Berichten van daniellecobbaertbe

Ik lees en schrijf graag. ‘Boeken’ is mijn excuus om nieuwsgierig rond te lopen in de wondere wereld van de letteren. En me te vergapen aan de rijkheid en diversiteit van het geschreven woord.

Gespot: Walging

In ‘Gespot’ zet ik een nog te verschijnen boek in de kijker. Vandaag heb ik het over een heruitgave van ‘Walging’ van Jean-Paul Sartre.

Jean-Paul Sartre (1905-1980) behoorde tot de intellectuele elite van de twintigste eeuw. Naast filosoof was hij ook schrijver, toneelschrijver, criticus en biograaf.

‘La Nausée (Walging) was zijn debuut. Aanvankelijk weigerde uitgeverij Gallimard Sartres manuscript. Een jaar later bood Sartre het opnieuw aan. Toen werd het wel goedgekeurd. Vijftig pagina’s moesten er echter aan geloven. De scènes op die pagina’s waren te vulgair of te expliciet.

Sartre wou zijn debuut ‘Mélancholia’ noemen naar een werk van de schilder Albrecht Dürer. Maar hij volgde het voorstel van uitgever Gaston Gallimard, die de titel ‘Walging’ beter vond passen bij het verhaal.

Bij publicatie in 1938 werd de roman erkend als een letterkundig werk van wereldklasse. Ook schrijver-filosoof Albert Camus, toen nog een journalist en criticus voor Alger Républicain, prees Sartres talent. Niettemin was hij van mening dat de gebruikte beelden en ideeën niet met elkaar in balans waren.

De foto van Jean-Paul Sartre komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.

De stem van de onderdrukten

Het begon in Italië. Daar schoot in het eerste kwartaal van 2020 de verkoop van ‘De pest’ van Albert Camus (1913-1960) pijlsnel de hoogte in. Ook in andere landen zagen uitgevers een verdubbeling of verdrievoudiging in de verkoop van ‘De pest’. In Groot-Brittannië kon Penguin Classics de vraag naar deze klassieker amper bijhouden. 

Een nieuwe generatie lezers voor ‘De pest’.

Catherine Camus, die samen met haar tweelingbroer Jean, haar vaders literaire erfenis beheert, is niet verbaasd over de hernieuwde belangstelling voor ‘De pest’. Zelf las zij de roman op haar veertiende, twee maanden voor het auto-ongeluk waarbij haar vader stierf. Het was pas na de dood van haar vader dat Catherine te weten kwam hoe beroemd hij wel niet was en wat zijn naam teweeg bracht.

Albert Camus’ werk is altijd populair gebleven. Vooral ‘De pest’ en ‘De vreemdeling’ zijn altijd gekoesterd geweest door een ruim lezerspubliek. Niettemin is Catherine blij dat een nieuwe generatie van lezers haar vaders werk ontdekt. 

In ‘De pest’ reageren de inwoners van Oran aanvankelijk onverschillig en lacherig op de ratten in hun stad. Maar de angst en ontreddering groeit zienderogen wanneer mensen ziek worden en sterven. Na een jaar van lockdown lijkt de pest verdwenen en weerklinkt er weer gelach in de straten van de Algerijnse stad. 

Een jongen van gewone afkomst.

Dat ‘De pest’ zich in Algerije afspeelt, is geen toeval. Algerije was Camus’ geboorteland. Hier was hij op 7 november 1913 in Mondovi ter wereld gekomen. In Algiers groeide hij op in een appartement van 2 kamers, dat hij deelde met zijn broer, zijn moeder, grootmoeder en twee ooms. Zijn vader Lucien heeft Camus nooit gekend. Die was in de Eerste Wereldoorlog in Frankrijk gesneuveld. Het contact met zijn analfabete dove moeder was moeilijk. Evengoed droeg hij haar op handen.  

Op zijn zeventiende, nadat hij bloed had opgehoest, kreeg hij de diagnose: tuberculose. Door zijn ziekte leefde Camus constant in ademnood. Toch wou het leven voluit leven. Vooral omdat hij ervan uitging dat hij nooit oud zou worden. Rond deze tijd begon hij zich te interesseren voor filosofie. Drie jaar later volgde hij deeltijds colleges filosofie aan de universiteit van Algiers, terwijl hij allerlei baantjes aannam.

Stem voor de onderdrukten.

Zijn eerste literair werk was een toneelstuk. Dit had hij samen met een stel vrienden geschreven voor le Theâtre du Travail, dat hij zelf uit de grond gestampt had. Berucht was zijn serie van reportages voor de krant Alger Republicain. Die reportages voor Alger Republicain droegen al de stempel van zijn latere werk, waarin hij onrecht aan de kaak stelde, en een stem gaf aan de onderdrukten. In deze reportages bracht hij namelijk verslag uit over de slechte leefomstandigheden van de Berbers in Kabylië. De autoriteiten konden Camus’ onderzoeksjournalistiek echter niet smaken. Hij werd een persona non grata.  

Camus, de verzetsheld.

Noodgedwongen trok de werkloze Camus naar Parijs, waar hij al snel moest vluchten voor de Duitsers. In Lyon trouwde hij met Christine Faure, die hij dan al drie jaar kende. Faure was van Oran. Dus verhuisde het koppel naar Oran, waar Camus werkte als leerkracht. Achttien maanden later, na een terugval van zijn ziekte, vertrok Camus naar de Franse Alpen en bleef Faure in Oran. Omdat de Duitsers Noord-Afrika innamen, kon Camus niet meer terug naar Algerije. Pas in 1945 kon Christine Faure afreizen naar haar man in Parijs. In Parijs was haar Albert tot een mythe verworden. 

De publicatie van ‘De vreemdeling’ in 1942 was namelijk niet onopgemerkt voorbij gegaan. Bovendien had haar echtgenoot voor Combat geschreven. De krant Combat was dé stem van het Franse verzet tijdens de oorlog.

Inzet voor mensenrechten.

In het naoorlogse Frankrijk stond Camus voor sociale en politieke verandering. Hij was een voorstander van een ‘Verenigde Staten van Europa’. Qua politieke overtuiging leunde hij naar links, was echter kritisch voor de Sovjet-Unie en het Totalitarisme, wat in de kringen waar hij deel van uitmaakte, ongehoord was. Met betrekking tot de Algerijnse oorlog geloofde hij in een grotere autonomie, en in een land waar pied-noirs en Arabieren in vrede konden samenleven. 

Hoewel hij zich neutraal hield tijdens de Algerijnse oorlog, hielp hij Algerijnse terdoodveroordeelden clandestien bij het indienen van een verzoekschrift. Ook publiekelijk nam hij het vanaf de jaren vijftig op voor terdoodveroordeelden van veelal Arabische afkomst. Zoals zijn essay ‘Réflexions sur la Guillotine’ uit 1947 aantoonde was Camus voor het afschaffen van de doodstraf. In plaats van deze makkelijke oplossing pleitte hij voor betere leefomstandigheden en de omzetting van de doodstraf naar levenslange dwangarbeid.

De Nobelprijs voor de Literatuur en zijn dood.

Toen Camus in november 1957 het bericht kreeg dat hij de Nobelprijs voor de Literatuur had gewonnen, schreef hij een bedankingsbrief aan Louis Germain. Louis Germain, een leerkracht, had de tienjarige Camus de liefde bijgebracht voor taal. Bovendien had de man ervoor gezorgd dat hij in 1923 een beurs kreeg voor het lyceum. Dat Germain hem onder zijn vleugels had genomen, had hij nooit vergeten.

Van het prijzengeld kocht Camus een oude boerderij in Loumarin. Die boerderij richtte hij in met meubels, huisraad en spullen die hij op rommelmarkten had gevonden. Nieuwjaarsnacht 1960 bracht hij door in Loumarin, met zijn gezin en het gezin van Michel Gallimard, zijn uitgever.

Christine, Catherine en Jean reden met de trein terug naar Parijs. Ook Camus had een treinticket. Hij besloot echter om mee te rijden met de Gallimards. Enkel Michels vrouw en dochter overleefden het auto-ongeluk; zij kwamen er met builen en snijwonden vanaf. Michel stierf in het ziekenhuis. Voor Albert Camus kwam elke hulp te laat. Hij was op slag dood. In zijn zak zat het begin van een nieuw werk, ‘De eerste man’, dat hij had opgedragen aan zijn moeder. En dat hij zittend op de grond in zijn terras in Loumarin geschreven had. 

Voor het schrijven van dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia. Het beeld komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein.

Onvoltooide geschiedenis van Boualem Sansal

“Er is één mensheid, er zijn er geen zesendertig, en zij draagt het kwaad in haar merg in zich.”

Taboedoorbrekende roman.

Mijn broer had een leidinggevende functie bij een groot Amerikaans bedrijf. Een knap vrouwtje, huisje, autootje en een creditcard. Elke minuut van zijn leven was gevuld. Ik, daarentegen, hing 24 uur per dag rond met het tuig van onze wijk. Ik ontliep mijn broer. Had geen zin in zijn preken. Ik kreeg het benauwd, telkens wanneer hij de brave burger uithing.

Op 24 april 1996 stapte Rachel uit het leven. Ik was sprakeloos. Zelfmoord komt veel voor in de wijk. Maar hier ging het om mijn broer. Dagenlang dacht ik aan van alles en nog wat: een liefdesgeschiedenis, een geldkwestie, een ongeneeslijke ziekte…Maar dan belde Com’Dad de wijkcommissaris me op. Hij gaf me het dagboek van Rachel. 

Rachels taal was de mijne niet. Ik las zijn dagboek met een woordenboek. Ook had hij het over dingen waar ik nog nooit over gehoord had. Ik werd ziek van wat ik las. Bij elke bladzijde dacht ik: dit kan niet. Ik las Rachels dagboek nog eens en nog eens. Hoewel ik een hekel heb aan schrijven, ben ik op een gegeven moment als een bezetene beginnen te schrijven. 

Schrijver Boualem Sansal via Wikimedia Commons

Tijdens een reis door zijn eigen land stuitte Boualem Sansal op een villa van een Duitser. De buren wisten hem te vertellen dat de man, die daar woonde, een gevluchte nazi was. Sansal maakte zich toen de bedenking: wat als die man kinderen heeft. Hoe zouden die kinderen dan omgaan met het naziverleden van hun vader. Deze stelling werkte hij uit in ‘Onvoltooide geschiedenis’. 

Omdat de Holocaust een taboeonderwerp is in de Arabische wereld is ‘Onvoltooide geschiedenis’ taboedoorbrekend. In Algerije is deze roman dan ook verboden. In eerste instantie gaat deze gelaagde roman over de morele implicaties van de Holocaust. In tweede instantie trekt de Algerijnse auteur in zijn verhaal parallellen tussen het moslimfundamentalisme en het nazisme.

Zijn thema’s weet Sansal over te brengen via Malrich, een hangjongere en Rachel, een modelimmigrant. Rachel en Malrich Shiller zijn de zonen van een Duitse vader en een Algerijnse moeder. De 7-jarige Rachel kwam in 1970 naar Frankrijk. Malrich kwam in 1985, hij was toen 8. De broers werden ondergebracht bij een vriend van hun vader, oom Ali. Hun vader hebben ze sinds hun jeugd niet meer gezien.

“Het zijn toestanden van gisteren, maar tegelijkertijd geeft het leven altijd hetzelfde te zien en dus kon dit unieke drama zich herhalen.”

Het verhaal van de broers is opgevat als een dagboek. Het hoofddagboek is dat van Malrich. Naast zijn verhaal lees je ook stukken uit Rachels dagboek. Net als zijn broer zoekt Malrich naar antwoorden op de vragen van Primo Levi in ‘Is dit een mens’. Terwijl er bij Rachel iets in zijn hoofd knapt, beseft Malrich dat hij moet getuigen. Zijn getuigenis gaat over het gedrag van de moslimfundamentalisten, en hoe zij hun wetten opleggen aan de bewoners van een wijk in een Parijse voorstad. Want het leven geeft inderdaad altijd hetzelfde te zien.

Oorspronkelijke titel: Le village de L’Allemand ou Le journal des frères Shiller.
Jaar van publicatie: 2008.