Berichten van daniellecobbaertbe

Ik lees en schrijf graag. ‘Boeken’ is mijn excuus om nieuwsgierig rond te lopen in de wondere wereld van de letteren. En me te vergapen aan de rijkheid en diversiteit van het geschreven woord.

Het moeilijke Ulysses

Tijdloze klassieker:
klassiekers zoals ‘Ulysses’ roepen meer vragen dan antwoorden op.

Literatuurwetenschappers zijn er nog steeds niet uit: is ‘Ulysses’ van James Joyce (1882-1941) nu wel of geen meesterwerk? Of getuigt het van egotripperij? De Ierse auteur wou immers een nieuwe definitie geven aan de literatuur. Na de Bijbel en de ‘Odyssee’ van Homerus is ‘Ulysses’ alvast een gewild studieobject.

Een moeilijk boek.

Voor veel lezers is ‘Ulysses’ een weinig toegankelijk boek. De structuur is chaotisch en verwarrend. Het taalgebruik is lastig. Want Joyce gebruikte naast Ierse straattaal ook letterlijke vertalingen uit het Latijn. Elk hoofdstuk is in een andere stijl geschreven. Het is doorspekt met grapjes, pastiches en parodieën. De roman zinspeelt op de Bijbel, de ‘Divinia Comedia’ van Dante, de drama’s van Shakespeare, het werk van Jonathan Swift en uiteraard de ‘Odyssee’ van Homerus. ‘Ulysses’ is immers de Engelse naam van de held van de ‘Odyssee’, Odysseus. En om het helemaal compleet te maken: in het lijvige ‘Ulysses’ gebeurt er weinig tot niets.

Het verhaal fungeert immers als een kapstok waaraan gedachten over leven, dood, seks en het Ierse nationalisme worden opgehangen. Letterlijk gaat het over de avonturen van de joodse advertentiecolporteur Leopold Bloom. Zijn avonturen duren 1 dag. Tijdens die ene dag – 16 juni –  maakt hij een odyssee doorheen Dublin. Joyce gaf zijn geboortestad heel gedetailleerd weer. Stel dat Dublin zou weggevaagd worden door een ramp, dan kan het dankzij ‘Ulysses’ terug heropgebouwd worden.

Van gewraakt en verbannen naar groeiende belangstelling.

Terwijl Joyce werkte aan ‘Ulysses’ (1914-1922), kon hij de hoofdstukken die al klaar waren, voorpubliceren in het Amerikaanse tijdschrift ‘Little Review’. Het geld, dat hij hiervoor kreeg, kon hij goed gebruiken. Maar in 1921 spande de Amerikaanse autoriteiten een proces in tegen de uitgevers van ‘Little Review’. Hoofdstuk 13, waarin Leopold Bloom masturbeert, ging in tegen de goede zeden. Na de veroordeling van de uitgevers van ‘Little Review’ wou geen enkele Engelse of Ierse uitgever ‘Ulysses’ uitgeven. Uiteindelijk verschenen er 2 exemplaren van ‘Ulysses’  in 1922 bij een Franse uitgeverij. Later volgde een herdruk van 1000 exemplaren. Tien jaar later verscheen het dan toch in de VS, na een nieuw proces. En in 1936 rolde het in het Verenigd Koninkrijk van de persen.

De Ierse lezers konden pas in de jaren 60 de boeken van Joyce lezen. Dublin had op 16 juni 1954 zijn allereerste Bloomsday. De groeiende internationale belangstelling voor Joyce en ‘Ulysses’ was de Ieren niet ontgaan.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. 

Praagse nachten van Benjamin Black

Misdaad in het middeleeuwse Praag.

Praag, 1599. Het kan niet anders of Christian Stern is de door God gezonden ster. Zijn naam is een voorteken. Hij wordt dan ook ontvangen door keizer Rudolf II. Die vraagt hem de moordenaar te zoeken van Magdalena Kroll, zijn minnares.

Die keizerlijke opdracht drukt zwaar op Sterns gedachten. Op de eerste nacht van zijn aankomst in Praag ontdekte hij namelijk het lijk van Magdalena Kroll. Felix Wenzel, de eerste minister liet hem arresteren voor die moord. De kennismaking met de gevangenis is hem slecht bekomen. Bovendien is hij een geleerde en geen onderzoeker van misdaden. Wat gaat er met hem gebeuren als hij niet slaagt in zijn opdracht? Waar moet hij beginnen? Wie moet hij ondervragen?

De oplossing valt uiteindelijk in zijn schoot, helemaal op het einde van het verhaal. Je bent al bijna vergeten dat hij een moordenaar zocht. De moord is in ‘Praagse nachten’ slechts een middel voor Black om iets meer te vertellen over het middeleeuwse Praag en het leven aan het hof van keizer Rudolf II. Stern is geen sympathiek personage; hij is jong en arrogant en heeft weinig tot geen inzicht in de mensen rondom hem. Hij vertelt zijn verhaal als een oude man, terugkijkend op zijn tijd in Praag, toen hij nog vol was van zichzelf.

Deze historische whodunit is fictie van de bovenste plank. Je waant je zo aan het hof van keizer Rudolf II met zijn alchemisten, geleerden en slinkse hovelingen. Het verhaal is geloofwaardig en het proza schitterend. Achter het pseudoniem Benjamin Black zit niemand minder dan de Ierse Nobelprijskandidaat John Banville. Banville gebruikt dit pseudoniem voor zijn thrillers.

 

Oorspronkelijke titel: Prague Nights.
Jaar van publicatie: 2017.