De burgemeester van Veurne van Georges Simenon

Hem noemden ze Baas, niet alleen thuis, niet alleen op zijn sigarenfabriek, maar ook op het stadhuis, in het café en zelfs op straat.

In Veurne voert Joris ‘de Baas’ Terlinck de plak als burgemeester. De zelfingenomen Terlinck heeft zijn principes, waar hij niet van afwijkt. Als een van zijn werknemers om een voorschot vraagt voor een abortus, wijst hij hem koudweg af. Die afwijzing heeft verstrekkende gevolgen: de jongeman schiet op zijn meisje en beneemt zich vervolgens het leven.

Na een succesvolle operatie wordt Lina Van Hamme naar Oostende gestuurd, waar ze zal bevallen van haar kind. Haar familie wil niets meer met haar te maken hebben. Haar vader Leonard is overigens Terlincks politieke vijand. Omdat de notabelen vrezen dat de Baas hier garen van gaat spinnen, beloven ze hem het ambt van dijkgraaf bij de volgende raadsvergadering.

Die politieke koehandel belet hem niet om Lina in Oostende op te zoeken. In Oostende kennen ze hem als meneer Jos. Terwijl het in het grauwe Veurne altijd slecht weer is, schijnt de zon in het decadente Oostende. Lina is voor meneer Jos tegelijkertijd de vrouw en de dochter die hij thuis in Veurne niet heeft. Zijn vrouw staat altijd op het punt van huilen en zijn dochter is zwakzinnig.

‘De burgemeester van Veurne’ is een krachtig subtiel psychologisch portret. Het zit hem echt in de details: de manier waarop Terlinck omgaat met het schandaal. Naar buiten toe lijkt het als vanouds. Maar in zijn bureau vermijdt hij het om te kijken naar de plek waar Jef Claes stond. En dan is er de zwijgende blik van zijn vrouw die hem steeds beloert. Om zijn geweten te sussen stuurt hij anoniem geld naar de moeder van de onfortuinlijke jongeman. Hij geeft zelfs geld aan zijn bastaardzoon, hoewel hij hem hiermee helpt een misdaad te begaan. Intussen laat hij de dingen hun loop nemen. Hoewel – het had ook heel anders kunnen lopen, als hij dat had gewild.

Je doet dingen zonder precies te weten waarom, omdat je denkt dat je ze moet doen, en dan…

Oorspronkelijke titel: Le bourgemestre de Furnes.
Jaar van publicatie: 1939.

Vertaald door: Rokus Hofstede (2015).

Een boek volgens Nothomb

Op 5 oktober 2020 kondigde De Standaard aan dat Amélie Nothomb (1966) overleden was. De redactie van De Standaard had haar overlijdingsbericht gelezen op het Twitteraccount van haar uitgever. Later bleek dat het Twitteraccount gehackt was en dat het ging om nepnieuws: Nothomb was immers springlevend.

Wel lijdt ze aan de schrijfziekte. Door die ziekte brengt ze dagelijks 4 uur door met schrijven en schrijft ze zo ongeveer 3 à 4 romans per jaar. Veel van die manuscripten verdwijnen in een schuif. Jaarlijks wordt er maar 1 nieuwe roman uitgebracht.

Terugkerende thema’s in haar duister en fantasievol oeuvre zijn: de zin van het leven, de essentie van mens-zijn, de passionele zelfmoord en het schrijversschap. Nothomb voert zichzelf vaak op in haar romans. Dit doet ze met de nodige zelfspot. Als voormalige diplomatendochter put ze graag uit de aanhoudende verhuizingen en de terugkerende ontwortelingen uit haar jeugd.

Nothomb is jonkvrouw van geboorte. Sinds 2015 mag ze de titel van barones voeren. Haar bijdrage aan de Franstalige literatuur is immers ontzaglijk met vertalingen in 40 talen. Internationale erkenning volgde trouwens al na haar eerste roman ‘Hygiène de l’assassin’ (Hygiëne van de moordenaar) in 1992. Naast haar benoeming als lid van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique kreeg Nothomb erkenning via verschillende literaire onderscheidingen.

Het beeld bij dit blog is van ActuaLitté.

De jonkvrouw en de eenhoorn van Tracy Chevalier

In de jaren 1840 ontdekte schrijfster George Sand in het kasteel van Boussac oude wandtapijten. Ze besefte meteen dat dit belangrijke kunstwerken waren. Dankzij haar inzet en de inzet van haar minnaar Prosper Merimée werden de wandtapijten gered. Merimée was overigens inspecteur van historische monumenten.

De wandtapijten waren in slechte staat. De motten hadden eraan gevreten en de ratten hadden eraan geknaagd. Ook waren er stukken afgeknipt. Intussen zijn ze al meermaals gerestaureerd en hangen ze sinds 1882 in het Parijse Musée de Cluny.

De reeks van zes wandtapijten wordt algemeen beschouwd als een hoogtepunt van de laatmiddeleeuwse tapijtkunst. Ze is gekend onder de naam ‘La Dame à la Licorne’ (De dame en de eenhoorn) en is allicht rond 1500 gemaakt in België in opdracht van de familie Le Viste uit Lyon. Verder is er over de ontstaansgeschiedenis weinig geweten. Welke Le Viste gaf de opdracht? Wat was de reden van die opdracht? Wie maakte de schilderijen en de patronen? Wie maakte de wandtapijten? Wat is de symboliek achter de wandtapijten? Wat met de dame op het tapijt ‘A mon seul désir’, neemt ze haar juweel af of doet ze uit juist aan?

La Dame à la licorne, A mon seul désir. ©Thesupermat via Wikimedia Commons.

Voor schrijfster Tracy Chevalier waren al die vragen rond de tapijtenreeks een uitgelezen onderwerp voor een roman. Bovendien betwijfelde ze of de vrouwen op de wandtapijten een kalm en rustig leven hadden gekend.

Voor haar roman ‘De jonkvrouw en de eenhoorn’ koos ze zeven vertellers: vier vrouwen en drie mannen. De belangrijkste verteller en de bindende factor is Nicholas Des Innocents, de ontwerper van de schilderijen. Nicholas heeft contact met de familie Le Viste en met de weversfamilie die de wandtapijten in productie neemt. Het verhaal speelt zich daardoor af in Frankrijk en België.

Hoewel de zeven ik-perspectieven geen eigen stem hebben, bieden ze wel een meerwaarde. Door die verschillende perspectieven beantwoordt Chevalier niet alleen vragen, ze werpt er ook nieuwe op. Vooral de vrouwenstemmen zijn aangrijpend. Door hun verhalen schemert de ongelijkheid, het belang van de maagdelijkheid en van het baren van zonen. ‘De jonkvrouw en de eenhoorn’ is daardoor een boeiend verhaal. Uiteraard leer je alles over het productieproces van een wandtapijt.

Oorspronkelijke titel: The Lady and the Unicorn.
Jaar van publicatie:
2003.
Vertaald door Kris Eikelenboom.

%d bloggers liken dit: