Het gebeier van Bicêtre van Georges Simenon

De zieke mens in al zijn naaktheid.

Zijn eigen boeken las hij nooit. Toen hij begon met schrijven was hij zelfs met lezen gestopt. Hij schreef nooit een dikke roman. Omdat hij niet langer dan 10 dagen met zijn personages kon leven. Voor hij begon aan een boek, liet hij zich onderzoeken door een arts. Hij moest weten of hij fysiek en mentaal de stress aankon van een nieuw boek. Want de komende 8 à 10 dagen ging hij in trance, ontdeed zich van zichzelf en sloot zich op.

De eerste vraag waar hij een antwoord op zocht, was: welke gebeurtenis verandert voorgoed het leven van mijn personage? Als hij dat wist, had hij zijn eerste hoofdstuk. En kon zijn personage het van hem overnemen.

Over een van zijn persoonlijke favorieten ‘Het gebeier van Bicêtre’ deed Simenon bijna een maand. Kennelijk kon hij het goed vinden met zijn personage, René Maugras. Bovendien had hij er research voor gedaan, iets wat hij normaal gezien nooit deed. De research voor ‘Het gebeier van Bicêtre’ had ongeveer 2 uur in beslag genomen. Zo lang had het geduurd om te spreken met een verpleegster in het ziekenhuis Bicêtre.

De roman droeg hij op aan alle professoren, artsen, verpleegsters en verplegers die in ziekenhuizen en elders hun best doen het meest verwarrende wezen dat bestaat begrip te tonen en hulp te bieden, namelijk de zieke mens. 

Het eerste signaal van buitenaf dat tot René Maugras doordringt is het gebeier van klokken. Hij wil zijn ogen opendoen. Maar er komt geen beweging in zijn oogleden. Hij glijdt weer weg in een slaap. Anderhalf uur later wordt hij abrupt, meer geëmotioneerd wakker. Zijn ledematen bewegen ongecontroleerd. Hij wil roepen. Maar er komt geen geluid uit zijn mond. Iemand voelt achteloos zijn pols. Spreekt tegen hem, stelt hem gerust. Hij krijgt een spuit. Maar voelt niets. 

Als hij terug ontwaakt, ziet hij Pierre, een vriend. Pierre slaat een zalvende toon aan. Een toon die hij reserveert voor zijn patiënten. Dan schiet hem Le Grand Véfour te binnen. Ze waren samengekomen in Le Grand Véfour voor de lunch. René was naar het toilet gegaan en had daar het bewustzijn verloren. Door de attaque kan hij bijna niet meer bewegen en niets meer zeggen. Pierre verzekert hem dat zijn toestand maar tijdelijk is. René heeft daar geen oren naar. Want hij heeft geen zin om te vechten.

Waarom zou hij?

Hij is gekluisterd aan zijn bed. Terwijl dokters en verpleegsters aan zijn herstel werken peinst René over het verleden, over de banale, schaarse momenten van geluk. En zijn moeilijke relaties met degene die het dichtst bij hem staan. 

Critici beschouwen ‘Het gebeier van Bicêtre’ als een hoogtepunt in het oeuvre van Simenon. Het is immers adembenemend mooi hoe Simenon wist door te dringen in het wezen van een man, die zich afvraagt of hij het nog kan.

“Zou het het nog kunnen? Hij bedoelt: leven net als iedereen. Want hij is niet meer helemaal zoals zij en zal dat nooit meer worden.”  

Van een plot is nauwelijks sprake, maar ‘Het gebeier van Bicêtre’ heeft geen plot nodig. Enkel de stem van een personage gedwongen tot observatie en reflectie, en Simenons sobere en heldere stijl.

Oorspronkelijke titel: Les anneaux de Bicêtre.
Datum van publicatie: 1963.