De Shakespeare van het hard-boiled genre

Raymond Chandler

Tijd om te lezen heeft James Bond niet. Als hij dan in ‘Goldfinger’ (1959) een boek koopt, koopt hij naast een boek over golf, ook de laatste Raymond Chandler (1888-1959). Met deze scène bracht Ian Fleming (1908-1964) een hommage aan een schrijver, wiens werk hij bewonderde. In vergelijking met Chandler vond Fleming zichzelf maar een prutser. Hij was niet de enige collega-bewonderaar. Enkel de critici hadden altijd wel iets aan te merken.

Nieuwe carrière door Hammett.

De stimulans voor Chandlers carrière als schrijver was een ontslag geweest. Als jonge man had hij onsuccesvol gefreelancet als journalist en gedichten geschreven. Na een rits van slecht betaalde jobs vond hij in 1922 werk als boekhouder bij de Dabney Oil Syndicate. Ondanks de depressie maakte hij promotie en verdiende hij een stevige boterham. Overmatig alcoholgebruik gooide echter roet in het eten. Toen hij in 1932 op 44-jarige leeftijd werd ontslagen, was hij op slag nuchter. Niet lang daarna besloot hij misdaadverhalen voor het pulptijdschrift Black Mask te schrijven. Zijn grote voorbeeld hierbij was Dashiell Hammett.

Net als Hammett leerde Chandler de stiel door het werk van andere te bestuderen en te imiteren. Met elk nieuw kortverhaal perfectioneerde Chandler zijn detectives en gaf hij hen meer diepgang. Zijn eerste kortverhaal ‘Blackmailers don’t Shoot’ bracht hem 180 dollar op.

Philip Marlowe.

Na jaren van de broekriem aanhalen kwam eindelijk de kentering met de reeks rond privédetective Philip Marlowe. Omdat Hollywood na de Tweede Wereldoorlog verlegen zat om materiaal en het hard-boiledgenre interessante filmprojecten opleverde, kreeg Chandler een baan als scenarist bij Paramount. Hij werkte maar 4 jaar voor Paramount. Hollywood was immers een ongeschikte omgeving voor een verlegen man als Chandler. Zijn romans met Philip Marlowe gaf Hollywood kaskrakers en bracht hem roem.

In 1954 verscheen de klassieker ‘The Long Goodbye’. Dankzij ‘The Long Goodbye’ kreeg niet alleen het hard-boiledgenre, maar ook het detectivegenre een serieuzere reputatie. Op persoonlijk vlak was 1954 een ongeluksjaar. Hoewel hij geen 10 haalde op echtelijke trouw was hij aangeslagen door de dood van zijn vrouw, Cissy. Hij zag maar 1 uitweg uit zijn depressie: zuipen. De drankduivel zou hem niet meer verlaten. Uiteraard had dit gevolgen voor zijn werk. Zelfs diehardfans geven toe, dat hij ‘Playback’ (1958) beter nooit had geschreven. Het is het enige boek met Marlowe, dat nooit verfilmd is.

Unieke schrijver.

Volgens kenners maakte Chandler het hard-boiledgenre respectabel: hij gaf het literaire verfijning. Dankzij doordachte lyrische vergelijkingen en metaforen wist hij zijn eigen originele stijl te ontwikkelen. Dit handelsmerk leverde hem de bijnaam: Shakespeare van het hard-boiledgenre op. Als recensenten vandaag de dag lyrisch worden over het geslaagd ‘Chandlerism’ van een auteur, dan is dat een mooi compliment. Dat Chandlers stijl nog steeds geïmiteerd wordt, zegt alles over zijn verdienste voor de literatuur.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia.

De literaire rebel

George Orwell

Het was een routineoperatie, maar zij overleed. Haar man, George Orwell (1903-1950) bleef er ogenschijnlijk onaangedaan bij. De man achter het pseudoniem leed echter in stilte en vluchtte weg in zijn werk. Dat George Orwell een pseudoniem was, wisten maar heel weinig mensen. Buiten zijn familie noemde iedereen hem George. Toch deed Orwell nooit afstand van zijn echte naam, Eric Blair.

In dienst bij het Britse Rijk.

Eric Arthur Blair zag het levenslicht in India op 25 juni 1903. Zijn vader Richard werkte in India als overheidsfunctionaris. Hoewel hij er als kind van droomde om schrijver te worden, trad Eric in de voetsporen van zijn vader. In 1922 ging hij naar Birma, het huidige Myanmar. Hier werkte hij als assistent-superintendent bij de Indian Imperial Police. Bij zijn collega’s was hij niet populair. Hij was een buitenbeentje, dat graag contact zocht met de inlanders en vlot hun taal sprak. Van het moment dat hij besefte hoezeer de inwoners van Birma hun kolonisatoren haatte, schaamde hij zich. In 1927 gaf hij zijn ontslag. Hij wist al wat hij wou gaan doen bij aankomst in Engeland: schrijven.

Leven in de marginaliteit.

Bij deze nieuwe fase in zijn leven hoorde een andere naam en een nieuwe levensstijl. Hij was immers niet langer meer een pilaar van het Britse rijk, maar een literaire en politieke rebel. Terwijl hij probeerde aan de kost te komen als freelancejournalist, begon hij zich te verdiepen in het leven van de armen. Hij ging in de Londense East End wonen tussen de arbeiders en de bedelaars, en leefde op straat als vagebond.

In de lente van 1928 trok hij naar Parijs. Hier schreef hij bijdragen voor verschillende Avant-gardemagazines. Daarnaast schrapte hij zijn kost bijeen als afwasser in chique Parijse hotels en restaurants. Zijn ervaringen in Londen en Parijs beschreef hij in zijn eerste werk, ‘Down and Out in Paris and Londen’ (1933). Naast de autobiografische elementen is ‘Down and Out in Paris and Londen’ vooral een sociaal document, waarin Orwel stelt dat de armen ook maar mensen zijn.

Werk, huwelijk en Spaanse Burgeroorlog.

In 1934 verscheen ‘Burmese Days‘, geïnspireerd door zijn tijd in Birma. Daarna volgden ‘The Clergyman’s daughter’, Keep the Aspidistra Flying en ‘The Road to Wigan Pier, over de situatie van de arbeiders in Noord-Engeland met daarin een beschrijving van zijn eigen weg naar het socialisme. ‘The Road to Wigan Pier was een knap staaltje van onderzoeksjournalistiek, dat Orwell schreef voor de Left Book Club. Voor het schrijven van dat werk had hij een voorschot ontvangen van 500 £, oftewel een inkomen van 2 jaar. Intussen was Orwell getrouwd. Zijn vrouw, Eileen O’ Shaughnessy werkte als typiste.

Eind 1936 vertrok hij naar Spanje om deel te nemen aan de Spaanse Burgeroorlog. Zijn getuigenis van die oorlog beschreef hij in ‘Homage to Catalonia’ (1938). Voor de publicatie van dit werk was Orwell opgenomen in een sanatorium. Zijn slechte longen maakte hem ongeschikt voor militaire dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op het thuisfront was er gelukkig nog werk bij de BBC en als Home Guard.

Zijn laatste levensjaren.

Vijf maanden na Eileens dood verscheen zijn beroemdste boek, de dierenfabel ‘Animal Farm’ (1945). De satire over het sovjetsysteem werd in de literaire wereld ontvangen als de grootste satire sinds Jonathan Swifts ‘Gulliver’s Travels‘. Tot dan toe was Orwell er niet in geslaagd om zijn politieke boodschap te combineren met literatuur, maar met ‘Animal Farm’ bewees hij dat hij dat wel kon. Door ‘Animal Farm’ wou iedereen hem zien en horen spreken. Met die aandacht voor zijn persoon had Orwell het moeilijk.

Zijn laatste grote werk ‘1984‘ zou hij dan ook voornamelijk op het afgelegen Schotse eiland Jura schrijven. Hoewel hij vaak in Londen moest zijn voor zijn werk – Orwell was nu een veel gevraagd schrijver en publicist – woonde hij de laatste jaren van zijn leven op Jura. Op Jura was er geen elektriciteit, dus de schrijver en zijn adoptiezoon Richard woonde daar heel primitief. Niettemin moest hij vaak naar het vasteland, naar en of ander ziekenhuis voor zijn tuberculose. Hij bleef echter kettingroken.

Ondanks de veelvuldige ziekenhuisopnames wist Orwell ‘1984’ op tijd op te leveren. Het had veel van zijn krachten gevergd. Toen het in juni 1949 uitkwam, werd het heel goed ontvangen. Lang kon Orwell niet van het succes genieten. Een half jaar later, op 21 januari 1950 overleed hij. Slechts een paar maanden daarvoor was hij voor de tweede keer in het huwelijk getreden.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Cassowary Colorizations.

 

De ambitieuze schrijver

Honoré de Balzac

Met zijn levenswerk, ‘La comédie humaine’ wou Honoré de Balzac (1799 – 1850) de Franse maatschappij met al zijn klassen vastleggen. Een immense opdracht, die hij niet wist te volbrengen. Hoewel hij met 2 romans en een 12-tal novelles, kortverhalen en toneelstukken per jaar, oftewel 130 literaire werken op 20 jaar tijd, verre van lui was geweest. Zijn project was veel te ambitieus. Maar dat was Balzac ten voeten uit.

Grote stroom aan schuldeisers.

Zijn grote literaire productie had ook een andere reden: het betaalde zijn schulden. Als jonge man was hij achtereenvolgens een uitgeverij, boekhandel-drukkerij en een lettergieterij begonnen. Maar de ondernemende Balzac was geen succesvolle zakenman. Zijn zaken gingen telkens failliet. Hij hield van luxe en smeet het geld over de balk. Zo gaf hij ooit een diner waarvoor hij zijn eetkamer volledig liet herdecoreren en herinrichten. Omdat hij vaak romans of novelles beloofde aan uitgevers, die hij nooit schreef of niet afkreeg voor de gestelde deadline, had hij veel rechtszaken lopen wegens contactbreuk. Maar eigenlijk had Balzac die constante druk van zijn schuldeisers nodig, want dan stroomde er uit zijn ravenveer meesterwerken. Telkens wanneer er geen schuldeisers aan zijn deur stonden te kloppen, doofde zijn inspiratie uit. Pas enkele maanden voor zijn dood kon Balzac zijn schulden afbetalen. Dit was niet omdat hij nu eindelijk dé roman had geschreven die hem rijk had gemaakt, maar door een huwelijk met de Poolse gravin Ewelina Hańska.

Zijn legendarisch schrijfschema.

Succes had Balzac met zijn romans ‘Eugénie Grandet’ (1833) en ‘Père Goriot’ (1835). Dankzij dit succes, zijn charme en zijn zonnige persoonlijkheid was hij een graag geziene gast op de Parijse salons. Toch spendeerde hij daar niet veel tijd, want hij hield er een rigide schrijfschema op na. Als hij schreef ging hij al vroeg naar bed. Om 1 uur stond hij op, schreef in zijn nachthemd bij kaarslicht tot 7 uur, waarbij hij sloten koffie dronk. Rond 7 uur nam hij een bad. Tussen 8 en 9 uur kreeg hij de proeven van zijn uitgever of kwam zijn uitgever werk bij hem afhalen, en dan werkte hij tot de middag. Om 12 uur at hij wat gekookte eieren en dronk water en koffie. Vervolgens werkte hij tot 18 uur. Eigenlijk leefde hij vooral op zwarte koffie; naar schatting dronk hij 50 koppen per dag. Als hij niet werkte, dan at hij voor 10.

Balzac was geen schrijver die planmatig werkte, of die op voorhand wist wat hij ging schrijven. Hij begon altijd met een ruwe opzet en herwerkte en herschreef obsessief. De drukker kreeg steevast een onleesbaar manuscript. Als hij zijn proeven kreeg, veranderde hij vaak hele passages en scènes, zodat hij uiteindelijk een heel ander boek inleverde dan hetgeen hij oorspronkelijk had geschreven. Hij had dan ook constant ruzie met zijn uitgevers.

Zijn bijdrage aan de literatuur.

Tijdgenoten vonden hem een vulgaire schrijver. Balzac was geen stylist en deed de elegantie van zijn moedertaal geen eer aan. Waar hij veel zorg aan besteedde, was de naam van zijn personages. Die naam moest de persoonlijkheid van het personage uitstralen. Enkele van die personages doken op in verschillende verhalen, wat geen enkele schrijver voor hem ooit gedaan had. Zijn personages zijn verre van wit-zwart, maar zijn psychologisch uitgewerkt. Zijn psychologisch inzicht, zijn oog voor detail en zijn verteltechniek maken Honoré de Balzac tot een van de belangrijkste schrijvers van de 19e eeuw.

“The 19th century, as we know it, is largely an invention of Balzac’s.” Oscar Wilde

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia. De afbeelding bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Louis-Auguste Bisson.