Het rapport van de gendarme van Georges Simenon

Familiedrama.

“Boerderij Le Gros-Noyer, in Sainte-Odile, via Fontenay-le-Comte. De weg naar La Rochelle nemen en vijf kilometer voorbij Fontenay afslaan naar Maillezais.”

Het papiertje met de aanwijzingen lag bij de tafelpoot. Het was net daarvoor uit één van de zakken van de kleding van de onbekende man gevallen. De gendarme merkte nog net op tijd op dat Joséphine Roy het papiertje had opgeraapt. Étienne was er zeker van dat zijn vrouw het had willen verdonkeremanen. 

Het was een zaterdag, zoals elke zaterdag geweest. De oude Roy was bij de dieren. Étienne was naar Fontenay-le-Comte. De vrouwen hadden gewerkt op de zolder. Het was daar, door het ronde raam, dat Lucile om half vijf iemand zag liggen bij de dikke, omgevallen notenboom. Later nadat de bestelwagen van Ligier, de poelier van Sainte-Odile was langsgereden, zag Lucile dat de onbekende meer naar rechts lag van waar ze hem eerst had gezien.

Nu ligt de man in een bed op de bovenverdieping. De gendarme probeert te achterhalen wie de man is, en waarom hij op weg was naar de boerderij. 

Merkwaardig: de blikken zoeken elkaar, ontvluchten elkaar, glijden weg, blijven aan iets willekeurigs hangen, zoeken elkaar opnieuw en ontsnappen zodra ze elkaar hebben gevonden. 

Als lezer merk je al snel dat er onderhuidse spanningen zijn tussen de gezinsleden. Hoewel niemand van het gezin ook maar iets te maken heeft met het ongeluk, is er duidelijk iets gaande. Maar wat? Nadat je iets meer te weten komt over de rare vader, de onstuimige dochter en de rokkenjagende oude Roy, focust het verhaal zich meer en meer op de sterkhouder van het gezin, de moeder.

‘Het rapport van de gendarme’ begint als een misdaadverhaal. Maar verschuift meer en meer naar een psychologisch drama, waarin vermoedens de uitkomst bepalen. Een familiedrama is onvermijdelijk. Weer een pareltje van Simenon, dat vorig jaar voor het eerst in het Nederlands werd vertaald door Reintje Groos en Jan Pieter van der Sterre.

Oorspronkelijke titel: Le rapport du gendarme.
Jaar van publicatie: 1944.

Het gebeier van Bicêtre van Georges Simenon

De zieke mens in al zijn naaktheid.

Zijn eigen boeken las hij nooit. Toen hij begon met schrijven was hij zelfs met lezen gestopt. Hij schreef nooit een dikke roman. Omdat hij niet langer dan 10 dagen met zijn personages kon leven. Voor hij begon aan een boek, liet hij zich onderzoeken door een arts. Hij moest weten of hij fysiek en mentaal de stress aankon van een nieuw boek. Want de komende 8 à 10 dagen ging hij in trance, ontdeed zich van zichzelf en sloot zich op.

De eerste vraag waar hij een antwoord op zocht, was: welke gebeurtenis verandert voorgoed het leven van mijn personage? Als hij dat wist, had hij zijn eerste hoofdstuk. En kon zijn personage het van hem overnemen.

Over een van zijn persoonlijke favorieten ‘Het gebeier van Bicêtre’ deed Simenon bijna een maand. Kennelijk kon hij het goed vinden met zijn personage, René Maugras. Bovendien had hij er research voor gedaan, iets wat hij normaal gezien nooit deed. De research voor ‘Het gebeier van Bicêtre’ had ongeveer 2 uur in beslag genomen. Zo lang had het geduurd om te spreken met een verpleegster in het ziekenhuis Bicêtre.

De roman droeg hij op aan alle professoren, artsen, verpleegsters en verplegers die in ziekenhuizen en elders hun best doen het meest verwarrende wezen dat bestaat begrip te tonen en hulp te bieden, namelijk de zieke mens. 

Het eerste signaal van buitenaf dat tot René Maugras doordringt is het gebeier van klokken. Hij wil zijn ogen opendoen. Maar er komt geen beweging in zijn oogleden. Hij glijdt weer weg in een slaap. Anderhalf uur later wordt hij abrupt, meer geëmotioneerd wakker. Zijn ledematen bewegen ongecontroleerd. Hij wil roepen. Maar er komt geen geluid uit zijn mond. Iemand voelt achteloos zijn pols. Spreekt tegen hem, stelt hem gerust. Hij krijgt een spuit. Maar voelt niets. 

