Hart der duisternis van Joseph Conrad

Over de duistere kant van de mens.

In opdracht van de Belgische handelsmaatschappij moest Marlow op zoek naar meneer Kurtz. Kurtz was hun succesvolste ivoorhandelaar. De maatschappij had echter al lang niets meer van hem gehoord. De tocht per stoomboot naar Kurtz naar het donkere hart van Congo-Vrijstaat was een ware nachtmerrie. Toen Marlow Kurtz vond, lag die op sterven. Wat een monster was die Kurtz! Afgrijselijk.

“Maar we kunnen niet om het feit heen dat meneer Kurtz de Maatschappij meer kwaad dan goed had gedaan. Hij heeft niet begrepen dat de tijd voor hard optreden nog niet daar was.”

Conrad baseerde zijn novelle ‘Hart der duisternis’ losjes op zijn reis naar Congo-Vrijstaat in 1890. Een reis die Conrad, net als Marlow, bijna fataal was geworden. In Congo-Vrijstaat hoorde Conrad verhalen over wreedheden en was hij zelf getuige van barbaarse praktijken. ‘Hart der duisternis’ is echter niet alleen een tijdsdocument over de wantoestanden in het toenmalig privé-bezit van Koning Leopold II, maar ook een parabel over de duistere kant van de mens.

‘Hart der duisternis’ is controversieel. De Nigeriaanse schrijver Achebe noemde het racistisch. De zwarte inboorlingen worden immers stereotiep neergezet en ze staan symbool voor de mens zonder beschaving. Kurtz’ barbarij komt door de barbaarse en duistere omgeving waarin hij zich bevindt. Toch is ras allesbehalve zwart-wit in ‘Hart der duisternis’. Hoewel Conrad een authentiek portret gaf over hoe in zijn tijd naar ras werd gekeken, was hij kritisch. Hij stelde zich vragen bij de ideeën over ras en imperialisme. Hiermee was Conrad zijn tijd ver vooruit.

Op de vraag waarom hij een racistisch werk als ‘Hart der duisternis’ las, antwoordde de jonge Obama: “Het leert me iets over witte mensen. Het gaat niet over Afrika en over Afrikanen, maar over de man die het schreef. Het gaat over een manier van kijken naar de wereld.” Conrads witte mens huivert immers bij de menselijkheid van de zwarte, bij de gedachte aan verwantschap. Het is ook een horrorverhaal. De voortvarende Kurtz moet uiteindelijk de duimen leggen voor de onzichtbare wildernis.

hart der duisternis
Heart of Darkness (1902)

Voor een novelle is ‘Hart der duisternis’ bijzonder complex. Er is trouwens geen enkel werk in de literatuur dat zo geanalyseerd is dan ‘Hart der duisternis’! Het afgelopen jaar las ik het 2 keer in 2 verschillende vertalingen, en het is alsof ik 2 verschillende boeken heb gelezen. Bij het eerste boek was ik verliefd op het taalgebruik. Dat vond ik minder terug in de tweede vertaling van Bas Heijne. Toch geef ik de voorkeur aan die laatste. Het bracht de ideeën en het cynisme van Conrad beter naar voren.

 

De ongewone lezer van Alan Bennett

De koningin leest.

de ongewone lezer
The Uncommon Reader (2008)

Ze was haar hondjes gevolgd. Die waren aan het keffen naar iets wat zich op een van de binnenplaatsen bevond. Het was een bibliobus. Hij stond naast de vuilbakken voor een van de keukendeuren. Het was een gedeelte van het paleis waar de koningin zelden kwam. Omdat ze haar hondjes amper wist te kalmeren, ging ze het trapje van de bus op om zich te verontschuldigen. Nu zij in de bibliobus was, diende zij een boek te lenen. Maar wat diende ze te lenen? Ze had nooit belangstelling voor lezen gehad. Dan zag ze een boek van Dame Ivy Compton-Burnett. De naam was haar bekend want zij had de schrijfster in de adelstand verheven.

De week daarop ging de koningin terug naar de bibliobus. Ondanks het geploeter had ze het boek uitgelezen. Zo was ze immers opgevoed. Het tweede boek dat ze meenam beviel haar beter. Het beviel haar zo goed dat ze zelfs een licht griepje voorwendde zodat ze kon blijven lezen. De koningin ontdekte al snel dat het ene boek naar het andere leidde. Gezien haar leeftijd – zij was toen al 70- had ze veel tijd in te halen. De dagen waren sowieso te kort voor Elizabeth II van Engeland om al de boeken te lezen die ze wou lezen. Ook was er spijt om de vele momenten die ze onbenut had gelaten. Ze had immers al veel schrijvers ontmoet.

“Nu troffen ze haar dikwijls aan in vreemde, weinig gefrequenteerde uithoeken van haar diverse paleizen, met de bril op het puntje van haar neus en een notitieboekje en schrijfgerei naast zich.” 

De leeswoede van de koningin blijft niet zonder gevolg. Haar taken voert ze nog steeds plichtsgetrouw uit, maar ze beperkt zich tot het strikt noodzakelijke, want er ligt immers een boek op haar te wachten. Uiteindelijk krijgt haar secretaris Sir Kevin de opdracht om haar te laten stoppen met lezen, want de lezende koningin zorgt voor gênante en pijnlijke situaties. Meer nog, het is ronduit subversief.

Subversiviteit is niet iets wat je associeert met de Engelse koningin en het instituut dat ze vertegenwoordigt. ‘De ongewone lezer’ is een dolkomische politieke satire, die een interessant inkijkje geeft in de verhoudingen tussen de koningin en haar hofhouding. De koningin wordt door Bennett subliem en menselijk neergezet. Bovendien is de leeswoede van de koningin heel herkenbaar voor de veellezers onder ons. ‘De ongewone lezer’ is ook een ode aan het lezen. Alleen zal jouw en mijn leeswoede nooit zo’n verstrekkende gevolgen hebben voor een natie, als die van Elizabeth II.

Het fantoom van Alexander Wolf van Gajto Gazdanov

“Van al mijn herinneringen,
van die eindeloze reeks
ervaringen uit mijn leven,
is de pijnlijkste de herinnering
aan de enige moord die ik heb
begaan. Sinds het moment dat
die plaatsvond, kan ik me geen
dag heugen dat ik er geen spijt
over heb gevoeld”.

Filosofische ideeën in romanvorm.

Het was een van de talloze voorvallen uit de Russische burgeroorlog geweest. Ik reed alleen op een zwarte merrie over een verlaten, verslingerde weg. Toen, in een bocht in de weg mijn paard neerzeeg. Het was neergeschoten. Ik slaagde er nog net in mijn voet uit de stijgbeugel los te maken. Niet ver van me vandaan naderde een ruiter op een wit paard. Ik trok een pistool. Op het moment dat de ruiter zijn teugels losliet schoot ik. Hij zakte uit zijn zadel en viel langzaam op de grond. Ik liep naar de man toe en boog me over hem. Hij was stervende. Plots droeg een windvlaag uit de verte het getrappel van een stel paarden naar me toe. Ik sprong op het witte paard en reed weg. Een paar dagen voor ik Rusland voorgoed verliet, verkocht ik het. Het pistool waarmee ik had geschoten wierp ik weg in de zee.

Parijs, 1936. De anonieme verteller krijgt een Engelstalige verhalenbundel in handen. In de bundel leest hij een verhaal waarin tot in het kleinste detail zijn moord beschreven staat. Voor de man is het duidelijk: de schrijver is diegene waarop hij geschoten heeft. Hij heet Alexander Wolf en woont in Londen. Tijdens een verblijf in Londen gaat de verteller langs bij de uitgever. De uitgever verzekert hem dat Alexander Wolf een Engelsman is en dat het verhaal verzonnen is. Maar terug thuis in Parijs ontmoet de verteller Vladimir Petrovitsj Voznesenski. Vladimir heeft met Sasja Wolf in de Russische burgeroorlog gevochten. Bijna had hij een dodenmis voor zijn vriend laten opdragen, nadat hij hem stervende terugvond. Maar Sasja Wolf overleefde. Vladimir is niet de enige Russische balling in Parijs, die Sasja oftewel Alexander Andrejevitsj kent. Maar waarom is de verteller zo geïnteresseerd in Alexander Wolf?

het fantoom van alexander wolf
‘Prizrak Aleksandra Wolfa’ (1947-1948)

Gajto Gazdanov vocht in de Russische burgeroorlog, ontvluchtte Rusland en leefde vervolgens als balling in Parijs, waar hij zich ontpopte tot een van de begaafdste Russische emigrant-schrijvers. ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ verscheen na de Tweede Wereldoorlog, omstreeks dezelfde periode als ‘De pest’ van Albert Camus.

Net als in ‘De pest’ is het verhaal in ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ een manier om filosofische ideeën en gedachten over dood en leven aan te brengen. Gazdanov legde andere accenten. ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ gaat onder meer over de dubbele onontkoombaarheid, doden of gedood worden. En de onwaarschijnlijke samenloop van omstandigheden die levens met elkaar verbindt. Het maakt ‘Het fantoom van Alexander Wolf’ tot een bevreemdend, maar intrigerend verhaal. Het einde werkt abrupt met een verteller, die ineens een andere kant van zichzelf laat zien. Toch had het verhaal niet anders kunnen eindigen.