De zwaan van Dublin van Benjamin Black

De plicht van een patholoog.

Quirke had hem meteen in de gaten in Bewley’s Café. In de loop van meer dan twee decennia was Billy Hunt weliswaar dikker en kaler geworden, hij zag er nog steeds uit als een uit zijn krachten gegroeide schooljongen. 

Soms zochten de familieleden van de doden hem op. Of spraken met hem af, zoals Billy had gedaan. Het ging hen steeds om een gunst. Een aandenken van de dode, het verzwijgen van een wanhoopsdaad of het verdoezelen van blauwe plekken. Wat Billy hem echter vroeg had niemand ooit gevraagd. 

Haar levenloze lichaam was onlangs van de rotsen opgetild bij de oever aan de landzijde van Dalkey Island. Op instructie van Quirke was het naar het lijkenhuis gebracht. Deirdre Hunt was een aantrekkelijke jonge vrouw geweest. Ze was jonger dan Billy geweest. Billy wou niet dat zijn vrouw opengesneden werd. Nadat Quirke een merkteken van een injectienaald op haar arm opmerkte, greep hij echter toch naar zijn scalpel. Hij moest zijn plicht doen.

Deirdre Hunt had geen zelfmoord gepleegd. Maar wat moet Quirke nu doen? Moet hij haar dood laten rusten en Billy in onwetendheid laten? Of moet de patholoog toegeven aan zijn ongeneeslijke nieuwsgierigheid? 

Die nieuwsgierigheid bracht hem al eerder in de problemen. Met een vorige zaak had hij vuiligheid naar boven gebracht die beter toegedekt was gebleven. Bovendien ging het om de vuile was van zijn eigen omgeving. Zijn relaties zijn sindsdien nog moeizamer geworden. Niettemin maakt hij een afspraak met inspecteur Hackett. Via hem komt hij meer te weten over Deirdres schimmige zakenpartner, Leslie White. 

‘De zwaan van Dublin’ is het tweede deel van een reeks rond de Dublinse patholoog Quirke. Het was ook het tweede boek dat John Banville schreef onder zijn pseudoniem Benjamin Black. Intussen telt de serie al 7 boeken. Voor de serie put Banville uit zijn eigen herinneringen aan het Dublin van de jaren 50. De inspiratie voor deze serie rond Quirke en Dublin zijn de roman durs van Georges Simenon. Net als Simenon schrijft Banville zijn thrillers snel, dit in tegenstelling tot zijn serieus literair werk. 

Anders dan zijn meer recent werk als ‘De geheime gasten’ is ‘De zwaan van Dublin’ beduidend minder strak geschreven, is er meer ruimte en aandacht voor de atmosfeer en het hoofdpersonage. Wat met het plot? Eigenlijk voel je al aan je water wie de moordenaar is. Op de vraag waarom hij het deed, krijg je geen antwoord. Interessant is wel dat Quirke het bij het verkeerde einde heeft, wat veel zegt over hem en hoe hij in het leven staat. In een roman dur zijn de personages immers psychologisch uitgewerkt. De sfeer die Black/Banville oproept, doet dan weer denken aan een noir, waar het plot onderschikt is aan de sfeer.

Kortom: ‘De zwaan van Dublin’ heeft veel moois te bieden maar ik bleef wel op mijn honger zitten. Ik had graag meer Quirke gehad en minder Deirdre Hunt. Want het verhaal wordt afwisselend vanuit Quirke en Deirdre Hunt verteld. Bovendien blijft de moordenaar psychologisch onderbelicht.

Oorspronkelijke titel: The Silver Swan.
Datum van publicatie: 2007.

De nacht is jong van Joseph O’Connor

Bekentenissen van een gitarist.

” Dit verhaal gaat over iemand die ik leerde kennen in oktober 1981, toen we allebei zeventien waren. Hij was een onuitstaanbare, charmante en buitengewoon intelligente jongen, de beste kameraad die je je kan voorstellen als je een dag niets omhanden hebt.”

