Berichten van daniellecobbaertbe

Ik lees en schrijf graag. ‘Boeken’ is mijn excuus om nieuwsgierig rond te lopen in de wondere wereld van de letteren. En me te vergapen aan de rijkheid en diversiteit van het geschreven woord.

De geheime gasten van Benjamin Black

Veelzijdige oorlogsthriller

Londen 1940. Duitse bombardementen zaaien dood en vernieling in Londen. In plaats van naar Canada te vluchten besluit koning George VI om in Londen te blijven. Hij en zijn vrouw willen immers het lot van de gewone burgers delen. 

Intussen neemt de Britse geheime dienst de twee prinsessen, Elizabeth (14 jaar) en Margaret (10 jaar) onder hun hoede. De meisjes worden in alle discretie verscheept naar het neutrale Ierland, waar de hertog van Edenmore hun opneemt in zijn landhuis, Clonmillis Hall. De hertog is overigens verre familie van de Windsors. 

In ruil voor haar gastvrijheid krijgt de Ierse regering steenkool. Uiteraard moeten de prinsessen goed bewaakt worden. Hun ‘babysitter’ van MI5 is Celia Nashe; Zij zal net als de prinsessen verblijven op Clonmillis Hall. 

Aan Ierse kant krijgt Ceila Nashe het gezelschap van rechercheur Strafford van de Dublinse politie. Daarnaast houdt een groep Ierse militairen de toegang tot het landhuis constant in de gaten. Ierland mag dan wel neutraal zijn, het is er onrustig. In de regio waar de prinsessen zitten, is er zelfs een lokale cel van het IRA. De Britse geheime dienst is echter van mening dat die cel ongevaarlijk is. Maar klopt die mening wel? En zal de identiteit van de prinsessen, die onder een schuilnaam op Clonmillis Hall verblijven, wel gevrijwaard blijven? 

Officieel heet het dat de prinsessen met hun ouders in Londen verbleven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Schrijver Benjamin Black aka John Banville vernam echter dat Elizabeth en Margaret een tijdje in Ierland hebben verbleven, waardoor het fictieve ‘De geheime gasten’ wel eens een historische achtergrond zou kunnen hebben. Natuurlijk is het altijd mooi meegenomen als fictie op waarheid berust. Toegegeven, het klinkt plausibel dat de koning en de troonopvolger niet samen onder een dak mochten blijven. Stel dat de koninklijke familie omgekomen was tijdens een bombardement, dan zou dit een mokerslag zijn geweest voor de Britse moraal. Koning George VI en zijn koningin-gemalin Elizabeth zijn overigens ternauwernood aan de dood ontsnapt, toen er in de tuin van Buckingham Palace twee Duitse bommen vielen. 

Voor Kirkus Review is ‘De geheime gasten’ een veelzijdige oorlogsthriller, oftewel een spannend verhaal dat zich afspeelt tijdens de Tweede Wereldoorlog, een omschrijving waar ik me bij aansluit. Wie echter onder spannend, een bloedstollend, meeslepend of enerverend verhaal verstaat, is er aan voor de moeite. Pas helemaal op het einde is er sprake van actie en gevaar. Maar ‘De geheime gasten’ leest vlot weg, verveelt niet en heeft entertainmentwaarde. Bovendien is het goed en strak geschreven. Maar de schrijver is dan ook een kandidaat voor de Nobelprijs voor de literatuur. 

Wie iets kent of geïnteresseerd is in de gevoeligheden, tegenstellingen en verschillen tussen de Ieren en de Engelsen zal veel tussen de regels te lezen hebben. Op menselijk niveau is er de ongemakkelijke relatie tussen de twee buitenbeentjes Nashe en Strafford. And last but not least, speelt prinses Margaret een glansrol in de actiescène wanneer zij een pistool verstopt in de jaszak van rechercheur Strafford. Hoe de bijdehante Margaret aan dat pistool is geraakt, zal je zelf moeten lezen. 

Oorspronkelijke titel: The Secret Guests.
Jaar van publicatie: 2020.

Duizend manen van Sebastian Barry

Een schoon boek

Als meisje moest ze vaak zonder reden huilen. Dan zwierf ze rond op zoek naar een beschut plekje, waar ze haar tranen de vrije loop kon laten. Haar adoptievader John Cole ging altijd op zoek naar haar. Hij sloeg dan zijn arm om haar heen en ging naast haar zitten, zonder een woord te zeggen. Hoewel John amper onderwijs had gehad, leerde hij haar lezen en sommen maken. 

John Cole was niet haar enige papa. Zij had er 2. Haar andere papa, Thomas McNulty, was bijna een echte moeder. Van tijd tot tijd droeg hij zelfs een jurk. 

Winona Cole woonde met haar papa’s op de boerderij van Lige Magan in het 19e-eeuwse Tennessee. Lige Magan was best arm en haar papa’s waren nog armer. Met haar loon en de hulp van broer en zus Bouguereau, 2 vrijgelaten slaven weten ze de eindjes aan elkaar te knopen.

Voor zijn achtste boek deed Barry iets bijzonder: hij schreef een sequel. De personages en de setting is dezelfde als die van ‘Dagen zonder eind’, enkel de jaren gingen op vliedende voeten voorbij. Als pony’s die draven op de oneindige grasvelden

In tegenstelling tot zijn vorige romans staat er geen Dunne of McNulty centraal en is geen link met de Ierse geschiedenis. Het hoofdpersonage, Winona Cole is immers een Lakota vrouw. Voor de rest is er het vertrouwde raamwerk: het hoofdpersonage vertelt in een stem die past bij zijn of haar karakter. Ofwel neemt die stem je al vanaf de eerste pagina mee in het verhaal, ofwel resoneert die maar pas halverwege het verhaal. ‘Duizend manen’ valt in de laatste categorie.  

Het is wennen aan het eerder formeel taalgebruik van Winona. Als jonge Indiaanse moest zij praten als een keizerin. Het Engels beschermde haar tegen in elkaar geslagen worden, want als Indiaanse was ze nog minder waard dan een zwarte vrouw, was ze geen menselijk mens. 

‘Duizend manen’ is een coming-of-age verhaal, waarin een overbeschermd opgevoed meisje uitgroeit tot een vrouw die haar mannetje weet te staan. Dat mannetje staan mag je figuurlijk nemen want Winona ruilt op een gegeven moment haar jurk in voor een broek en een breed overhemd. Naast de waarden die ze van haar papa’s meekreeg is er de moed van haar krijgshaftige moeder en haar volk. Die moed heeft ze nodig in haar zoektocht naar gerechtigheid voor Tennyson Bouguereau. Daarnaast wil ze weten wat er op die dag dat ze met met haar verloofde had afgesproken, gebeurd is. 

‘Duizend manen’ vraagt een geduldige lezer. Geduld is in dit geval een schone zaak want het is een schoon boek met een einde dat je bijna doet huilen van vreugde.

Ten oosten van Eden van John Steinbeck

Grootse literatuur

Samuel Hamilton was een goede smid, timmerman en houtsnijder maar talent om geld te verdienen had hij niet. Hij en zijn vrouw, Liza, kwamen uit het noorden van Ierland en zij waren de grootouders van John Steinbeck.

Samuel heeft net als zijn naamgenoot in de Bijbel voorspellende gaven en confronteert zijn buurman Adam Trask met onwelkome waarheden. In tegenstelling tot de Hamiltons is Adam geen arme Europese immigrant, maar een rijke Amerikaan. Na verwikkeld te zijn geweest in een broederstrijd met Charles, kon Adam zijn broer uitkopen en trok hij met zijn kersverse zwangere vrouw naar de Salinasvallei, de California Dream achterna.

Adams tweelingzonen, Aron en Cal, zetten dezelfde broederstrijd in verhevigde vorm voort. De lotgevallen van Adam en Charles en later Aron en Cal domineren en sturen het verhaal. Het verhaal van de opeenvolgende generaties Trasks speelt zich af in het begin van de twintigste eeuw en het einde van de Eerste Wereldoorlog. De setting is bijbels want ‘Ten oosten van Eden’ is een allegorische hervertelling van de zondeval en de broederstrijd tussen Kaïn en Abel.

Geef toe, dit klinkt onaantrekkelijk, maar laat je daar niet door intimideren. Trek je ook niets aan van de reputatie van dit boek en zijn dikte. Dit lijvige boek leest zich als het ware zelf. Lezers waren er in 1952 overigens onmiddellijk dol op en Steinbeck kreeg ontzettend veel fanmail, wat hem ongetwijfeld plezierde, want de kritieken waren keihard. Het is moeilijk te vatten dat critici het toen zo verketterde, want dit is grootse literatuur en de structuur staat als een huis.  

Een onvergetelijk personage is Cathy/Kate, de moeder van Aron en Cal. De goedheid en liefde van Adam Trask betaalt zij terug met een kogel, want zij heeft geen moraal. Bovendien haalt ze plezier uit mensen te gronde richten. Als hoerenmadam leidt zij geen gewoon hoerenkot, maar eentje waar de zweep gehanteerd wordt. 

Cathy Ames wereldbeeld staat lijnrecht tegenover dat van de Chinese huishoudhulp Lee. Lee introduceert het Hebreeuwse concept timshel. Timshel staat voor de mens die zelf kiest, die zijn lot in eigen handen heeft. Dit concept sijpelt uiteindelijk door in het belangrijkste vertelperspectief, dat van de rebellerende Cal Trask. Hij komt tot het besef dat slecht zijn geen kwestie is van genen en omgeving, maar van keuze. Door dit inzicht gloort er nog hoop voor de Trasks. 

De trailer van de film ‘East of Eden’ van Elia Kazan uit 1955 met James Dean als Cal.

Oorspronkelijke titel: East of Eden.
Jaar van publicatie: 1952.