Schrijven volgens Stevenson

Robert Louis Stevenson (1)

Robert Louis Stevenson (1850-1894), Schotse schrijver van onder andere ‘Schatteneiland’ en ‘Dr Jekyll en Mr Hyde’.

Ze heette Modestine. Haar relatie met Robert Louis Stevenson was aanvankelijk allerbelabberdst. Zij moest immers zijn loodzware slaapzak dragen, want Stevenson wou wildkamperen. Gedurende hun twaalfdaagse reistocht doorheen de Cevennen was haar koppigheid en eigengereidheid een zware beproeving voor Stevenson. Toch kreeg hij veel genegenheid voor ezel Modestine.

Sinds 1879 is ‘Travels with a donkey in the Cevennes’ (Reis met een ezel) een klassieker in de reisliteratuur. Het is ook een van de eerste verslagen over hiken en kamperen in de natuur. Intussen traden al vele in de sporen van Stevenson, al dan niet op de rug van een ezel, op de bijna tweehonderd kilometer lange GR70-route.

In 1960 verscheen ‘Travels with Charley’ van John Steinbeck (1902-1968). In ‘Reizen met Charley’ beschreef Steinbeck zijn reis doorheen de VS met zijn poedel Charley.  De titel van zijn reisverhaal en zwanenzang had hij ontleend aan ‘Travels with a donkey in the Cevennes’. Voor de Amerikaanse schrijver was Stevensons reisverhaal met Modestine een van de grootste boeken uit de Engelse literatuurgeschiedenis.

Arrowood van Mick Finlay

De hard-boiled Sherlock Holmes.

De tekst op het omslag spreekt aan: ‘de rijke Londenaren gaan met hun problemen naar Sherlock Holmes. De rest gaat naar Arrowood.’ Geeft Finlay je met William Arrowood, een nieuwe Holmes-kloon? Kruist het pad van Arrowood dat van Sherlock Holmes, zoals de synopsis lijkt te suggereren? Dat laatste is onwaarschijnlijk. Het Londen van Arrowood is niet het verfijnde en rijke Londen van Holmes, maar het dichtbevolkte en arme Londen. Het Londen, waar prostitutie, drugs en georganiseerde misdaad welig tiert, en waar een seriemoordenaar de straten onveilig maakt.

Net als Holmes kan Arrowood rekenen op de hulp van een ‘Watson’. Arrowoods hulp heet Norman Barnett. Net als Watson is Barnett de verteller. Barnett groeide op in een arme wijk van Londen en weet zijn vuisten te gebruiken. Geen ongewone luxe, want hun tegenstanders zijn zware jongens. Voor een keer is de hulp van de detective slimmer dan zijn baas. Hoewel Arrowood wel degelijk beschikt over een goed stel hersenen, komt hij over als een knoeier. Zijn bevindingen komen uit het niets en zijn eerder gelukstreffers, die hij steeds in zijn voordeel weet uit te leggen. In tegenstelling tot Holmes moet hij niets weten van forensische bewijzen en sporen, maar beroept hij zich op mensenkennis en kennis van de psychologie.

In ‘Arrowood’ gaan Arrowood en Barnett op zoek naar de verdwenen broer van Caroline Cousture. Het verhaal is niet altijd makkelijk te volgen. Je moet er als lezer je aandacht bijhouden. Pas op het einde snap je waar de zaak nu eigenlijk om draaide. Hoewel Finlay je met ‘Arrowood’ een mooi afgewerkt verhaal geeft, is de ontknoping ondergeschikt aan de enscenering. De moderne taal past niet echt bij het Victoriaanse Londen, maar wel bij het onsentimentele verhaal dat Finlay vertelt. Kortom: ‘Arrowood’ is geen Holmes-kloon maar de hard-boiled versie van de beroemde Londense detective.

‘Arrowood’ is het eerste deel van een nieuwe serie. Eerder dit jaar verscheen al het tweede deel, ‘De moordput’.

Oorspronkelijke titel: Arrowood
Datum van publicatie: 23 maart 2017

De verdwijning van Adèle Bedeau van Graeme Macrae Burnet

Mooie ode aan Simenon

Manfred Baumann zit altijd op zijn gebruikelijke plek in Restaurant de la Cloche, een bistro in de kleine Franse stad Saint-Louis. Vanaf zijn plek kan hij het hele restaurant overzien en de bewegingen volgen van serveerster Adèle Bedeau. Op een avond volgt hij Adèle na haar dienst. Bij de kerk heeft zij afgesproken met een jongen. Een paar dagen later ziet hij Adèle terug bij de kerk, waar ze dezelfde jongen ontmoet. De dag daarop komt Adèle niet opdagen op haar werk. Zij is verdwenen.

“Adèle was niet komen opdagen voor haar werk. Manfred voelde een steek van teleurstelling.Hij merkte dat hij zich erop had verheugd haar te zien.”

Tijdens de ondervraging van rechercheur Gorski, maakt Manfred zich er met een leugentje vanaf. Hij wil niet dat Gorski weet dat hij Adèle en haar vriend begluurde vanuit een portiek. Op die manier maakt hij zich verdacht. Manfred realiseert zich dat maar al te goed.

Burnet is de schrijver, die niet schrijft. Het manuscript voor ‘Zijn bloedige plan'(*) vond hij toevallig in een archief. ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ heet een vertaling te zijn van de Franse schrijver Raymond Brunet. Het leven van Brunet doet vertaler Burnet in een nawoord uit de doeken. Wat opvalt zijn de gelijkenissen tussen het  leven van Raymond Brunet en Manfred Baumann. Nog volgens Burnet is ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ Brunets enige roman. Omdat er intussen al een tweede roman is rond rechercheur Gorski, gaat die bewering niet op. Benieuwd wat vertaler Burnet gaat beweren in ‘Het ongeluk op de A23’, dat dit najaar in het Nederlands verschijnt. Ik zet hem alvast op mijn leeslijst, want ik vond ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ goed en aangenaam leesvoer.

Ook kon ik de Simenon-imitatie bijzonder waarderen. Qua sfeer, karakteruitwerking en verhaalopbouw doet ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ namelijk sterk denken aan een roman dur van Georges Simenon. Het psychologisch welzijn van Manfred is volop in beweging door de verdwijning van Adèle. Ook bij Gorski komen herinneringen aan een vorige, onopgeloste zaak bovendrijven. Die Simenon-imitatie is geen toeval, want de Belgische schrijver is een van de lievelingsauteurs van Burnet. Doorheen het verhaal verwijst Burnet een paar keer naar Simenon: zo verslond de jonge politieman in spé Gorski, Maigret in de hoop dat hij zo de fijne kneepjes van het vak kon leren. De kneepjes van de schrijfstiel heeft de Schotse schrijver goed in zijn vingers. In zijn eigen stijl brengt hij met ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ een mooie ode aan het werk van Simenon.

Eerder besprak ik al ‘Zijn bloedig plan‘ van Graeme Macrae Burnet. 

 

Oorspronkelijke titel: The Disappearance of Adèle Bedeau.
Jaar van publicatie: 2014.