Het ultieme anti-oorlogsboek

Klassiekers zoals ‘Im Westen nichts Neues’ zijn literaire getuigenissen.

Op de vooravond van wapenstilstand, ter nagedachtenis van de Groote Oorlog sta ik even stil bij het het ultieme anti-oorlogsboek: ‘Im Westen nichts Neues’ van de Duitse schrijver Erich Maria Remarque. 

‘Van het Westelijk Front geen nieuws’ vertelt het verhaal van Paul Baumer, 19 jaar. Paul en zijn klasgenoten worden in 1916 overgehaald dienst te nemen in het leger. Van Pauls klas sneuvelt de één na de ander. Ook Paul sneuvelt in oktober 1918.

Net als Paul Bammer kreeg Erich Maria Remarque zijn oproep voor het leger in 1916, en diende hij aan het Westelijk Front. Hier geraakte hij verschillende keren gewond.

Geschiedvervalsing.

Uitgeverij Ullstein publiceerde ‘Im Westen nichts Neues’ in 1929, nadat fragmenten van het verhaal in de Duitse krant ‘Vossische Zeitung waren verschenen en voor recordoplagen hadden gezorgd. Toch was Remarques boek controversieel en was het al door een uitgever geweigerd. ‘Im Westen nichts Neues’ schetste een heel realistisch beeld van de oorlogsgruwel. Dit beeld paste niet binnen de nationaal-socialistische verheerlijking van de heldhaftige en tot opoffering bereide Duitse soldaten tijdens de Groote Oorlog. Kritiek vanuit nationaal-socialistische hoek bleef niet uit. Voor de nationaal-socialisten was ‘Van het Westelijk Front geen nieuws’ geschiedvervalsing, had de schrijver geen legerdienst vervuld en was hij joods. Ondanks de politieke controversie gingen er tijdens de eerste drie maanden in Duitsland alleen al 1 miljoen exemplaren over de toonbank.

Verrader Remarque.

Niet alleen in Duitsland verkocht het boek goed. In de eerste 18 maanden na verschijning stond de teller al op 2,5 miljoen exemplaren in 22 talen. Door dit immense succes groeide Erich Maria Remarque uit tot de bekendste en de meest gelezen auteur van de Duitse literatuur in de twintigste eeuw. In 1930 volgde de verfilming van Lewis Milestone.

Met het aan de macht komen van de nationaal-socialisten in 1933 werd het werk van verrader Remarque verboden. Alle exemplaren ‘Im Westen nichts Neues’ en zijn opvolger ‘Der Weg zurück’  belandden op de brandstapel. Net als vele andere schrijvers week Remarque uit naar Zwitserland, vanwaar hij naar de Verenigde Staten emigreerde. Een jaar later werd hem het Duits staatsburgerschap ontnomen.

In 1943 arresteerden de nazi’s Elfriede Scholz, de jongste zus van Erich M. Remarque. Bij haar veroordeling zei de rechter, dat ze haar broer weliswaar niet konden arresteren, maar dat zij haar lot niet zou ontlopen. Elfriede werd terechtgesteld wegens de ondermijning van de Duitse moraal.

Naast zijn anti-oorlogsroman schreef Remarque nog verschillende andere boeken. Enkel ‘Van het Westelijk Front geen nieuws’ is internationaal gekend en geliefd als een literaire getuigenis van een zinloze oorlog.

“Er fiel im Oktober 1918, an einem Tage, der so ruhig und still war an der ganzen Front, dass der Heeresbericht sich nur auf den Satz beschränkte, im Westen sei nichts Neues zu melden. Er war vorübergesunken und lag wie schlafend an der Erde. Als man ihn umdrehte, sah man, dass er sich nicht lange gequält haben konnte; – sein Gesicht hatte einen so gefassten Ausdruck, als wäre er beinahe zufrieden damit, dass es so gekommen war.”

Bron: Wikipedia en Bookdrum

De officier van Robert Harris

De geschiedenis achter de Dreyfus-affaire.

‘De officier’ van Robert Harris gaat over de Dreyfus-affaire. De Dreyfus- affaire is genoemd naar de Frans-joodse officier, Alfred Dreyfus. Dreyfus werd op 15 oktober 1894 gearresteerd als spion voor Duitsland, en veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf, uit te zitten op het beruchte Duivelseiland voor de kust van Frans-Guyana. Alfred Dreyfus, is niet de held van Harris’ boek; hij heeft een kleine, haast te verwaarlozen rol. De held van dienst is Georges Picquart.

