Dankbare dood van Peter Robinson

De onlangs overleden Britse misdaadauteur Peter Robinson (1950-2022) was gekend van zijn serie rond hoofdinspecteur Alan Banks. De eerste Banks – Gallows View (Stille blik) verscheen in 1987 en bleef niet onopgemerkt. Robinson schreef het boek uit heimwee. Dertien jaar eerder was hij vanuit Engeland naar Canada geëmigreerd. In eerste instantie om te studeren – in Engeland kon hij slechts een Bachelor of Arts behalen, in Canada een Master of Arts. In tweede instantie om te doceren en een gezin te stichten.

In ‘Dankbare dood’ vindt een vrouw het verwrongen lichaam van een uitgemergelde, oude man in een grijs windjack en blauwe spijkerbroek. Het lichaam is gedumpt op een verlaten spoor, niet ver van het huis van het slachtoffer. In de broekzak van de man vindt de politie £ 5000. Zelfmoord is niet uit te sluiten. Maar de politie gaat uit van moord. Een zaak dus voor Banks en zijn team.

‘Dankbare dood’ is het 21e boek in de serie. Niet handig als je – zoals ik – nog geen boek van Banks hebt gelezen. En niet vertrouwd bent met de tv-serie. Maar het verhaal hield me in touw met zijn verschillende onderzoekpistes.

Het slachtoffer, universitair docent Gavin Miller was ontslagen na aantijgingen van seksuele intimidatie. De directeur – een vriend van Miller – deed niets met de getuigenis van een studente die beweerde dat de aantijgingen tegen Miller verzonnen waren. Waarom deed die vriend niets? Heeft die iets te verbergen en is Miller dat te weten gekomen? Kregen ze soms ruzie? Waren de aantijgingen inderdaad verzonnen of viel Miller meisjes lastig?

Vlak voor zijn dood sprak Miller over een handelszaak die hij ging openen. Verwachtte hij nog meer geld dan die £ 5000 die op hem gevonden zijn? Perste hij soms iemand af? Of is er een drugslink? De politie vond namelijk drugs bij hem.

Dan is er nog lady Veronica Chalmers. Een paar dagen voor zijn dood belde Miller haar. Hun gesprek duurde 7 minuten. Nochtans beweert lady Chalmers dat ze hem niet kende. Het is duidelijk dat ze liegt, maar waarom? Deze piste houdt vooral Banks bezig. Het krijgt zijn volle aandacht als hij van zijn oversten te horen krijgt dat hij haar met rust moet laten.

De ontknoping is ietwat teleurstellend. Maar dat is een detail. Want de reis naar de ontknoping langs de jaren 60 en 80 is opmerkelijk en knap. En de personages zijn goed uitgewerkt. Dus blijkbaar is dit een serie die ik toch wel moet lezen.

Oorspronkelijke titel: Children of the Revolution.
Jaar van publicatie:
2013.
Vertaling: Valerie Janssen.
Uitgeverij: A.W. Bruna Uitgevers.

Gespot: Regicide

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over Regicide van Robert Harris.

De foto van Robert Harris bij dit blog is van Dr. Jost Hindersmann. Hindersmann nam de foto in 2009 tijdens een auteurslezing in Keulen.

Vijftien bestsellers heeft Robert Harris (1957) al op zijn naam staan. Zijn werk wordt vertaald in veertig talen en hij is lid van de prestigieuze Royal Society of Literature. Zijn vrouw Gill Hornby en zijn schoonbroer Nick Hornby schrijven eveneens.

Harris’ faam berust vooral op zijn historische romans zoals Pompeii, de Cicero-trilogie en De officier. Met die laatste won hij vier literaire prijzen, waaronder de Sir Walter Scottprijs. De Frans-Italiaanse film J’accuse uit 2019, gebaseerd op De officier, kreeg in 2020 drie Césars. Dit ondanks de controverse rond regisseur Roman Polanski. Andere romans van Harris die verfilmd zijn, zijn Geest, Archangel, Enigma en Vaderland.

Zijn nieuwste roman ‘Regicide’ gaat over de klopjacht op koningsmoordenaars Edward Whalley en William Goffe.

In 1649 werd koning Charles I onthoofd. Na die onthoofding brak er in Engeland een burgeroorlog uit. In 1660 slaagt het leger erin de orde en de monarchie te herstellen. Onder Charles II ontstaat het Regicidecomité. De koningsmoord (= Regicide) moet gewroken worden: de mannen die het doodvonnis van Charles I ondertekenden, moeten opgespoord en terechtgesteld worden.

