Berichten van daniellecobbaertbe

Ik lees en schrijf graag. ‘Boeken’ is mijn excuus om nieuwsgierig rond te lopen in de wondere wereld van de letteren. En me te vergapen aan de rijkheid en diversiteit van het geschreven woord.

Lezen volgens Mauriac

François Mauriac

François Mauriac (1885 – 1970) was een Frans schrijver.

Bij de bekendmaking  van de Nobelprijs voor Literatuur in 1952 had een groot deel van de wereld nog nooit van François Mauriac gehoord. Niet iedereen in Frankrijk was het eens met de juryleden van de Nobelprijscommissie. Voor Jean-Paul Satre was de romanschrijver-journalist allesbehalve een artiest. Dichter Paul Claudel vond zijn werk te kleinburgerlijk.

Aanvankelijk waren Mauriacs romans autobiografisch van karakter. Zijn ontvoogding uit het burgerlijke en vrome gezinsleven viel samen met dat van zijn personages. In 1922 verwierf hij bekendheid met ‘Le baiser au lépreux’, over de gespannen relatie tussen een echtpaar. De eerste vertaling in het Nederlands van zijn werk kwam er in 1933 met ‘Addergebroed’ (Le Nœud de vipères).

Een krantenbericht over een vrouw die haar man had proberen te vergiftigen lag aan de basis van ‘Thérèse Desqueyroux’ (1927), zijn bekendste roman. In deze roman exploreert Mauriac de innerlijke strijd van zijn hoofdpersonage. De roman kreeg in 1935 een vervolg met ‘La fin de la nuit’. ‘Thérèse’ van Uitgeverij Bint bracht beide romans in 2017 samen in een nieuwe Nederlandse vertaling.

 

Vernieuwer van de poëzie

Bewerkt op 26 september 2019.

t.s. eliot

Hij is een van de grootste vernieuwers van de poëzie en een van de belangrijkste literaire figuren van de twintigste eeuw. Ook als literair criticus stond hij hoog aangeschreven. Geboren werd hij in Amerika, maar hij grootste deel van zijn leven woonde en werkte hij in Engeland.

Zijn beginperiode.

Thomas Stearns Eliots beginperiode als dichter werd beïnvloed door het werk van de Franse dichters van het symbolisme, wiens werk hij op de Amerikaanse universiteit van Harvard leerde kennen. Harvard leverde de bouwstenen van drie belangrijke facetten van zijn carrière: poëzie, filosofie en literaire kritiek.

Een beurs bracht hem in 1914 naar Merton College in Oxford, Engeland. Eliot had intussen ook al filosofie in Parijs gestudeerd. De studies in Oxford bevielen hem niet. In plaats van terug te gaan naar de VS, verhuisde hij naar Londen. Hier maakte hij kennis met de Amerikaanse dichter en uitgever Ezra Pound. De directe en sobere taal van Pound had een enorme invloed op Eliot. Pound herkende in Eliot een groot dichter en hielp hem bij zijn carrière. Intussen was Eliot getrouwd met een meisje, dat hij nog maar drie maanden kende en werkte hij als leraar. Twee jaar later nam hij een goedbetaalde job aan bij de Lloyds Bank en schnabbelde bij als assistent-redacteur bij een literair tijdschrift.

The Waste Land.

Zijn huwelijk met Vivienne Haigh-Wood bleek al snel ongelukkig. Vivienne leed aan hevige stemmingswisselingen. In 1921 zag Eliot zich genoodzaakt een paar maanden vrij te nemen van zijn werk. Het samenleven met de labiele Vivienne eiste zijn tol: hij leed aan een zenuwinzinking en moest opgenomen worden. In die periode schreef hij zijn bekendste gedicht, ‘The Waste Land’ (Het barre land). Bij publicatie in 1922 kreeg het lang en indrukwekkend vers in de literaire internationale scène een cultstatus. Vrienden hadden intussen een fonds opgericht voor Eliot, goed voor driehonderd pond per jaar, zodat hij zich voltijds aan dichten kon wijden. Eliot wou bij de Lloyds Bank blijven werken. Bovendien vond hij drie uur per dag schrijven voldoende.

Nog in 1922 richtte hij zijn eigen literaire tijdschrift, The Criterion op. Het redigeren van The Criterion en zijn werk bij Lloyds ging uiteindelijk ten koste van zijn werk als dichter. In 1925 gaf hij zijn ontslag bij de bank en accepteerde een baan bij uitgeverij Faber and Gwyer, het huidige Faber and Faber.

Zijn invloeden.

