Washington Black van Esi Eduygan

Onderhoudend avonturenverhaal en coming of age-verhaal.

Mij is verteld dat ik in het jaar 1818 ben geboren op de plantage. Ik heb ook horen zeggen dat ik aan boord van het schip, dat me naar Barbados bracht, geboren ben. Mijn vader kende ik niet. Mijn moeder was tijdens de bevalling overleden.

Ik was een veldneger. Op mijn tweede schoffelde ik al. Mijn eerste meester gaf me mijn naam: George Washington Black. Toen ik 10, 11 jaar oud was stierf mijn meester. Niemand treurde om hem. We treurden om onszelf en de verkoop van het landgoed. Het landgoed werd uiteindelijk niet verkocht. Een neef van onze meester nam het over. Met de nieuwe meester, Erasmus Wilde, was nog een andere man meegekomen. Op een avond moest ik bij hem komen. Titch had me nodig voor zijn wolkenkliever.

‘Washington Black’ begint als een slavenverhaal maar ontpopt zich al snel als een avonturenverhaal in de stijl van Jules Verne en Robert Louis Stevenson. Actie, fysiek gevaar en spanning zijn dan ook de hoofdingrediënten van ‘Washington Black’. Wash maakt dingen mee, waar andere slechts over kunnen dromen, zoals een spectaculaire ontsnapping met een heteluchtballon, Titchs fameuze wolkenkliever.

Titch speelt overigens een heel belangrijke rol in dit verhaal. Uiteindelijk kan enkel hij het antwoord geven op de vraag die Wash bezighoudt. Geen slaaf zijn, betekent immers niet dat je een vrij man bent. Of dat je je een vrij man voelt. Deze roman vertelt namelijk net iets meer dan een onderhoudend avonturenverhaal: het is ook een schitterend coming of age-verhaal, waarin een jonge zwarte man op zoek gaat naar echte vrijheid.

 

Oorspronkelijke titel: Washington Black.
Jaar van publicatie: 2018.

Heimwee van Luiza Sauma

De pijn van herinneringen.

Denk je nog aan ons, André? Voor je vader stierf vertelde hij me dat je twee dochters hebt, twee inglesinhas. En dat je in Londres woont en arts bent. Ik heb je online opgezocht. In Londres vond ik maar 1 André Cabral. Ik zal je nog een brief schrijven, want ik heb je veel te vertellen.

Er stond geen adres op de brief. Haar achternaam weet hij niet. Hij kende haar alleen als Luana. Zij was de dochter van Rita. Rita had hem en zijn broer gevoed, getroost en grootgebracht; zij was zijn zwarte mama. Als André niet was weggegaan uit Rio de Janeiro dan was hij getrouwd met een Braziliaanse uit een gegoede familie, en waren zijn kinderen grootgebracht zoals hij en zijn broer waren grootgebracht, door zwarte inwonende huishoudhulpen. Maar André kon niet blijven in Rio de Janeiro. Hij had stommiteiten begaan.

Telkens wanneer André Luana’s brief leest, is het alsof de jaren zich oplossen. Dan is hij weer 17 en verliefd op Luana. Luana behoort echter tot een andere wereld, een andere tijd en een andere plek. Een plek, die André mist. Het is niet alleen Brazilië dat hij mist, hij mist ook de geborgenheid van zijn jeugd. Een jeugd, waar abrupt een einde aan kwam toen zijn moeder omkwam bij een auto-ongeluk.

“Het is troostrijk en verontrustend. Het geluid van thuis. Vreemd dat ik het nooit eerder heb beseft: Rio zal nooit meer mijn thuis zijn. Wat een overhaaste beslissingen nemen we toch, als we jong zijn.”

Aanvankelijk wou Luiza Sauma een verhaal schrijven over een rijke jonge Braziliaan die zijn eerste seksuele ervaring heeft met een huishoudhulp. Uiteindelijk werd ‘Heimwee’ een verhaal over een veertigjarige Braziliaan die woont en werkt in Londen, en die noodgedwongen zijn hele leven moet herzien. Zijn vrouw heeft hem net verlaten en Luana’s brieven drijven hem naar de rand van de waanzin. Op het einde van het verhaal ontmoeten André en Luana elkaar weer in Brazilië, uitgerekend op de plek waar André haar voor het eerst begon op te merken.

Luiza Sauma werd net als André Cabral in Rio de Janeiro geboren. Zij groeide op in Londen, en weet wat het is om in twee werelden te leven. Met ‘Heimwee’ schreef ze een meer dan geslaagd debuut over de Braziliaanse samenleving en identiteit, de dwaze dingen die we doen als we jong zijn en de  pijn van herinneringen.

 

Oorspronkelijke titel: Flesh and Bone and Water.
Jaar van publicatie: 2017.

Terug naar Mogadishu van Nuruddin Farah

Zoektocht naar identiteit en cultuur.

In New York was Jeebleh bijna overreden door een landgenoot. Hij hoopt de dood in verwarring te brengen door terug te gaan naar Mogadishu. Zijn terugkeer stelt hem ook in staat om het graf van zijn moeder te bezoeken, en zich ervan te vergewissen dat haar geest rust gevonden heeft. Zijn vrouw en kinderen vinden zijn reis waanzin. Jeeblehs vertrek uit Somalië was namelijk gedwongen. Op een dag werd hij van de gevangenis naar de luchthaven gebracht en op een vliegtuig gezet.

Mogadishu, stad van de dood. Hier heerst anarchie en bandeloosheid. Gieren, kraaien en maraboes zijn een vertrouwd gezicht in de stad. De aasvogels vinden genoeg eten: overal liggen er achtergelaten, onbegraven lijken. De maatschappij is verhard, en de religie heeft de invloed van Afghanistan en Saoedi-Arabië ondergaan. Jeebleh is veel te lang weggeweest. Hij kent de regels van de veranderde samenleving niet of nauwelijks. Hoe moet hij zich gedragen? Wie kan hij vertrouwen? En waarom is hij na 20 jaar terug naar Mogadishu gegaan?

Elk deel van ‘Terug naar Mogadishu’ begint met citaten uit Dantes eerste deel van de ‘Goddelijke komedie’: de hel. Jeebleh is inderdaad naar de hel en zijn eigen politieke verleden teruggekeerd. Er is meer aan de hand. Net als Dante in de ‘Goddelijke komedie’ is Jeebleh zoekende. Zijn eigen cultuur voelt aan als vreemd. Hij betrekt de kritiek op de Amerikanen op zichzelf. Maar hij komt ook thuis. ‘Terug naar Mogadishu’ is een zoektocht naar identiteit en cultuur tegen de achtergrond van een Somalië waarin clans en subclans elkaar bevechten. Maar waar Jeebleh de liefde van zijn vrienden vindt.

“Hij wist dat ze elkaar zouden opzoeken, elkaar welkom zouden heten in hun huis, en in hun verhalen. Hij en zijn vrienden waren voor altijd verbonden door de kettingen van de verhalen die ze deelden.”

‘Terug naar Mogadishu’ is een rijk boek met interessante personages. Soms word je met gewoontes geconfronteerd, die je moeilijk kan plaatsen, en die de schrijver niet uitlegt. Geen ramp voor deze lezer, allicht minder fijn voor sommige.

De Somalische schrijver Nuruddin Farah schrijft enkel trilogieën. Ook ‘Terug naar Mogadishu’ is deel van een trilogie. Het verhaal staat gelukkig op zichzelf. De andere delen van de trilogie zijn namelijk niet in het Nederlands vertaald. Farah heeft al veel prijzen gewonnen en wordt als een van Afrika’s grootste hedendaagse schrijvers vaak getipt voor de Nobelprijs voor literatuur.

 

Oorspronkelijke titel: Links.
Jaar van publicatie: 2003.