Generaal Edward Whalley en zijn schoonzoon kolonel William Goffe vluchten naar de VS. Als het van Richard Nayler afhangt, zullen ze hun straf ondergaan. Zal Nayler in zijn opzet slagen en Whalley en Goffe in de VS arresteren? Of zullen Whalley en Goffe ontsnappen?

De Nederlandse vertaling van Rogier van Kappel verschijnt rond 1 november. Meer info vind je op de website van uitgeverij Cargo.

Ik Claudius van Robert Graves

Robert Graves (1895 – 1985) was niet trots op zijn populairste werk. Hij had ‘Ik Claudius’ alleen maar geschreven omdat hij schulden had. Nochtans beweerde Graves dat Claudius (10 voor Chr. – 54) hem in een droom gevraagd had zijn verhaal te vertellen. Die droom kreeg de Britse auteur na zijn vertaling van ‘The Twelve Caesars’ van de Romeinse geschiedschrijver Suetonius (69 – 140). 

Hoewel ‘Ik Claudius’ een gefictionaliseerde autobiografie is, staat Claudius uitgebreid stil bij zijn 3 voorgangers: Augustus, Tiberius en Caligula. Een belangrijk personage is Livia, de derde vrouw van Augustus. Volgens Graves was het dankzij haar dat Tiberius aan de macht kwam. Om haar zoon aan de macht te krijgen had Livia verschillende familieleden vergiftigd. En eigenlijk had zij volgens de roddels in het oude Rome de hand gehad in elk schandaal en overlijden in de keizerlijke familie. De levensbeschrijvingen van Suetonius’ ‘Keizers van Rome’ bevatten namelijk onder meer pikante anekdotes, roddel en achterklap over de Julisch-Claudische dynastie waartoe voorgenoemde keizers en Claudius behoorde.

Toen Caligula vermoord werd, was Claudius nog het enig levend mannelijk lid van de keizerlijke familie. Claudius was kreupel, wist zijn hoofd niet stil te houden en stotterde. Hierdoor bracht hij de familie vaak in verlegenheid en bleef hij uit het publieke oog. Voor tijdgenoten was hij achterlijk, maar in werkelijkheid was hij intelligent en liefhebberde in geschiedenis en literatuur. 

Voor een historicus – want zo ziet Claudius zichzelf – is historische juistheid belangrijk. In het verleden kon hij niet schrijven wat hij wou, maar nu hij keizer is, ligt dat anders. Hij belooft de lezer een waarheidsgetrouw relaas. Toch is hij een onbetrouwbare verteller. 

Ook is Claudius een babbelkous. Hij verexcuseert zich een aantal keren bij de lezer omdat hij weer eens inging op iets dat niet direct met zijn eigen verhaal samenhangt. Die details en anekdotes zijn vaak een welgekomen afleiding tussen al de moorden, executies en verbanningen in deze literaire Romeinse soap. Bovendien dragen ze bij tot de couleur locale. Want de historische personages mogen dan wel op oudheidkundige roddel zijn gebaseerd, de omgeving, zeden en gewoonten zijn historisch correct. Graves had veel research gedaan voor zijn Claudius-romans. Dus Suetonius was niet zijn enige bron, zoals bleek uit zijn uitgebreide lijst van geraadpleegde literatuur in de opvolger van ‘Ik Claudius’, ‘Claudius de god’. 

Door de schitterende BBC reeks uit 1976 gebaseerd op ‘Ik Claudius’ en ‘Claudius de god’ vond de Claudius-reeks van Graves zijn weg naar menig Vlaamse en Nederlandse huisbibliotheek. Een Nederlandse vertaling van beide boeken is enkel nog tweedehands te verkrijgen. Het is evenwel de moeite om er jacht op te maken. In de Engelse literatuur worden de Claudius-boeken terecht gezien als dé blauwdruk voor historische romans. Want je zou haast vergeten dat het geen geschiedenis maar fictie is. 

Trailer van de BBC serie ‘I Claudius’ met een jonge Derek Jacobi in de rol van Claudius.

Oorspronkelijke titel: I Claudius.
Jaar van publicatie: 1934

Vertaald door Th. Wink.

%d bloggers liken dit: