De geest van Jonah Boyd van David Leavitt

Literair entertainment.

De familie Wright vierde elk Thanksgiving-feest met een groot diner. Voor het diner nodigden ze altijd studenten uit die om een of andere reden met de feestdagen in Wellspring waren gebleven. Ook Ernest Wrights minnares en secretaresse op het psychologisch instituut, Denny Denham was een vaste gast.

Denny kwam vaak bij de Wrights over de vloer. Nancy Wright had Denny gevraagd om quatre-mains met haar te spelen. Hoewel het haar stoorde dat Denny niet zo goed piano kon spelen als Anne Amstrong, haar beste vriendin uit Bradford. Denny stoorde zich aan Nancy omdat ze haar als een gratis dienstmeisje behandelde. Nancy nodigde haar namelijk uit voor theekransjes en verwachtte dat ze koffie inschonk en de afwas deed. Ook op de Thanksgiving-feestjes kwam Denny goed van pas: ze kon jus maken zonder klontjes. Toch was Denny dol op Nancy omwille van haar moederlijke zorg.

Denny zou nooit het Thanksgiving-feest van 1969 vergeten. Zij was niet de enige die dit feest nooit zou vergeten, want het leven van alle aanwezigen veranderde ingrijpend door de komst van de Boyds uit Bradford. Ook voor de bekende schrijver Jonah Boyd was het feest een ramp: hij verloor een manuscript.

Na een grondige introductie van de personages kom je halverwege bij het drama: het verlies van een manuscript. Het is trouwens Denny, die het verhaal 30 jaar na datum vertelt. Althans Leavitt laat je geloven, dat zij het verhaal vertelt. Helemaal op het einde is zij maar een personage in de handen van een schrijver. Het verhaal is soms ongeloofwaardig. Maar dit wordt ruim goedgemaakt door een goede spanningsboog en interessante personages. Door het achterhouden van informatie zet Leavitt je op het verkeerde been, maar tegelijkertijd weet hij je nieuwsgierigheid en je lachspieren te prikkelen. Kortom: ‘De geest van Jonah Boyd’ entertaint en leest vlot weg.

 

Oorspronkelijke titel: The Body of Jonah Boyd.
Datum van publicatie: 2004

Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull van Thomas Mann

Bedrog als kunst.

Nadat hij op meesterlijke wijze de dienstplicht in Duitsland weet te ontlopen, gaat Felix Krull in Parijs werken in een hotel. De gladde prater weet het te schoppen van liftboy tot kelner. Daarnaast houdt hij zich bezig met diefstal. Zo besteelt hij de steenrijke mevrouw Houpflé, een vaste gast in het hotel. Pikant detail: zij weet dat hij haar besteelt. Maar ja, zij is dol op jonge mannen en Felix is toch zo geweldig in bed.

De perfectionist in Felix vervult elke rol met verve. Hij weet zich aan elke situatie aan te passen en voelt andermans zwakke plekken moeiteloos aan. Last van zijn geweten heeft hij niet. Als hij niet werkt, dan flaneert hij als een echte heer in kostuum door Parijs en frequenteert hij chique gelegenheden. Op een dag merkt een hotelgast hem op. Het duurt niet lang of de gast, de Luxemburgse markies de Venosta, vraagt Felix om zijn plaats in te nemen.

Volgens Mann-kenners is de ‘Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull’ zijn luchtigste en vrolijkste roman. Mann zag het Felix Krullproject als een parodie op de memoires van Goethe, ‘Dichtung und Wahrheit’. Hij had de roman al in 1907 gepland. In 1910 begon hij met het schrijven ervan. Het idee van het verhaal had hij ontleend aan de memoires van Georges Manolescu, ‘Ein Fürst der Diebe’ en ‘Gescheitert’.

Manolescu was een Roemeense oplichter en hoteldief. Toen hij in 1901 tegen de lamp liep, bleek tijdens zijn proces in Berlijn dat de adellijke hoofden van Europa hem kende als Prins Lahovary. De gevangenis vond de rechter niet de juiste plaats voor de nepprins, wel het krankzinnigengesticht. Hier schreef Manolescu zijn memoires. Die memoires waren lucratief. Door zijn proces was hij immens populair geworden. Bovendien hadden enkele van zijn slachtoffers zwijggeld betaald. In de jaren 20 werden zijn memoires 3 keer verfilmd.

Mann was echter al in 1913 met de ontboezemingen van Krull gestopt, en probeerde het alsnog in 1950 af te maken. In 1954 kwamen de eerste 3 delen uit. De 3 andere geplande delen zou hij nooit schrijven. Volgens hem zou niemand daarom treuren.

