Spotlight op: Het vuur

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur aan de vergetelheid. Vandaag is het spotlight gericht op: Le Feu (Het vuur) van Henri Barbusse.

Henri Barbusse (1873–1935) was een Frans politicus en schrijver. Vanaf 1919 sympathiseerde hij met het Russische communisme, een overtuiging die wortelde in zijn ervaringen tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914–1918).

Toen in 1914 de oorlog uitbrak, meldde de 41-jarige Barbusse zich als vrijwilliger. Hij bracht elf maanden aan het front door, maanden die hij later verwerkte in zijn roman Het vuur, waarin hij de ervaringen van gewone soldaten in de loopgraven beschreef.

Niet lang na de publicatie van Het vuur (1917) werd het bekroond met de Prix Goncourt, een van de belangrijkste Franse literatuurprijzen. Het boek was echter omstreden: het sloot niet aan bij de officiële oorlogsretoriek en propaganda. Barbusses verslag was rauw en ontluisterend, vol gruwelijke details over de uitzichtloze loopgravenoorlog. Hij wilde de leugens ontkrachten en de oorlog tonen zoals die werkelijk was.

Barbusse was niet de allereerste criticus van de oorlog, maar wel de eerste breed gelezen frontsoldaat die de oorlog niet langer verheerlijkte. Het vuur werd zo een literair keerpunt dat de mythe van de heroïsche oorlog doorprikte.

De Franse patriotten mochten dan wel geschokt zijn door Barbusses realistische oorlogservaringen, het publiek omarmde het. Eind 1918 waren er al een kwart miljoen exemplaren verkocht. Ook vandaag geldt het nog steeds als een van de belangrijkste romans over de Eerste Wereldoorlog.

Net als het later verschenen Im Westen Nichts Neues van Erich Maria Remarque gaf Barbusse een stem aan de mannen die in de modder, kou en angst van de loopgraven leefden en stierven. Meer dan een eeuw later klinkt zijn boodschap nog altijd na: wie de werkelijkheid van oorlog wil begrijpen, moet luisteren naar wie haar heeft doorstaan.

 Nous vivons sous la terre, dans un monde de boue et d’obscurité.

De tekening bij dit blog van Henri Barbusse komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.

Vijf boeken waar ik nieuwsgierig naar ben in 2026

Foto door Ann H op Pexels.com

Voor 2026 kijk ik vooral uit naar vijf boeken van auteurs die me de voorbije jaren al meer dan eens hebben verrast. Hun nieuwe werk belooft opnieuw die mix van historische diepgang, sterke personages en verhalen die blijven nazinderen. Dit zijn de titels die nu al mijn nieuwsgierigheid prikkelen.

1: Witte rivier van Ian McGuire

Toeval wil dat ik me een maand geleden nog afvroeg of McGuire intussen iets nieuws had geschreven. Volgens de synopsis speelt zijn nieuwe roman zich af in de winter van 1766 en voert het ons mee naar de verste uithoeken van het achttiende-eeuwse Britse Rijk, waar twee werelden met elkaar botsen met rampzalige en dodelijke gevolgen.

Het verfilmde Het noordwater had iets gotisch en donker, terwijl De weigeraar een melancholische toon had. McGuire heeft een flair voor timing en opbouw, en een scherp oog voor historische accuraatheid. Lezers op Goodreads omschrijven Witte rivier als donker en duister, met thema’s als hebzucht en vooroordelen. Naast het perspectief van de blanke mannen belicht McGuire ook dat van de inheemse mannen en vrouwen.

Ik verwacht een verhaal dat de tijdsgeest overtuigend neerzet, met wendingen die me zullen verrassen.

Verschijnt op: 5 maart 2026 bij De Bezig Bij.

2: Venetiaanse vespers van John Banville

Net als Witte rivier speelt ook dit verhaal zich af in de winter, maar dan in 1899. Schrijver Evelyn Dolman trouwt met de dochter van een rijke Amerikaan. De hoop op een erfenis vervliegt echter wanneer vader en dochter verwikkeld raken in een raadselachtig conflict. Tijdens hun huwelijksreis in Venetië vreest Evelyn dat hij zijn verstand verliest.

Het klinkt als iets dat Agatha Christie had kunnen schrijven, maar in Banvilles handen wordt dit ongetwijfeld iets bijzonders. Venetië lijkt me de ideale plaats voor een noir, en talloze schrijvers hebben de dogestad al op hun eigen manier beschreven. Ik verwacht subtiele verwijzingen naar andere verhalen, Banvilles humor en zijn kenmerkende stijl, en een intrigerend plot waarin de waarheid vervormd wordt en het slachtoffer geïsoleerd raakt.

Verschijnt op: 6 mei 2026 bij Querido.

3: De schaduwen van Rome van Joseph O’Connor

Vorig jaar zette ik in Gespot In het huis van mijn vader centraal. De schaduwen van Rome is het tweede deel in O’Connors trilogie rond monseigneur Hugh O’Flaherty (1898–1963). Alleszins weet ik wat me de komende maanden te doen staat: eindelijk In het huis van mijn vader lezen.

In Volgspot toonde O’Connor zich een virtuoos in het beschrijven van het leven van de ooit zo beroemde actrice Maire O’Neill. De verkoper verraste en ontroerde met schelmse dialogen, terwijl De nacht is jong uitblonk in humor en onvergetelijke personages.

Verschijnt op: 23 april 2026 bij de Boekerij.

4: Agrippa van Robert Harris

Zoals Harris aantoonde in zijn schitterende Cicero-trilogie, weet hij gebeurtenissen van tweeduizend jaar geleden – uit een tijd met andere gewoonten en zeden – toch herkenbaar te maken. Volgens Harris was Cicero het soort politicus dat zich in om het even welke tijd moeiteloos had ingewerkt in het bestaande politieke systeem.

Met Agrippa duikt Harris opnieuw in de Romeinse oudheid, ditmaal in de periode waarin Rome op de rand van een dictatuur staat. De eerste keizer, Augustus, zal hier ongetwijfeld een rol spelen. Ik ben vooral benieuwd naar de dynamiek tussen Agrippa en Augustus, en naar Harris’ reflecties op macht.

Dit boek verschijnt in het Engels op 15 september 2026. De Nederlandse vertaling volgt vermoedelijk rond dezelfde periode. De romans van Robert Harris worden bij ons uitgegeven door Uitgeverij Cargo.

5: The Newer World van Sebastian Barry

Barry lezen voelt voor mij altijd als een voorrecht. Zijn taalgebruik is ongeëvenaard: hij weet je te raken, onder je huid te kruipen, en ondanks alle ellende duikt er soms onverwacht humor op. Met The Newer World keert Barry terug naar de negentiende-eeuwse Verenigde Staten, naar Thomas McNulty en zijn gezin in Tennessee.

Na Dagen zonder eind en Duizend manen had ik het verhaal van John Cole verwacht, maar Barry kiest voor de stem van Tennyson Bouguereau. Hij belandt na de afschaffing van de slavernij samen met zijn zus Rosalee op de boerderij van Thomas McNulty, John Cole en hun geadopteerde Lakota-dochter Winona. Het klinkt alvast veelbelovend om Tennysons verhaal te leren kennen.

Net als Agrippa wordt dit boek verwacht rond half september. De Nederlandse vertaling volgt waarschijnlijk begin 2027. Intussen kan ik misschien nog eens terugkeren naar de wereld van Thomas McNulty.

Bij ons worden de romans van Sebastian Barry uitgegeven bij Querido.

Wat bovenstaande boeken gemeen hebben, is dat ze elk op hun manier teruggrijpen naar het verleden om iets tijdloos te vertellen: over macht, identiteit, liefde, verlies, of de dunne grens tussen waarheid en verbeelding. 2026 lijkt nu al een rijk leesjaar te worden, met verhalen die me meenemen naar de achttiende eeuw, het fin de siècle, Rome tijdens de Tweede Wereldoorlog, het Rome van Augustus en het Amerika van de negentiende eeuw.

Danielles leeswereld

Jules Verne opnieuw lezen

De voorbije dagen werkte ik aan een biografie over Jules Verne en zijn werk. Terwijl ik schreef, vroeg ik mezelf af: hoe zou het zijn om Verne als volwassene te lezen. Als kind las ik hem graag. Ik reisde mee in een luchtballon, rond de wereld in 80 dagen en naar het verre Rusland.

Het is niet de eerste keer dat ik zou terugkeren naar jeugdhelden en idolen uit mijn kindertijd. De avonturen van David Balfour en uiteraard van Long John Silver en Jim Hawkins heb ik verslonden. Decennia later luisterde ik opnieuw naar Schateiland van Robert Louis Stevenson. Uiteraard is een audioboek een andere beleving, maar de magie was er nog. De magie van een goed en spannend verhaal. Ook zal ik allicht dingen hebben opgepikt die ik als kind niet opmerkte, zoals de schaduw die over Long John Silver hangt.

Vorig jaar las ik trouwens Twintigduizend mijlen onder zee als strip. Dat werk van Verne kende ik nog niet. Maar wat me wel opviel was de complexe persoonlijkheid van kapitein Nemo. Dat kan niet enkel en alleen de interpretatie zijn van de scenarist van de strip, maar een essentieel onderdeel van Vernes roman.

Met wat ik de voorbije dagen bijleerde over Verne en zijn werk, zal ik zijn werk anders lezen. Ik zal allicht meer de wereld achter het avontuur zien. Het tempo zal anders liggen. Verne schreef traag en legde graag de dingen uitvoerig uit, iets wat me niet zo ligt als volwassene. Wie weet, geraak ik niet eens voorbij de eerste bladzijde, laat staan het eerste hoofdstuk, maar het is het proberen waard.

Het is alvast niet mijn bedoeling om mijn jeugd te herbeleven. Dat kan ook niet. Ik wil gewoon weten of Jules Verne zijn werk me ook nog als volwassene weet te bekoren. Want sommige auteurs reizen op een of andere manier met je mee, via boeken of via films of een andere medium.

Op 8 februari 2026 verschijnt mijn blog over Verne. Voor mij was het schrijven van dat blog alvast een reden om zijn werk in de toekomst weer eens ter hand te nemen.