J.M. Barrie. Of de man achter Peter Pan.

De foto bij dit blog is in het publieke domein en is van Herbert Rose Barraud.

Zijn sentimentaliteit wordt vandaag de dag niet meer gesmaakt. Ondanks die smet op zijn werk was hij een meester in toneeleffecten en in het beschrijven van zijn personages. Zes van zijn toneelstukken zijn van onbetwistbare hoge kwaliteit: ‘Quality Street’ (1901), ‘The Admirable Crichton’ (1902), ‘What Every Woman Knows’ (1908), ‘The Twelve-Pound Look’ (1910), ‘The Will’ (1913) en ‘Dear Brutus’ (1917).

Zijn bekendste toneelstuk was ‘Peter Pan’. Op de première van dat stuk op 27 december 1904 was hij bloednerveus. Ging het publiek wel klappen als Peter Pan hen zou vragen of ze geloofden in elfen? Naast elfen speelden – geloof het of niet – piraten en Indianen een rol in het stuk. Met acteurs die door de lucht vlogen en 50 scènes, was het iets wat nog nooit vertoond was voor kinderen.

Hij moest na de première de openingsscène wel aanpassen. Want behoorlijk wat jonge kinderen hadden zich bezeerd nadat ze thuis van sofa’s en stoelen waren gesprongen. Dat ze zich bezeerd hadden was omdat ze geen sterrenstof hadden.

Een gulzige lezer.

James Matthew Barrie werd op 9 mei 1860 geboren in het Schotse Kirriemuir, als negende kind van David Barrie en Margaret Ogilvy. Op zesjarige leeftijd verloor hij zijn oudere broer David bij een schaatsongeval. Voor Margaret was David de jongen die altijd kind zou blijven en die nooit de harde realiteit van het leven zou kennen. Om zijn moeder af te leiden van haar verdriet, bedelde de jonge Barrie om verhalen. Margaret vertelde hem dan meestal verhalen over de streek en haar eigen jeugd. Daarnaast trachtte Barrie de plaats van zijn oudere broer in te nemen door te fluiten zoals hem.

Barrie was een sportieve maar dromerige jongen. Op zijn veertiende was hij een gulzige lezer van het werk van jeugdauteur Robert Michael Ballantyne (1825-1894), James Fenimore Cooper (1789-1851) en penny dreadfuls. De verhalen over piraten, Indianen en bandieten vonden al snel hun weg in spelletjes en toneelstukjes, waarbij het washuis van de familie Barrie dienst deed als theater.

Al op een jonge leeftijd wist Barrie dat hij schrijver wou worden. Maar zijn moeder had andere plannen met hem. Bovendien wou zijn vader dat zijn zonen studeerden. Toch wist Barrie tot een compromis te komen en mocht hij literatuur gaan studeren.

Werken als journalist.

Een van zijn studiegenoten op de universiteit van Edinburgh was de schrijver-in-wording van Sherlock Holmes, Arthur Conan Doyle. Doyle plaagde Barrie met zijn grootte. Maar besefte dat er buiten Barries lengte niets klein was aan de man. Met 1,60 m was Barrie inderdaad klein. Op zijn veertiende was hij gestopt met groeien. Ook was hij mager, sprak als een jongen en zag eruit als een jongen, want hij had geen baardgroei. Dat laatste zou hij maar pas jaren later krijgen.

Na zijn studies begon Barrie te werken als journalist voor The Nottingham Journal. Onder het pseudoniem Hippomenes schreef hij vooral columns en essays. Zijn tewerkstelling bij The Nottingham Journal kwam tot een einde toen de krant financiële moeilijkheden kreeg en mensen moest ontslaan. Gelukkig was de Londense St. James’s Gazette geïnteresseerd in de stukken die Barrie hen bezorgde en waarin hij schreef over het oude Schotland. Die stukken dienden later als basis voor ‘Auld Licht Idylls’ (1888), ‘A Window in Thrums’ (1890) en ‘The Little Minister’ (1891). Die romans waren zo succesvol dat Barrie voltijds kon schrijven. Na de toneelbewerking van ‘The Little Minister’ wijdde hij zich hoofdzakelijk aan het schrijven van toneelstukken.

Kinderloos huwelijk.

Via zijn vriend Jerome K. Jerome ontmoette hij de actrice Mary Ansell. Ansell en Barrie werden goede vrienden. Die vriendschap ontging de Londense roddelpers niet, die zich afvroeg of er soms een huwelijk op til was voor de bekende schrijver. Barrie en Ansell trouwde op 9 juli 1894 in Kirriemuir. Hun huwelijksreis ging naar Zwitserland, waar het koppel een sint-bernard puppy kocht.

Het huwelijk bleek al snel een ramp. En blijkbaar was het tijdens de huwelijksreis niet geconsumeerd. Vijftien jaar later volgde een scheiding. Kinderen hadden de Barries niet. Maar in datzelfde jaar werd Barrie een van de voogden van de vijf zonen van Arthur (1863-1907) en Sylvia (1866-1910) Llewelyn Davies. Het waren overigens de kinderen Davies die Barrie de inspiratie hadden gegeven voor Peter Pan.

