Schrijven volgens Bukowski

citaat Bukowski

Charles Bukowski (1920 – 1994) was een Amerikaans-Duitse auteur.

Geboren als Heinrich Karl Bukowski had Bukowski tijdens zijn leven vooral succes in zijn geboorteland Duitsland. Pas na zijn dood werd zijn controversieel werk in de VS driftig bestudeerd.

Bukowski’s gedichten, verhalen en romans geven een beeld van de onderkant van de Amerikaanse samenleving. Thema’s in zijn rauwe werk zijn vrouwen en alcohol. Zijn bekendste werk is ‘Post Office’ (Postkantoor) uit 1971, een tragikomisch verslag van een underdog in de ambtelijke wereld. Zelf had Bukowski 10 jaar lang bij de post gewerkt. De underdog in ‘Postkantoor’ is dan ook zijn alter ego.

Sociaal en familiaal zat het de jonge Buckowski niet mee, met een vader die hem sloeg en leeftijdgenoten die hem uitlachten. Ook zijn carrière als schrijver kwam traag op gang.

Spotlight op:

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Professor Unrat’ van Heinrich Mann.

“Da er Raat hieß, nannte die ganze Schule ihn Unrat. Nichts konnte einfacher und natürlicher sein. Der und jener Professor wechselten zuweilen ihr Pseudonym. Ein neuer Schub Schüler gelangte in die Klasse, legte mordgierig eine vom vorigen Jahrgang noch nicht genug gewürdigte Komik an dem Lehrer bloß und nannte sie schonungslos bei Namen. Unrat aber trug den seinigen seit vielen Generationen, der ganzen Stadt war er geläufig, seine Kollegen benutzten ihn außerhalb des Gymnasiums und auch drinnen, sobald er den Rücken drehte.”

Heinrich Mann (1871-1950) was de eerste in de koopmansfamilie Mann die koos voor een literaire carrière. Vanaf de jaren 20 werd hij overklast door zijn jongere broer Thomas. In tegenstelling tot Thomas was Heinrich een scherp criticus van zijn tijd. Een socialist, die geloofde in politiek geëngageerde literatuur. Bij de machtsovername door de nazi’s in 1933 verliet hij Duitsland voorgoed, en vestigde zich tot 1940 in Frankrijk. Nadien vluchtte hij via Spanje en Portugal naar de VS.

‘Professor Unrat. Oder das Ende eines Tyrannen” (1905) was zijn vierde roman. Dankzij de verfilming van Josef von Sternberg en de vertolking van Marlene Dietrich is het boek ook gekend onder de naam ‘De blauwe engel’.

De roman gaat over de ongeliefde leraar Raat, die door zijn leerlingen en collega’s Unrat (= vuiligheid) wordt genoemd. Via een van zijn leerlingen komt hij in contact met de danseres Rosa Fröhlich. Zij werkt in De blauwe engel. Hun intieme omgang leidt tot zijn ontslag. Aanvankelijk kan Raat genieten van de ondergang van zijn vroegere leerlingen en vijanden dankzij het succesvol salon, dat hij samen met zijn vrouw Rosa opzet. Tot hij beseft dat Rosa’s gedrag wel heel dubbelzinnig is.

 

Voor dit blog gebruikte ik onder meer Wikipedia. De trailer van ‘De blaue Engel’ komt van YouTube

Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull van Thomas Mann

Bedrog als kunst.

Nadat hij op meesterlijke wijze de dienstplicht in Duitsland weet te ontlopen, gaat Felix Krull in Parijs werken in een hotel. De gladde prater weet het te schoppen van liftboy tot kelner. Daarnaast houdt hij zich bezig met diefstal. Zo besteelt hij de steenrijke mevrouw Houpflé, een vaste gast in het hotel. Pikant detail: zij weet dat hij haar besteelt. Maar ja, zij is dol op jonge mannen en Felix is toch zo geweldig in bed.

De perfectionist in Felix vervult elke rol met verve. Hij weet zich aan elke situatie aan te passen en voelt andermans zwakke plekken moeiteloos aan. Last van zijn geweten heeft hij niet. Als hij niet werkt, dan flaneert hij als een echte heer in kostuum door Parijs en frequenteert hij chique gelegenheden. Op een dag merkt een hotelgast hem op. Het duurt niet lang of de gast, de Luxemburgse markies de Venosta, vraagt Felix om zijn plaats in te nemen.

Volgens Mann-kenners is de ‘Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull’ zijn luchtigste en vrolijkste roman. Mann zag het Felix Krullproject als een parodie op de memoires van Goethe, ‘Dichtung und Wahrheit’. Hij had de roman al in 1907 gepland. In 1910 begon hij met het schrijven ervan. Het idee van het verhaal had hij ontleend aan de memoires van Georges Manolescu, ‘Ein Fürst der Diebe’ en ‘Gescheitert’.

Manolescu was een Roemeense oplichter en hoteldief. Toen hij in 1901 tegen de lamp liep, bleek tijdens zijn proces in Berlijn dat de adellijke hoofden van Europa hem kende als Prins Lahovary. De gevangenis vond de rechter niet de juiste plaats voor de nepprins, wel het krankzinnigengesticht. Hier schreef Manolescu zijn memoires. Die memoires waren lucratief. Door zijn proces was hij immens populair geworden. Bovendien hadden enkele van zijn slachtoffers zwijggeld betaald. In de jaren 20 werden zijn memoires 3 keer verfilmd.

Mann was echter al in 1913 met de ontboezemingen van Krull gestopt, en probeerde het alsnog in 1950 af te maken. In 1954 kwamen de eerste 3 delen uit. De 3 andere geplande delen zou hij nooit schrijven. Volgens hem zou niemand daarom treuren.

Mann wist niet welke vorm hij best aan Krulls ontboezemingen gaf, en dat merk je als lezer. Het verhaal begint als een klassieke ontwikkelingsroman, gaat over in een schelmenroman, om te eindigen in filosofische en wetenschappelijke bespiegelingen. Het verhaal komt traag op gang. Ook is het wennen aan de toon en stem van Felix: arrogant, spottend, breedvoerig en gezwollen. De hoogtepunten in Felix’ relaas zijn de militaire keuring en zijn complexe leven als hotelbediende, dief en gedistingeerde heer, waarin zijn verschillende gezichten naar voren komen. De scène met mevrouw Houpflé is hilarisch, maar er over. Al bij al is het jammer, dat de roman onafgewerkt is gebleven. Want de insteek is briljant: de burgerlijke maatschappij ontmaskerd door een artistiek begaafde oplichter. Oplichten is immers een kunst. Mensen willen bedrogen worden, zoals duidelijk naar voren komt uit Krulls memoires. 

 

Oorspronkelijke titel: Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull.
Jaar van publicatie: 1954.