Terwijl Dreyfus zijn lot onderging, stond officier Picquart voor een morele keuze: de bevelen van zijn superieuren gehoorzamen, of zijn geweten volgen. Als nieuw hoofd van de inlichtingendienst ontdekte Georges Picquart namelijk dat de bewijzen tegen Dreyfus niet alleen indirect waren, maar dat er nog steeds een spion voor Duitsland actief was. Ondanks de waarschuwingen van zijn superieuren, om de Dreyfus-zaak niet terug te openen, zette Picquart zijn onderzoek voort. Voor hij het goed en wel besefte, zat hij echter in dezelfde hachelijke situatie als de zogezegde spion, Dreyfus. En zette hij niet enkel zijn legercarrière maar ook zijn leven op spel.

Robert Harris stelde in een interview dat ‘De officier’ een heel vreemd werk is, waarin niets is bedacht en tegelijkertijd alles. Zijn opzet was om in het hoofd van Georges Picquart te kruipen en om zijn versie van de feiten te geven. Hierin lukt Harris wonderwel. De fictieve feiten, die Harris in de epiloog aanhaalt, lijken onbelangrijk en irrelevant, net als de gaten die Harris moest opvullen. Enkele kleinere subplots leiden naar nergens, maar daar ging ik als lezer aan voorbij. Omdat ik weinig wist over de Dreyfus-affaire noch over de nationalistische en anti-joodse sentimenten op de vooravond van de 20e eeuw, was ‘De officier’ voor mij in de eerste plaats een interessant boek om mijn historische gaten van die periode op te vullen, en de geschiedenis van de 20e eeuw met zijn twee grote oorlogen beter te begrijpen. Los van het informatieve aspect, krijg je in ‘De officier’ de geschiedenis achter de Dreyfus-affaire: de blunders en de reacties op die blunders van de overheid en het leger.

De historische geschiedenis achter de Dreyfus-affaire leest als een spannend verhaal. ‘De officier’ is dan ook een thriller, spionageverhaal en rechtbankdrama. De rechtbankscènes herinnerde me sterk aan ‘Imperium’, Harris’ boek over de Romeinse advocaat en politicus Cicero. Of we nu bij de Romeinen zijn, of in Frankrijk aan het einde van de 19e eeuw, sommige dingen zijn van alle tijden. Lezen over het verleden, dat ondanks zijn setting, toch hedendaags aandoet, daar alleen al zou je ‘De officier’ voor lezen.

Oorspronkelijke titel: An Officer and a Spy.
Datum van publicatie: 2013.

Schipbreuk van Akira Yoshimura

Wachten op een schipbreuk.

Met ‘Schipbreuk’ van Akira Yoshimura zit je in een afgelegen, arm vissersdorp in de Japanse middeleeuwen. Visvangst en zoutwinning brengen vaak niet genoeg op, zodat de dorpelingen zich moeten verkopen voor contractarbeid. Jaarlijks hopen de dorpelingen op de komst van een ofunesame: een schip dat in de storm op de klippen slaat als geschenk van de goden. Dankzij de lading van zo’n schip kan het dorp weer even overleven.

Bij aanvang van het verhaal heeft Isaku’s vader zich in ruil voor graan voor drie jaar contractarbeid verkocht. Isaku, 9 jaar, is nu het hoofd van het gezin. Hij is verantwoordelijk voor zijn moeder, zijn jongere broer en zusjes. Vlak voordat zijn vader terug verwacht wordt, strandt er een schip. De lading van dit schip brengt het dorp allesbehalve de zegen.

De vergankelijkheid van het leven is een belangrijk thema in de Japanse literatuur. Centraal in ‘Schipbreuk’ staat dan ook: leven en dood. Een groot deel van het verhaal gaat over het leven van de dorpelingen aan de hand van de seizoenen. Naast de wisselende seizoenen met zijn tradities en gebruiken zijn er de huwelijken, de geboortes en overlijdens. Het wordt haast monotoon en het verhaal kent nogal wat herhaling, maar gelukkig wordt het nooit saai. Yoshimura’s taalgebruik is simpel, haast poëtisch in zijn eenvoud. Hoewel er weinig gebeurt, gebeurt er juist heel veel.

Wat met Isaku’s familie en het dorp gebeurd is, heeft zo moeten zijn. Isaku accepteert dan ook zijn lot, wat niet zo makkelijk te begrijpen is vanuit onze cultuur. Isaku, en daarmee ook de lezer, observeren het leven in het dorp. Als je het verhaal ontdoet van de Japanse tradities en gewoontes, heb je een verhaal over de strijd om te overleven, het noodlot, en de impact van de natuur.

Oorspronkelijke titel: Hasen.
Jaar van publicatie: 1982.

%d bloggers liken dit: