De dame met de camelia’s van Alexandre Dumas fils

Vrouwen uit deftige kringen zien graag de woning van een courtisane. Omdat de courtisane in kwestie dood was, konden de eerbare vrouwen ongegeneerd naar haar slaapkamer lopen en zich vergapen aan haar kleren en juwelen.

Zelf ben ik een liefhebber van curiosa. Tijdens de eerste kijkdag bekeek ik met genoegen de meest uiteenlopende voorwerpen. Kennelijk had ik wat te lang naar de zilveren toiletartikelen gekeken, want de bewaker nam me achterdochtig op. Ik vroeg hem de naam van de vrouw die hier gewoond had en was aangedaan toen ik vernam dat het om juffrouw Marguerite Gautier ging.

Een innemender schoonheid dan die van Marguerite was ondenkbaar.

Ik had Marguerite vaak ontmoet op de Champs-Elysées. Hier verscheen ze elke dag in een klein blauw rijtuigje. Anders dan haar collega’s liep ze niet van het plein naar het begin van de Champs-Elysées, maar stapte ze uit bij het Bois, waar ze een uurtje wandelde. Ze was telkens alleen, nooit werd ze vergezeld door een andere dame.

Marguerite woonde alle premières bij. Ze had altijd drie dingen bij zich die op de leuning lagen van haar loge: een toneelkijker, een zak snoepjes en een ruiker camelia’s. Vijfentwintig dagen van de maand waren het witte camelia’s; vijf dagen waren het rode. Niemand heeft haar ooit met andere bloemen gezien.

Op de dag van de openbare verkoop waren alle bekende courtisanes aanwezig, stiekem bekeken door enkele deftige dames, die de verkoop als voorwendsel hadden genomen om van dichtbij te kunnen kijken naar deze vrouwen, met wie ze nooit konden verkeren. Kleren, stola’s en juwelen gingen vlot van de hand. Ik kocht een boek, geschonken aan Marguerite door een zekere Armand Duval.

Een paar dagen later bracht de conciërge me het visitekaartje van Armand Duval. Hij wenste me dringend te spreken. Later vroeg hij me om een boek te schrijven over zijn liefde voor Marguerite. En haar liefde voor hem.

Ik nodig de lezer uit zich te laten overtuigen van de werkelijkheid van dit verhaal, waarvan met uitzondering van de hoofdpersoon nog alle mensen in leven zijn.

Marie Duplessis (1824 – 1847) was een van de beroemdste courtisanes van haar tijd. Dankzij een van haar rijke minnaars was de straatarme Duplessis onderwezen in lezen, schrijven, muziek, de kunsten en in de regels van de etiquette. Zij was een harde zakenvrouw die zichzelf duur verkocht. Toch was ze enorm geliefd om haar schoonheid, charme en intelligente conversatie.

In 1844 ontmoette Dumas fils haar in Théâtre des Variétés. Deze ontmoeting groeide uit tot een intense maar korte relatie. Net als zijn literair alter ego Armand Duval was hij ontroostbaar toen hij hoorde dat zijn geliefde Marie gestorven was aan tuberculose. Hij zou voor haar een literaire grafsteen voorzien.

Zijn roman ‘De dame met de camelia’s’ vestigde voorgoed zijn naam als schrijver en was goed voor een klein schandaal. Dat zijn heldin Marguerite Gautier gemodelleerd was op Marie Duplessis was overduidelijk voor zijn tijdgenoten. Een jaar na de roman werd het toneelstuk ‘De dame met de camelia’s’ in Parijs met veel succes opgevoerd. Een van de bezoekers was Verdi. Verdi schreef daarop ‘La Traviata’, dat hij baseerde op ‘De dame met de camelia’s. Bij Verdi wordt de bekende courtisane Violetta, net als Marguerite verliefd op een jonge man uit de burgerij. Die liefde mag evenwel niet zijn.

Met ‘De dame met de camelia’s’ schreef Alexandre Dumas fils niet alleen een ode aan Marie Duplessis, het was ook een satire. Hij wou de aandacht vestigen op het droeve lot van courtisanes. Wat Dumas beoogde is doorheen de eeuwen verbleekt. Toch hangt er rond sekswerk nog steeds een stigma. En dat gegeven maakt deze vlot geschreven klassieker uit de Franse literatuur nog steeds eigentijds. Uiteraard kan je niet voorbij aan de sentimentele smaak van de negentiende-eeuwse lezer. Door de uitgesponnen doodstrijd en de opofferingen van de tragische heldin is het een ‘tranentrekker’, maar het is de moeite waard.

Oorspronkelijke titel: La dame aux camélias.
Jaar van publicatie: 1848.

Spotlight op: De welwillenden

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Of breng ik het terug in herinnering. Vandaag is het spotlight gericht op : De welwillenden van Jonathan Littell.

Negen jaar werkte Littell (1967) voor humanitaire organisaties in onder meer de Balkan, Tsjetsjenië, Afghanistan en Congo. Nadat hij in 2001 in Tsjetsjenië gewond geraakte, nam hij ontslag en startte hij met het vooronderzoek van zijn tweede roman. Net als zijn vader, de thrillerauteur Robert Littell, wou Littell gaan leven van zijn pen.

Als student had hij een barslechte sf-roman in het Engels geschreven. Zijn tweede roman zou de Amerikaan in het Frans schrijven. Littell is weliswaar geboren in New York, maar verhuisde als driejarige knaap met zijn familie naar Frankrijk. Als achttienjarige ging hij terug naar de VS om te studeren aan Yale.

Voor ‘Les Bienveillantes’ (De welwillenden) deed hij anderhalf jaar research. Naast het lezen van meer dan 200 werken over Nazi-Duitsland reisde hij naar Polen, Rusland en Oekraïne. Al die research resulteerde in een roman van meer dan 900 pagina’s over de SS’er Max Aue. Aue schrijft omdat hij wil weten of hij nog iets kan voelen, na alles wat hij in opdracht van zijn land heeft moeten doorstaan.

Frères humains, laissez-moi vous raconter comment ça s’est passé.

Dankzij mond-tot-mondreclame vond ‘Les Bienveillantes’ (2006) zijn weg naar de lezer. Daar kwamen nog twee belangrijke Franse literaire onderscheidingen bij, namelijk le prix Goncourt en le Grand prix du roman. Door het verkoopsucces en de controversie rond het boek kon internationale weerklank niet uitblijven. Enkel in de VS brak de roman geen potten. Amerikaanse critici vonden het ongeloofwaardig en pure kitsch.

Voor ‘Les Bienveillantes’ en zijn bijdrage aan de glorie en het aanzien van Frankrijk kreeg Littell de Franse nationaliteit, zonder zijn Amerikaanse te verliezen. Momenteel woont hij met zijn Belgische echtgenote in Barcelona.

De foto bij dit blog is van David Monniaux via Wikimedia Commons.

Danielles leeswereld

Al sinds het prille begin van Boeken schrijf ik blogs rond klassiekers. Klassiekers, bestsellers en cultromans hebben vaak een interessant verhaal te vertellen. Zo was de eerste Europese cultroman goed voor een golf aan zelfmoorden. En leidde de première van het toneelstuk’ Jeckyll and Hyde’ tot de mythe dat Jack the Ripper een respectabel en fatsoenlijk man was, die buiten Whitechapel moest gezocht worden.

Een handvol van die klassiekers heb ik gelezen. Andere wil ik nog lezen, zoals ‘On the Road’ van Jack Kerouac. En een enkeling zal ik allicht nooit lezen, zoals ‘Ullyses’ van James Joyce.

Hoewel, zeg nooit nooit.

Tot vorig jaar was ook ‘De grote Gatsby’ een boek, dat ik wellicht nooit zou lezen. ‘The Curious Case of Benjamin Button’ had me niet overtuigd, net als de kortverhalen in ‘De rijke jongen’. ‘De grote Gatsby’ heeft de reputatie dat het in veel boekenkasten staat, maar dat het amper gelezen wordt. Maar ik wou de grote sjoemelaar een kans geven. Want ik wist Fitzgeralds stijl wel te appreciëren. F. Scott Fitzgerald (1896-1940) is een belangrijke schrijver in de Amerikaanse literatuur. En een schrijver als Richard Yates (die ik erg waardeer) was sterk beïnvloed door Fitzgerald. Kortom, genoeg redenen om zijn beste boek een kans te geven.

Blijkbaar is ‘De Grote Gatsby’ een van de meest verkeerd begrepen klassiekers. Wie Gatsby zegt, zegt Jazz Age, de Drooglegging, champagne en exuberante party’s. Onder al die glamour vertelde Fitzgerald een droevig verhaal over een obsessie die alles vernietigt.

Elke pagina van dit dunne werkje kent stilistische parels. Ook stemt het tot nadenken. Waarom wordt dat zo gezegd? Wat steekt daar juist achter? Welk beeld van Gatsby is betrouwbaar? Het beeld dat hij over zichzelf de wereld instuurt? Het beeld dat de wereld over hem heeft? Of het beeld van de verteller over Gatsby? Het is een roman die je niet snel loslaat. Een die ik nog dikwijls zal lezen.

Best wel curieus dat er romans zijn die je blijft en blijft lezen, waar je nooit genoeg van krijgt, terwijl er andere zijn die je een tweede keer niet meer weten te bekoren.

%d bloggers liken dit: