De stem van de onderdrukten

Het begon in Italië. Daar schoot in het eerste kwartaal van 2020 de verkoop van ‘De pest’ van Albert Camus (1913-1960) pijlsnel de hoogte in. Ook in andere landen zagen uitgevers een verdubbeling of verdrievoudiging in de verkoop van ‘De pest’. In Groot-Brittannië kon Penguin Classics de vraag naar deze klassieker amper bijhouden. 

Een nieuwe generatie lezers voor ‘De pest’.

Catherine Camus, die samen met haar tweelingbroer Jean, haar vaders literaire erfenis beheert, is niet verbaasd over de hernieuwde belangstelling voor ‘De pest’. Zelf las zij de roman op haar veertiende, twee maanden voor het auto-ongeluk waarbij haar vader stierf. Het was pas na de dood van haar vader dat Catherine te weten kwam hoe beroemd hij wel niet was en wat zijn naam teweeg bracht.

Albert Camus’ werk is altijd populair gebleven. Vooral ‘De pest’ en ‘De vreemdeling’ zijn altijd gekoesterd geweest door een ruim lezerspubliek. Niettemin is Catherine blij dat een nieuwe generatie van lezers haar vaders werk ontdekt. 

In ‘De pest’ reageren de inwoners van Oran aanvankelijk onverschillig en lacherig op de ratten in hun stad. Maar de angst en ontreddering groeit zienderogen wanneer mensen ziek worden en sterven. Na een jaar van lockdown lijkt de pest verdwenen en weerklinkt er weer gelach in de straten van de Algerijnse stad. 

Een jongen van gewone afkomst.

Dat ‘De pest’ zich in Algerije afspeelt, is geen toeval. Algerije was Camus’ geboorteland. Hier was hij op 7 november 1913 in Mondovi ter wereld gekomen. In Algiers groeide hij op in een appartement van 2 kamers, dat hij deelde met zijn broer, zijn moeder, grootmoeder en twee ooms. Zijn vader Lucien heeft Camus nooit gekend. Die was in de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk gesneuveld. Het contact met zijn analfabete dove moeder was moeilijk. Evengoed droeg hij haar op handen.  

Op zijn zeventiende, nadat hij bloed had opgehoest, kreeg hij de diagnose: tuberculose. Door zijn ziekte leefde Camus constant in ademnood. Toch wou het leven voluit leven. Vooral omdat hij ervan uitging dat hij nooit oud zou worden. Rond deze tijd begon hij zich te interesseren voor filosofie. Drie jaar later volgde hij deeltijds colleges filosofie aan de universiteit van Algiers, terwijl hij allerlei baantjes aannam.

Stem voor de onderdrukten.

Zijn eerste literair werk was een toneelstuk. Dit had hij samen met een stel vrienden geschreven voor le Theâtre du Travail, dat hij zelf uit de grond gestampt had. Berucht was zijn serie van reportages voor de krant Alger Republicain. Die reportages voor Alger Republicain droegen al de stempel van zijn latere werk, waarin hij onrecht aan de kaak stelde, en een stem gaf aan de onderdrukten. In deze reportages bracht hij namelijk verslag uit over de slechte leefomstandigheden van de Berbers in Kabylië. De autoriteiten konden Camus’ onderzoeksjournalistiek echter niet smaken. Hij werd een persona non grata.  

Camus, de verzetsheld.

Noodgedwongen trok de werkloze Camus naar Parijs, waar hij al snel moest vluchten voor de Duitsers. In Lyon trouwde hij met Christine Faure, die hij dan al drie jaar kende. Faure was van Oran. Dus verhuisde het koppel naar Oran, waar Camus werkte als leerkracht. Achttien maanden later, na een terugval van zijn ziekte, vertrok Camus naar de Franse Alpen en bleef Faure in Oran. Omdat de Duitsers Noord-Afrika innamen, kon Camus niet meer terug naar Algerije. Pas in 1945 kon Christine Faure afreizen naar haar man in Parijs. In Parijs was haar Albert tot een mythe verworden. 

De publicatie van ‘De vreemdeling’ in 1942 was namelijk niet onopgemerkt voorbij gegaan. Bovendien had haar echtgenoot voor Combat geschreven. De krant Combat was dé stem van het Franse verzet tijdens de oorlog.

Inzet voor mensenrechten.

In het naoorlogse Frankrijk stond Camus voor sociale en politieke verandering. Hij was een voorstander van een ‘Verenigde Staten van Europa’. Qua politieke overtuiging leunde hij naar links, was echter kritisch voor de Sovjet-Unie en het Totalitarisme, wat in de kringen waar hij deel van uitmaakte, ongehoord was. Met betrekking tot de Algerijnse oorlog geloofde hij in een grotere autonomie, en in een land waar pied-noirs en Arabieren in vrede konden samenleven. 

Hoewel hij zich neutraal hield tijdens de Algerijnse oorlog, hielp hij Algerijnse terdoodveroordeelden clandestien bij het indienen van een verzoekschrift. Ook publiekelijk nam hij het vanaf de jaren vijftig op voor terdoodveroordeelden van veelal Arabische afkomst. Zoals zijn essay ‘Réflexions sur la Guillotine’ uit 1947 aantoonde was Camus voor het afschaffen van de doodstraf. In plaats van deze makkelijke oplossing pleitte hij voor betere leefomstandigheden en de omzetting van de doodstraf naar levenslange dwangarbeid.

De Nobelprijs voor de Literatuur en zijn dood.

Toen Camus in november 1957 het bericht kreeg dat hij de Nobelprijs voor de Literatuur had gewonnen, schreef hij een bedankingsbrief aan Louis Germain. Louis Germain, een leerkracht, had de tienjarige Camus de liefde bijgebracht voor taal. Bovendien had de man ervoor gezorgd dat hij in 1923 een beurs kreeg voor het lyceum. Dat Germain hem onder zijn vleugels had genomen, had hij nooit vergeten.

Van het prijzengeld kocht Camus een oude boerderij in Loumarin. Die boerderij richtte hij in met meubels, huisraad en spullen die hij op rommelmarkten had gevonden. Nieuwjaarsnacht 1960 bracht hij door in Loumarin, met zijn gezin en het gezin van Michel Gallimard, zijn uitgever.

Christine, Catherine en Jean reden met de trein terug naar Parijs. Ook Camus had een treinticket. Hij besloot echter om mee te rijden met de Gallimards. Enkel Michels vrouw en dochter overleefden het auto-ongeluk; zij kwamen er met builen en snijwonden vanaf. Michel stierf in het ziekenhuis. Voor Albert Camus kwam elke hulp te laat. Hij was op slag dood. In zijn zak zat het begin van een nieuw werk, ‘De eerste man’, dat hij had opgedragen aan zijn moeder. En dat hij zittend op de grond in zijn terras in Loumarin geschreven had. 

Voor het schrijven van dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia. Het beeld komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.

De immer nieuwsgierige Huxley

De Engelsen kenden hem als de bulldog van Darwin. Thomas Henry Huxley (1825-1895) was immers een van de bekendste aanhangers van Darwins evolutietheorie. Als bioloog besefte hij dat de mens nauw verwant was aan de apen; hij zette zijn ideeën daarover uiteen in het boek ‘Evidence as to Man’s Place in Nature’ (1863). 

Thomas Henry Huxley was ook de grondlegger van een familie die in de twintigste eeuw naam maakte in de wetenschap en de kunst. Een van zijn kleinzonen won in 1963 de Nobelprijs voor Fysiologie, een andere populariseerde de wetenschap via de vele boeken die hij schreef en weer een andere werd zeven keer genomineerd voor de Nobelprijs voor Literatuur. Die laatste kleinzoon, Aldous Huxley (1894-1963) was volgens tijdgenoten een van de briljantste breinen van zijn tijd. 

Schrijver in plaats van dokter.

Eigenlijk lag het in de lijn van de verwachtingen dat Aldous Huxley wetenschapper zou worden. Maar een oogziekte in 1911 besliste daar anders over. Door een ontsteking van zijn hoornvlies was Huxley achttien maanden blind. Zijn droom om dokter te worden, borg hij toen voorgoed op. Wel slaagde hij erin om tijdens die maanden van duisternis een boek te schrijven.

Een operatie zorgde ervoor dat hij weer wat kon zien en dat hij naar de universiteit kon gaan. Hoewel lezen veel van hem vroeg en hij naast sterk corrigerende brillenglazen ook nog een vergrootglas nodig had, studeerde hij af als Bachelor of Arts met de hoogste onderscheiding.  

Huxley, de satiricus

In hetzelfde jaar van zijn afstuderen, 1916, publiceerde hij zijn eerste boek: de dichtbundel ‘The Burning Wheel’. Zijn eerste boek ‘Crome Yellow’ (Gasten op Crome), een satire, verscheen in 1921. ‘Crome Yellow’ verkocht voldoende, zodat de pasgehuwde en kersverse vader Huxley kon leven van een carrière als schrijver. In 1919 was hij immers getrouwd met Maria Nijs, een Belgische oorlogsvluchtelinge. Een jaar later had hun zoon, Matthew het gezin vervolledigd. 

In de jaren 20 schreef Huxley voor tijdschriften als Vogue en Vanity Fair, wat hij een goede leerschool vond. Daarnaast schreef hij de volgende satires: ‘Antic Hay’, ‘Those Barren Leaves’ en ‘Point Counter Point’. In die laatste satire is zijn goede vriend D.H. Lawrence duidelijk te herkennen in het hoofdpersonage. 

De immer nieuwsgierige Huxley.

Intussen begon Huxley zich meer en meer te interesseren voor nieuwe ideeën in de moderne wetenschap, psychologie en filosofie. Deze interesses culmineerde in 1932 in ‘Brave New World’ (Heerlijke nieuwe wereld). In het dystopische ‘Brave New World’ beschreef Huxley een wereld waarin leven en dood voorgeprogrammeerd zijn en waar mensen door wisselende seksuele contacten en drugs gelukkig gehouden worden. 

Ruim twee decennia later, toen de Huxleys in de VS woonden, kreeg de schrijver van ‘Brave New World’ grote belangstelling voor de effecten van psychedelica als mescaline en LSD. Zijn nieuwsgierigheid was zo groot dat hij zich leende voor wetenschappelijke experimenten met psychedelica. Zijn psychedelische ervaringen beschreef hij in essays als ‘The Doors of Perception’ (1954) en ‘Heaven and Hell’ (1954).

Voor zijn interesse in psychedelica had hij zich al verdiept in oosterse religies als het boeddhisme en het hindoeïsme. Als agnosticus met een scherpe geest zag hij het als een uitdaging om religies beter te begrijpen. Net als de Italiaanse humanist Augustino Steuco (1497-1548) kwam hij tot de conclusie dat er in alle godsdiensten een kern van gemeenschappelijke wijsheid zit. Zijn boek ‘The Perennial Philosophy’ (De eeuwige wijsheid) uit 1946 is dan ook een bloemlezing uit mystieke teksten.

Hoewel hij na ‘Brave New World’ vooral non fictie schreef, bleef hij romans schrijven. Huxley was immers een veelzijdige schrijver, die naast zijn eigen werk en journalistiek werk ook enkele jaren werkte als scenarist voor Hollywood. 

Trippend naar een andere wereld.

In 1955 verloor Huxley zijn vrouw Maria aan kanker. Vier jaar later kreeg hij zelf ook de diagnose kanker. Hij was toen al drie jaar getrouwd met een goede vriendin van hem en zijn gestorven vrouw, Laura Archera.

Doordat de kanker in zijn keel zat, verloor Huxley geleidelijk aan zijn spraakvermogen en moest hij communiceren via briefjes. In de vooravond van 21 november 1963 schreef hij aan Laura: LSD, 100 µg, intraveneus toe te dienen. Zijn overlijden op 22 november 1963 werd overschaduwd door de moord op John F. Kennedy. Maar dat hij al trippend naar een andere wereld was gegaan, was de pers niet helemaal ontgaan. 

Het beeld bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein. Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen.

De auteur van Een lied van Afrika

Volgens Ernest Hemingway had Bernard Berenson, Carl Sandburg of Isak Dinesen de Nobelprijs voor Literatuur moeten krijgen. Isak Dinesen, een pseudoniem van Karen Blixen (1885-1962) was vereerd dat Hemingway haar vernoemd had in een interview naar aanleiding van zijn eigen nominatie. Beide auteurs hebben elkaar nooit ontmoet, maar ze deelden wel dezelfde liefde voor Afrika. Karen Blixen is overigens vooral gekend van ‘Den afrikanske Farm’ (Een lied van Afrika), succesvol verfilmd door Sidney Pollack in 1985. 

Haar jeugd.

Karen Blixen werd op 17 april 1885 geboren in het Deense Rungsted als Karen Dinesen. Na de zelfmoord van haar vader in 1895 veranderde er veel voor de jonge Karen en haar twee zussen. In een huishouden geleid door streng religieuze vrouwen – hun moeder en tante – werd de vrijheid van de meisjes ingeperkt. Want de meisjes moesten vooral een goede partij vinden. Gelukkig was er voor Karen nog de wereld van de fantasie en de kunst. Als ze niet schreef of zelfbedachte sprookjes vertelde, dan tekende ze portretten, landschappen of trollen. In 1909 verschenen enkele van haar kortverhalen in twee vooraanstaande Deense literaire tijdschriften. De verhalen bleven evenwel onder de radar. 

Haar koffieplantage in Kenia.

In 1912 verloofde Karen zich met haar Zweedse achterneef baron Bror von Blixen-Finecke. Huwen deden ze in 1914 in Mombasa, Kenia. Hun familie had hen namelijk voorgesteld om hun fortuin in Kenia te maken. Aanvankelijk kozen ze voor het houden van vee, maar in 1917 gingen ze resoluut voor de teelt van koffie. Verstand van koffie telen hadden ze niet. Bovendien jaagde Bror liever op groot wild en vrouwen. Het beheer van de koffieplantage kwam dan ook vooral op haar schouders terecht. 

Na hun scheiding van tafel en bed in 1921 verdeelde Karen haar tijd tussen het beheren van de plantage en schrijven. Na haar mislukt huwelijk greep ze immers vaker naar de pen. En dan was er ook nog haar vriendschap, of was het een intieme relatie met de Engelse grootwildjager Denys Finch Hatton. Of die liefdesgeschiedenis enkel bestond in Blixens fantasie of reëel was, is stof voor discussie. Want de aard van haar relatie met Denys is omgeven met veel mist. Volgens schrijfster Beryl Markham, die zowel met Blixen als Finch Hatton bevriend was, was hij homo. 

In 1931 verliet een berooide Karen Blixen voorgoed haar plantage in Kenia. De internationale koffiemarkt was ingezakt. En haar grote liefde Denys was verongelukt. Ze zou nooit meer terugkeren naar Afrika. Wel schreef ze een autobiografie over haar tijd in Kenia: ‘Den afrikanske Farm’ (Een lied van Afrika).

Isak Dinesen, de Deense aristocrate.

Voor ‘Een lied van Afrika’ verscheen haar debuut ‘Seven Gothic Tales’ in het Engels in de VS onder haar pseudoniem Isak Dinesen. Dat het in de VS verscheen en niet in Denemarken kwam door haar tantes vriendschap met de Amerikaanse schrijfster Dorothy Canfield. Canfield overtuigde Random House om Blixens debuut te publiceren. Ook had Canfield een hand in de selectie van ‘Seven Gothic Tales’ voor de Book of the Month Club.

De meeste Amerikaanse lezers dachten aanvankelijk dat Isak Dinesen een man was. Met ‘Out of Africa’ in 1937 besefte ze dat ze te maken hadden met een Deense aristocrate genaamd Karen Blixen.

Het klassieke ‘Een lied voor Afrika’.

Ook ‘Out of Africa’ bereikte tienduizenden Amerikaanse lezers nadat het geselecteerd was voor de Book of the Month Club. De goede ontvangst zorgde tegelijkertijd voor een hernieuwde belangstelling voor haar debuut uit 1934. In Denemarken was ‘Seven Gothic Tales’ neergesabeld, maar ‘Een lied voor Afrika’ was meteen een publiekslieveling. Blixens klassieker spreekt nog steeds veel lezers over heel de wereld aan. Duizenden toeristen vinden jaarlijks hun weg naar M’Bogani, haar voormalige koffieplantage, dat nu een museum herbergt. Ook haar ouderlijk huis in Rungsted is een veel bezocht museum.

Dankzij haar enthousiaste Amerikaanse fans kon Blixen het personeel betalen dat ze nodig had in Rungsted. Na Kenia was haar ouderlijke woning haar nieuwe woonst geworden. Van haar Kenia-avontuur hield ze een wankele gezondheid over. Bovendien was ze in 1915, een jaar na haar huwelijk met Bror, gediagnosticeerd met syfilis. De arsenicum die ze moest innemen voor die syfilis deed haar gezondheid geen goed. Het heeft allicht haar leven verkort. 

De veel gelauwerde schrijfster.

De laatste tien jaar van haar leven had ze hevige rugpijn en was ze invalide. Toch bleef ze schrijven. Voor haar literair werk ontving ze vele prijzen en onderscheidingen, waaronder de prestigieuze Deense onderscheiding Ingenio et arti. Ook is zij een aantal keer genomineerd voor de Nobelprijs voor Literatuur.

In 1959 had ze bijna de Nobelprijs voor Literatuur gewonnen. Maar een van de leden in de commissie beargumenteerde dat ze de Nobelprijs voor Literatuur toch weer niet konden geven aan een Scandinavische auteur. De Nobelprijscommissie koos toen voor de Italiaan Salvatore Quasimodo. 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.