Na de Franse dichters van het symbolisme en Ezra Pound drukte Eliots bekering tot het anglicanisme in 1927 een grote stempel op zijn werk en denken. Het gedicht ‘Four Quartets’ beschouwde Eliot dan ook als zijn magnum opus.

Zijn kattengedichten.

Eliot hield enorm van katten. Voor zijn petekinderen schreef hij kattengedichten, die in 1939 gebundeld werden in ‘Old Possum’s Book of Pratical Cats’. In 1977 zette Andrew Lloyd Webber die gedichten op muziek, wat resulteerde in de musical ‘Cats’. Binnenkort is er ook de film ‘Cats’.

Immature poets imitate;
mature poets steal.

T.S. Eliot

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons. Voor het schrijven van dit artikel gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia. De trailer bij dit blog komt van het Youtubekanaal van Universal Pictures.

De modernist uit de Zuidelijke Verenigde Staten

William Faulkner

Net als de meeste jonge mannen wou hij gaan vechten in Europa. Het Amerikaanse leger wees hem af. Hij was te klein. Op het aanvraagformulier voor het Canadese leger paste hij enkele feiten aan. Zo loog hij over zijn geboorteplaats. Hij zette een ‘u’ tussen zijn familienaam om die Britser te laten klinken, en mat zichzelf een Brits accent aan. In juni 1918 kreeg hij een positief antwoord van het Canadese leger en begon hij aan een pilotenopleiding in Toronto.

Die opleiding zou hij nooit beëindigen. In november 1918 was de Groote Oorlog in Europa gedaan. Niettemin paradeerde Faulkner in december 1918 in het uniform van een RAF-officier door de straten van zijn woonplaats Oxford, in Mississippi. Hij die nooit een oorlog had gezien of meegemaakt, vertelde oorlogsverhalen en maakte de mensen wijs dat hij in de oorlog gewond was geraakt. Had hij die oorlogsverhalen horen vertellen door soldaten die wel in Europa hadden gevochten? Of vertelde hij de verhalen waarmee hij was opgegroeid? Zijn illustere overgrootvader, kolonel William Clark Falkner had immers in de Amerikaanse Burgeroorlog gevochten.

Wou als kind al schrijver worden.

De oude kolonel had ook een spoorwegverbinding opgericht, zijn naam aan een stadje gegeven en boeken geschreven. Zijn achterkleinkind William Cuthbert Falkner (1897-1962) wou in navolging van zijn beroemde overgrootvader schrijver worden. Een kinderwens die hij in vervulling zag gaan, en die in 1949 bekroond werd met de ultieme schrijversbeloning: de Nobelprijs voor Literatuur. Tot zijn bekendste werk behoren de romans: ‘The Sound and the Fury’ (1929), ‘As I Lay Dying’ (1930), ‘Light in August’ (1932) en Absalom, Absolom!’ (1936).

Hoewel hij een intelligent kind was, behaalde Faulkner geen diploma’s. Naar school gaan vond hij maar saai. Later in zijn leven beroemde hij zich erop dat hij niets wist over literatuur en amper geschoold was. Nochtans imiteerde hij op zijn twaalfde al dichters zoals Burns, Swinburne en Housman. Als zeventienjarige had hij de meeste Europese schrijvers al gelezen. Een paar jaar na het winnen van de Nobelprijs voor Literatuur gaf hij toe, dat schrijvers als Flaubert, de Balzac, Proust en Bergson hem beïnvloed hadden. Net als Proust, Joyce, Woolf en Mann was Faulkner een modernist.

Modernist en schrijver van de Zuidelijke Verenigde Staten.

Hoewel Faulkner bewondering had voor het werk van Ernest Hemingway, kon hij niet begrijpen waarom die niet experimenteerde met de vorm van een roman en zich beperkte tot korte zinnen en simpele woorden. Voor Faulkner was het heden en het verleden in één zin kunnen weten samen te ballen zijn grootste ambitie. Net als het gebruik van experimentele narratieve technieken, verschillende vertelstandpunten en wisselende tijdsperspectieven.

Naast een modernist was Faulkner ook een belangrijk regionaal schrijver. De meeste van zijn romans situeren zich immers in het Diepe Zuiden van de Verenigde Staten. Eigenlijk vormen die romans een cyclus, waarin drie traditionele families centraal staan. Thema’s zijn de tegenstellingen Noord-Zuid, blank-zwart en orde-chaos. Thema’s die Faulkner als telg van een oude zuidelijke familie maar al te goed kende.

 

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Carl Van Vechten. Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia.