Boekenkijkje

Het is weer tijd voor een Boekenkijkje. In Boekenkijkje lees je wat er de voorbije twee maanden op Boeken is gepubliceerd.

De boekrecensies in september en oktober waren:

Die nacht zag ik haar van Drago Jančar;
Het oog van de rode tsaar van Sam Eastland;
Een klasse apart van Joanne Harris;
De meester van Colm Tóibín;
Onze zielen bij nacht van Kent Haruf;
Boven de waterval van Ron Rash;
Heimwee van Luiza Sauma;
De afstand die ons scheidt van Renato Cisneros.

In de categorie boeken las je: 

Fictieve heldin: Anna Karenina;
spotlight op: All the King’s Men van Robert Warren Penn;

En in de categorie auteurs:

Citaten van Aldous Huxley en John Dos Passos;
en een auteursportret van dichter T.S. Eliot;

Hoe zit het met jouw herinneringen aan de verplichte literatuur op school? Ik heb -helaas – geen goede leesherinneringen aan mijn schooltijd.

 

Lezen op school

Naast boeken bespreken neem ik af en toe ook mijn lees- en blogwereld onder de loep. Vandaag heb ik het over lezen op school.

Lezen op school. Ik heb er geen goede herinneringen aan. Ik was altijd blij als we zelf mochten kiezen wat we wilden lezen. Verplichte boeken vielen altijd slecht. ‘De aanslag’ van Harry Mulisch en ‘Lolita’ van Vladimir Nabokov, ze doen me nog steeds ineenkrimpen. En wat te denken van het wekelijks terugkerend leesuurtje waarbij klassikaal een boek van kaft tot kaft werd gelezen. Ik las zo ‘Het boek Alpha’ van Ivo Michiels, en als ik het me goed herinner ook ‘De Kapellekensbaan’ van Louis Paul Boon. Vreselijk.

Zelfs als volwassene snap ik nog steeds niet de bedoeling van klassikaal lezen uit een klassieker. Ik hoop dat de leerkrachten van tegenwoordig andere manieren hebben gevonden om leerlingen te laten kennismaken met literatuur. Hoewel je je de vraag kan stellen of het nu echt om literatuur moet gaan. Ik heb me toen eens gewaagd aan Charles Dickens, maar las ‘David Copperfield’ maar voor de helft. Allicht was het te hoog gegrepen. Ik las als tiener trouwens vooral Enid Blyton. Van de dolle tweeling, de vijf en de vijf detectives had ik alle boeken.

Net als mijn toen favoriete fictieve helden stopte ik mijn rok- en broekzakken vol met materiaal, dat me in een noodsituatie zou helpen, zoals een vergrootglas, een kompas, een zakmesje. Met een paar vriendinnen had ik een clubje opgericht: de vijf. We schreven toen brieven in geheimschrift naar elkaar, wat ik in mijn poppenwiegje verstopte. De boeken van Blyton prikkelde dus behoorlijk mijn fantasie, wat ik van Mulisch, Nabokov, Boon en Michiels niet kon zeggen. Oké, er zaten een paar jaar tussen Blyton, Mulisch, Nabokov, Boon en Michiels, maar lezen moet leuk blijven. En vooral: het moet aangepast zijn aan je niveau, je leefwereld en je interesses. Wat had ik gemeen met een oude vieze man die maar steeds aan Lolita moest denken?

Als ik al slechte herinneringen heb aan de verplichte literatuur op school, hoe zit het dan met mensen die niet graag lezen? En jij? Heb jij goede herinneringen aan lezen op school? Of krimp je nog steeds ineen bij het vernoemen van dat ene klassieke boek, of die ene bekende schrijver?