De een van de ander van Philip Kerr

De unieke Bernie Gunther in topvorm.

Berlijn, september 1937. Van overheidswege wordt Joden aangeraden om te emigreren. Hun eigendommen mogen ze niet meenemen. Dankzij slimme trucs krijgen sommige hun geld uit Duitsland. Geloof het of niet, sommige op de Joodse afdeling van de SD helpen joodse mensen bij het meenemen van hun geld of eigendommen. Uiteraard is die hulp niet vrijblijvend. Op vraag van SD-officier Franz Six moet Bernie Gunther een brief bezorgen bij de Engels-Palestijnse bank in Jaffa. Dit voor Paul Begelmann.

München, 1949. Na de dood van zijn vrouw verkoopt Bernie Gunther hun hotel. Met het geld van die verkoop begint hij een zaak als privédetective. De ex-rechercheur is nooit echt gestopt met speurwerk. Ondanks zijn afkeer voor het nationaalsocialisme is hij de oorlog heelhuids doorgekomen.

Als privédetective krijgt hij vooral onfrisse zaken: zoals het witwassen van iemands naziverleden en het uitzoeken van claims op geroofde goederen. Het vervult hem met afschuw, maar het geld komt goed van pas. Dan wordt hij ingehuurd door Frau Warzok. Zij wil hertrouwen, maar zij wil eerst weten of haar man dood is. De klus lijkt simpel, maar het brengt Gunther in een hachelijke situatie.

‘In een oorlog is doden uitvoerbaar en normaal. In vredestijd is dat niet zo. Niet op dezelfde manier. In vredestijd is iedereen alleen maar bezorgd dat een moord een vreselijke troep op het tapijt zal achterlaten. Je zorgen maken over de rotzooi op het tapijt is het enige echte verschil tussen oorlog en vrede.’ Ik nam een trekje van mijn sigaret. ‘Het is geen Tolstoj, maar ik werk er nog aan.’

De wereld leerde de eigenwijze Bernie Gunther kennen in ‘Een Berlijnse kwestie’ uit 1998. Na ‘Een Berlijnse kwestie’ volgde nog twee boeken ‘Het handwerk van de beul’ en ‘Een Duits requiem’. Dan verscheen ‘Berlin noir’, een bundeling in 1993. Lang zag het er naar uit dat het bij drie verhalen ging blijven. Dan verscheen in 2006 ‘De een van de ander’. Dit vierde deel in de Gunther-reeks werd nog beter ontvangen dan de klassieker ‘Berlin noir’. Het is makkelijk te begrijpen waarom. Philip Kerr wist zijn lezers immers moeiteloos onder te dompelen in de tijd, waarin de verhalen rond Gunther zich afspelen. De Gunther-reeks geeft kritiek op het nationaalsocialisme, zonder ooit moraliserend te worden. Ook verwerkte Kerr weinig gekende feiten uit de Tweede Wereldoorlog in zijn verhaallijnen.

Gunther hoort thuis in het hard-boiledgenre. Een typisch Amerikaans genre, dat tijdens de jaren 20 en 30 zijn hoogtepunt kende met privédetectives zoals Sam Spade en Philip Marlowe. De Schotse schrijver wist evenwel een eigentijdse invulling te geven aan zijn hard-boiled held. Als hard-boiled held is Gunther een cynische anti-held. In dit verhaal blijkt dat hij een SS-officier is geweest. Een gegeven, dat tegen hem gebruikt wordt. De grens tussen een fout en goed verleden is echter moeilijk te trekken in ‘De een van de ander’, waar bedrog en dubbelbedrog de dienst uitmaakt. Niets is dan ook wat het lijkt in deze thriller met een bangelijk knap uitgewerkt plot en verrassende wendingen.

Oorspronkelijke titel: The One From the Other.
Jaar van publicatie: 2006.

De zaak-Saint-Fiacre van Georges Simenon

Een ongewone Maigret.

Maigret had het briefje bij toeval gezien. Het slingerde al dagen rond. Aanvankelijk was het verstuurd naar de gemeentepolitie van Moulins. Daar zagen ze het als een slechte grap en stuurden ze het door naar Parijs. Nadat Maigret het las, vertrok hij onmiddellijk naar Saint-Fiacre. Volgens het briefje zal er tijdens de vroegmis van Allerzielen in de kerk van Saint-Fiacre een misdaad worden gepleegd.

