Runshoppen in een boekwinkel

Mijn eerste bezoek aan een boekwinkel na de lockdown.

Eén van mijn neussteuntjes van één van mijn brillen was afgebroken. Ik had gebeld en mocht zonder afspraak langskomen. De reparatie duurde maar een half uurtje. Ik mocht in de winkel wachten, maar zag daar vanaf. Een koffie drinken ging niet, vanwege de gesloten cafés, dus liep ik maar wat rond. 

Ik was boekhandel De Slegte al bijna voorbij gelopen, zag uiteindelijk toch een deur waarlangs ik de schaars verlichte winkelruimte kon betreden. De gebruikelijke communicatie over het aantal klanten per vierkante meter, het al dan niet dragen van een mondkapje, het houden van afstand en dergelijke, ontbrak hier, net als de gebruikelijke postkaartenmolens aan de ingang. Vanuit mijn rechterooghoek zag ik op het lage, lange boekenrek wel een flesje ontsmettingsgel.

Net voor ik ‘De vulkaan van Klaus Mann’ vastnam, had ik met mijn gedesinfecteerde handen al een ander boek vastgenomen, gescand en teruggezet, me afvragend of het oké zou zijn, om boeken uit het rek te nemen en te bekijken. Natuurlijk was mijn handeling onopgemerkt en zonder gevolg gebleven. Buiten de aangepaste winkelervaring en de handgel was alles hier zoals vanouds.

Of toch bijna.

Behalve mij was er nog een klant, een dame van ongeveer mijn leeftijd, die haar deel van de winkel bestreek. Ik had alvast genoeg aan mijn deel. Liet mijn blik weloverwogen over de boekenrekken gaan, las hier en daar titels op ruggen en bekeek rustig de uitgestalde omslagen.

Stipt dertig minuten later stond ik weer bij de opticien. De reparatie was zoals altijd graag gedaan en zonder kosten. Naast een mooie opgepoetste bril met twee nieuwe neussteunen ging ik ook naar huis met een ‘gerunschopt’ exemplaar van ‘De vulkaan’ en ‘De geest van Jonah Boyd’ in mijn draagbare handtas.

De afbeelding bij dit blog is van S. Hermann & F. Richter via Pixabay.

Alice en ik

Met haar lange blonde haren, haar blauw jurkje en wit schortje ziet ze er nog steeds hetzelfde uit. Ik leerde haar kennen via een strip, waarin ze me meenam naar een Wonderland, vol met speelkaarten, een gekke hoedenmaker, een waterpijprokende rups, een grijnzende kolderkat en een wit konijn met een horloge. Zij raakte een gevoelige snaar in mijn kinderhartje. Want ik gaf me een tijdlang uit voor haar, tot grote verwarring van mijn kleuterjuf. Zelf heb ik daar geen herinneringen aan; het is een naverteld feit.

De strip, daarentegen, kan ik me nog voor mijn geestesoog halen. Het was geïnspireerd op de film van Walt Disney, want zij had die typische grote ogen van tekenfilmhelden.

Ik neem het mezelf nog steeds kwalijk, dat ik als tiener tekstballonnen begon te lezen. Want op die fatale dag verdween de magie van mijn kindertijd. Ik had immers jarenlang mijn eigen fantastische verhalen verzonnen rond de kleurige plaatjes die ik bekeek. De avonturen van mijn striphelden, Suske en Wiske en Jommeke waren bij lange na niet zo spannend meer als daarvoor. Of dit ook opging voor mijn Alicestrip, weet ik niet meer. Ik zag het toen allicht voor wat het was: een warrig kinderverhaal.

Jaren heb ik niet meer aan Alice en haar verhaal gedacht. Enkel tijdens de voorbije 5 jaar kruiste zij weer mijn pad, hier op Boeken en op reis in Oxford. In die statige universiteitsstad kon ik niet naast haar kijken. Hier schreef Lewis Carroll immers zijn nonsensverhaal over een meisje, dat in haar droom een wit konijn volgt, vervolgens in een konijnenhol valt en terechtkomt in een bizarre wereld. 

Toeval wil, dat ik Alice daarnet nog zag, op een bedankingskaartje dat bij mijn bestelling zat van boekhandel het Stad Leest. Hoewel het citaat op het kaartje uit ‘Alice in Wonderland’ komt, ken ik het niet.  

– Wordt het nu eens niet stilletjes aan tijd dat ik deze klassieker lees? Vooral omdat Wonderland ooit een deel was van een tijd, waarin ik avonturen verzon en me identificeerde met Alice. In die tijd waren gekke werelden nog gewoon verzinsels. Of dromen van kleine, eigengereide meisjes.- 

Want anno 2020 heb je geen droom meer nodig om terecht te komen in een wereld, waarin alles anders en vreemd is. Sinds kort dwingt een dodelijk virus ons namelijk tot het dragen van mondmaskers en laat het verzorgend personeel rondstrompelen in pakken, die eerder thuishoren in een sf-verhaal. Voorlopig kunnen we enkel maar speculeren over wanneer alles weer zal worden zoals voorheen.

Boekenkijkje

Welke recensies en blogs kon je in maart en april op Boeken lezen? Naar goede gewoonte blik ik even terug.

De recensies:

Voorbije liefdes van Richard Yates;
De ballade van het treurige café van Carson McCullers;
Saluut aan Catalonië van George Orwell;
Winter in Madrid van C.J. Sansom;
Bewaring van Graham Norton.

Wat las je nog meer op Boeken?:

Gespot: Duizend manen van Sebastian Barry;
Schrijver zijn volgens Shaw;
iets meer over de klassieker ‘Het geraas en gebral’ van William Faulkner;
Spotlight op: De groep van Mary McCarthy;
Een auteursportret van Karen Blixen.