De zinnelijke schrijfster

De officiële plechtigheid begon om half elf. Maar om acht uur had zich al een grote menigte niet-genodigden verzameld. Hierop besloot de politie de hekken naar de cour d’honneur van het Palais-Royal vroegtijdig te openen. De twee daarop volgende uren defileerden ruim zesduizend mensen langs haar lijkkist. Sommige, vooral vrouwen legden boeketten neer. Na de doortocht van die stille processie – je kon toen een speld horen vallen – lag de grond vol met bloemen. Haar lijkkist, gedrapeerd met de Franse tricolore, was omringd door een zee van bloemen. 

Haar echtgenoot had aangedrongen op een katholieke eredienst. Maar de aartsbisschop van Parijs weigerde. Godvrezende burgers hadden altijd geprotesteerd wanneer haar naam werd voorgedragen voor een of ander officieel eerbetoon. Want Colette (1873-1954) had een onstuimig leven geleid, en had nooit vergeving van haar zonden gevraagd. Toch kreeg ze, als eerste Française, een staatsbegrafenis. Ze was dan ook een populaire schrijfster geweest. Een icoon.

Colette als ghostwriter

Dat Colette schrijfster werd, kwam door haar eerste man, Henry Gauthier-Villars. Henry, beter gekend als Willy was een muziekrecensent. Naast niet-literaire stukken schreef hij ook lichter werk. Beter gezegd: hij liet zijn werk schrijven. Want hij had ghostwriters in dienst.

In 1910 publiceerde de 41-jarige Willy de roman, ‘Claudine à l’école’. Tienermeisje Claudine was verrukt over haar ontluikende vrouwelijkheid, maar tegelijkertijd was ze vervuld van afschuw. Zoals het een tienermeisje betaamd, was ze opstandig en roekeloos. Daarnaast was het kind van de natuur grof in de mond. De roman, die door mevrouw Gauthier-Villars was geschreven, werd aanvankelijk niet gekocht. Totdat Willy de hulp inriep van invloedrijke vrienden, die lovende recensies schreven. Uiteindelijk groeide het boek, samen met nog vier andere delen, uit tot de grootste Franse bestsellers aller tijden. 

Mevrouw Gauthier-Villars was toen 27. Net als Claudine kwam ze uit Bourgondië en ontdekte ze het leven in de hoofdstad. Overheersing door de man was toen iets waarin ze geloofde, hoewel ze al vroeg uiting gaf aan haar haat voor afhankelijkheid. Lang voordat ze met Willy trouwde had zij haar voornaam – Sidonie-Gabrielle – afgeschaft. Haar schoolvriendinnen moesten haar bij haar achternaam noemen, net zoals dat gebruikelijk was bij de jongens op de jongensscholen.

De onstuimige vrouw

Door de toneelstukken, die gemaakt werden van de Claudine-verhalen, ontdekte Colette de wereld van de variété-artiesten en mime. Als variété-artieste speelde ze een zigeunerin, een gigolo en een kat, een faun in een verscheurde lendendoek en een Egyptische mummie. Hierbij trad ze vaak halfnaakt op. Tijdens een voorstelling onthulde ze zelfs haar linkerborst. En dan was er nog de kus, die ze aan een medespeelster en geliefde gaf onder luid boegeroep. Intussen groeide zij en Willy steeds meer en meer uit elkaar. En kregen ze meer en meer ruzie over de rechten van de Claudines. Na dertien jaar huwelijk kwam het tot een scheiding. 

Colette trouwde nog twee keer. Tijdens haar tweede huwelijk had ze een relatie met haar stiefzoon en baarde ze een dochter. Het moederschap was echter niet besteed aan de 40-jarige Colette. De opvoeding van haar dochter, Sidonie, vertrouwde ze toe aan een nanny.

Haar werk

Tijdens de jaren 20 en 30 groeide haar literaire ster gestaag. Schrijvers als André Gide en François Mauriac liepen hoog op met haar werk. Literaire critici, daarentegen vonden haar werk zielloos en pervers, omdat ze voornamelijk over de liefde, de erotiek en de sensualiteit schreef. Als zij niet over de liefde schreef dan schreef ze in een beeldrijke stijl over de natuur en haar idyllische jeugd in Bourgondië. Serieuze onderwerpen als politiek, filosofie en religie vermeed ze. Ook in haar journalistiek werk. Hoe dan ook wist ze een succesvolle carrière uit te bouwen, zowel als schrijfster en journaliste. In haar onderhandelingen met uitgevers toonde ze zich een gewiekste zakenvrouw. In de loop van een halve eeuw produceerde ze tachtig boekdelen van romans, kortverhalen, memoires, artikelen en toneelstukken van een grote kwaliteit.

Hoewel haar romans verboden waren voor Franse jonge vrouwen uit de gegoede klasse vonden ze hun weg naar een ruim lezerspubliek. Haar werk weerspiegelde immers haar leven. Was zij niet Claudine? Had zij – net als haar protagoniste in het tweeluik ‘Chéri’ geen jongere minnaar gehad? Had zij geen relaties gehad met zowel mannen als vrouwen? Omringde zij zich niet met homo’s, lesbiennes en travestieten? Kende zij geen prostituees, actrices en variété-artiesten? Haar hedonisme, net als haar openhartigheid was echter een illusie. Haar kunst was die van de leugen.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder de biografie ‘Colette, een zinnelijk leven’ van Judith Thurman. De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Henri Mauel.

Grote dieven kleine dieven van Albert Cossery

Schoften zijn er overal.

Dankzij zijn verzorgde uiterlijk en nette pakken kan Oessama zich in de betere kringen bewegen, waar hij de rijken van hun geld ontdoet. Op een dag vindt hij in een gerolde portefeuille een brief. Uit deze brief blijkt dat een projectontwikkelaar en een politicus schuldig zijn aan het instorten van een gebouw, waarbij vijftig doden vielen. Wat moet Oesssama met deze brief? Hij vraagt het aan zijn leermeester, Nimr. Nimr gaat samen met Oessama raad vragen aan de journalist Karamalla. Met zijn drieën bedenken ze een plan tegen de projectontwikkelaar.

Oessama was een dief, geen legale dief zoals een minister, bankier, zakenman, speculant of projectontwikkelaar; hij was een bescheiden dief met wisselende inkomsten wiens activiteiten – waarschijnlijk vanwege de beperkte opbrengst – in alle tijden en overal ter wereld beschouwd werden als een aanslag op de morele wet van de rijken.

‘Grote dieven kleine dieven’ is een schalkse novelle, waarin kritiek op de maatschappij op elke pagina terug te vinden is. Hoewel het verhaal zich afspeelt in al-Kahira (Caïro) is het universeel. Want schoften zijn er overal ter wereld. In het nawoord vertelt vertaalster Mirjam de Veth meer over het oeuvre van Albert Cossery, zijn visie op de wereld en zijn leven. Een aanrader.

Oorspronkelijke titel: Les couleurs de l’infamie.
Jaar van publicatie: 1999.

Zij is elke vrouw.

Klassiekers zoals Madame Bovary worden door vele geclaimd.

Het Normandische dorpje Ry dankt zijn faam aan de roman ‘Madame Bovary’ van Gustave Flaubert (1821-1880). Het zou model gestaan hebben voor Yonville, het dorp waarnaar Charles Bovary en zijn vrouw Emma verhuisde. De brave plattelandsdokter zag in een verandering van plaats het medicijn dat zijn lusteloze vrouw nodig had. Hier ontmoette Emma haar toekomstige minnaar Léon Dupuis, die haar de poëzie leerde waarderen. Maar vooraleer ze zich in de armen van Dupuis gooide, gooide ze zich in de armen van Rodolphe Boulanger. Helaas, haar minnaars gaven haar geen soelaas, dus zocht zij haar heil in de aankoop van luxegoederen, wat dan weer leidde tot schulden. Niet in staat om haar schulden te betalen en zwaar teleurgesteld in het leven en de liefde, pleegde Emma uiteindelijk zelfmoord.

Madame Bovary
De Bovary’s in bed. Deze illustratie uit ‘Madame Bovary’ is van Charles Léandre.

De vele inspiraties voor Emma Bovary.

De link tussen het fictieve Yonville en Ry werd al snel na de publicatie van ‘Madame Bovary’ (1857) gelegd. De inwoners van Ry waren immers maar al te bekend met het leven van Delphine Delamare, die met haar man in Ry had gewoond. Meneer Delamare was net als Charles Bovary een plattelandsarts. Delphine bedroog hem, winkelde haar huishouding de vernieling in en pleegde zelfmoord. Haar scandaleuze leven had in 1848 de krant gehaald.

Gustave Flaubert kende het verhaal van Delphine Delamare. Zijn familie kende immers de Delamares. Maar Flaubert ontkende dat hij zijn Emma Bovary op Delphine Delamare had gebaseerd. Hij had haar samengesteld uit verschillende vrouwen in zijn omgeving. Zo waren er Louise Colet en Louise Pradier. Beide Louises waren minnaressen van Flaubert en dankbare bronnen voor zijn lastige roman. Pradier bezat volgens Flaubert elke vrouwelijke emotie in het kwadraat. Bovendien was zijn dol op dure feestjes en winkelen. Colet was zijn vertrouwelinge bij de creatie van zijn debuutroman. Met haar besprak hij onder meer de romantische leefwereld van jonge vrouwen, terwijl hij zelf de boeken las die hij Emma liet lezen. Net als Emma Bovary had de immer ontevreden Louise Colet haar romantische ideeën ontleend aan tweederangsromans. De inscriptie in de sigarenhouder die zij Flaubert aan het begin van hun affaire gaf, gebruikte hij in zijn roman.

Elle était l’amoureuse de tous les romans, l’héroïne de tous les drames, le vague elle de tous les volumes de vers.

Ik ben mevrouw Bovary.

Louis Bouilhet, een vriend van Flaubert en de uitgever van Revue de Paris stemde ermee in om ‘Madame Bovary’ als feuilleton te publiceren. De levensechte scènes van overspel baarde Bouilhet zorgen, maar Flaubert wou ze niet schrappen. Bij de publicatie van het eerste deel van het feuilleton in 1856 schreeuwden de lezers moord en brand. Flaubert en Bouilhet konden de publicatie van dit immorele verhaal over overspel gaan verantwoorden voor de rechtbank. De rechtszaak tegen Flaubert en Bouilhet duurde 1 dag. Meester Jules Sénard, Flauberts briljante advocaat wist de rechtbank te overtuigen dat ‘Madame Bovary’ overspel niet verheerlijkte, maar de hypocrisie in de maatschappij hekelde. Tijdens de rechtszitting verklaarde Flaubert: “Madame Bovary, c’est moi.” Ik ben mevrouw Bovary. Mijn creatie is niet gebaseerd op één welbepaalde vrouw. Zij is elke vrouw.”

Voor vrouwelijke lezers was Emma Bovary alvast iemand met wiens leven ze vertrouwd waren. Haar verhaal kon onmogelijk verzonnen zijn. Maar Gustave Flaubert had dan ook vijf jaar met zijn personage geleefd, want zo lang duurde de creatie van zijn debuut. Hij had met ‘Madame Bovary’ meer dan een roman geschreven: het was een geschreven documentaire over een vrouwenleven.

Yonville?

De heisa rond ‘Madame Bovary’ (1857) vertaalde zich in een commercieel succes. Een succes, dat de inwoners van het Normandische Ry niet ontging, en dat ze wisten te verzilveren. In Ry zijn de verwijzingen naar Flauberts roman en Emma Bovary legio. Uiteraard hebben ook andere Normandische dorpjes de naam Yonville geclaimd. Maar Yonville bestond allicht enkel in de verbeelding van Flaubert.