Schipbreuk van Akira Yoshimura

Wachten op een schipbreuk.

Met ‘Schipbreuk’ van Akira Yoshimura zit je in een afgelegen, arm vissersdorp in de Japanse middeleeuwen. Visvangst en zoutwinning brengen vaak niet genoeg op, zodat de dorpelingen zich moeten verkopen voor contractarbeid. Jaarlijks hopen de dorpelingen op de komst van een ofunesame: een schip dat in de storm op de klippen slaat als geschenk van de goden. Dankzij de lading van zo’n schip kan het dorp weer even overleven.

Bij aanvang van het verhaal heeft Isaku’s vader zich in ruil voor graan voor drie jaar contractarbeid verkocht. Isaku, 9 jaar, is nu het hoofd van het gezin. Hij is verantwoordelijk voor zijn moeder, zijn jongere broer en zusjes. Vlak voordat zijn vader terug verwacht wordt, strandt er een schip. De lading van dit schip brengt het dorp allesbehalve de zegen.

De vergankelijkheid van het leven is een belangrijk thema in de Japanse literatuur. Centraal in ‘Schipbreuk’ staat dan ook: leven en dood. Een groot deel van het verhaal gaat over het leven van de dorpelingen aan de hand van de seizoenen. Naast de wisselende seizoenen met zijn tradities en gebruiken zijn er de huwelijken, de geboortes en overlijdens. Het wordt haast monotoon en het verhaal kent nogal wat herhaling, maar gelukkig wordt het nooit saai. Yoshimura’s taalgebruik is simpel, haast poëtisch in zijn eenvoud. En hoewel er schijnbaar weinig gebeurt, gebeurt er juist heel veel.

Wat met Isaku’s familie en het dorp gebeurd is, heeft zo moeten zijn. Isaku accepteert dan ook zijn lot, wat niet zo makkelijk te begrijpen is vanuit onze cultuur. Isaku, en daarmee ook de lezer, observeren het leven in het dorp. Als je het verhaal ontdoet van de Japanse tradities en gewoontes, heb je een verhaal over de strijd om te overleven, het noodlot, en de impact van de natuur.

Wat je ziet als je valt van Rebecca Wait

Omgaan met de dood van Kit.

De Engelse Rebecca Wait won een schrijfwedstrijd met de synopsis en de drie eerste hoofdstukken van ‘Wat je ziet als je valt’, haar debuut. Dit debuut hielp de auteur bij het begrijpen en verwerken van haar depressie als jongvolwassene. Geen toeval dus dat haar romanpersonage Kit depressief is. Kit gaat echter de dood verkiezen boven de pijn. Hoe het Kits familie vergaat na zijn dood, lees je in ‘Wat je ziet als je valt’. Bij aanvang van het verhaal is Kit al vijf jaar dood.

‘Wat je ziet als je valt’ kent verschillende vertelperspectieven en verhaallijnen. Zo krijg je verschillende zienswijzen op Kits ziekte en de individuele gedachten en gevoelens van elk personage. Het is mooi om te zien hoe elk personage vanuit zijn karakter en temperament omgaat met wat is gebeurd. Vooral de mannelijke karakters worden sterk neergezet.

Je hebt het verhaal van Emma. Emma was 9 als haar broer stierf. Zij weet niet zo veel over die periode en begint zich nu als veertien-, bijna vijftienjarige vragen te stellen.  Je hebt het verhaal van de ouders: Joe en Rose, die sinds de dood van hun oudste zoon elk in hun eigen wereld leven, en uit elkaar zijn gegroeid. En dan is er het verhaal van Jamie. Jamie verliet het ouderlijke huis op de dag, dat zijn broer begraven werd en heeft sindsdien geen contact meer met zijn familie. Kits verhaal kom je te weten via Jamie aan de hand van brieven. Die brieven beslaan een deel van de roman en bieden een extra manier om het verhaal via verschillende kanten te belichten. Naast de familie, lees je ook hoe vrienden de dood van Kit ervoeren.

Omdat er genoeg details en hints in het verhaal zijn, komt het uiteindelijke drama niet abrupt, maar intens en sereen. Door de stijl, het rustig verhaaltempo en de opbouw wordt het boek nooit zwaarmoedig. Het is uiteindelijk een verhaal over liefde. De soort liefde, die je vindt in hechte families en die ervoor zorgt dat het verhaal een positief einde kent.

The View on the Way Down, 2013

Bont en blauw van Anna Quindlen

De complexiteit van een gewelddadige relatie.

Fran leek gelukkig getrouwd met Bobby Benedetto. Achttien jaar lang wist ze haar blauwe plekken voor de buitenwereld te verstoppen. Tot ze op een dag, beslist om van huis weg te lopen samen met haar zoon, Robert. Dankzij de hulp van een organisatie, die zich inzet voor vrouwen zoals Fran, kan Fran een nieuw leven beginnen in een andere staat en stad. Fran heet nu Beth Crenshaw. Terwijl zij haar huwelijk met Bobby tracht te vergeten, is er de constante angst dat Bobby haar en Robert zal vinden. Bobby is immers een politieagent en de kans dat hij hun kan opsporen, is groot.

Frans nieuwe leven geeft Anna Quindlen de kans om haar hoofdpersonage te laten vertellen over de gewelddadige relatie waarin ze zat. Dit gebeurt door middel van chronologische herinneringen. Naast de herinneringen over haar huwelijk, is er ook de totaal nieuwe situatie waarin Fran zich nu bevindt. Kan Fran zomaar een nieuwe identiteit aannemen? En kan ze hetzelfde vragen van haar zoon? En zal Bobby hun vinden? En wat met Mike, de nieuwe leraar van haar zoon, die duidelijk een oogje heeft op Fran?

Van het moment dat de schrijfster, Mike introduceert als personage, vreesde ik dat het verhaal een richting zou uitgaan, waar ik niet van hou. Ik hou niet van de combinatie: vrouw – liefdesleven – juiste man. Ondanks het vleugje chicklit en het vrij voorspelbaar einde, kent het boek een spannend verloop en een goede opbouw. Naarmate het verhaal vordert, kom je meer en meer te weten over Frans huwelijk en de toenemende agressie van Bobby. Het verhaal kent een paar inconsequenties, waar je echter makkelijk over leest. Alles en iedereen in Frans nieuwe omgeving lijkt perfect. Toch blijkt het een manier om een paar interessante bedenkingen rond relaties en leven in de monden van de personages te leggen, wat het verhaal ten goede komt. Een belangrijke verhaallijn is ook Frans relatie met Robert, haar zoon, die het moeilijk heeft met de keuze die zijn moeder maakte.

Kortom, een aanrader, al was het maar om iets meer te begrijpen van de complexiteit van leven in een gewelddadige relatie.

 

Oorspronkelijke titel: Black and Blue
Jaar van publicatie: 1998