De verdwijning van Adèle Bedeau van Graeme Macrae Burnet

Mooie ode aan Simenon

Manfred Baumann zit altijd op zijn gebruikelijke plek in Restaurant de la Cloche, een bistro in de kleine Franse stad Saint-Louis. Vanaf zijn plek kan hij het hele restaurant overzien en de bewegingen volgen van serveerster Adèle Bedeau. Op een avond volgt hij Adèle na haar dienst. Bij de kerk heeft zij afgesproken met een jongen. Een paar dagen later ziet hij Adèle terug bij de kerk, waar ze dezelfde jongen ontmoet. De dag daarop komt Adèle niet opdagen op haar werk. Zij is verdwenen.

“Adèle was niet komen opdagen
voor haar werk. Manfred voelde
een steek van teleurstelling.
Hij merkte dat hij zich erop
had verheugd haar te zien.”

Tijdens de ondervraging van rechercheur Gorski, maakt Manfred zich er met een leugentje vanaf. Hij wil niet dat Gorski weet dat hij Adèle en haar vriend begluurde vanuit een portiek. Op die manier maakt hij zich verdacht. Manfred realiseert zich dat maar al te goed.

Burnet is de schrijver, die niet schrijft. Het manuscript voor ‘Zijn bloedige plan'(*) vond hij toevallig in een archief. ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ heet een vertaling te zijn van de Franse schrijver Raymond Brunet. Het leven van Brunet doet vertaler Burnet in een nawoord uit de doeken. Wat opvalt zijn de gelijkenissen tussen het  leven van Raymond Brunet en Manfred Baumann. Nog volgens Burnet is ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ Brunets enige roman. Omdat er intussen al een tweede roman is rond rechercheur Gorski, gaat die bewering niet op. Benieuwd wat vertaler Burnet gaat beweren in ‘Het ongeluk op de A23’, dat dit najaar in het Nederlands verschijnt. Ik zet hem alvast op mijn leeslijst, want ik vond ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ goed en aangenaam leesvoer.

de verdwijning van adèle bedeau
The Disappearance of Adèle Bedeau (2014)

Ook kon ik de Simenon-imitatie bijzonder waarderen. Qua sfeer, karakteruitwerking en verhaalopbouw doet ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ namelijk sterk denken aan een roman dur van Georges Simenon. Het psychologisch welzijn van Manfred is volop in beweging door de verdwijning van Adèle. Ook bij Gorski komen herinneringen aan een vorige, onopgeloste zaak bovendrijven. Die Simenon-imitatie is geen toeval, want de Belgische schrijver is een van de lievelingsauteurs van Burnet. Doorheen het verhaal verwijst Burnet een paar keer naar Simenon: zo verslond de jonge politieman in spé Gorski, Maigret in de hoop dat hij zo de fijne kneepjes van het vak kon leren. De kneepjes van de schrijfstiel heeft de Schotse schrijver goed in zijn vingers. In zijn eigen stijl brengt hij met ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ een mooie ode aan het werk van Simenon.

Eerder besprak ik al ‘Zijn bloedig plan‘ van Graeme Macrae Burnet. 

Zijn bloedige plan van Graeme Macrae Burnet

Drievoudige moord in de Schotse Hooglanden.

In het voorjaar van 2014 ging schrijver Graeme Macrae Burnet op zoek naar informatie over zijn grootvader, Donald Macrae, bijgenaamd de stamper. Bij het grasduinen in de archieven van Highland Archive Centre te Iverness vond hij diverse krantenknipsels over het proces van Roderick Macrae. Roderick was 17 als hij in 1869 werd aangehouden voor de moord op drie leden van de Mackenzie clan. Naast die krantenknipsels lag er ook een manuscript van de hand van Roderick. Zijn advocaat had hem opgedragen zijn verhaal te vertellen. Een verhaal over vergelding en machtsmisbruik. Een van de doden was namelijk Lachlan Mackenzie, de rentmeester van het dorpje waar Roderick met zijn familie woonde. Mackenzie deed de familie Macrae, en dan vooral vader John de duvel aan, en misbruikte zijn positie.

Maar in hoeverre klopt Rodericks verhaal? Wat heeft hem tot zijn gruwelijke daden gedreven? Is hij wel toerekeningsvatbaar? Kan zijn advocaat hem redden van de strop? De buren vertellen immers dingen die een nieuw licht op de zaak van de jonge intelligente man schijnen. Ook de rechtbankspecialisten hebben zo hun mening over wat gebeurd is. Eén specialist baseert zelfs zijn bevindingen op metingen van de schedel en de sociale achtergrond van de beklaagde.

