Schrijven volgens Dreiser

In de Amerikaanse literatuur is Theodor Dreiser (1871-1945) de grote voorman van het naturalisme.

Voor zijn natuurgetrouw portret van moordenaar Clyde Griffiths in ‘An American Tragedy’ las Dreiser het werk van Dostojevski en Freud. En consulteerde hij een psychoanalyst over crimineel gedrag. Ook hield hij nauwgezet elk krantenknipsel bij over de moordzaak dat de basis vormde van zijn roman. 

Een prominente criticus noemde ‘An American Tragedy’ in 1925 de slechtst geschreven roman ter wereld, maar roemde tegelijkertijd de vertelkracht. Sociale hervormers waren niettemin in hun sas met Dreisers kritiek op het Amerikaanse rechtssysteem. 

De foto van Theodor Dreiser komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.

Gespot: O pioniers!

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over ‘O pioniers’ van Willa Cather.

Willa Cather (1873-1947) was een Amerikaanse dichteres, prozaschrijfster en journaliste. Haar eerste roman ‘Alexander’s Bridge’ (1912) was sterk beïnvloed door Henry James. De meeste bekendheid kreeg ze met haar tweede roman ‘O Pioneers!’ uit 1913. Die tweede roman was tegelijkertijd ook de eerste in een reeks over het leven van pioniers en immigranten in Nebraska. Cather schreef deze reeks vanuit haar eigen achtergrond met liefde voor historie en traditie.

‘Oh pioniers!’ vertelt het verhaal van Alexandra Bergson. Na de dood van haar vader erft zij het zieltogende familiebedrijf: een boerderij op de desolate vlakte van Nebraska. Tegen alle verwachtingen in weet Alexandra er een bloeiend bedrijf van te maken. Dit terwijl vele andere families de prairie verlaten voor andere oorden. Alexandra’s obsessie met het familiebedrijf gaat echter ten koste van de liefde. Maar dan staat ineens haar jeugdvriend Carl op haar stoep.

Een historische publicatie

Dat uitgerekend Gilbert Millstein ‘On the Road’ van Jack Kerouac (1922-1969) in handen kreeg om te recenseren, was puur toeval. Orville Prescott, de vaste recensent van The Times was met vakantie. Normaal gezien had Charles Poore het moeten recenseren, maar het was Millstein die ‘On the Road’ besprak. Voor Millstein was de publicatie van ‘On the Road’ een historische gebeurtenis. Als connoisseur van de avant-gardeliteratuur was hij vertrouwd met het werk van de Beats. Maar de stijl en de thematiek van ‘On the Road’ blies hem van zijn sokken. 

Toen Orville Prescott Millsteins recensie las, was hij woedend. Prescott haatte het boek. Kon er zelfs niet naar kijken. Hij stemde toe met de publicatie van Millsteins recensie op 5 september 1957, voegde er echter aan toe dat Millstein zijn laatste recensie had geschreven voor The Times. 

Obscure schrijvers

Voor 5 september 1957 waren de Beats auteurs die hun werk niet aan de straatstenen kwijt konden. Na Millsteins recensie stonden uitgevers in de rij. Want als ‘On the Road’ historisch was en de stem van een nieuwe generatie, dan moest lezend Amerika dringend kennis maken met de vertegenwoordigers van de Beat Generation. De telefoon van de mediagenieke Jack Kerouac, de schrijver van die historische gebeurtenis stond vanaf dan, niet meer stil. 

Andere critici waren bij lange na niet zo lyrisch en euforisch als Gilbert Millstein. Door de thematiek van drugs, seks en drank zette behoudende burgers de Beats al snel weg als een stelletje ongeregeld. Alle pogingen van Kerouac en andere Beatschrijvers ten spijt: hun imago van bad boy raakten ze niet kwijt. ‘On the Road’ werd bijgevolg niet gelezen als de zoektocht van 2 jonge mannen naar God, maar als een ode aan de vrijheid zonder verantwoordelijkheidszin. 

Voor generaties van muzikanten en liedjesschrijvers is ‘On the Road’ een bijbel. Bob Dylan, David Bowie, John Lennon, Jim Morrison, Neil Gallagher en Patti Smith zijn maar enkele die de taal van de Beats begrepen. En die Kerouacs muzikale stijl in ‘On the Road’ en zijn ode aan de Bebop en jazz wisten te waarderen. 

Een manuscript van 36 meter lang.

‘On the Road’ was gebaseerd op de roadtrips die Kerouac samen met Neil Cassady (1926-1968) ondernam. Volgens de mythe typte Kerouac ‘On the Road’ in 3 weken op aan elkaar geplakte bladen. Zo kon hij voort blijven typen zonder telkens een nieuw blad te moeten insteken. Bovendien was dit goed voor de spontaniteit die hij in zijn stijl beoogde. Hij schreef het in een roes van Benzedrine en op een dieet van koffie en erwtensoep. 

Hoewel de roman klaar was in maart 1951 duurde het tot 1957 voor Kerouac een uitgever vond. De roman had dan al ingrepen gekend. Pas in 2007 verscheen ‘On the Road’ in de versie zoals Kerouac het oorspronkelijk bedoeld had. 

Het oorspronkelijke manuscript, een rol van 36 meter lang, werd in 2001 voor 2.43 miljoen dollar verkocht. 

“The only people for me are the mad ones, the ones who are mad to live, mad to talk, mad to be saved, desirous of everything at the same time, the ones who never yawn or say a commonplace thing, but burn, burn, burn like fabulous yellow roman candles exploding like spiders across the stars and in the middle you see the blue centerlight pop and everybody goes “Awww!”

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia. De trailer bij dit blog komt van Youtube.

%d bloggers liken dit: