The American van Martin Booth

Een onalledaags romanpersonage aan het woord

Ik krijg geen hoogte van hem. Hij cirkelt rond als een gier die wacht tot het lijk stil ligt, zijn aanwezigheid stoort voortdurend, hij is als een bromvlieg die steeds net buiten bereik blijft van het opgevouwen sportkatern van de krant. Als een wesp op het picknicklaken. Hij wacht zijn tijd af. Maar waarom?’ Ik wil hem niet doden. Maar schaduwfiguren laten zich niet zomaar wegjagen. Toch moet hij mijn laatste schaduwfiguur zijn.

Vanwege de vlinders die hij schildert, noemen de inwoners van het dorpje hem signor Farfalle. De naam die op zijn briefwisseling staat, is niet zijn echte naam. Die houdt hij voor zich. Hoewel hij zijn gedachten met de lezer deelt, deelt hij geen persoonlijke gegevens. Veel te gevaarlijk. Alle politiediensten en geheime diensten hebben namelijk een dik dossier over hem. Al heel zijn leven kijkt hij achterom. Schaduwfiguren herkent hij meteen. De schaduwfiguur die hem nu volgt, is anders. Hij is geen agent of spion. Niettemin moet hij hem kwijtraken. Hoewel hij zich nooit aan een plek heeft gehecht of vriendschappen sloot, heeft hij zijn hart aan dit Italiaanse dorpje en een lokale schoonheid verloren.

Martin Booth beheerste zijn vak uitmuntend, want dit boek is goed geschreven, heeft een interessante setting en opbouw. Na honderd pagina’s krijg je een antwoord op de vraag waarom het ik-personage altijd achterom kijkt. Signor Farfalle is een piccolo van de dood: hij maakt wapens. Zijn klanten zijn voornamelijk huurmoordenaars. Wanneer hij aan de slag gaat voor zijn laatste klant, merkt hij de schaduwfiguur op. Is er een connectie tussen die schaduwfiguur en zijn laatste klant? Wie is die schaduwfiguur? Zal hij moeten vluchten of bouwt hij een nieuwe toekomst op met Clara? ‘The American’ blijft boeien tot de allerlaatste zin. Voor thrillerliefhebbers zal dit boek te traag op gang komen en onvoldoende boeien. Maar voor lezers, die graag in het hoofd zitten van een onalledaags romanpersonage, is het genieten. Signor Farfalle heeft bovendien een mening over zijn branche en werk. Een mening, die hout snijdt, maar die niet de jouwe hoeft te zijn.

Oorspronkelijke titel: A Very Private Gentleman
Jaar van publicatie: 1991

Vrouwelijk karakter van Emmanuel Bove

Hoe ver ga je uit liefde?

Parijs, 1922. Colette Salmand vraagt haar vader om geld. Vier jaar lang heeft ze niets van zich laten horen. Al die tijd woonde ze in Genève met haar geliefde, Jacques. Voor Jacques heeft ze haar comfortabel leven bij haar vader opgegeven. Met Jacques leidt ze een ondergedoken, armoedig leven. Maar hoe ver ga je uit liefde? Hoe geduldig kan je zijn?

Ondanks Colettes eindeloze geduld weet je dat de liefde niet voor eeuwig zal zijn. Angst is geen grond waarop je een gezonde relatie bouwt. Ten slotte ziet zij hem voor wat hij is: ‘een zielige, zieke man.’ Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg Jacques namelijk een granaatscherf in zijn hoofd. Dit ontsloeg hem van verdere legerdienst. Maar als zijn broer sneuvelde, wilde hij per se weer in dienst. De legerarts weigerde. Jacques schoot hem dood en vluchtte. Colette woonde al 4 maanden bij hem, voor hij haar vertelde dat hij gevlucht was en een man gedood had. Het is moeilijk te begrijpen dat ze bij hem blijft: hij is onberekenbaar. En dan is er de armoede. Het maakt je mistroostig. Zo echt weet Bove de armoede een gezicht te geven.

In ‘Vrouwelijk karakter’ volgen de scènes elkaar op. Je ondergaat ze, maar je begrijpt ze niet. Wat speelt er nu? Blijkbaar bevolken enkel stuurloze personages Boves romans. Hoef je bij hem geen psychologie te verwachten. Ongetwijfeld heeft Emmanuel Bove (1898-1945) een lezerspubliek in Nederland en Vlaanderen. Voor mij blijft het bij dit ene boek.

Oorspronkelijke titel: Un caractère de femme.
Jaar van publicatie: 1999.

Artikel 353 van Tanguy Viel

Kort maar overtuigend.

De twee mannen op de motorboot haalden een korf boven. Ineens lag een van de mannen in het water. Hij riep naar de ander, maar die liep naar de stuurhut en vaarde weg. Hij legde aan in de haven en ging naar huis. Een paar uur later belde de politie aan. Of hij mee wou gaan. De man kon zijn verhaal gaan vertellen aan de onderzoeksrechter. Wat had hem bezield? Waarom had hij Antoine Lazenec laten verdrinken? En wie was Antoine Lazenec? 

Visser Martial Kermeur is de verteller in ‘Artikel 353’. Zijn verhaal – een monoloog – vertelt hij jaren later. Wat er gebeurt is na zijn arrestatie en het moment waarop hij dit verhaal uit de doeken doet, kom je niet te weten. Dat is niet van belang voor het verhaal. Wel weet je  – door de verklaring van de titel – bij aanvang van deze korte, roman – dat de man niet zal vervolgd worden. Wat was de reden daarvoor? Waarom was de rechter er innerlijk van overtuigd dat de verdachte geen schuld trof? Kermeur had immers verzuimd om hulp te bieden aan een persoon in nood. Zelf is hij ervan overtuigd, dat hij een moordenaar is. Zijn verhaal staaft dit.

Bovendien was Antoine Lazenec een gemenerik. Een vastgoedmakelaar die iedereen in het dorp gouden bergen had beloofd. ‘Het probleem is dat zelfs een gemenerik, zelfs de ergste smeerlap nog altijd momenten heeft waarop hij geen smeerlap is.’ Zei Kermeurs vrouw overigens niet dat hij schuld had? Schuld aan de veroordeling van hun zoon Erwan? Had de burgemeester, een vriend van Kermeur, geen kogel door zijn hoofd gejaagd? Want naarmate de jaren verstreken, werd iedereen in het dorp somberder en neerslachtiger: de gouden bergen bleven uit. Maar wie weet, kwam het vastgoedproject er uiteindelijk wel.

‘Artikel 353’ is kort, maar overtuigend. Het geheel doet denken aan een roman dur van Georges Simenon met een hoofdpersonage dat een grens overschrijdt. Net als Simenon velt Viel geen oordeel. Dat laat hij aan de lezer over.