Schrijver zijn volgens Shaw

G.B. Shaw

George Bernard Shaw (1856-1950) was een Iers toneelschrijver.

Shaw is na William Shakespeare , de belangrijkste toneelschrijver voor de Engelstalige theaterwereld. Net als de bard uit Stratford-upon-Avon schreef Shaw veel. Hij schreef meer dan 60 stukken.

Bij het grote publiek is hij vooral gekend voor ‘Pygmalion’ (1912), oftewel ‘My Fair Lady’. In ‘Pygmalion’ gaat professor Higgins een weddenschap aan. Hij zal van een arme Londense bloemenverkoopster, Eliza Doolittle een dame maken. Voor het scenario van de film ‘Pygmalion’ kreeg Shaw in 1939 een Oscar.

Zijn toneelstuk rond Jeanne d’Arc, ‘Saint Joan’ leverde hem in 1925 de Nobelprijs voor literatuur op. Shaw accepteerde de prijs, maar weigerde het prijzengeld. Tijdens zijn lange leven kwam hij in aanmerking voor heel wat Britse eerbewijzen en onderscheidingen. Hij weigerde ze allemaal.

Boeken volgens Morrison

Toni Morrison (1931-2019) was een Amerikaanse schrijfster.

Omdat ze een negen-tot-vijfbaan had schreef Morrison in de tussenliggende uren. Een groot deel van haar schrijverscarrière werkte zij als redacteur bij Random House. Daarnaast gaf ze op de universiteit een literatuurcursus en voedde als alleenstaande moeder haar twee zoontjes op.

De onderbelichting van de Afro-Amerikaanse vrouw in de Amerikaanse literatuur was voor Morrison een van de redenen om te gaan schrijven. In 1970 debuteerde ze met ‘The Bluest Eyes’ (Het blauwste oog). De doorbraak kwam er in 1973 met de roman ‘Sula’. ‘Sula’ werd toen genomineerd voor de National Book Award. Na het succes van haar derde roman ‘Song of Solomon’ (Solomons lied) gaf zij haar baan bij Random House op voor een voltijdse baan als schrijfster. Zij was toen 46 jaar.

In 1993 kreeg zij als eerste zwarte vrouw de Nobelprijs voor Literatuur.

De foto bij dit blog is in het publieke domein en komt van Wikimedia Commons.

Lezen volgens Mauriac

François Mauriac

François Mauriac (1885 – 1970) was een Frans schrijver.

Bij de bekendmaking  van de Nobelprijs voor Literatuur in 1952 had een groot deel van de wereld nog nooit van François Mauriac gehoord. Niet iedereen in Frankrijk was het eens met de juryleden van de Nobelprijscommissie. Voor Jean-Paul Satre was de romanschrijver-journalist allesbehalve een artiest. Dichter Paul Claudel vond zijn werk te kleinburgerlijk.

Aanvankelijk waren Mauriacs romans autobiografisch van karakter. Zijn ontvoogding uit het burgerlijke en vrome gezinsleven viel samen met dat van zijn personages. In 1922 verwierf hij bekendheid met ‘Le baiser au lépreux’, over de gespannen relatie tussen een echtpaar. De eerste vertaling in het Nederlands van zijn werk kwam er in 1933 met ‘Addergebroed’ (Le Nœud de vipères).

Een krantenbericht over een vrouw die haar man had proberen te vergiftigen lag aan de basis van ‘Thérèse Desqueyroux’ (1927), zijn bekendste roman. In deze roman exploreert Mauriac de innerlijke strijd van zijn hoofdpersonage. De roman kreeg in 1935 een vervolg met ‘La fin de la nuit’. ‘Thérèse’ van Uitgeverij Bint bracht beide romans in 2017 samen in een nieuwe Nederlandse vertaling.