In mijn blogwereld deel ik af en toe wat er achter de schermen beweegt. Vandaag voelt als een goed moment om jullie mee te nemen in de richting die Boeken uitgaat, zeker nu mijn blog dit jaar zijn twaalfde verjaardag nadert.
Boeken is doorheen de jaren geëvolueerd. Er zijn rubrieken bijgekomen en er zijn rubrieken verdwenen. Eind 2024 besloot ik om te stoppen met boekrecensies. In 2025 kon je hier nog enkele recensies lezen, en wie weet duikt er af en toe nog eens een recensie op. Maar de focus ligt nu meer op auteurs en hun wereld, en op helden en verhalen uit de wereldliteratuur.
In maart kan je kennismaken met een nieuwe rubriek waarin ik mensen uit de schaduw haal die een belangrijke rol speelden in de literatuur, maar zelden daarvoor erkenning kregen. Denk aan vertalers, illustratoren, redacteurs en mede-auteurs. Maar ook aan bekende auteurs van wie een invloedrijke bijdrage aan de literatuur onderbelicht bleef.
Daarnaast werk ik aan verschillende blogs rond een bepaald thema. Zo kan je dit jaar een viertal stukken verwachten over de literatuurstroming magisch realisme.
Naast het inhoudelijke werk ga ik dit jaar ook achter de schermen aan de slag. Ik denk aan een andere structuur, een nieuw menu en aangepaste pagina’s die beter aansluiten bij de nieuwe invulling van Boeken.
Alleszins ben ik blij dat de voorbije weken een aantal ideeën vorm hebben gekregen. Sommige dingen hebben nog rijpingstijd nodig, maar de content vloeit momenteel vlot uit mijn toetsenbord, en dat is het belangrijkste.
Ik hoop dat jullie mee blijven lezen, mee blijven ontdekken en mee blijven dwalen door de wereld achter de woorden.
Hij wandelde de literatuur binnen via de orale verteltraditie. Door de verhalen in Les Mille et Une Nuits (1704–1717) van Antoine Galland werd hij een publiekslieveling. Tegen de tijd dat hij zijn debuut maakte op het witte doek, had hij zijn oorspronkelijke Chinese afkomst al ingeruild voor een Arabische identiteit.
Het product van een Fransman en een Syriër.
Aladdin heeft zijn bestaan te danken aan Antoine Galland (1646–1717). Galland was een arabist en oriëntalist, die vanaf de 18e eeuw begon met het vertalen van de vertellingen van Duizend-en-een-nacht. In die tijd waren vertalers medeauteurs die vertalingen aanpasten aan hun eigen literaire smaak, of aan de smaak van het lezerspubliek. Galland zag zichzelf dan ook als een literair auteur die een Europees publiek wilde betoveren met Oosterse verhalen. Zijn vertellingen waren zo geliefd dat jonge mannen hem ’s nachts onder zijn raam wakker riepen om te vragen naar nieuwe verhalen.
Dankzij Gallands literaire ingrepen groeide zijn Les Mille et Une Nuits (Duizend-en-een- nacht) uit tot een van de invloedrijkste boeken in de westerse cultuur, dat ook eeuwen nadien de westerse fantasie over het Midden Oosten blijvend zou bepalen.
De oudste verhalen uit Duizend-en-een-nacht gaan overigens terug tot de achtste eeuw. Waarschijnlijk werden ze pas in de tiende eeuw vanuit het Indisch en Perzisch vertaald naar het Arabisch onder de titel Alf Layla, ofwel Duizend-en-een-nacht. In het manuscript dat Galland tijdens zijn reizen door het Midden-Oosten had aangekocht, kwam het verhaal van Aladdin niet voor. Uit Gallands dagboek weten we dat hij het Aladdin-verhaal had gehoord van de Syrisch-christelijke verhalenverteller en geleerde Hanna Diab.
China als land van wonderen en rijkdom.
Volgens Hanna Diab woonde Aladdin in een land van wonderen en rijkdom. Dat land was China. Zo goed als alle personages in het verhaal zijn Chinees. De gemene tovenaar die Aladdin bezoekt, komt uit Noord Afrika.
Van die Maghrebijnse tovenaar krijgt Aladdin een toverring. Dankzij die ring kan hij een magische grot betreden en een wonderlamp meenemen. Wanneer zijn moeder de lamp oppoetst, verschijnt er een djinn. Met hulp van de djinn en de geest in de ring wordt Aladdin een steenrijke man, die uiteindelijk trouwt met een prinses. Daarmee is het verhaal nog niet ten einde, want later krijgt Aladdin het aan de stok met de broer van de tovenaar.
Van Chinees naar Arabier. Van hebzuchtig naar zorgzaam.
Omdat Les Mille et Une Nuits zo populair was en massaal werd gelezen, volgden al snel herdrukken en vertalingen in andere Europese talen. Engelse en Duitse vertalers voegden nieuwe details toe aan het verhaal en plaatsten Aladdin in een Arabische of Perzische setting.
Tegen de tijd dat Aladdin zijn debuut maakt op het witte scherm, is hij Arabisch. In de Disney film Aladdin (1992) heeft hij geen moeder meer. In het oorspronkelijke verhaal speelde zijn moeder nochtans een belangrijke rol in de ontmoeting met de prinses. Maar als moderne man moet Aladdin zelf een manier vinden om de prinses voor zich te winnen, en dat met maar één in plaats van twee geesten. Ook is zijn karakter aangepast: hij is geen luie, hebzuchtige jongen meer, maar een scherpzinnige en zorgzame jonge man.
Aladdin, de hybride kosmopoliet.
Bij Disney bedachten ze voor Aladdin de fictieve stad Agrabah, een stad van mysterie en betovering, geïnspireerd op Bagdad in Irak. Voor het koninklijk paleis was de Taj Mahal in India de inspiratiebron. En daarmee maakten ze bij Disney de cirkel rond.
Zoals eerder gezegd liggen de wortels van de verhalen van Duizend-en-een-nacht in het Midden Oosten en India, waar door de eeuwen heen Perzische, Arabische en Indische vertellingen met elkaar verweven raakten, aangevuld, herschreven en doorgegeven werden, tot ze uiteindelijk het raamwerk vormden dat we vandaag kennen als de verhalen van Sherezade. In die verhalen is Aladdin met zijn wonderlamp een kind van een rijke, grensoverschrijdende traditie die begint met de zin: “Er was eens, in een land hier ver vandaan…”
Drie 19e‑eeuwse illustraties waarin Aladdin nog als Chinees personage verschijnt. Van links naar rechts zijn de illustraties van Walter Crane, Felix Octavius Carr Darley en Max Liebert. De afbeeldingen komen van Wikimedia Commons en bevinden zich in het publieke domein.
De foto links toont demostranten met spandoek tegen de duivel Rushdie van fotograaf Rob Croes; deze foto komt van Wikimedia Commons. De foto helemaal rechts van Salman Rushdie komt van Flickr en is van fotograaf Ed Lederman voor PEN American Center. De foto in het midden komt van de website van Uitgeverij Pluim.
Op 14 februari 1989 vaardigde de Iraanse geestelijke leider ayatollah Ruhollah Khomeini een fatwa uit tegen Salman Rushdie. De auteur werd ter dood veroordeeld wegens de publicatie van De Duivelsverzen (1988).
In deze roman verweeft Salman Rushdie migratie, identiteit, religieuze verbeelding en satire met elementen van magisch realisme. Een van de droomhoofdstukken verwijst naar een omstreden episode uit de vroeg-islamitische traditie: de zogenaamde duivelsverzen. Wat voor Rushdie een literair motief was, werd door sommige gelovigen ervaren als een aantasting van de integriteit van de profeet en de openbaring.
Kort na verschijnen leidde het boek al tot protesten, maar de controverse escaleerde pas echt na Khomeini’s fatwa. Boekhandels werden bedreigd, vertalers en uitgevers aangevallen, en het debat over kunst, religie en vrijheid kreeg een nieuwe lading.
Vandaag geldt de Rushdie-affaire als een keerpunt in de wereldwijde discussie over vrije meningsuiting. Ondanks jarenlange bedreigingen bleef Rushdie zich inzetten voor vervolgde schrijvers via zijn werk bij PEN America en PEN International.
Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.