In het beloofde land van Sebastian Barry

“Bill is dood. Welk geluid maakt een negentachtigjarig hart dat breekt?”

Binnenkort zal Lilly Dunne een einde maken aan haar leven. Want ze kan niet leven zonder haar kleinzoon. Ze kan zoiets vreselijk niet doen zonder uitleg. Dus gaat ze een poging doen om haar wanhoop te verklaren en haar verhaal op papier zetten. 

Haar verhaal is een aaneenrijging van herinneringen. En het verhaal van de mannen in haar leven, die ze op een of andere manier verloor: haar broer, haar eerste lief, haar man, haar zoon, haar beste vriend en Bill. De rode draad doorheen haar verhaal is oorlog, angst, schuldgevoel en liefde. 

“Ik sta stil bij de dingen waarvan ik hou, ook al is in alles een beetje tragedie gestikt als je de draad maar lang genoeg volgt.”

Tragedie en miserie was er genoeg in Lilly’s leven. Lilly’s familie stond in Ierland aan de verkeerde kant van de geschiedenis, waardoor Lilly en haar verloofde moesten vluchten naar de VS. Nadat haar verloofde voor haar ogen werd doodgeschoten en zij wist te ontkomen, is ze altijd op haar hoede geweest.

Dan was er nog Joe Kinderman, haar echtgenoot. Lilly was zwanger van Ed toen hij verdween. Net als haar broer trok Ed het uniform aan van de soldaat. Hij overleefde de Vietnamoorlog, maar was niet meer dezelfde. Ook Bill was veranderd toen hij terugkwam van de Golfoorlog.

Naast de miserie en de tragedie zijn er ook de warme herinneringen aan Ierland en haar familie.

” Maar Maud, Annie, Willie en mijn vader zijn hoe dan ook nooit uit mijn gedachten verdwenen. Er gaat geen dag voorbij of we drinken samen wel een vreemd kopje thee, in een eigenaardig salon in mijn achterhoofd.”

Hoewel het verhaal 70 jaar bestrijkt, weet Barry dit samen te ballen in nog geen 300 pagina’s, en geeft hij je tegelijkertijd de geschiedenis van de twintigste eeuw. De beperktheid van het vertellersperspectief zorgt voor gelaagdheid en eigen invulling. 

Zo laat Barry in het midden of Lilly daadwerkelijk een einde maakt aan haar leven. Op het einde zoomt hij discreet uit. Wie weet, had het opschrijven van haar herinneringen een therapeutische werking.

Initieel lijken er overeenkomsten te zijn met ‘Het geheime schrift’, waarin de honderdjarige Roseanne McNulty terugkijkt op haar bewogen leven. Maar Lilly Dunne heeft een andere stem en persoonlijkheid. Haar drama lijkt nietig en iel, net als het geluid dat haar hart maakt als het breekt. 

Oorspronkelijke titel: On Canaan’s Side.
Jaar van publicatie: 2011.

Klok zonder wijzers van Carson McCullers

In de hedendaagse VS voelt de blanke middenklasse zich achtergesteld, en tot wat dit kan leiden, lees je in deze roman van 60 jaar geleden.

In een stadje in Georgia, in het zuiden van de VS, volg je vier mannen. De 39-jarige J.T. Malone, drogist en apotheker. Fox Clane, een oude rechter en voormalig Congreslid. Jester Clane, de dwarse, idealistische kleinzoon van de rechter. En Sherman Pew, een zwarte man met blauwe ogen, die worstelt met zijn identiteit.

In de maatschappij waarin de mannen leven, zijn er veranderingen op til. Er is sprake van integratie op de scholen. Voor de behoudende burgers in het zuiden van de Verenigde Staten is dit weerzinwekkend. Fox Clane wil alvast de eeuwenoude normen en waarden van het Zuiden met alle geweld behouden. 

Meer nog dan een portret van een aantal inwoners van een stadje ergens in de VS wiens leven met elkaar verbonden is, is dit een roman over de dood. En hoe iedereen dood gaat op zijn eigen manier.

“De dood is altijd hetzelfde, maar ieder mens gaat dood op zijn eigen manier. Voor J.T. Malone begon het einde van zijn leven zo simpel en alledaags dat hij het een tijdlang verwarde met het begin van een nieuw seizoen.”

Zijn lusteloosheid schreef J.T. Malone toe aan lentemoeheid. Hierop nam hij een ijzerdrankje uit zijn eigen apotheek. Toen zijn kleren los rond zijn lichaam hingen, ondernam hij geen actie. Pas nadat hij flauwviel in zijn apotheek, ging hij naar de dokter. Die stuurde hem naar het ziekenhuis voor enkele testen. De uitslag van die testen toonde aan dat Malone nog een jaar, hoop en al anderhalf jaar te leven heeft. 

Als hij alleen is, huilt Malone. Het vooruitzicht van de dood maakte hem rusteloos. Hij zoekt daarop troost in de kerk. Net zoals Fox Clane gaat hij naar de baptistenkerk van dominee Watson. Malone is trots op zijn vriendschap met Fox Clane. Sinds Clanes beroerte is die vriendschap inniger geworden. De rechter is de eerste aan wie Malone vertelt dat hij leukemie heeft.