Het lot bracht ons samen in Luton. Zelf was ik geboren in Dublin. Na een familiedrama verhuisde ons gezin naar Engeland. Mijn beste kameraad was geboren in Vietnam, maar geadopteerd door een Iers echtpaar. Ik merkte Fran op tijdens mijn eerste maand op de hogeschool. Met zijn lipgloss en rouge kon je hem immers niet over het hoofd zien. Op een avond raakten we aan de praat over literatuur. De volgende keer dat ik hem zag, had hij een gitaar bij. 

Wanneer Trez Sherlock bij ons groepje kwam weet ik niet zo goed meer. Fran en ik, wij waren toen ongeveer een jaar bezig. Aanvankelijk zou Trez’ broer Sean ons maar tijdelijk depanneren als drummer, maar hij werd een vaste waarde. 

‘De nacht is jong’ zijn de fictieve memoires van Robbie Goulding, die met The Ships in the Night de hitlijsten veroverde. Robbie trakteert de lezer op de gebruikelijke clichés van het leven van een muzikant in een razend populaire band: seks, drugs en rock and roll. Ook is er het moeizame begin The Ships, het plotse succes en het uiteenspatten van de band. Robbie heeft al jaren geen contact meer gehad met Fran; Ze praten niet meer met elkaar. Omdat Robbie het grootste deel van zijn leven liever de fles zag, kan hij zich niet alles even goed herinneren, dus vult hij de lacunes aan met citaten van zijn medebandleden uit interviews.

Te midden van de clichés weet O’Connor evenwel voor een verrassing te zorgen. Zijn sympathieke verteller gaat namelijk compleet voorbij aan zijn eigen bijdrage aan de groep, waardoor ‘De nacht is jong’ uiteindelijk een ode wordt aan de vriendschap en de muziek. Voor muziekliefhebbers vertrouwd met de muziek van de jaren 80 is ‘De nacht is jong’ een feest. Zelfs al ben je niet zo vertrouwd met de muziek van de jaren 80, dan zijn er de humor, de onvergetelijke personages en de universele thema’s zoals vriendschap, liefde, familie en geluk. Want dit boek ‘rocks’. 

Oorspronkelijke titel: The Thrill of it All.
Datum van publicatie: 2014.

Schrijven volgens Doyle

Roddy Doyle (1958) is een Ierse schrijver en scenarist.

Zijn eerste boek ‘Your Granny Is a Hunger Striker’ bleef ongepubliceerd; Doyle vond er geen uitgever voor. Voor zijn tweede boek pakte hij het anders aan. Voortaan zou hij putten uit eigen herinneringen en waarnemingen. Zo werd de buurt waarin hij was opgegroeid in Dublin Kilbarrack, Barrytown. Hier situeerde hij de wedervaren van de familie Rabbite met de Barrytown trilogie.

Vooral het eerste boek rond de Rabbites ‘The Commitments’ werd een cult hit, dankzij de verfilming van Alan Parker. Ook de andere delen in de trilogie, ‘The Snapper’ (De bastaard) en ‘The Van’ (De bus) kregen hun eigen film. ‘The Van’ haalde de shortlist van de Booker Prize in 1991, maar moest de eer laten aan ‘The Famished Road’ (De hongerige weg) van Ben Okri. Twee jaar later won Doyle de Booker Prize met ‘Paddy Clarke Ha Ha Ha’, het relaas van een 10-jarige Dublinse straatjongen in Barrytown.

Na ‘Paddy Ha Ha Ha’ liet hij een mishandelde vrouw aan het woord in ‘The Woman Who Walked Into Doors’ (De vrouw die tegen de deur aanliep). Deze roman kreeg met ‘Paula Spencer’ in 2006 een vervolg. Met de trilogie rond Henry Smart schetste hij de geschiedenis van de gewone Ier.

De foto bij dit bericht komt van Wikimedia Commons en is van Christoph Rieger.