Arrowood van Mick Finlay

recensie (2) (1)

De hard-boiled Sherlock Holmes.

De tekst op het omslag spreekt aan: ‘de rijke Londenaren gaan met hun problemen naar Sherlock Holmes. De rest gaat naar Arrowood.’ Geeft Finlay je met William Arrowood, een nieuwe Holmes-kloon? Kruist het pad van Arrowood dat van Sherlock Holmes, zoals de synopsis lijkt te suggereren? Dat laatste is onwaarschijnlijk. Het Londen van Arrowood is niet het verfijnde en rijke Londen van Holmes, maar het dichtbevolkte en arme Londen. Het Londen, waar prostitutie, drugs en georganiseerde misdaad welig tiert, en waar een seriemoordenaar de straten onveilig maakt.

Net als Holmes kan Arrowood rekenen op de hulp van een ‘Watson’. Arrowoods hulp heet Norman Barnett. Net als Watson is Barnett de verteller. Barnett groeide op in een arme wijk van Londen en weet zijn vuisten te gebruiken. Geen ongewone luxe, want hun tegenstanders zijn zware jongens. Voor een keer is de hulp van de detective slimmer dan zijn baas. Hoewel Arrowood wel degelijk beschikt over een goed stel hersenen, komt hij over als een knoeier. Zijn bevindingen komen uit het niets en zijn eerder gelukstreffers, die hij steeds in zijn voordeel weet uit te leggen. In tegenstelling tot Holmes moet hij niets weten van forensische bewijzen en sporen, maar beroept hij zich op mensenkennis en kennis van de psychologie.

In ‘Arrowood’ gaan Arrowood en Barnett op zoek naar de verdwenen broer van Caroline Cousture. Het verhaal is niet altijd makkelijk te volgen. Je moet er als lezer je aandacht bijhouden. Pas op het einde snap je waar de zaak nu eigenlijk om draaide. Hoewel Finlay je met ‘Arrowood’ een mooi afgewerkt verhaal geeft, is de ontknoping ondergeschikt aan de enscenering. De moderne taal past niet echt bij het Victoriaanse Londen, maar wel bij het onsentimentele verhaal dat Finlay vertelt. Kortom: ‘Arrowood’ is geen Holmes-kloon maar de hard-boiled versie van de beroemde Londense detective.

‘Arrowood’ is het eerste deel van een nieuwe serie. Eerder dit jaar verscheen al het tweede deel, ‘De moordput’.

 

Het geheime wapen van Sam Eastland

recensie (2) (1)

De onwrikbare Pekkala.

Een Duitse agent probeerde blauwdrukken te kopen van de Russische T-34. De T-34 is een immens grote tank met als bijnaam de Rode Doodskist. Omdat Nazi-Duitsland dreigt met oorlog, zullen de Russen hun supertank spoedig moeten inzetten. De ontwerper van de tank, kolonel Nagorski, staat onder druk om de tank zo snel mogelijk af te werken.

Naar eigen zeggen heeft kolonel Nagorski niets verklapt of verkocht aan de Duitsers. Stalin is daar niet zo zeker van. Volgens hem is kameraad Nagorski verantwoordelijk voor het veiligheidslek, en zit de Witte Gilde achter de verkoop van de blauwdrukken. De Witte Gilde is een geheime organisatie die Stalin ten val wil brengen.

Stalin zet zijn meest betrouwbare inspecteur, Pekkala op de zaak. Pekkala werkt al 7 jaar voor Stalin, maar als voormalig oog van de tsaar heeft hij er nog altijd moeite mee om te werken voor de man die ooit zijn vijand was. Samen met zijn assistent, majoor Kirov, gaat Pekkala naar de zwaar bewaakte basis van de T-34. Daar aangekomen vinden ze Nagorski dood onder een van zijn prototypes. De kolonel is vermoord.

De oplossing van de moord is ondergeschikt aan het historisch kader, maar is niettemin spannend. Net als in ‘Het oog van de rode tsaar’ laveert het verhaal tussen heden en verleden. Zowel in het heden als in het verleden zijn er gelijkaardige situaties, manipulaties en uitwassen van grenzeloze macht en terreur. Gelukkig heeft Pekkala net als onder de tsaar een speciaal statuut, en kan hij vasthouden aan zijn onwrikbare principes en gedragscodes. Zoals dat gaat in een tweede boek van een reeks zijn de belangrijkste personages beter uitgewerkt.

Ook ‘Het geheime wapen’ is pretentieloze fictie waar je iets mee leert.

The Red Coffin, 2011

Een klasse apart van Joanne Harris

recensie (2) (1)

School in de problemen. 

September, 1981. “Hou je aan alle regels. St. Oswald is een nieuw begin.” Toch hoop ik iemand te vinden die de regels overtreedt. Iemand met wie ik leuke dingen kan doen. Dingen zoals moord.

September, 2005. Volgens de geruchten is ons nieuw schoolhoofd heel bekwaam. Hij heet Harrington. Toevallig ook de naam van een jongen aan wie ik een grondige hekel had, en die het middelpunt was van een schandaal. Ik was toen bijna gestopt. Maar ik ben er nog steeds, ondanks mijn leeftijd. Lesgeven is een verslaving. Net als de Gauloises, die ik stiekem rook. En de dropjes die ik snoep. Mijn nieuw lesrooster is karig. In plaats van de gebruikelijke 35 lesuren heb ik nu slechts 21. Latijn is spijtig genoeg een keuzevak geworden.

“Een leraar vergeet nooit een gezicht,hoewel de namen van de jongens vaak komen en gaan. Ik had de naam aan toeval toegeschreven – in ruim veertig jaar lesgeefpraktijk kom je de meeste namen meer dan eens tegen.”

2004 was een bewogen jaar voor het katholieke jongensgymnasium St. Oswald. De school werd opgeschrikt door een moord en het vertrek van het schoolhoofd. Vandaar dat er nu een nieuw schoolhoofd komt, één die al twee falende scholen gered heeft.

Roy Straitley, leerkracht Latijn heeft al een paar schoolhoofden zien komen en gaan. Bij het nieuwe schoolhoofd heeft hij een slecht gevoel. Doctor Johnny Harrington blijkt inderdaad de jongen te zijn aan wie hij zo’n hekel had. De soort jongen, die een goede klas in een slechte verandert en een slechte in een angstaanjagende. De arrogante jongen is nu een glimlachende, zoetgevooisde politicus, die moeiteloos de corpus scholare (*) voor zich weet te winnen. Roy Straitley gelooft niet dat Harrington het goed meent met St. Oswald. Uiterlijk mogen mensen dan wel veranderen, innerlijk blijven ze dezelfde. De paar collega’s die weet hebben van het onheil dat Harrington en zijn vrienden brachten, weigeren echter om hun nek uit te steken. Straitley staat dus alleen in zijn strijd tegen de nieuwe schooldirecteur.

Naast Straitley is er nog de verteller van 1981. Een nieuwe leerling, die je tot halverwege het boek kent als Ziggy. Hij vertelt zijn krankzinnig verhaal in dagboekvorm. ‘Een klasse apart’ heeft veel goede elementen. Zo speelt ‘The Laughing Gnome’ van David Bowie een memorabele bijrol in het verhaal, en zet Harris je aan het denken. Toch wist ‘Een klasse apart’ me niet te overtuigen. Dat Ziggy zo lang ongestoord voor onheil zorgt, en ermee weggeraakt, is ongeloofwaardig.

(*) het lerarenkorps.

Different Class, 2016