Hoe ga je om met de dood als je kijkt op een klok zonder wijzers? Malone weet dat hij gaat sterven, maar niet wanneer dat gaat zijn. En hoe ga kan je nu doodgaan als je nog niet hebt geleefd?

Ongeluk, eenzaamheid en ziekte waren de rode draden in Carson McCullers (1917-1967) leven. Toen zij ‘Klok zonder wijzers’ schreef, had ze al een rits beroertes achter de rug en had ze kanker en een zelfmoordpoging overleefd. Naast haar zwakke gezondheid was er haar onbeantwoorde verlangen naar de vrouwenliefde, en haar tumultueuze huwelijk met Reeves McCullers.

‘Klok zonder wijzers’ is geen mistroostig, maar een ongecompliceerd boek, rijk aan metaforen. Het getuigt van een goed inlevingsvermogen. Ook wordt J.T. Malone in de laatste hoofdstukken de beste versie van zichzelf. En verwart hij het eind van zijn leven niet meer met het begin van een nieuw seizoen.

“Nu keek hij naar de natuur als deel van zichzelf. Hij was niet meer de man die keek naar een klok zonder wijzers.”

Oorspronkelijke titel: Clock without Hands.
Jaar van publicatie: 1961.

Het gebeier van Bicêtre van Georges Simenon

Zijn eigen boeken las hij nooit. Toen hij begon met schrijven was hij zelfs met lezen gestopt. Hij schreef nooit een dikke roman. Omdat hij niet langer dan 10 dagen met zijn personages kon leven. Voor hij begon aan een boek, liet hij zich onderzoeken door een arts. Hij moest weten of hij fysiek en mentaal de stress aankon van een nieuw boek. Want de komende 8 à 10 dagen ging hij in trance, ontdeed zich van zichzelf en sloot zich op.

De eerste vraag waar hij een antwoord op zocht, was: welke gebeurtenis verandert voorgoed het leven van mijn personage? Als hij dat wist, had hij zijn eerste hoofdstuk. En kon zijn personage het van hem overnemen.

Over een van zijn persoonlijke favorieten ‘Het gebeier van Bicêtre’ deed Simenon bijna een maand. Kennelijk kon hij het goed vinden met zijn personage, René Maugras. Bovendien had hij er research voor gedaan, iets wat hij normaal gezien nooit deed. De research voor ‘Het gebeier van Bicêtre’ had ongeveer 2 uur in beslag genomen. Zo lang had het geduurd om te spreken met een verpleegster in het ziekenhuis Bicêtre.

De roman droeg hij op aan alle professoren, artsen, verpleegsters en verplegers die in ziekenhuizen en elders hun best doen het meest verwarrende wezen dat bestaat begrip te tonen en hulp te bieden, namelijk de zieke mens. 

Het eerste signaal van buitenaf dat tot René Maugras doordringt is het gebeier van klokken. Hij wil zijn ogen opendoen. Maar er komt geen beweging in zijn oogleden. Hij glijdt weer weg in een slaap. Anderhalf uur later wordt hij abrupt, meer geëmotioneerd wakker. Zijn ledematen bewegen ongecontroleerd. Hij wil roepen. Maar er komt geen geluid uit zijn mond. Iemand voelt achteloos zijn pols. Spreekt tegen hem, stelt hem gerust. Hij krijgt een spuit. Maar voelt niets. 

Als hij terug ontwaakt, ziet hij Pierre, een vriend. Pierre slaat een zalvende toon aan. Een toon die hij reserveert voor zijn patiënten. Dan schiet hem Le Grand Véfour te binnen. Ze waren samengekomen in Le Grand Véfour voor de lunch. René was naar het toilet gegaan en had daar het bewustzijn verloren. Door de attaque kan hij bijna niet meer bewegen en niets meer zeggen. Pierre verzekert hem dat zijn toestand maar tijdelijk is. René heeft daar geen oren naar. Want hij heeft geen zin om te vechten.

Waarom zou hij?

Hij is gekluisterd aan zijn bed. Terwijl dokters en verpleegsters aan zijn herstel werken peinst René over het verleden, over de banale, schaarse momenten van geluk. En zijn moeilijke relaties met degene die het dichtst bij hem staan. 

Critici beschouwen ‘Het gebeier van Bicêtre’ als een hoogtepunt in het oeuvre van Simenon. Het is immers adembenemend mooi hoe Simenon wist door te dringen in het wezen van een man, die zich afvraagt of hij het nog kan.

“Zou het het nog kunnen? Hij bedoelt: leven net als iedereen. Want hij is niet meer helemaal zoals zij en zal dat nooit meer worden.”  

Van een plot is nauwelijks sprake, maar ‘Het gebeier van Bicêtre’ heeft geen plot nodig. Enkel de stem van een personage gedwongen tot observatie en reflectie, en Simenons sobere en heldere stijl.

Oorspronkelijke titel: Les anneaux de Bicêtre.
Datum van publicatie: 1963.

%d bloggers liken dit: