Klok zonder wijzers van Carson McCullers

Over doodgaan op je eigen manier.

In de hedendaagse VS voelt de blanke middenklasse zich achtergesteld, en tot wat dit kan leiden, lees je in deze roman van 60 jaar geleden.

In een stadje in Georgia, in het zuiden van de VS, volg je vier mannen. De 39-jarige J.T. Malone, drogist en apotheker. Fox Clane, een oude rechter en voormalig Congreslid. Jester Clane, de dwarse, idealistische kleinzoon van de rechter. En Sherman Pew, een zwarte man met blauwe ogen, die worstelt met zijn identiteit.

In de maatschappij waarin de mannen leven, zijn er veranderingen op til. Er is sprake van integratie op de scholen. Voor de behoudende burgers in het zuiden van de Verenigde Staten is dit weerzinwekkend. Fox Clane wil alvast de eeuwenoude normen en waarden van het Zuiden met alle geweld behouden. 

Meer nog dan een portret van een aantal inwoners van een stadje ergens in de VS wiens leven met elkaar verbonden is, is dit een roman over de dood. En hoe iedereen dood gaat op zijn eigen manier.

“De dood is altijd hetzelfde, maar ieder mens gaat dood op zijn eigen manier. Voor J.T. Malone begon het einde van zijn leven zo simpel en alledaags dat hij het een tijdlang verwarde met het begin van een nieuw seizoen.”

Zijn lusteloosheid schreef J.T. Malone toe aan lentemoeheid. Hierop nam hij een ijzerdrankje uit zijn eigen apotheek. Toen zijn kleren los rond zijn lichaam hingen, ondernam hij geen actie. Pas nadat hij flauwviel in zijn apotheek, ging hij naar de dokter. Die stuurde hem naar het ziekenhuis voor enkele testen. De uitslag van die testen toonde aan dat Malone nog een jaar, hoop en al anderhalf jaar te leven heeft. 

Als hij alleen is, huilt Malone. Het vooruitzicht van de dood maakte hem rusteloos. Hij zoekt daarop troost in de kerk. Net zoals Fox Clane gaat hij naar de baptistenkerk van dominee Watson. Malone is trots op zijn vriendschap met Fox Clane. Sinds Clanes beroerte is die vriendschap inniger geworden. De rechter is de eerste aan wie Malone vertelt dat hij leukemie heeft.

Hoe ga je om met de dood als je kijkt op een klok zonder wijzers? Malone weet dat hij gaat sterven, maar niet wanneer dat gaat zijn. En hoe ga kan je nu doodgaan als je nog niet hebt geleefd?

Met haar openingszin bewees de schrijfster dat ze haar klassieken kende. Haar openingszin lijkt immers op de openingszin van ‘Anna Karenina’: “Alle gelukkige gezinnen lijken op elkaar, elk ongelukkig gezin is ongelukkig op zijn eigen wijze.”

Ongeluk, eenzaamheid en ziekte waren overigens de rode draden in Carson McCullers (1917-1967) leven. Toen zij ‘Klok zonder wijzers’ schreef, had ze al een rits beroertes achter de rug en had ze kanker en een zelfmoordpoging overleefd. Naast haar zwakke gezondheid was er haar onbeantwoorde verlangen naar de vrouwenliefde, en haar tumultueuze huwelijk met Reeves McCullers.

‘Klok zonder wijzers’ is geen mistroostig, maar een ongecompliceerd boek, rijk aan metaforen. Het getuigt van een goed inlevingsvermogen. Ook wordt J.T. Malone in de laatste hoofdstukken de beste versie van zichzelf. En verwart hij het eind van zijn leven niet meer met het begin van een nieuw seizoen.

“Nu keek hij naar de natuur als deel van zichzelf. Hij was niet meer de man die keek naar een klok zonder wijzers.”

Oorspronkelijke titel: Clock without Hands.
Jaar van publicatie: 1961.

Duizend manen van Sebastian Barry

Een schoon boek

Als meisje moest ze vaak zonder reden huilen. Dan zwierf ze rond op zoek naar een beschut plekje, waar ze haar tranen de vrije loop kon laten. Haar adoptievader John Cole ging altijd op zoek naar haar. Hij sloeg dan zijn arm om haar heen en ging naast haar zitten, zonder een woord te zeggen. Hoewel John amper onderwijs had gehad, leerde hij haar lezen en sommen maken. 