Lezers die intussen al naar het Highland Archive Centre te Iverness trokken, kwamen van een koude kermis thuis. ‘Zijn bloedig plan’ is namelijk van A tot Z verzonnen. Burnet is niet de eerste schrijver die zijn lezers wil laten geloven dat zijn boek gebaseerd is op een waargebeurd verhaal, maar hij wist een zeer authentiek verhaal uit zijn vingers te krijgen. ‘Zijn bloedig plan’ flitst je moeiteloos naar de negentiende eeuw met zijn bijgeloof, zijn kijk op criminaliteit en klasse. Naast geloofwaardige personages en een authentiek aanvoelende historische setting word je ook nog getrakteerd op een spannend rechtbankdrama. Voeg daar nog het grimmig landschap van de Schotse Hooglanden aan toe en je hebt een intrigerend boek. ‘Zijn bloedig plan’ was overigens het best verkochte boek op de shortlist voor de Man Booker Prize 2016. Het enige minpuntje: je zou haast willen dat het echt gebeurd was.

Het beest in de mens

Klassiekers blijven betoveren. Sommige zoals ‘De zonderlinge geschiedenis van Dr Jeckyll en Mr Hyde’ van Robert Louis Stevenson zijn zelfs gemeengoed. 

Het ontstaan van ‘Jekyll and Hyde’ oftewel ‘Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde’ (De zonderlinge geschiedenis van Dr Jekyll en Mr Hyde) is een verhaal op zich. Zo werd Robert Louis Stevenson op een ochtend door zijn vrouw wakker gemaakt. Zij meende dat haar echtgenoot een nachtmerrie had. Hij had evenwel zojuist in een droom de plot voor een nieuw verhaal gezien. En hoewel hij door ziekte het bed moest houden, ging hij de dag daarop direct aan het werk. Na drie dagen was hij klaar met zijn verhaal. Na kritiek van zijn vrouw, zou Stevenson zijn werk verbrand hebben en opnieuw begonnen zijn. Weer had de schrijver maar drie dagen nodig. Aan de hand van Stevensons privé-correspondentie menen onderzoekers vandaag de dag, dat hij allicht vier tot zes weken werkte aan de verbeterde versie van zijn novelle.

‘Jekyll and Hyde’ werd onmiddellijk goed onthaald bij publicatie, aanvang 1886. En dit zowel in Engeland als de Verenigde Staten bij zowel lezers als recensenten en collega-schrijvers. Naast hoofdredactionele commentaren en koninklijke belangstelling werd de novelle ook via de kansel en kerkbladen de hemel in geprezen. Binnen de zes maanden stond de teller al op 40 000 exemplaren. Binnen de twee jaar kenden ‘Jekyll and Hyde’ al 16 drukken, en werd een bewerking van het verhaal op de bühne opgevoerd.

Jekyll-mansfield
Richard Mansfield als Jekyll gefotografeerd door Henry Van der Weyde

Twee dagen na de première op 5 augustus 1888 in Londen van het toneelstuk ‘Jekyll and Hyde’ sloeg Jack the Ripper voor de eerste keer toe. Nogal wat journalisten verwezen toen naar de onbekende Whitechapel-moordenaar als Mr Hyde. En auteur Richard Mansfield, die Hyde/Jeckyll speelde werd door sommige al snel gelinkt aan de moorden, terwijl anderen meenden dat de moordenaar duidelijk geïnspireerd was door Hyde. Zo ontstond de mythe dat Jack the Ripper een respectabel en fatsoenlijke man was, die buiten Whitechapel moest gezocht worden. En zo ging slechterik Hyde, los van Jekyll, al snel zijn eigen leven leiden.

Wie meent ‘Strange Case of Dr Jekyll and Mr Hyde’ te kennen, moet het dringend lezen. De populaire cultuur gaf namelijk een geheel eigen invulling aan Stevensons verhaal over het beest in Dr Jekyll.

“I never saw a man I so disliked, and yet I scarce know why. He must be deformed somewhere, he gives a strong feeling of deformity, although I couldn’t specify the point.”

Bronnen: Uitgaves ‘Jekyl en Hyde’ van Bijleveld en Nonsuch Classics, Wikipedia, bl.uk, The Guardian, en volgend artikel.

Lees ook mijn portret over Robert Louis Stevenson: de Schotse Tusitala