Verdraaide tijd van Włodzimierz Odojewski

Warschau, 23 oktober 1943. Nadat de verzetsgroep van Walter een Gestapo-agent liquideerde, kwam de politie ter plaatse en schoot iedereen neer. Een dag later pakte de Gestapo de koerierster van de verzetsgroep op. Haar naam was Małgorzata.

Warschau, 1962. Terwijl ik het trappenhuis binnenliep, zag ik bij het portaal tussen de tweede en derde etage een jonge vrouw staan. Ze sprak me aan met mijn verzetsnaam en overhandigde me een brief. Ik had haar niet direct herkend. Pas nadat ik de brief gelezen had, besefte ik dat het Małgorzata was. Maar dat kon toch niet! Zij was immers al lang dood.

‘Verdraaide tijd’ begint als een macabere grap. Konradius krijgt een brief met instructies die hij 20 jaar geleden had moeten krijgen. En dat van een vrouw die al lang dood is. De brief is het begin van een zoektocht naar de gebeurtenissen in het verleden, waarbij Konradius zich uitgeeft als journalist en een aantal mensen spreekt die direct of indirect iets te maken heeft met de verzetsgroep. Of die thuis waren toen de verzetsgroep zich toegang verschafte tot het huis waar de Gestapo-agent Lempke woonde.

Het verhaal eindigt macaber. Want wie ligt er in het laatste graf op het kerkhof? Als dat inderdaad Roman is, die we kennen als Konradius, hoe kan het dan zijn dat hij nog leeft?

Konradius denkt er alvast het volgende over:

Dat ik er ben, is iets heel anders, want leven en zijn is helemaal niet hetzelfde, soms ben je een spoor, een vorm afgedrukt in de lucht, als een aandenken aan iets wat ooit was, dat samen met de meegemaakte gebeurtenissen in de herinnering van anderen wordt bewaard zolang die herinnering leeft.

In grote lijnen kan je reconstrueren wat er op 23 oktober 1943 gebeurde. Toch zijn er twijfels. Bij Konradius is er eveneens de constante twijfel over wie hij nu werkelijk is. Maar wat heeft hij meegemaakt tijdens de oorlog? Wat was zijn voorgeschiedenis voor hij bij de verzetsgroep van Walter kwam? Zijn geschiedenis is toch niet die bepaalde dag in 1943. Maar dat die dag hem getekend heeft en bijgebleven is, is overduidelijk. Het heden en verleden zijn nauw met elkaar verstrengeld.

De eindzinnen vloeien overigens moeiteloos over in de beginzinnen van het verhaal. Zo kan je als lezer net als Konradius eindeloos blijven malen over wat werkelijkheid is en wat inbeelding. Het is niet enkel een reis naar het verleden en wat er juist op die fatale dag in 1943 gebeurde, het is ook een reis doorheen het geheugen.

De Poolse auteur Włodzimierz Odojewski (1930 – 2016) was geobsedeerd door tijd en geheugen. Tijdens zijn leven ontving hij verschillende literaire prijzen. Zijn werk wordt vertaald in onder meer het Frans, Spaans en Duits. Twee van zijn romans zijn vertaald in het Nederlands: ‘Sezon w Wenecji’ als ‘Een zomer in Venetië’ en ‘Czas odwrócony’ als ‘Verdraaide tijd’. Hopelijk volgen er in de toekomst nog meer vertalingen van zijn werk.

Oorspronkelijke titel: Czas odwrócony.
Jaar van publicatie: 2002.

Vertaling door Charlotte Pothuizen (2021). Uitgegeven bij Em. Querido’s Uitgeverij bv.

Gespot: Hierheen naar het gas, dames en heren

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ van Tadeusz Borowski.

Tadeusz Borowski (1922-1951) werd in 1942 door de Gestapo gearresteerd. Hij was geen lid van het Poolse verzet maar zijn verloofde Maria Rundo was dat wel. Nadat Maria niet thuis kwam, vreesde Borowski dat ze was opgepakt. Hij maakte zich grote zorgen want Maria was van joodse afkomst; Ze kon door de Duitsers zonder pardon zijn doodgeschoten. Dus ging hij op zoek naar haar en liep in dezelfde valstrik, waarin Maria daarvoor was gelopen.

Net als Maria werd Borowski in Auschwitz gevangengezet. Het concentratiekamp was immmers ook een gevangenis voor Poolse politieke gevangenen. Borowski verbleef 2 jaar in Auschwitz en werd dan naar Dachau gestuurd, waar hij in de lente van 1945 door de Amerikanen werd bevrijd. Bij terugkeer in Polen vond hij met hulp van het Rode Kruis Maria terug.

Tijdens de oorlog had Borowski voornamelijk poëzie geschreven, maar na de oorlog begon hij kortverhalen te schrijven over het kampleven. In die satirische kortverhalen beschreef Borowski de giftige relaties tussen de gevangenen zelf en hoe de dood alom vertegenwoordigd was. In zijn verhalen volg je Tadek, een overlever met een harde schil. Borowski daarentegen was iemand die anderen hielp zonder zich zorgen te maken over zichzelf.

Voor ‘Hierheen naar het gas, dames en heren’ selecteerde en vertaalde Karol Lesman niet eerder vertaalde verhalen en gedichten van Borowski. Daarnaast bevat deze uitgave al eerder vertaald werk van Lisetta Stembor, dat door Charlotte Pothuizen opnieuw werd vertaald.

Je vindt deze uitgave vanaf 31 mei in je boekenwinkel. Meer info vind je op de website van uitgeverij Querido. Op de website van Schwob kan je alvast een fragment lezen.

Gespot: Almayers luchtkasteel

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over ‘Almayers luchtkasteel’ van Joseph Conrad.

‘Almayers luchtkasteel’ speelt zich af tegen de achtergrond van het koloniale bestuur in Nederlands-Indië. Kaspar Almayer ging ooit een veelbelovende toekomst tegemoet. Maar hij is arm en heeft niets om handen. Zijn huwelijk is doodgebloed en zijn vrouw veracht hem. Zijn enige troost is zijn dochter Nina. Voor haar houdt hij zijn dromen in stand over een goudmijn in de binnenlanden van Borneo.

Over zijn stappen in de literaire wereld zei Joseph Conrad (1857-1924) dat het even aanlokkelijk was als stiekem om het hoekje van een rovershol gluren en heel wat minder geruststellend. Er was evenwel geen reden tot ongerustheid want met zijn debuut ‘Almayers luchtkasteel’ liet hij een authentieke begaafdheid zien. 

Hoewel hij een onbekende auteur was, kreeg hij veel recensies. Met Fisher Unwin had hij een uitstekende keuze gemaakt. Uitgeverij Fisher Unwin zorgde goed voor de auteurs in hun fonds en wist hun werk onder de aandacht van recensenten te brengen, zelfs als de datum van publicatie ongunstig was. Toen ‘Almayers luchtkasteel’ op 29 april 1895 verscheen, zinderde literair Londen nog na van Oscar Wildes arrestatie.

Een van de recensenten, met name H.G. Wells, zag veel potentieel in het debuut van de ex-zeeman. Hij roemde het voor zijn originaliteit. In tegenstelling tot andere schrijvers in zijn tijd schreef Conrad vooral over geïsoleerde personages die met zichzelf in conflict komen.

De Nederlandse vertaling van Marcel Otten vind je op 17 mei in de boekhandel. Meer info vind je op de website van Uitgeverij Atlas Contact.

De foto van Joseph Conrad is van Alvin Langdon Coburn en is in het publieke domein.

%d bloggers liken dit: