Fictieve heldin: Anna Karenina

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier en zijn slechts gekend bij intimi. Sommige zijn geschapen voor de eeuwigheid en liggen op aller lippen. Dat zij hun weg vinden naar andere cultuuruitingen is vanzelfsprekend. 

Greta Garbo Anna Karenina 1935
Greta Garbo als Anna Karenina.

Greta Garbo, Ingrid Bergman, Vivien Leigh, Marlene Dietrich, Jacqueline Bisset, Sophie Marceau en Keira Knightley zijn maar enkele die hun lichaam of stem gaven aan de bloedmooie, blauwbloedige Anna Karenina. De bewerkingen van Lev Tolstojs heldin zijn talrijk en kennen geen grenzen. Het verhaal van de tragische, universele heldin lijkt wel gemaakt voor Hollywood en de populaire cultuur. De passionele Anna gelooft immers in de liefde. Liefde, die zij niet vindt in de armen van haar oudere echtgenoot, maar in de armen van de vlotte, schatrijke graaf Vronski. Haar liefde voor Vronski leidt echter tot chaos, ondergang en een tragisch levenseinde.

Anna’s tragische levenseinde werpt sinds zijn publicatie in 1877 een schaduw over Tolstojs klassieker. Over het waarom en hoe is al veel inkt gevloeid. Tolstojs lezers die jaren hadden gewacht op het einde van de roman verweten hem meedogenloosheid. Ook kreeg hij alle critici over zich heen. Zij zagen ‘Anna Karenina’ als een romantisch niemendalletje over het rijke leven. Voor de schrijver zelf was ‘Anna Karenina’ zijn eerste echte roman.

Na ‘Oorlog en vrede‘ wou Tolstoj een historische roman over Peter de Grote schrijven. Het project rond Peter de Grote kwam niet van de grond, en Tolstoj begon aan een verhaal over de ondergang van een getrouwde overspelige vrouw. Tolstoj meende het verhaal in twee weken te schrijven. Maar Anna’s verhaal overschreed al snel de vooropgestelde tijd. De dikke pil mag dan wel haar naam dragen, Anna is niet het enige belangrijke personage. Ook gaat het verhaal niet enkel en alleen over Anna’s liefde voor graaf Vronski. ‘Anna Karenina’ vertelt een verhaal over vriendschap, familiewaarden en liefde voor je kinderen, je familie en je land.

Naar aanleiding van de nieuwe uitgave van Anna Karenina in een vertaling van Hans Boland lanceerde blogster Lalagè van lalageleest.wordpress.com ‘wij lezen Anna‘.

De trailer van de televisieserie van Christian Duguay komt van YouTube. Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Russia Beyond. De foto bij dit blog komt van Wikimedia commons. 

 

Fictieve held: Spook van de opera

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Dankzij de populaire cultuur krijgen sommige naam en faam. Zo kennen we het spook van de opera van Gaston Leroux vooral als musical- en filmster. 

PhantomOp.jpg
Lon Chaney senior en Mary Philbin in de kaskraker ‘The Phantom of the Opera’ uit 1925.

Zijn eerste stappen in de populaire cultuur zette het spook in de stille film. Van zijn allereerste stappen in ‘Das Gespenst im Opernhaus’ uit 1916 is niets bewaard gebleven. Wel bewaard gebleven is de verfilming uit 1925 van Universal Pictures. Dankzij deze film kende het spook zijn eerste ‘moment de gloire’.

Niemand minder dan Lon Chaney senior kroop toen in de huid van het spook. Lon Chaney was een karakterauteur. Zijn make-upvaardigheden leverde hem de bijnaam, the man with the thousand faces op. Promofoto’s voorafgaand aan de film mochten niet gepubliceerd worden. Chaney wou de mensen angst aanjagen. Het effect van zijn make-up schoot zijn doel niet voorbij. Veel bioscoopbezoekers gilden het uit van de angst en vielen flauw.

Geestelijke vader, Gaston Leroux zag de film hoogstwaarschijnlijk in 1926 in Parijs. Lang heeft hij niet kunnen genieten van het succes van zijn fantoom, want hij stierf in 1929 aan acuut nierfalen. Hij was 59. Naast de klassieker ‘Le Fantôme de l’Opera’ (1911) is Leroux bekend van ‘Le Mystère de la chambre jaune’. ‘Le Mystère de la chambre jaune’ was een van de eerste locked room mysteries. Het leverde de ex-journalist vergelijkingen op met Edgar Allan Poe en Sir Arthur Conan Doyle.

Ook zijn spookverhaal is mysterieus. In ‘Het spook van de opera’ probeert een verslaggever, allicht de schrijver zelf, het raadsel van het spook van de Parijse Opéra Garnier op te lossen. Het spook is eigenlijk een misvormde man, die geboren is als Erik Claudin. Erik is een muzikaal genie. Onder zijn deskundige leiding groeit koormeisje Christine uit tot een prima donna. Als ster van de Parijse opera weet Christine de liefde van haar jeugdvriend Raoul, Burggraaf van Chagny voor zich te winnen. Erik is jaloers, want hij houdt van Christine. Uiteindelijk sterft hij aan een gebroken hart. Als literaire held brak Erik aanvankelijk geen harten. Integendeel, de verkoop van ‘Le Fantôme de l’Opera’ was matig en de kritieken teleurstellend.

Eriks tweede ‘moment de gloire’ kwam in 1986 met de musical ‘The Phantom of the Opera’ van Andrew Lloyd Webber.

 

Voor dit artikel gebruikte ik verschillende internetbronnen, waaronder Wikipedia. De foto komt van Wikimedia Commons en de trailer van YouTube. 

Fictieve held: George Smiley

Voor Le Carrés man in MI6 is het kleine en grote scherm geen onbekend terrein. Met de val van de muur leek zijn carrière voorgoed voorbij. Toch blijft George Smiley schitteren op papier. 

De kleine, gezette Smiley heeft niets gemeen met die andere Engelse held van MI6, de flamboyante James Bond van Ian Fleming. Het is overigens Smileys vrouw, Lady Ann Sercomb die met iedereen slaapt. Toch is Smiley net zo gekend als Bond, hoewel hij vaak uitblinkt in afwezigheid. De hoofdrol in de George Smileyromans is namelijk eerder weggelegd voor de operationele spionnen zoals Alec Leamas, Jim Prideaux en Peter Guillam. Als rechterhand van de grote baas, Control, heeft Smiley een ondersteunende rol. Zijn rol in een verhaal is vaak groter dan op het eerste zicht lijkt. Zijn werkgever heeft hem graag dicht bij de hand omwille van zijn ijzersterke dossierkennis. Ook krijgt Smiley iedereen aan het praten. Zijn vermogen om te verdwijnen in een menigte heeft hij van Reverend Vivian Green (1915-2005), een rector in Oxford, waarbij Le Carré college volgde. Zijn doordringende blik achter dikke ronde brilglazen en zijn zachte stem dankt hij aan John Bingham, Le Carrés baas bij MI5.

Toen zijn eerste George Smiley, tevens zijn debuut ‘Call for the Dead’ (Telefoon voor de dode) in 1961 verscheen, werkte Le Carré voor de Britse geheime dienst. De schrijver koos met Le Carré dan ook voor een pseudoniem. Twee jaar later gaf Le Carré, echte naam David Cornwell, zijn ontslag. Zijn derde boek ‘The Spy who Came in from the Cold’ (Spion aan de muur) had hem als schrijver internationaal op de kaart gezet. ‘Spion aan de muur’ was eveneens een roman in de George Smileyreeks. Een ander hoogtepunt in de serie was ‘Tinker Tailor Soldier Spy’ (Edelman bedelman schutter spion). In dit eerste deel van een trilogie maakte de schrijver Smiley jonger. Smiley was niet meer in 1906, maar in 1915 geboren. Ondanks die verjongingskuur stuurde Le Carré Smiley eind jaren zeventig met pensioen, om hem in 1990 een klein rolletje te geven in ‘The Secret Pilgrim’ (De laatste spion).

Na ‘De laatste spion’ zette Le Carré Smiley op non-actief. Hij wou niet meer schrijven over een spion van middelbare leeftijd, maar over jonge helden en heldinnen. In 2017 liet Le Carrés literaire agent weten dat er een nieuwe George Smiley op stapel stond. Dit nieuws zorgde gelijk voor een literaire sensatie.

De trailer van ‘Tinker Tailor Soldier Spy’ komt van YouTube en is van Acorn. Voor mijn blog gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia en The Telegraph.