Het verhaal achter De ellendigen.

klassieker uit de literatuur

Klassiekers zoals De ellendigen zijn vernieuwend.

‘Great Expectations’ (Grote verwachtingen), Les Misérables (De ellendigen), ‘Vojna i Mir‘ (Oorlog en vrede) en ‘Prestoeplenië i nakazanië’ (Misdaad en straf) hebben één ding gemeen: zij zijn allemaal rond dezelfde periode gepubliceerd.’Les Misérables’ van Victor Hugo is de bekendste van de vier. Niet omdat we het met zijn alle massaal lezen, hoewel het nooit uit druk is geweest, maar omdat we een van de vele bewerkingen kennen. Hugo’s verhaal is namelijk al meermaals verfilmd, gestript en opgevoerd in het theater.

Succes, innovatie en lef kenmerkt het verhaal achter een van de dikste Europese romans. Victor Hugo schreef het grootste deel van zijn roman ‘Les Misérables’ in zijn ballingsoord Guernsey. Zijn ballingschap volgde na de staatsgreep op 2 december 1851 door Lodewijk Napoleon Bonaparte, de latere Napoleon III. De politiek geëngageerde Hugo nam daarop deel aan een verzetsvergadering. Toen de verzetslieden werden gefusilleerd, dook hij onder en vluchtte naar de Kanaaleilanden.

Dankzij het succes van zijn roman ‘Notre-Dame de Paris’ (De klokkenluider van de Notre-Dame) genoot Hugo ruime bekendheid in Europa. Zijn status van politiek vluchteling vergrootte die bekendheid. Nadat Hugo weigerde terug te keren naar Frankrijk bij de afkondiging van een algemene amnestie voor alle politieke dissidenten, werd de onverzettelijke balling een levende legende. In 1861 wist die levende legende dat hij een belangrijke roman over de sociale wantoestanden in Frankrijk had geschreven. Hij wou het manuscript van ‘Les Misérables’ dan ook toewijzen aan de hoogste bieder. Een uitgever bood 150 000 francs aan. Hugo wees het af. Hij wou meer en hij kreeg ook meer, dankzij Albert Lacroix.

De Belg Albert Lacroix was een groentje in het uitgeversvak. Geld had Lacroix niet, hij moest het gaan lenen bij de bank. Hij bood een som aan van 300 000 francs, waar de Fransman op inging. In die som waren al vertaalrechten voorzien, een nieuwigheid in die tijd. Dankzij een copyrightovereenkomst tussen België en Frankrijk konden er geen piratenversies van de nieuwe roman op de markt komen. Niettemin nam Lacroix  een enorm risico. De kans was immers reëel, dat de roman in Frankrijk zou verboden worden. Bovendien had Lacroix het manuscript niet gezien en had Hugo goedkope edities gevraagd. Maar Lacroix had een contract met zijn idool! Zijn idool bleek een moeilijke man. Telkens wanneer er een komma verkeerd gezet was in de proeven schoot Hugo uit zijn krammen. Tijdelijk naar Brussel verkassen weigerde de schrijver. De proeven moesten dus over en weer reizen, een logistieke ramp. Want er waren twee boten, drie treinen en een koets nodig om die reis te maken. Bovendien was de deadline voor de lancering van ‘Les Misérables’ op 4 april 1862 gezet. Er moest bijgevolg aan beide kanten meer dan een tandje bijgezet worden, om de zes maanden die resteerde te overbruggen. Uiteindelijk werd het eerste deel, Fantine, op 4 april 1862 gelanceerd. Later volgden de andere vier delen.

Voor de lancering rolde Albert Lacroix een marketingcampagne uit. Persberichten werden verstuurd en affiches gemaakt. Overal in Parijs keken voorbijgangers in de ogen van Jean Valjean, Cosette, Fantine, Marius en andere personages uit ‘Les Misérables’. Dat was voor die tijd een nieuwigheid, net zoals het embargo op voorpublicatie. Een derde nieuwigheid was de internationale lancering. ‘Les Misérables’ kwam op 4 april 1862 niet alleen uit in Parijs, maar ook in onder meer St-Petersburg, Brussel, Londen en Liepzig.

In Parijs stonden mensen al voor openingstijd in rijen aan te schuiven. De 6 000 exemplaren waren op een dag uitverkocht. Ook in de rest van Europa was ‘Les Misérables’ een commercieel succes. De lezers waren dol op de nieuwe Hugo, in tegenstelling tot de critici en literatoren. Toen een maand later de delen ‘Cosette’ en ‘Marius’ verschenen, daagden vele op met een kruiwagen om zo veel mogelijk exemplaren te kunnen kopen. Je kon in die tijd niet voorbij aan de hype rond de nieuwe Hugo. Het was al Hugo en ‘Les Misérables’ wat de klok sloeg.

La vie, le malheur, l’isolement, l’abandon, la pauvreté, sont des champs de bataille qui ont leurs héros ; héros obscurs plus grands parfois que les héros illustres. 

Wat vonden de critici en literatoren zo slecht aan ‘Les Misérables’? Zij vielen vooral over het sterk moralistisch karakter van de roman. Sommige vonden het ongepast dat een kunstwerk tegelijkertijd een aanklacht was tegen de samenleving en haar wetten. Maar Victor Hugo was nu eenmaal het sociale geweten van Frankrijk. Zijn ‘ellendigen’ domineerde niet enkel de boekenverkoop maar ook de discussies in het Franse parlement over sociale hervormingen. Hugo had over het gewone volk geschreven voor het gewone volk. Wat Hugo had beschreven was voor de man in de straat herkenbaar. ‘Les Misérables gaf ook een positieve en nieuwe boodschap aan de wereld: de mens is niet geboren in zonde, maar in schoonheid.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder The Paris Review. De video komt van YouTube

Republiek van licht van Andrés Barba

recensie (2) (1)

De 32 kinderen.

Toen hij naar San Christóbal kwam, was hij een jonge medewerker van Sociale Zaken die net promotie had gemaakt. Bij het nieuws van zijn overplaatsing vroeg hij zijn geliefde Maia ten huwelijk. Zij kwam oorspronkelijk uit San Christóbal, was drie jaar ouder dan hij en moeder van een meisje van negen. Zoals Maia vertelde over haar geboorteplaats, leek het een paradijselijk oord met zijn jungle en subtropisch klimaat. Bij aankomst kwam de armoede van de streek in al haar rauwheid op hem af. “De echte kleur van de dood is groen. Niet wit of zwart. Het groen van de jungle dat alles verzwelgt, die dorstige, opzichtige, verstikkende, machtige massa, waar de zwakken de sterken ondersteunen, de groten de kleinen het licht benemen en alleen de microscopische of minuscule de giganten aan het wankelen kan brengen.”

Zes maanden later kwam het probleem van kinderbedelarij ter discussie bij de afdeling Sociale Zaken. Ze waren uit het niets verschenen, de smerige kinderen met warrige haren en zonverbrande gezichten. De 32 kinderen spraken een onverstaanbare taal. Niemand wist wie ze waren en waar ze vandaan kwamen. Ze hadden honger, stalen en waren gewelddadig. Wanneer ze twee volwassenen neerstaken in een supermarkt, nam de angst voor de 32 hand over hand toe. Bovendien had het voorval in de supermarkt een verheviging van het geweld tot gevolg. Vervolgens begonnen er kinderen te verdwijnen. Kinderen uit gegoede families van San Christóbal.

In ‘Republiek van licht’ reflecteert de gemeenteambtenaar van Sociale Zaken op de gebeurtenissen van meer dan twintig jaar geleden. De openingszin trekt je al meteen het verhaal in, en het dunne werkje is zo uit. Een avond, meer heb je niet nodig voor deze mooie roman. ‘Republiek van licht’ doet denken aan ‘De pest‘ van Albert Camus. Net als in ‘De pest’ verandert het leven in een kleine stad ingrijpend. Bij Camus zijn het ratten, bij Barba kinderen, die het leven ontregelen. Terwijl Camus zijn filosofie verhaalde, maakte Barba gebruik van overpeinzingen en ideeën uit verschillende culturele bronnen. Zijn anonieme verteller zit met veel vragen, waardoor ‘Republiek van licht’ diepzinnig is. Niettemin is dit een roman voor een breed publiek.

De informanten van Juan Gabriel Vásquez

recensie (2) (1)

Herinneringen zijn niet publiek.

“Herinneringen zijn niet publiek, Gabriel. Dat hebben Sara en jij niet begrepen. Jullie hebben zaken in de openbaarheid gebracht die veel mensen wilden vergeten. De zwarte lijsten, Hotel Sabaneta, de informanten. Allemaal woorden die veel mensen uit hun vocabulaire hadden geschrapt, en dan kom jij, de held in het verhaal, laten zien hoe dapper je bent door dingen op te rakelen die de overgrote meerderheid liever laat rusten.” Het thema van Gabriel Santoro’s boek leek onschuldig: het leven van de Duits-joodse Sara Gutermann, die kort na de Tweede Wereldoorlog naar Colombia emigreerde. Maar ‘Een leven in ballingschap’ viel in slechte aarde bij zijn vader. Hij publiceerde een venijnige recensie, die hij ondertekende met GS. De bekende professor in de retorica had zijn enige zoon immers zijn eigen voornaam gegeven.

Na die recensie verstreken drie jaar vooraleer vader en zoon elkaar weer zagen en spraken. De jonge Gabriel hoopte op een rechtzetting van het pijnlijke verraad, maar zijn vader had een verstopte slagader en moest onmiddellijk geopereerd worden. Na de operatie groeiden vader en zoon weer naar elkaar toe. Vaders foute woorden van weleer werden definitief rechtgezet. Elke zondag nodigde Sara Gutermann hun uit. Sara was een huisvriendin. Zij kende de oude Gabriel al als jongen en bleef bevriend met hem. De jonge Gabriel had haar altijd gekend en haar verhalen gehoord.

Een kleine maand na zijn operatie verongelukte de oude Gabriel. Zijn vriendin, Angelina, getuigde toen in een televisieshow hoe laf de eminente professor was geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sara had weet van die laffe daad, maar voor de jonge Gabriel kwam het als een verrassing. Hij schreef er een boek over. Maar na het schrijven van zijn boek stopte het verhaal nog niet. Want er was nog een informant voor de schrijver-journalist.

Met ‘De informanten’ vertelt de Colombiaanse auteur Vásquez niet enkel een verhaal over een vader en een zoon, maar ook een verhaal over hoe de Tweede Wereldoorlog het leven van de Colombianen binnendrong. Vásquez’ roman heeft minpunten. Zo zakt het verhaal naar het einde toe in. De scène tussen de jonge Gabriel en Angelina komt niet geloofwaardig over. Bovendien kom je niet te weten waarom de oude Gabriel de vader van zijn beste vriend verraadde. Qua thematiek is ‘De informanten’ interessant. Bijzonder is ook de opbouw van het boek. Het verhaal is in een soepele stijl geschreven, waardoor het vlot weg leest. Kortom: ‘De informanten’ is geen hoogvlieger, maar gewoon een goed boek.