Tijdens Barries leven werd er vaak gesuggereerd dat hij pedofiel was.

J.M. Barrie als kapitein Hook en Michael Llewelyn Davies als Peter Pan.

Barries verdriet.

Volgens Nicholas Llewelyn Davies (1903-1980), de jongste van de vijf was er geen sprake van ongepaste intimiteiten of opmerkingen bij oom Jim. Integendeel. Als laatste van The Lost Boys was Nicholas een belangrijke bron van informatie voor de schrijver Andrew Birkin, die in 1978 de BBC miniserie ‘J.M. Barrie and The Lost Boys’ schreef. Volgens Birkin was J.M. Barrie impotent.

Niet alleen schreef Barrie een boek over een jongen die altijd kind bleef, ook was een van zijn broers altijd een kind gebleven en was hij in zijn groei blijven steken. Blijkbaar heeft hij zijn hele leven geleden onder het feit dat hij zo klein was, geen echte man was en geen kinderen kon krijgen.

Barries erfenis.

Acht jaar voor zijn dood werd Sir Barrie benaderd door het Great Ormond Street Hospital. Het Londense kinderziekenhuis wou een nieuwe vleugel en had daarvoor land nodig. In plaats van in hun commissie te zetelen droeg Barrie de rechten van Peter Pan over. In 1988 kreeg het kinderziekenhuis het eeuwigdurend recht op royalty’s van alle commerciële exploitaties op het podium, het grote en kleine scherm en andere publicaties van het verhaal van Peter Pan. Het Great Ormond Street Hospital geeft vandaag de dag hoop aan kinderen over de hele wereld die lijden aan de zeldzaamste, meest complexe en vaak levensbedreigende aandoeningen.

Sir James Matthew Barrie stierf aan een longontsteking op 19 juni 1937. Hij werd begraven naast zijn ouders in zijn Wee Red Toon, Kirriemuir.

De video komt van het YouTube-kanaal van Andrew Birkin. Naast de miniserie ‘J.M. Barrie and The Lost Boys’ schreef Birkin ook een biografie. Daarnaast onderhoudt hij een website over het leven en werk van J.M. Barrie.

Twee weken weg van R.C. Sherriff

Het was altijd Bognor geweest. Voor hun huwelijksreis hadden ze kamers gehuurd in Pension Zeezicht. Door de komst van de kinderen waren de 2 weken vakantie in Bognor een last geworden. Nu kijkt ze minder gewillig naar de jaarlijkse vakantie uit. Alleen Ernie zit nog op school. Dick is 17 en Mary bijna 20. Het afgelopen jaar zag het er naar uit dat Dick met vrienden zou gaan kamperen. Mary ging allicht met haar collega’s naar een boerderij. Maar toen de tijd kwam om kamers in Pension Zeezicht te reserveren, waren er geen andere vakantieplannen opgeworpen.

Zoals altijd heeft meneer Stevens een plan opgesteld. Er moet immers van alles geregeld worden voor hun jaarlijkse vakantie in september. De treintickets moeten worden gekocht, de winkeliers afgezegd, de kanarie moet naar de oppas en de kat moet binnen kunnen en gevoederd worden. Het plan van meneer Stevens is het resultaat van jaren ervaring. Bij gelegenheid wordt het zelfs uitgeleend aan vrienden.

R.C. Sherriff (1896-1975) kreeg het idee voor ‘Twee weken weg’ tijdens een vakantie in Bognor. Sherriff schreef vooral toneelstukken en filmscenario’s, maar hij besefte dat het verhaal dat hij voor ogen had zich niet leende voor het theater of de film. Het moest een roman worden.

Eerdere pogingen tot het schrijven van een roman waren in de prullenbak beland. Toch begon hij eraan. Schreef hij omwille van het schrijven en om zijn avonden op vakantie mee door te brengen. Toen het af was, wou hij het aan iemand laten lezen. Hij stuurde het manuscript op naar de enige uitgever die hij kende en wachtte op het moment dat zijn roman zou teruggestuurd worden met een vriendelijk spijtig briefje.

Victor Gollancz stuurde helemaal geen spijtig briefje, hij wou het verhaal uitgeven. Hij vond het perfect, zoals het was. Wat volgde was – volgens Sherriff – overdreven recensies en een goede verkoop. Zelf begreep hij niet waarom zijn boek zo aansloeg. Zijn verhaal was eigenlijk een verslag van een vakantie van dag tot dag, van de laatste avond thuis tot de laatste dag dat de Stevensen terug gingen naar huis.

De Stevensen zijn gewoontedieren. Ze hebben hun vaste vakantierituelen. ‘s Morgens speelt het gezin cricket, gevolgd door een duik in de zee. ‘s Middags wordt er geluierd en ‘s avonds eten ze in hun pension, maken ze een wandeling of gaan ze naar de muziektent. Toch zijn er zaken die deze vakantie memorabel maken voor de Stevensen. Zo is er het besef dat dit wel eens de laatste vakantie zou kunnen zijn met het ganse gezin. De dochter heeft voor de eerste keer een vakantieliefde. De oudste zoon maakt plannen voor zijn toekomst. Het gezin wordt uitgenodigd door een klant van het bedrijf van meneer Stevens. Hun pensionhoudster vraagt hen een dag langer te blijven. En ze hebben een strandhuisje met een terras.

De magie van dit verhaal uit 1931 zit hem in het herkenbare: de voorbereidingen voor de reis, de stressvolle tocht naar de vakantiebestemming, het vakantiegevoel en het besef dat de vakantie er weeral bijna op zit. Daarnaast leer je de familie Stevens goed kennen. En dan is er nog de lichte ironie, wat bijdraagt tot het rustige en eenvoudige karakter van deze roman.

‘Geen enkel moeite,’ zei mevrouw Bullevant volkomen oprecht, want er zijn weinig dingen zo aantrekkelijk als op je gemak rondsnuffelen in het huis van een ander, wanneer je weet dat je absoluut in je recht staat om dat te doen.

‘Twee weken weg’ werd in 2020 herontdekt nadat de krant The Guardian leestips vroeg aan een aantal schrijvers. Volgens Kazuo Ishiguro kon hij zich geen opbeurender roman bedenken dan ‘Twee weken weg’.

Oorspronkelijke titel: The Fortnight in September.
Jaar van publicatie: 1931.

De Tovenaar van Colm Tóibín

Internationale bekendheid verwierf Tóibín in 2009 met de roman Brooklyn, over een Ierse die naar New York emigreert. Net als in ‘Nora’ en ‘Het lichtschip van Blackwater’ wist hij de bekrompen aspecten van het Ierse gemeenschapsleven fenomenaal weer te geven.

Naast zijn ‘Ierse romans’ herschreef hij met ‘Het huis van de namen’ de Griekse mythe rondom Agamemnon en zijn vrouw Klytaimnestra. En oogstte hij lof met ‘De meester’, een roman over de schrijver Henry James. Veertien jaar na zijn fictief portret van James pakt hij in ‘De Tovenaar’ uit met een portret van schrijver Thomas Mann. Net als Henry James was ook Thomas Mann homoseksueel. James zou nooit trouwen, Thomas Mann daarentegen kreeg 6 kinderen .

De Tovenaar werd goed ontvangen in de Angelsaksische wereld. Mijn verwachtingen waren daardoor groot, maar jammer genoeg werden ze niet helemaal ingelost. ‘De Tovenaar’ leest de helft van de tijd als een biografie. Pas op het einde begon ik mee te voelen met Thomas en zijn familie en kreeg ik een krop in de keel. Ergens halverwege was de biografie voor mij eindelijk een roman geworden.

Naar het einde toe begon het verhaal voor mij interessant te worden. Over Thomas’ verblijf in de VS wist ik zo goed als niets. Ergens vraag ik me af, of een roman over een schrijver die omwille van de Nobelprijs Literatuur met alle egards in de Verenigde Staten was ontvangen, maar die na de Tweede Wereldoorlog in ongenade viel geen betere roman had opgeleverd?

Alleszins koos Tóibín voor een andere invalshoek: ontheemding en identiteit.

In tegenstelling tot ‘De meester’ beperkte Tóibín zich niet tot een aantal jaren uit het leven van zijn onderwerp maar begint hij bij de jeugd van Thomas. Zijn ontheemding begon immers na de dood van zijn vader toen hij zijn geboortestad Lübeck moest verlaten. Het opgroeien in Lübeck in een familie van kooplui inspireerde Thomas enkele jaren later tot het schrijven van ‘De Buddenbrooks’, een verhaal over een familiebedrijf in Lübeck dat net als de enige zoon in het gezin ten dode is opgeschreven. Dat Thomas zijn personages baseerde op bestaande mensen in zijn omgeving is een terugkerend motief in ‘De Tovenaar’, dat steevast ergenis oproept. Of voor wrijvingen zorgt.

De omgang tussen Thomas en zijn directe omgeving verliep stroef. Zo is er de relatie met oudere broer Heinrich. Ook Heinrich was schrijver. In politiek opzicht waren de gebroeders Mann tegenpolen, wat de broodnodige vonken brengt in ‘De Tovenaar’. Wat onderbelicht blijft, maar onderhuids woedt, is de moeilijke relatie met Klaus, Thomas’ oudste zoon. Klaus’ begrafenis in ‘De Tovenaar’ toont de kant die de kinderen Mann kende, maar waar de wereld van verstoken bleef. Het siert Tóibín dat hij geen eigen versie verzon van die moeilijke relatie tussen vader en zoon. Ergens had ik gewild dat hij het wel had gedaan. Het had ‘De Tovenaar’ pit gegeven.

Oorspronkelijke titel: The Magician.
Jaar van publicatie: 2021.

%d bloggers liken dit: