Lezen op school

Naast boeken bespreken neem ik af en toe ook mijn lees- en blogwereld onder de loep. Vandaag heb ik het over lezen op school.

Lezen op school. Ik heb er geen goede herinneringen aan. Ik was altijd blij als we zelf mochten kiezen wat we wilden lezen. Verplichte boeken vielen altijd slecht. ‘De aanslag’ van Harry Mulisch en ‘Lolita’ van Vladimir Nabokov, ze doen me nog steeds ineenkrimpen. En wat te denken van het wekelijks terugkerend leesuurtje waarbij klassikaal een boek van kaft tot kaft werd gelezen. Ik las zo ‘Het boek Alpha’ van Ivo Michiels, en als ik het me goed herinner ook ‘De Kapellekensbaan’ van Louis Paul Boon. Vreselijk.

Zelfs als volwassene snap ik nog steeds niet de bedoeling van klassikaal lezen uit een klassieker. Ik hoop dat de leerkrachten van tegenwoordig andere manieren hebben gevonden om leerlingen te laten kennismaken met literatuur. Hoewel je je de vraag kan stellen of het nu echt om literatuur moet gaan. Ik heb me toen eens gewaagd aan Charles Dickens, maar las ‘David Copperfield’ maar voor de helft. Allicht was het te hoog gegrepen. Ik las als tiener trouwens vooral Enid Blyton. Van de dolle tweeling, de vijf en de vijf detectives had ik alle boeken.

Net als mijn toen favoriete fictieve helden stopte ik mijn rok- en broekzakken vol met materiaal, dat me in een noodsituatie zou helpen, zoals een vergrootglas, een kompas, een zakmesje. Met een paar vriendinnen had ik een clubje opgericht: de vijf. We schreven toen brieven in geheimschrift naar elkaar, wat ik in mijn poppenwiegje verstopte. De boeken van Blyton prikkelde dus behoorlijk mijn fantasie, wat ik van Mulisch, Nabokov, Boon en Michiels niet kon zeggen. Oké, er zaten een paar jaar tussen Blyton, Mulisch, Nabokov, Boon en Michiels, maar lezen moet leuk blijven. En vooral: het moet aangepast zijn aan je niveau, je leefwereld en je interesses. Wat had ik gemeen met een oude vieze man die maar steeds aan Lolita moest denken?

Als ik al slechte herinneringen heb aan de verplichte literatuur op school, hoe zit het dan met mensen die niet graag lezen? En jij? Heb jij goede herinneringen aan lezen op school? Of krimp je nog steeds ineen bij het vernoemen van dat ene klassieke boek, of die ene bekende schrijver?

Boekenkijkje

Na mijn blogvakantie in juni was ik er terug op 30 juni met de bespreking van ‘We hebben altijd in het kasteel gewoond’ van Shirley Jackson. Een schrijfster, die terecht terug in de belangstelling staat.

In juli en augustus besprak ik volgende boeken:

De vrouw in het zwart van Susan Hill;
Conclaaf van Robert Harris;
De non van Denis Diderot;
Paarse hibiscus van Chimamanda Ngozi Adichie;
Terug naar Mogadishu van Nuruddin Farah;
Kinderen van de revolutie van Dinaw Mengestu;
en Schitterende dieren van Lawrence Osborne.

Die laatste deed me ongewild denken aan ‘Het zingende gras’ van Doris Lessing. Zowel in ‘Het zingende gras’ als in ‘Schitterende dieren’ hield ik niet van het gezelschap van de hoofdpersonages. Ondanks het onaangename gezelschap wist ik beide verhalen te waarderen. doris lessing‘Schitterende dieren’ is niet Osbornes eerste roman, maar wel de eerste die in het Nederlands verschijnt. Hopelijk volgen er nog meer vertalingen.

‘Het zingende gras’ was mijn eerste Doris Lessing. Intussen las en besprak ik al verschillende romans van Lessing op Boeken. Een paar blogs terug publiceerde ik een citaat van Lessing over schrijven, dat je hier als afbeelding bij dit blog ziet.

Verder publiceerde ik nog volgende blogs:

Spotlight op: ‘La dame aux camélias’ van Alexandre Dumas fils;
auteursportretten van Alexandre Dumas père en de onlangs overleden V.S. Naipaul;
klassieker: Een wereld valt uiteen van Chinua Achebe;
fictieve held: Het spook van de opera;

En waarover heb jij de afgelopen twee maanden geblogd? 

 

 

De foto bovenaan komt van Pixabay. 

Over tweeten en pinnen

Naast boeken bespreken neem ik af en toe ook mijn lees- en blogwereld onder de loep. Vandaag heb ik het over tweeten en pinnen.  

Toen ik met mijn blog begon en besefte hoeveel werk bloggen inhoudt, was ik even in paniek. Er kwam te veel op me af: een website maken, een menu voorzien, content maken en aanwezig zijn op social media. Ik koos aanvankelijk om voluit te gaan voor schrijven. Eventuele aanwezigheid op social media was voor later. Dat werd een behoorlijke later. Naast het schrijven was er namelijk de planning van mijn blogs, dat ik enkel met de jaren wist te verfijnen en te verbeteren. En uiteraard veranderde het uitzicht van mijn blog naarmate ik beter leerde werken met WordPress.

Eind vorig jaar verruilde ik mijn WordPress backend eindelijk voor live aanwezigheid op Twitter. Daarvoor was ik al een tijd passief aanwezig met Boeken op Twitter. Momenteel is het nog zoeken naar een concept voor mijn tweets. Kortom, twitteren vraagt niet enkel tijd, maar heeft net als bloggen tijd nodig om te groeien. Net als bij bloggen, vind ik het bedenken van de tweets het leukst. Mijn tweets maak ik sinds kort overigens in Canva.

Begin volgend jaar wil ik graag met Boeken aanwezig zijn op Pinterest. Intussen kan ik wat prutsen in Canva, nadenken over welke borden ik juist ga gebruiken en mijn tweets verbeteren.

Op welke socialmediakanalen ben jij aanwezig? Pakte jij het geleidelijk aan? Of was je al van het prille begin aanwezig op jouw socialmediakanalen?