Gespot: Justine

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over Justine van Lawrence Durrell.

Lawrence George Durrell (1912-1990) was een Brits schrijver. Net als zijn ouders werd Durrell geboren in India. Toen de familie in 1923 naar Engeland verhuisde, voelde Durrell zich ontheemd.

Een emigratie naar Korfoe in 1935 was een ware revelatie: Durrell voelde zich weer verbonden met zijn geboorteland. Ook was hij verlost van die afstompende Engelse cultuur. Na Korfoe woonde hij achtereenvolgens in Egypte, Joegoslavië, Rhodos, Cyprus en het zuiden van Frankrijk.

In de jaren 60 is de kosmopolitische schrijver twee keer genomineerd voor de Nobelprijs voor Literatuur. Tussen 1957 en 1960 had hij immers zijn bekendste werk geschreven: The Alexandrian Quartet. Deze tetralogie bestaat uit de romans ‘Justine’, ‘Baltazhar’, ‘Mountolive’ en ‘Clea’. Vanzelfsprekend spelen de romans zich af in Alexandrië (Egypte), tijdens en na de Tweede Wereldoorlog.

In ‘Justine’ vertelt een verarmde Ierse schrijver over zijn tragische liefdesaffaire met Justine, een mysterieuze joodse vrouw. Justines man, Nessim is een vriend van de verteller. Op het hoogtepunt van de driehoeksverhouding vreest de verteller voor zijn leven; Nessim zou iemand hebben ingehuurd om hem te vermoorden. Naast Justine, Nessim en de Ierse schrijver is de stad Alexandrië een personage.

Deze eerste roman van Durrells overbekende tetralogie verschijnt op 25 januari in een nieuwe vertaling van Meta Gemert bij Uitgeverij Van Maaskant Haun.

Lezen volgens Forster

Edward Morgan Forster (1879-1970) was een Engelse romanschrijver. Als jonge man woonde Forster enige tijd in Italië en Duitsland. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij als ambtenaar in Egypte. En in 1912 en 1921 ging hij als adviseur van een maharadja naar Brits-Indië.

Hoewel hij maar zes romans schreef, was hij een van de belangrijkste schrijvers van zijn tijd. Voor de Nobelprijs voor Literatuur is hij twintig keer genomineerd geweest.

Zijn eerste roman ‘Where Angels Fear to Thread’ (1905) was kenmerkend voor zijn hele oeuvre. Hoofdthema is de tegenstelling tussen de koele Engelsen en de warmhartige Italianen. Ook zijn roman ‘A room with a view’ (1908) speelde zich grotendeels af in Italië. Hoewel hij in deze roman de Engelsen in het buitenland op feilloze wijze tekende, waren er de sociale tegenstellingen tussen de Engelsen zelf. ‘Howards End’ (1910) kende dan weer een confrontatie tussen de werelden van de gecultiveerde Engelsen en botte zakenlui.

Zijn Indiase ervaringen verwerkte Forster in ‘A Passage to India’ (1924). Deze roman was onder meer een aanval op het Engelse superioriteitsgevoel. Na ‘A Passage to India’ produceerde Forster vooral non-fictiewerk. Voor Benjamin Brittens opera ‘Billy Budd’ (1951) schreef hij samen met Eric Crozier het libretto.

Zijn postuum gepubliceerde ‘Maurice‘ (1971) zorgde voor opschudding, net als enkele homo-erotische verhalen.

Het beeld bij dit blog is van Dora Carrington en is in het publieke domein.

De villa op de heuvel van W.S. Maugham

De villa stond boven op een heuvel. Vanaf het terras ervoor had je een schitterend gezicht op Florence; erachter lag een oude tuin, met weinig bloemen, maar met fraaie bomen, strak gesnoeide buxushagen, graspaden en een kunstmatig aangelegde grot waarbinnen met een koel, zilveren geluid water uit een hoorn des overvloeds klaterde.

De villa was in het bezit van een Engels stel, de Leonards. Ze hadden het voor enige tijd in bruikleen afgestaan aan de jonge weduwe Mary Panton. Mary had nood aan rust na het tragische overlijden van haar man. Bovendien had ze tijd nodig om te overdenken hoe het verder moest met haar leven. Haar huwelijk met Matthew was ongelukkig geweest.

Hoewel Mary aanvankelijk niet meer wilde huwen, staat ze op het punt om het huwelijksaanzoek van de 20 jaar oudere Edgar Swift te aanvaarden. Dit huwelijk zal haar status en aanzien opleveren. Swift is overigens niet de enige die haar ten huwelijk vraagt. Een aanzoek van Rowley Flint neemt Mary echter niet serieus. Flint is onbetrouwbaar en een rokkenjager.

Alleszins voelt Mary geen liefde voor Edgar Swift. Volgens haar advocaat trouwt ze beter niet meer uit liefde. Maar dan kruist een jonge Oostenrijkse vluchteling Mary’s pad. Voor ze het goed en wel beseft, eindigt die dood in haar slaapkamer.

Deze korte roman had William Somerset Maugham (1874-1965) aanvankelijk geschreven als feuilleton voor een Amerikaans vrouwentijdschrift. Toen de hoofdredacteur het feuilleton las, vond zij de inhoud ongeschikt voor haar lezers. Jaren later verscheen deze korte roman in een bundel met verschillende verhalen. Vooral in Romaanstalige landen groeide dit verhaal uit tot een van Maughams succesvolste verhalen.

Verhalen die in tijdschriften verschenen, moesten vooral entertainen. ‘De villa op de heuvel’ leest dan ook zeer vlot weg. Het incident dat het hart vormt van dit verhaal is een dramatisering van de werkelijkheid. Dankzij dit gedramatiseerd incident wist Maugham interessante en belangrijke thema’s met de nodige ironie te integreren in zijn verhaal. Thema’s als seksualiteit en liefde. Bovendien conflicteren de personages met hun omgeving. Ze horen er niet echt in thuis. Voor de Oostenrijkse vluchteling is de confrontatie met die statige, eeuwenoude villa zelfs fataal.

Door het incident met de vluchteling en de gevaren die daaruit voortvloeien komt Mary tot een keuze. Aan haar weduwschap zal een einde komen. Hoewel dit een rond verhaal is, roept het vragen op. Maar dat maakt het voor mij juist zo super. Het leven is immers wat je overkomt; je kan het niet op voorhand uitstippelen.

Oorspronkelijke titel: Up at the Villa.
Jaar van publicatie: 1953.

Nederlandse vertaling: Ronald Vlek – 2000.

%d bloggers liken dit: