep naar de ander, maar die liep naar de stuurhut en vaarde weg. Hij legde aan in de haven en ging naar huis. Een paar uur later belde de politie aan. Of hij mee wou gaan. De man kon zijn verhaal gaan vertellen aan de onderzoeksrechter. Wat had hem bezield? Waarom had hij Antoine Lazenec laten verdrinken? En wie was Antoine Lazenec? 

Visser Martial Kermeur is de verteller in ‘Artikel 353’. Zijn verhaal – een monoloog – vertelt hij jaren later. Wat er gebeurt is na zijn arrestatie en het moment waarop hij dit verhaal uit de doeken doet, kom je niet te weten. Dat is niet van belang voor het verhaal. Wel weet je  – door de verklaring van de titel – bij aanvang van deze korte, roman – dat de man niet zal vervolgd worden. Wat was de reden daarvoor? Waarom was de rechter er innerlijk van overtuigd dat de verdachte geen schuld trof? Kermeur had immers verzuimd om hulp te bieden aan een persoon in nood. Zelf is hij ervan overtuigd, dat hij een moordenaar is. Zijn verhaal staaft dit.

Bovendien was Antoine Lazenec een gemenerik. Een vastgoedmakelaar die iedereen in het dorp gouden bergen had beloofd. ‘Het probleem is dat zelfs een gemenerik, zelfs de ergste smeerlap nog altijd momenten heeft waarop hij geen smeerlap is.’ Zei Kermeurs vrouw overigens niet dat hij schuld had? Schuld aan de veroordeling van hun zoon Erwan? Had de burgemeester, een vriend van Kermeur, geen kogel door zijn hoofd gejaagd? Want naarmate de jaren verstreken, werd iedereen in het dorp somberder en neerslachtiger: de gouden bergen bleven uit. Maar wie weet, kwam het vastgoedproject er uiteindelijk wel.

‘Artikel 353’ is kort, maar overtuigend. Het geheel doet denken aan een roman dur van Georges Simenon met een hoofdpersonage dat een grens overschrijdt. Net als Simenon velt Viel geen oordeel. Dat laat hij aan de lezer over.

Reizen met Charley van John Steinbeck

Een zoektocht naar een schrijver en zijn land.

Had hij nog voeling met het land waarover hij schreef? Sommige vrienden meenden van niet. Bovendien was hem verteld dat hij niet lang meer te leven had. Zijn hart was er slecht aan toe. Als hij nog een roadtrip door de VS wou maken, moest hij het nu doen. In 1935 had hij ooit rondgereisd in een oude bakkerswagen. Hij stopte waar mensen bijeenkwamen, luisterde, keek en voelde en vormde zich zo een beeld van zijn land. In de tussenliggende 25 jaar was er veel veranderd. Anno 1960 koos hij voor een camper en liet die speciaal voor die reis maken. Hij doopte zijn camper naar het paard van Don Quichote, Rocinante. In laatste instantie besloot hij om zijn hond, Charley mee te nemen. Het verhaal van zijn reis doorheen 34 staten kreeg de naam ‘Travels with Charley’, analoog aan Stevensons reisverhaal in de Cevennen, ‘Travels with a Donkey’. Een paar maanden na de goede ontvangst van ‘Reizen met Charley’ kreeg Steinbeck de Nobelprijs voor de literatuur. Dit voor zijn scherpe sociale waarneming.

In tegenstelling tot wat Steinbeck ons wou doen laten geloven, kampeerde hij niet wild maar verbleef hij in hotels en bij vrienden en familieleden. Naast Charley had hij tijdens een groot deel van zijn reis het gezelschap van zijn echtgenote Elaine. Want Charley kon hem onmogelijk naar een dokter brengen als zijn hart het zou begeven. Oude heer Charles le Chien, zoals Charley officieel heette, had prostaatproblemen. Elaine Steinbeck zorgde dus voor twee zieke heren.

Het reisverhaal dat Steinbeck in ‘Reizen met Charley’ vertelt, is grotendeels een werk van fictie. Realistisch is volgens kenners zijn interpretatie over wat hij onderweg hoorde, zag en voelde met betrekking tot de ziel van de VS en de Amerikanen. Deze klassieker heeft dan ook terecht ‘een zoektocht naar Amerika’ als ondertitel. In dit boek voorzag Steinbeck dat we ooit de rekening zouden gepresenteerd krijgen van ons slordig omgaan met de natuur. Schrijnend is het racisme, waar de schrijver geen woorden voor had, maar die juist door dat gebrek aan woorden hard binnenkomt.  

‘Reizen met Charley’ was voor mij ook een humoristische inkijk in het leven en het denken van een groot schrijver. Een man, die wist, dat hij geen jaren meer te leven had. Die er rekening mee hield dat hij zijn roadtrip door de VS nooit zou kunnen navertellen. Maar die die wetenschap wijselijk voor zichzelf hield. En die ons waarschijnlijk deed geloven dat hij zich zorgen maakte over zijn creatieve bron: de gewone Amerikaan en zijn omgeving. 

Oorspronkelijke titel: Travels with Charley.
Jaar van publicatie: 1962

“Ik stuurde Rocinante naar een kleine picknickplaats die werd onderhouden door de staat Connecticut en haalde mijn wegenatlas tevoorschijn. En plotseling werden de Verenigde Staten ongelooflijk groot en onmogelijk te doorkruisen. Ik vroeg me af hoe ik me in godsnaam in een project had kunnen storten dat onuitvoerbaar was. Het was alsof je aan een roman begon. Als ik voor de ellendige onmogelijkheid sta om vijfhonderd pagina’s te schrijven, word ik overvallen door een misselijkmakend gevoel van mislukking, en weet ik dat ik het nooit voor elkaar zal krijgen. Dat gebeurt elke keer weer. Dan schrijf ik langzaamaan één pagina en daarna nog een. Ik kan me niet veroorloven om verder na te denken dan één dag werk, en ik sluit de mogelijkheid uit dat ik het ooit afkrijg. Zo was het ook toen ik naar de felgekleurde voorstelling van het monster Amerika keek. “