Het meubilair in de kerk, het verlopen van de eucharistieviering, de kerkgangers. Het roept herinneringen op bij de commissaris. Saint-Fiacre is immers zijn geboortedorp. Zijn vader was de rentmeester van de graaf de Saint-Fiacre. De gravin de Saint-Fiacre herkent Maigret nauwelijks. Het is zeker meer dan 45 jaar geleden dat hij haar voor het laatst zag. Bij het einde van de mis blijft zij zitten. Als Maigret naar voren loopt en zachtjes haar schouder aanraakt, beweegt het lichaam zich en valt neer. De gravin is dood. Zij heeft een hartaanval gekregen.

Het moordwapen is ongewoon: het is een vervalst krantenbericht over de dood van Maurice de Saint-Fiacre, de zoon van de gravin. Iemand heeft het in haar misboek gestoken. Genoeg mensen hadden weet van het zwakke hart van de gravin. Aan verdachten geen gebrek. De zaak-Saint-Fiacre is echter geen makkelijke klus voor de commissaris. Ten eerste is er de uitgekookte moordenaar. Ten tweede is er graaf Maurice de Saint-Fiacre, de laatste telg van een geruïneerde familie. En ten derde werkt hij op vertrouwd terrein. Voor een keer ziet hij toe, hoe de moordenaar ontmaskerd wordt. Dit door iemand die nog geslepener is dan de moordenaar, en die rekeningen te vereffenen heeft.

‘De zaak-Saint-Fiacre’ is een ongewone maar steengoede Maigret, die een andere kant van de commissaris toont. Wat in een mysterie uit de gouden tijd van de detective tot een cliché verwerd, wist onze Belgische schrijver in zijn voordeel te gebruiken. Hier werkt het samenbrengen van de verdachten namelijk wel.

 

Oorspronkelijke titel: L’Affaire Saint-Fiacre.
Jaar van publicatie: 1932.

Arrowood van Mick Finlay

De hard-boiled Sherlock Holmes.

De tekst op het omslag spreekt aan: ‘de rijke Londenaren gaan met hun problemen naar Sherlock Holmes. De rest gaat naar Arrowood.’ Geeft Finlay je met William Arrowood, een nieuwe Holmes-kloon? Kruist het pad van Arrowood dat van Sherlock Holmes, zoals de synopsis lijkt te suggereren? Dat laatste is onwaarschijnlijk. Het Londen van Arrowood is niet het verfijnde en rijke Londen van Holmes, maar het dichtbevolkte en arme Londen. Het Londen, waar prostitutie, drugs en georganiseerde misdaad welig tiert, en waar een seriemoordenaar de straten onveilig maakt.

Net als Holmes kan Arrowood rekenen op de hulp van een ‘Watson’. Arrowoods hulp heet Norman Barnett. Net als Watson is Barnett de verteller. Barnett groeide op in een arme wijk van Londen en weet zijn vuisten te gebruiken. Geen ongewone luxe, want hun tegenstanders zijn zware jongens. Voor een keer is de hulp van de detective slimmer dan zijn baas. Hoewel Arrowood wel degelijk beschikt over een goed stel hersenen, komt hij over als een knoeier. Zijn bevindingen komen uit het niets en zijn eerder gelukstreffers, die hij steeds in zijn voordeel weet uit te leggen. In tegenstelling tot Holmes moet hij niets weten van forensische bewijzen en sporen, maar beroept hij zich op mensenkennis en kennis van de psychologie.

In ‘Arrowood’ gaan Arrowood en Barnett op zoek naar de verdwenen broer van Caroline Cousture. Het verhaal is niet altijd makkelijk te volgen. Je moet er als lezer je aandacht bijhouden. Pas op het einde snap je waar de zaak nu eigenlijk om draaide. Hoewel Finlay je met ‘Arrowood’ een mooi afgewerkt verhaal geeft, is de ontknoping ondergeschikt aan de enscenering. De moderne taal past niet echt bij het Victoriaanse Londen, maar wel bij het onsentimentele verhaal dat Finlay vertelt. Kortom: ‘Arrowood’ is geen Holmes-kloon maar de hard-boiled versie van de beroemde Londense detective.

‘Arrowood’ is het eerste deel van een nieuwe serie. Eerder dit jaar verscheen al het tweede deel, ‘De moordput’.

Oorspronkelijke titel: Arrowood
Datum van publicatie: 23 maart 2017