Mann wist niet welke vorm hij best aan Krulls ontboezemingen gaf, en dat merk je als lezer. Het verhaal begint als een klassieke ontwikkelingsroman, gaat over in een schelmenroman, om te eindigen in filosofische en wetenschappelijke bespiegelingen. Het verhaal komt traag op gang. Ook is het wennen aan de toon en stem van Felix: arrogant, spottend, breedvoerig en gezwollen. De hoogtepunten in Felix’ relaas zijn de militaire keuring en zijn complexe leven als hotelbediende, dief en gedistingeerde heer, waarin zijn verschillende gezichten naar voren komen. De scène met mevrouw Houpflé is hilarisch, maar er over. Al bij al is het jammer, dat de roman onafgewerkt is gebleven. Want de insteek is briljant: de burgerlijke maatschappij ontmaskerd door een artistiek begaafde oplichter. Oplichten is immers een kunst. Mensen willen bedrogen worden, zoals duidelijk naar voren komt uit Krulls memoires. 

 

Oorspronkelijke titel: Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull.
Jaar van publicatie: 1954.

 

De terugkeer van Filip Latinovicz van Miroslav Krleža

Over een kunstenaar in crisis.

“De ochtend gloorde toen Filip op het station van het Kaptol arriveerde. Drieëntwintig jaar was hij niet in dit oord geweest, maar hij wist nog altijd wat hem te wachten stond: rotte, morsige daken en de appelvormige spits van de fraterstoren en het grijze, door de wind verweerde huis met één verdieping aan het einde van de donkere laan, met het gipsen medusahoofd boven de zware beslagen eikenhouten deur en de kille deurklink. Drieëntwintig jaar waren verstreken sinds die ochtend waarop hij zich als een verloren zoon tot voor deze deur had gesleept: een gymnasiast uit de zevende klas die van zijn moeder een honderdje had gestolen, drie dagen en drie nachten met publieke vrouwen en serveersters had geslempt en die toen hij thuiskwam de deur gesloten had aangetroffen en op straat was gezet, sindsdien leefde hij op straat, al vele jaren lang, en er was eigenlijk niets veranderd.”

En toch is er veel veranderd! Het einde van de Eerste Wereldoorlog luidde het einde in van de Dubbelmonarchie, Oostenrijk-Hongarije. Filip is nu een inwoner van het koninkrijk der Serven, Kroaten en Slovenen. In het provinciale Kroatië is de tijd evenwel blijven stilstaan. Niet enkel de gebouwen zien er hetzelfde uit, ook de mensen geloven nog steeds in hekserij.

Het is overigens op vraag van zijn moeder dat Filip terugkeert. Filip is een succesvolle maar gedesillusioneerde kunstenaar. Hij gaat door een identiteitscrisis. Dat is overigens niet de eerste keer. Heel zijn kindertijd werd verpest door de vraag: wie is mijn vader? Met zijn terugkeer hoopt hij zijn geloof in zowel het leven als in de kunst te herstellen. In de nasleep van de Groote Oorlog is de kunstwereld immers enorm veranderd. Futurisme, dadaïsme, expressionisme, absurdisme…je zou als kunstenaar al voor minder een crisis krijgen. Zijn moeder wil een portret van zijn hand. Maar hoe gaat hij haar schilderen? En waar? Gaat hij haar realistisch schilderen? Of wordt het zijn interpretatie van de werkelijkheid? Een pijnlijke situatie, die ook de moeilijke relatie tussen moeder en zoon blootlegt.

Naast de moeder en Filip zijn er ook andere intrigerende personages, zoals Vladimir von Ballocsansky, een telg uit een bourgeoisfamilie en de gevallen vrouw, Bobočka von Radak. Zowel Filip als Vladimir zijn in de ban van Bobočka. Een conflict dat leidt tot een dramatisch slot. ‘De terugkeer van Filip Latinovicz’ is ook een ideeënroman. Krleža geeft namelijk zijn visie over de mens en de samenleving.

Miroslav Krleža (1893-1981) geldt nog steeds als een van de belangrijkste schrijvers van Centraal-Europa. In de periode 1958 en 1964 is hij zeven jaar na elkaar genomineerd geweest voor de Nobelprijs. ‘De terugkeer van Filip Latinovicz’ (1932) is de eerste moderne roman van de Kroatische literatuur en een terechte klassieker. Het is geschreven in een unieke en prachtige stijl. Een stijl, die als het ware het verhaal voortstuwt.

 

Oorspronkelijke titel: Povratak Filipa Latinovicza.
Datum van publicatie: 1932.