Als hij terug ontwaakt, ziet hij Pierre, een vriend. Pierre slaat een zalvende toon aan. Een toon die hij reserveert voor zijn patiënten. Dan schiet hem Le Grand Véfour te binnen. Ze waren samengekomen in Le Grand Véfour voor de lunch. René was naar het toilet gegaan en had daar het bewustzijn verloren. Door de attaque kan hij bijna niet meer bewegen en niets meer zeggen. Pierre verzekert hem dat zijn toestand maar tijdelijk is. René heeft daar geen oren naar. Want hij heeft geen zin om te vechten.

Waarom zou hij?

Hij is gekluisterd aan zijn bed. Terwijl dokters en verpleegsters aan zijn herstel werken peinst René over het verleden, over de banale, schaarse momenten van geluk. En zijn moeilijke relaties met degene die het dichtst bij hem staan. 

Critici beschouwen ‘Het gebeier van Bicêtre’ als een hoogtepunt in het oeuvre van Simenon. Het is immers adembenemend mooi hoe Simenon wist door te dringen in het wezen van een man, die zich afvraagt of hij het nog kan.

“Zou het het nog kunnen? Hij bedoelt: leven net als iedereen. Want hij is niet meer helemaal zoals zij en zal dat nooit meer worden.”  

Van een plot is nauwelijks sprake, maar ‘Het gebeier van Bicêtre’ heeft geen plot nodig. Enkel de stem van een personage gedwongen tot observatie en reflectie, en Simenons sobere en heldere stijl.

Oorspronkelijke titel: Les anneaux de Bicêtre.
Datum van publicatie: 1963.

Fictieve held: Maigret

Hoewel hij sinds 1972 van een welverdiend pensioen geniet blijft hij populair. Simenons man bij de Parijse moordbrigade schittert nu al 90 jaar onafgebroken op papier. Ook als bioscoop- en filmheld doet commissaris Maigret het goed.

In 2017 werd hij nog gespeeld door Rowan Atkinson. Aanvankelijk had Atkinson bedankt voor de rol. Hij zag niet hoe hij een gewone man kon vertolken. Maigret heeft immers geen grote mond of superbrein. Hij gebruikt geen drugs, speelt geen viool of operamuziek. Zedenpreken en cynisme is hem vreemd. Net als buitenechtelijke relaties en het leven als vrijgezel. Hij is gelukkig getrouwd en zijn vrouw maakt geen probleem van zijn onregelmatige werkuren.

Atypische held

Hij zoekt geen gerechtigheid. Dat laat hij over aan de rechtbank. Als speurder wil Maigret de ander vooral begrijpen. Zijn superkrachten zijn luisteren en observeren. Hoewel hij commissaris is, schaduwt hij verdachten en loopt hij cafés binnen voor informatie. Zijn wereld is die van de gewone man met zijn gebreken en zwakheden.

Bij het begin van een onderzoek verwerpt hij geen enkele hypothese. Voor zijn beroemde methode Maigret zakken buitenlandse collega’s af naar de lichtstad, zodat ze hem in actie kunnen zien. Maigret is veeleer een ambtenaar, weliswaar een atypische: hij houdt niet van papierwerk en vergaderingen. Niet alleen Maigret, ook de verhalen over hem zijn atypisch. Naast andere detectives valt een Maigret op door de sfeer, de karakterisering en het beperkte plot. Toch zijn ze spannend. Simenon had daar zo zijn technieken voor. 

Populaire held

De eerste Maigret schreef Georges Simenon in 1930. ‘Pietr-le-Letton’ was overigens het eerste boek waarvoor Simenon geen pseudoniem gebruikte; hij vond het goed genoeg om er zijn eigen naam onder te zetten. Vier jaar later kwam er een voorlopig einde aan de reeks. Simenon wou zich vooral toeleggen op roman durs, zijn literair werk. Maar de Maigrets verkochten beter. Dus begon Simenon vanaf 1940 opnieuw Maigrets te schrijven. Bovendien steeg met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de behoefte aan ontspanningslectuur. In totaal schreef Simenon 75 romans en 28 kortverhalen over de populaire commissaris. Zijn allerlaatste boek in 1972 was een Maigret: Maigret et monsieur Charles. 

De bioscoop- en filmheld

Regisseurs en producten zagen snel brood in de verfilming van de Maigrets. Tussen 1932 en 1945 verschenen de eerste films. Volgens Maigret-kenners beïnvloedde de vertolking van Jean Gabin tussen 1958 en 1963 Simenon bij het verder uitwerken van zijn held. Vanaf de jaren 60 tot nu zijn er al verschillende televisieseries geweest.

De foto bij dit blog komen van Wikimedia Commons en zijn in het publieke domein. Voor het blog gebruikte ik verschillende internetbronnen, waaronder Wikipedia.