De ballade van het treurige café van Carson McCullers

De ellendige liefde.

Een katoenfabriek, wat arbeidershuisjes, perzikbomen, een kerk en een hoofdstraat van nog geen honderd meter lang. Een godverlaten oord, ergens in het zuiden van de VS. Ooit was hier een café met tafels met kleedjes en papieren servetten. Nu is datzelfde gebouw dichtgetimmerd. Enkel op het einde van de middag gaat een luik open en staart het bleke gezicht van Amelia Evans naar buiten. Zij baatte het café uit. Het grote succes van het café was evenwel toe te schrijven aan haar neef Lymon. 

‘De ballade van het treurige café’ vertelt twee verhalen. Hoe het café er kwam en waarom het nu dicht is. En het verhaal van Amelia Evans, haar ex-echtgenoot Marvin Macy en neef Lymon. Dat laatste is het verhaal van een curieuze driehoeksverhouding.

De drie personages in deze novelle zijn buitenbeentjes. De boomlange schele Amelia loopt liever rond in een werkbroek. Lymon heeft een bochel. En dan is er nog de knappe maar gemene recidivist Marvin Macy, die jarenlang het gezouten oor van een tegenstander bijhield. Dat laatste is maar een van de vele macabere details, die feitelijk verweven zijn in dit prachtig stukje melancholisch proza. Net als in een ballade worden de gebeurtenissen sprongsgewijs en met herhalingen verhaald. De personages stellen je voor raadsels, maar dat geeft net dat tikkeltje meer aan deze novelle. Zeker als je weet dat driehoeksverhoudingen als een rode draad door Carson McCullers’ (1917-1967) relaties liepen. 

McCullers droeg deze novelle overigens op aan componist David Diamond. Diamond was voor de schrijfster en haar echtgenoot Reeves McCullers iemand die ze liefhadden. Zoals ‘De ballade van het treurige café’ je leert, hunkert iemand die liefheeft steeds naar contact met zijn geliefde, ook al leidt dit tot ellende en een tragische ballade. 

Oorspronkelijke titel: The Ballad of the Sad Café.
Jaar van publicatie: 1951