John Cole was niet haar enige papa. Zij had er 2. Haar andere papa, Thomas McNulty, was bijna een echte moeder. Van tijd tot tijd droeg hij zelfs een jurk. 

Winona Cole woonde met haar papa’s op de boerderij van Lige Magan in het 19e-eeuwse Tennessee. Lige Magan was best arm en haar papa’s waren nog armer. Met haar loon en de hulp van broer en zus Bouguereau, 2 vrijgelaten slaven weten ze de eindjes aan elkaar te knopen.

Voor zijn achtste boek deed Barry iets bijzonder: hij schreef een sequel. De personages en de setting is dezelfde als die van ‘Dagen zonder eind’, enkel de jaren gingen op vliedende voeten voorbij. Als pony’s die draven op de oneindige grasvelden

In tegenstelling tot zijn vorige romans staat er geen Dunne of McNulty centraal en is geen link met de Ierse geschiedenis. Het hoofdpersonage, Winona Cole is immers een Lakota vrouw. Voor de rest is er het vertrouwde raamwerk: het hoofdpersonage vertelt in een stem die past bij zijn of haar karakter. Ofwel neemt die stem je al vanaf de eerste pagina mee in het verhaal, ofwel resoneert die maar pas halverwege het verhaal. ‘Duizend manen’ valt in de laatste categorie.  

Het is wennen aan het eerder formeel taalgebruik van Winona. Als jonge Indiaanse moest zij praten als een keizerin. Het Engels beschermde haar tegen in elkaar geslagen worden, want als Indiaanse was ze nog minder waard dan een zwarte vrouw, was ze geen menselijk mens. 

‘Duizend manen’ is een coming-of-age verhaal, waarin een overbeschermd opgevoed meisje uitgroeit tot een vrouw die haar mannetje weet te staan. Dat mannetje staan mag je figuurlijk nemen want Winona ruilt op een gegeven moment haar jurk in voor een broek en een breed overhemd. Naast de waarden die ze van haar papa’s meekreeg is er de moed van haar krijgshaftige moeder en haar volk. Die moed heeft ze nodig in haar zoektocht naar gerechtigheid voor Tennyson Bouguereau. Daarnaast wil ze weten wat er op die dag dat ze met met haar verloofde had afgesproken, gebeurd is. 

‘Duizend manen’ vraagt een geduldige lezer. Geduld is in dit geval een schone zaak want het is een schoon boek met een einde dat je bijna doet huilen van vreugde.

Oorspronkelijke titel: A Thousand Moons
Jaar van publicatie: 2020

Washington Black van Esi Eduygan

Onderhoudend avonturenverhaal en coming of age-verhaal.

Mij is verteld dat ik in het jaar 1818 ben geboren op de plantage. Ik heb ook horen zeggen dat ik aan boord van het schip, dat me naar Barbados bracht, geboren ben. Mijn vader kende ik niet. Mijn moeder was tijdens de bevalling overleden.

Ik was een veldneger. Op mijn tweede schoffelde ik al. Mijn eerste meester gaf me mijn naam: George Washington Black. Toen ik 10, 11 jaar oud was stierf mijn meester. Niemand treurde om hem. We treurden om onszelf en de verkoop van het landgoed. Het landgoed werd uiteindelijk niet verkocht. Een neef van onze meester nam het over. Met de nieuwe meester, Erasmus Wilde, was nog een andere man meegekomen. Op een avond moest ik bij hem komen. Titch had me nodig voor zijn wolkenkliever.

‘Washington Black’ begint als een slavenverhaal maar ontpopt zich al snel als een avonturenverhaal in de stijl van Jules Verne en Robert Louis Stevenson. Actie, fysiek gevaar en spanning zijn dan ook de hoofdingrediënten van ‘Washington Black’. Wash maakt dingen mee, waar andere slechts over kunnen dromen, zoals een spectaculaire ontsnapping met een heteluchtballon, Titchs fameuze wolkenkliever.

Titch speelt overigens een heel belangrijke rol in dit verhaal. Uiteindelijk kan enkel hij het antwoord geven op de vraag die Wash bezighoudt. Geen slaaf zijn, betekent immers niet dat je een vrij man bent. Of dat je je een vrij man voelt. Deze roman vertelt namelijk net iets meer dan een onderhoudend avonturenverhaal: het is ook een schitterend coming of age-verhaal, waarin een jonge zwarte man op zoek gaat naar echte vrijheid.

Oorspronkelijke titel: Washington Black.
Jaar van publicatie: 2018.