Schrijver van zijn eigen leven

VS Naipaul 2016 Dhaka
Sir V.S. Naipaul (1932-2018) was een Brits schrijver geboren op Trinidad. Zijn grootouders langs zowel vaders- als moederskant kwamen uit India. ©Faizul Latif Chowdhury

Dat hij schrijver was geworden, kwam door zijn vader. Naipaul senior had veel eerbied voor het schrijversleven en schrijvers, en werkte onder meer als journalist bij de ‘Trinidad Guardian’.

Het was op University College in Oxford dat de jonge Naipaul begon te schrijven. Tot zijn grote teleurstelling liepen zijn eerste schrijfpogingen op niets uit. Ver van huis, eenzaam en onzeker over zijn roeping werd hij depressief. Gelukkig kwam Patricia Hale, zijn toekomstige eerste vrouw en medestudente op zijn pad. Dankzij haar steun begon Naipaul geleidelijk aan terug te schrijven. Een eerste verhalenbundel, ‘Miguel Street’ zag het levenslicht in 1954. Naipaul had toen een wekelijks radioprogramma op de BBC, Caribbean Voices. Hij schreef zijn humoristische verhalen voor ‘Miguel Street’ in vijf weken op een oude schrijfmachine van de BBC.

‘Miguel Street’ was niet het eerste boek van Naipaul dat gepubliceerd werd. Uitgever André Deutsch spoorde hem aan om een roman te schrijven. Het leek Deutsch onwaarschijnlijk dat een verhalenbundel van een onbekende schrijver uit het Caraïbisch gebied zou verkopen in Groot-Brittannië. Bijgevolg debuteerde Naipaul in 1955 met ‘De mystieke masseur’. ‘De mystieke masseur’ leverde hem in 1958 de John Llewellyn Rhys- prijs op. ‘Miguel Street’ (1959) viel in 1961 met de W. Somerset Maugham-prijs in de prijzen. 1961 was ook het jaar van Naipauls doorbraak met ‘Een huis voor meneer Biswas’. Meneer Biswas was losjes gebaseerd op zijn vader. Het was meteen de laatste roman, waarin hij uit zijn jeugdherinneringen putte.

“Fiction never lies and
reveals a writer totally.”

V.S. Naipaul

Vanaf de jaren 60 kregen zijn romans een internationaal karakter. Qua stijl en thematiek veranderde zijn werk. Humor veranderde in ironie. Naipaul schreef over het rassenvraagstuk, de problemen van ontheemden en de politieke moeilijkheden van de gekoloniseerde gebieden. Naast romans begon hij reisverslagen en non-fictie te schrijven. Die nieuwe uitingsvormen hielpen hem om verder te groeien als schrijver, en om zijn eigen stem te vinden. De roman vond Naipaul beperkend. Hij vond het geen geschikt medium om de complexe hedendaagse wereld tot zijn recht te laten komen. Technieken uit de non-fictie hielpen hem om te zeggen wat hij te zeggen had. Niet iedereen was zo blij met wat Naipaul zei en schreef. Zijn internationale werk, en vooral zijn reisverhalen, waren controversieel. Vele konden zich niet vinden in zijn beeld van de derde wereld en de islam. Of stoorde zich aan zijn toenemende pessimistische kijk op de toekomst. De schrijver die meer vijanden dan vrienden had, kreeg niettemin de Nobelprijs voor Literatuur in 2001.

En dan was er nog zijn temperament en reputatie. Naipaul stond gekend als een moeilijk man. Als hij misnoegd was door een vraag van een journalist liep hij weg of legde de telefoon af. De geautoriseerde biografie van Patrick French voegde daar in 2008 nog de woorden naar en slecht aan toe. Zijn biografie toonde hem zoals hij was, zonder zelfcensuur. Zo was zijn eerste vrouw, Patricia Hale, onontbeerlijk voor zijn carrière geweest, maar zijn seksueel heil zocht Naipaul op een ander. Wat mensen van hem vonden, liet hem naar eigen zeggen koud. Bovendien was hij ervan overtuigd dat een schrijver uiteindelijk zijn mythe wordt.

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Faizul Latif Chowdhury. Ik gebruikte verschillende bronnen, waaronder The New York Times. 

Laat eerbetoon voor Dumas

Alexandre Dumas 10.jpg
Alexandre Dumas père (1802-1870) schreef naast historische romans ook toneelstukken, reisverslagen, artikels en een encyclopedie van de kookkunst.

Op 5 december 1870 stierf Frankrijks grootste literaire exportproduct, Alexandre Dumas in het huis van zijn zoon in Puys, nabij Dieppe. De man, die ooit miljoenen had verdiend met zijn werk stierf berooid en vergeten. Vooral tijdens de laatste 10 jaar van zijn leven had hij zwaar ingeboet aan populariteit. De literaire markt vroeg realistische verhalen. Verhalen, die hij niet kon aanleveren, want in zijn werk was de waarheid ondergeschikt aan de fantasie.

Het duurde tot het midden van de twintigste eeuw vooraleer Dumas met Claude Schopp een biograaf kreeg. Volgens literatuurwetenschappers was Dumas het bestuderen niet waard, omdat hij te populair was en aan de lopende band schreef. Om tegemoet te komen aan die overproductie werkte Dumas overigens met verschillende ghost writers.

Geschiedenisleraar Auguste Maquet was zijn bekendste ghost writer. Maquet leverde het feitenmateriaal en de aanzet, waarmee Dumas aan de slag ging. Aan hun 20-jarige samenwerking kwam een abrupt einde toen Dumas Maquet niet meer kon betalen. Nochtans had het megasucces van ‘De drie musketiers’ en ‘De graaf van Monte-Cristo’ hem miljoenen opgebracht. Miljoenen, waar Maquet ook zijn steentje toe had bijgedragen. Dumas leefde echter op reusachtige voet. Zijn exuberante levensstijl was de echte motor achter zijn massaproductie.

Met zijn werk bracht Dumas ook een eerbetoon aan zijn beroemde vader, Alex Dumas. Alex Dumas was de allereerste zwarte man die het tot generaal bracht, en was een van de kinderen, die markies de la Pailleterie had verwekt op San Domingo (*) bij Marie-Césette Dumas, een zwarte slavin. Alexandre Dumas heette eigenlijk de la Pailleterie en was een telg van een adellijke familie, maar bracht zijn kindertijd in armoede door. Net als zijn vader nam hij de naam Dumas aan en kreeg hij te maken met racisme. Het racisme liet Dumas niet over zijn kant gaan. Hij was fier op zijn Afrikaanse roots en gebruikte ‘le nègre’ als geuzennaam.

In 2002 kreeg Alexandre Dumas een postuum eerbetoon. Zo werd hij herbegraven in het Panthéon, de rustplaats van alle grote Fransen. Racisme was allicht de oorzaak waarom een van de grootste Franse schrijvers, en de meest populaire in zijn tijd niet meteen zijn plaats in het Panthéon kreeg.

 

San Domingo is het huidige Haïti. Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De foto bij dit bericht komt van Wikimedia Commons. Eerder schreef ik met de wraaklustige graaf een blog over ‘De graaf van Monte-Cristo’. 

Het geheim van Thomas Mann

Thomas_Mann_1937
Thomas Mann (1875-1955) kreeg in 1929 de Nobelprijs voor Literatuur. © Carl Van Vechten.

Verbranden of niet? In 1950 besliste Mann om zijn dagboeken niet te verbranden. Vroeger had hij wel dagboeken verbrand. Maar de ouderdom had hem vrijmoediger gemaakt. Twee jaar later pakte hij zijn dagboeken in. Op de buitenkant van het pak schreef hij: dagelijkse notities 1933-1951 zonder literaire waarde te openen 20 jaar na mijn dood. Bij zijn dood in 1955 pakte dochter Erika, zijn laatste dagboeken in.

Thomas Mann debuteerde in 1901 succesvol met het imposante ‘Buddenbrooks’. ‘Buddenbrooks’ verhaalt over de bloei en de neergang van een koopmansfamilie in het negentiende-eeuwse Duitse Lübeck. Veel van de personages waren gebaseerd op familieleden. Mann was immers geboren in een koopmansgeslacht in Lübeck. Het was de bedoeling dat hij en zijn vier jaar oudere broer, Heinrich het familiebedrijf zouden overnemen, maar zowel Heinrich als Thomas hadden literaire ambities. De firma werd bijgevolg verkocht.

Nog meer succes en bijval verwierf Mann in 1924 met ‘Der Zauberberg’ (De Toverberg). Eerder schreef hij ‘Tonio Kröger’ (1903) en ‘Der Tod in Venedig’ (Dood in Venetië). Dat die laatste geen schandaal veroorzaakte is een klein wonder. In ‘Dood in Venetië’ (1912) geraakt een ouder wordende schrijver gefascineerd door een veertienjarige jongen. Zijn fascinatie voor de knaap belet hem tijdig Venetië te verlaten, waardoor hij het slachtoffer wordt van een cholera-epidemie. Volgens Mann ging de novelle over het verlies van waardigheid voor de kunstenaar.

De internationale doorbraak kwam er met de Nobelprijs voor Literatuur in 1929. Mann kreeg de Nobelprijs enkel voor ‘Buddenbrooks’. Blijkbaar konden niet alle leden van de commissie zijn filosofisch getinte ‘De Toverberg’ waarderen. Het was tijdens een tournee in het buitenland, dat Mann in februari 1933 het bericht kreeg uit Duitsland weg te blijven. Mann ging met zijn half-Joodse vrouw in ballingschap, eerst naar Zwitserland en dan naar de VS. Naar aanleiding van zijn felle kritiek op het nazi-regime werd hem in 1936 het Duits staatsburgerschap ontnomen. Tijdens de periode 1926 tot 1942 werkte Mann aan ‘Joseph und seine Brüder’ (Jozef en zijn broers). En van 1943 tot 1947 verhaalde hij in ‘Doctor Faustus’ hoe de vooroorlogse burgerij in de greep kwam van het fascisme. In zijn laatste grote werk ‘Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull’ (Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull) ontmaskert een artistiek begaafde oplichter de burgerlijke maatschappij.

Over zijn vrouw Katia Pringsheim schreef Thomas Mann ooit:

“de vrouw die mijn leven deelt, dat voor alles geduld eisende,maar gemakkelijk te ontkrachten en te ontregelen leven, waarvan ik niet weet hoe het zich zonder de teder-energieke bijstand van deze buitengewone gezellin staande zou hebben gehouden”.

Katja Mann mit ihren sechs Kindern um 1919
V.l.n.r: Monika, Golo, Michael, Katia, Klaus, Elisabeth en Erika omstreeks 1919.

Uit Manns dagboeken bleek dat Katia niet zijn grote liefde was. Zijn schaamte over zijn verboden gevoelens voor zijn grote liefde, violist en kunstschilder Paul Ehrenberg, had Mann genoopt tot een keurig burgerlijk bestaan. Katia was hoogstwaarschijnlijk op de hoogte van zijn levenslang onvervuld verlangen naar mannen. Dit verlangen kreeg niet enkel en alleen in zijn dagboeken een plek, maar ook in romans zoals ‘Dood in Venetië’, ‘Tonio Kröger’, ‘Doctor Faustus’ en ‘De Toverberg’.

De drie oudste kinderen: Erika, Klaus en Golo deelden hun vaders verlangen naar mensen van dezelfde sekse. Michael, de jongste koos voor een muziekcarrière terwijl de andere kinderen van de meest onderscheiden Duitse auteur, romans, memoires of wetenschappelijk werk schreven.

Voor dit blog gebruikte ik meerdere bronnen, waaronder het Duitslandinstituut. De foto’s komen van Wikimedia Commons.