Berichten van daniellecobbaertbe

Ik lees en schrijf graag. ‘Boeken’ is mijn excuus om nieuwsgierig rond te lopen in de wondere wereld van de letteren. En me te vergapen aan de rijkheid en diversiteit van het geschreven woord.

Reizen met Charley van John Steinbeck

Een zoektocht naar een schrijver en zijn land.

Had hij nog voeling met het land waarover hij schreef? Sommige vrienden meenden van niet. Bovendien was hem verteld dat hij niet lang meer te leven had. Zijn hart was er slecht aan toe. Als hij nog een roadtrip door de VS wou maken, moest hij het nu doen. In 1935 had hij ooit rondgereisd in een oude bakkerswagen. Hij stopte waar mensen bijeenkwamen, luisterde, keek en voelde en vormde zich zo een beeld van zijn land. In de tussenliggende 25 jaar was er veel veranderd. Anno 1960 koos hij voor een camper en liet die speciaal voor die reis maken. Hij doopte zijn camper naar het paard van Don Quichote, Rocinante. In laatste instantie besloot hij om zijn hond, Charley mee te nemen. Het verhaal van zijn reis doorheen 34 staten kreeg de naam ‘Travels with Charley’, analoog aan Stevensons reisverhaal in de Cevennen, ‘Travels with a Donkey’. Een paar maanden na de goede ontvangst van ‘Reizen met Charley’ kreeg Steinbeck de Nobelprijs voor de literatuur. Dit voor zijn scherpe sociale waarneming.

In tegenstelling tot wat Steinbeck ons wou doen laten geloven, kampeerde hij niet wild maar verbleef hij in hotels en bij vrienden en familieleden. Naast Charley had hij tijdens een groot deel van zijn reis het gezelschap van zijn echtgenote Elaine. Want Charley kon hem onmogelijk naar een dokter brengen als zijn hart het zou begeven. Oude heer Charles le Chien, zoals Charley officieel heette, had prostaatproblemen. Elaine Steinbeck zorgde dus voor twee zieke heren.

Het reisverhaal dat Steinbeck in ‘Reizen met Charley’ vertelt, is grotendeels een werk van fictie. Realistisch is volgens kenners zijn interpretatie over wat hij onderweg hoorde, zag en voelde met betrekking tot de ziel van de VS en de Amerikanen. Deze klassieker heeft dan ook terecht ‘een zoektocht naar Amerika’ als ondertitel. In dit boek voorzag Steinbeck dat we ooit de rekening zouden gepresenteerd krijgen van ons slordig omgaan met de natuur. Schrijnend is het racisme, waar de schrijver geen woorden voor had, maar die juist door dat gebrek aan woorden hard binnenkomt.  

‘Reizen met Charley’ was voor mij ook een humoristische inkijk in het leven en het denken van een groot schrijver. Een man, die wist, dat hij geen jaren meer te leven had. Die er rekening mee hield dat hij zijn roadtrip door de VS nooit zou kunnen navertellen. Maar die die wetenschap wijselijk voor zichzelf hield. En die ons waarschijnlijk deed geloven dat hij zich zorgen maakte over zijn creatieve bron: de gewone Amerikaan en zijn omgeving. 

Oorspronkelijke titel: Travels with Charley.
Jaar van publicatie: 1962

“Ik stuurde Rocinante naar een kleine picknickplaats die werd onderhouden door de staat Connecticut en haalde mijn wegenatlas tevoorschijn. En plotseling werden de Verenigde Staten ongelooflijk groot en onmogelijk te doorkruisen. Ik vroeg me af hoe ik me in godsnaam in een project had kunnen storten dat onuitvoerbaar was. Het was alsof je aan een roman begon. Als ik voor de ellendige onmogelijkheid sta om vijfhonderd pagina’s te schrijven, word ik overvallen door een misselijkmakend gevoel van mislukking, en weet ik dat ik het nooit voor elkaar zal krijgen. Dat gebeurt elke keer weer. Dan schrijf ik langzaamaan één pagina en daarna nog een. Ik kan me niet veroorloven om verder na te denken dan één dag werk, en ik sluit de mogelijkheid uit dat ik het ooit afkrijg. Zo was het ook toen ik naar de felgekleurde voorstelling van het monster Amerika keek. “

Gespot: Ten oosten van Eden

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over de heruitgave van ‘Ten oosten van Eden’ van John Steinbeck.

In 2017 schreef ik een auteursportret over John Steinbeck, waarin ik had over ‘Ten oosten van Eden’. Dat er nu een Nederlandstalige heruitgave komt, is me niet ontgaan.

Voor de Amerikaanse schrijver was ‘Ten oosten van Eden’ een ambitieus project. Voor zijn twee zonen wou hij een boek schrijven over de familiegeschiedenis van de Steinbecks. Uiteindelijk werd het een allegorie over goed en kwaad, waarin maar gedeeltelijk de familiegeschiedenis verwerkt was. De thematiek van goed en kwaad was volgens Steinbeck het fundament waarop alle literatuur en poëzie stoelt. Volgens hedendaagse literatuurwetenschappers zag de schrijver zijn roman terecht als zijn magnum opus.

In 1952 waren de recensies over het boek veeleer negatief. Een enkeling prees het als origineel. Toch was het een bestseller. In tegenstelling tot de critici hielden de lezers van de symboliek, het vertelperspectief en de personages. ‘Ten oosten van Eden’ kreeg echter nooit de status van ‘De druiven der gramschap’ en ‘Van muizen en mensen’.

De schrijver van het Hoge Noorden

Hij was een van de eerste uit San Francisco die op weg ging naar Yukon, Canada. Daar was goud gevonden. Hoe hij daar heelhuids is geraakt, hoe hij daar leefde in de winter bij temperaturen van 50 graden onder nul weten we niet. Het verhaal van zijn tocht naar en in Yukon heeft hij nooit verteld. Het verhaal kennen we gedeeltelijk via zijn brieven, zijn dagboeken, zijn fictiewerk en enkele artikels die hij verkocht aan kranten. We weten dat hij onder meer Milton en Darwin bij zich had, want de 21-jarige Jack London (1876-1916) was een fervent lezer.

Zijn carrière als goudzoeker was kort. Net als zovele kreeg hij scheurbuik, na 9 maanden niets anders dan bonen, bacon en brood te hebben gegeten. Het goud dat hij had gevonden was niet veel waard bij aankomst in San Francisco. Maar in Yukon had de avonturier zichzelf gevonden, was hij gelouterd. Echt was de fysieke pijn: de constante pijn in zijn heup en benen. Als hij in de spiegel zag, herinnerde de littekens in zijn gezicht hem aan zijn ontberingen in Canada. 

Yukon als keerpunt

Nauwelijks hersteld gooide hij zich op schrijfwerk. Want sinds hij in 1893 een schrijfwedstrijd had gewonnen met een verhaal over een tyfoon voor de kust van Japan, had hij de smaak voor schrijven te pakken gekregen. Het tyfoonverhaal was ongetwijfeld een van de vele waarmee volmatroos en begenadigd verteller London naar huis was gekomen. Voor Yukon waren er nog avonturen geweest. Bovendien kon hij een hele lijst aan jobs, voornamelijk als arbeider, voorleggen. De Londons waren arm en Jack droeg al jong zijn steentje bij. Maar Yukon was een keerpunt. Na Yukon was hij vastbesloten om zijn brood met schrijven te verdienen. 

De weg naar commercieel succes was hard. Aanvankelijk had hij weinig succes met het verkopen van zijn werk aan tijdschriften, net zoals hij voor Yukon geen succes had gekend bij uitgeverijen. Maar met vallen en opstaan begreep hij wat uitgevers van tijdschriften zochten: avontuurlijke kortverhalen. Twee jaar na zijn Canadese ontberingen mocht hij zichzelf de best betaalde schrijver van kortverhalen in de VS noemen. Dit voornamelijk dankzij zijn verhalen over het Hoge Noorden. Want de lezers waren dol op die realistische verhalen over het harde leven in het Hoge Noorden. 

De roep van de wildernis

Het idee voor zijn bekendste werk ‘The Call of the Wild’ (De roep van de wildernis) kwam er na een mislukte opdracht als undercoverjournalist in de sloppenwijken van het Londense East End. Voor hij het goed en wel wist had hij een novelle in plaats van een kortverhaal geschreven. Hij stuurde het naar zijn vriend en mentor, George Platt Brett Sr, uitgever bij Macmillan Publishing. Brett besefte dat hij een meesterwerk in handen had en kocht de rechten voor $ 2000. Dat geld kreeg al meteen een bestemming. De schrijver-avonturier kocht er een boot mee.

In het begin van de twintigste eeuw leefde London als een filmster. Zijn verhalen, zijn journalistiek werk en zijn lezingen waren goed voor zo’n $ 10 000 per maand. Rijk was hij niet, want hij gaf altijd meer uit dan dat hij verdiende. Verhalen over zijn echtscheiding, zijn tweede huwelijk, zijn ranch, zijn engagement voor de Socialist Labor Party en zijn boottocht naar Polynesië vonden hun weg naar de kranten. Hij belichaamde immers de Amerikaanse droom en was publiek bezit.

Zijn plotse dood

Na ‘The Call of the Wild’ (1903) groeide London wereldwijd uit tot een van de meest gelezen schrijvers van zijn tijd. Zijn plotse dood op 22 november 1916 was voer voor de sensatiepers. Was het een natuurlijke dood? Of had hij zelfmoord gepleegd? Dat laatste was alvast een romantischer einde voor het avontuurlijke leven dat hij had geleid. De waarheid was allesbehalve romantisch: door overmatig alcoholgebruik hadden zijn nieren het laten afweten. Zijn laatste levensjaren werden gekenmerkt door kwalen als dysenterie en reuma. Dit naast de pijn die hij had overgehouden van zijn tijd in Yukon.

Zijn alcoholverslaving heeft nooit een invloed gehad op zijn productie als schrijver. Jack London schreef in zijn korte carrière 50 boeken, ontelbare kortverhalen en artikels over economie, sociale vraagstukken en Polynesië.

Zijn erfenis

Na zijn dood deed de Amerikaanse literaire elite hem af als een prutser, die enkel eenvoudige verhalen over het Hoge Noorden en over honden kon schrijven. Hoewel 70% van zijn werk inderdaad gaat over die korte tijd die hij in Yukon doorbracht, schreef hij evengoed over filosofie, politiek en vele andere onderwerpen. Volgens hedendaagse literatoren was zijn stijl simpel, maar verre van oppervlakkig. Zijn invloed op de literatuur was groot. Zo beïnvloedde hij schrijvers als Ernest Hemingway en Jack Kerouac. De klassieker ‘1984’ van George Orwell hebben we te danken aan ‘The Iron Heel’ (1908) van Jack London. Naast Orwell was ook Jorge Luis Borges een bewonderaar van London.

Anno 2020 is het verhaal over sledehond Buck in bijna 100 talen te lezen.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder The Smithsonian Magazine. Het beeldmateriaal bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.