Het geheime wapen van Sam Eastland

het geheime wapen
The Red Coffin (2011)

De onwrikbare Pekkala.

Een Duitse agent probeerde blauwdrukken te kopen van de Russische T-34. De T-34 is een immens grote tank met als bijnaam de Rode Doodskist. Omdat Nazi-Duitsland dreigt met oorlog, zullen de Russen hun supertank spoedig moeten inzetten. De ontwerper van de tank, kolonel Nagorski, staat onder druk om de tank zo snel mogelijk af te werken.

Naar eigen zeggen heeft kolonel Nagorski niets verklapt of verkocht aan de Duitsers. Kameraad Stalin is daar niet zo zeker van. Volgens hem is kameraad Nagorski verantwoordelijk voor het veiligheidslek, en zit de Witte Gilde achter de verkoop van de blauwdrukken. De Witte Gilde is een geheime organisatie die Stalin ten val wil brengen.

Stalin zet zijn meest betrouwbare inspecteur, Pekkala op de zaak. Pekkala werkt al 7 jaar voor Stalin, maar als voormalig oog van de tsaar heeft hij er nog altijd moeite mee om te werken voor de man die ooit zijn vijand was. Samen met zijn assistent, majoor Kirov, gaat Pekkala naar de zwaar bewaakte basis van de T-34. Daar aangekomen vinden ze Nagorski dood onder een van zijn prototypes. De kolonel is vermoord.

De oplossing van de moord is ondergeschikt aan het historisch kader, maar is niettemin spannend. Net als in ‘Het oog van de rode tsaar’ laveert het verhaal tussen heden en verleden. Zowel in het heden als in het verleden zijn er gelijkaardige situaties, manipulaties en uitwassen van grenzeloze macht en terreur. Gelukkig heeft Pekkala net als onder de tsaar een speciaal statuut, en kan hij vasthouden aan zijn onwrikbare principes en gedragscodes. Zoals dat gaat in een tweede boek van een reeks zijn de belangrijkste personages beter uitgewerkt.

Ook ‘Het geheime wapen’ is pretentieloze fictie waar je iets mee leert.

 

Een klasse apart van Joanne Harris

School in de problemen. 

een klasse apart
Different Class (2016)

September, 1981. “Hou je aan alle regels. St. Oswald is een nieuw begin.” Toch hoop ik iemand te vinden die de regels overtreedt. Iemand met wie ik leuke dingen kan doen. Dingen zoals moord.

September, 2005. Volgens de geruchten is ons nieuw schoolhoofd heel bekwaam. Hij heet Harrington. Toevallig ook de naam van een jongen aan wie ik een grondige hekel had, en die het middelpunt was van een schandaal. Ik was toen bijna gestopt. Maar ik ben er nog steeds, ondanks mijn leeftijd. Lesgeven is een verslaving. Net als de Gauloises, die ik stiekem rook. En de dropjes die ik snoep. Mijn nieuw lesrooster is karig. In plaats van de gebruikelijke 35 lesuren heb ik nu slechts 21. Latijn is spijtig genoeg een keuzevak geworden.

“Een leraar vergeet nooit een gezicht,
hoewel de namen van de jongens
vaak komen en gaan. Ik had de naam
aan toeval toegeschreven – in ruim
veertig jaar lesgeefpraktijk kom je de
meeste namen meer dan eens tegen.”

2004 was een bewogen jaar voor het katholieke jongensgymnasium St. Oswald. De school werd opgeschrikt door een moord en het vertrek van het schoolhoofd. Vandaar dat er nu een nieuw schoolhoofd komt, één die al twee falende scholen gered heeft.

Roy Straitley, leerkracht Latijn heeft al een paar schoolhoofden zien komen en gaan. Bij het nieuwe schoolhoofd heeft hij een slecht gevoel. Doctor Johnny Harrington blijkt inderdaad de jongen te zijn aan wie hij zo’n hekel had. De soort jongen, die een goede klas in een slechte verandert en een slechte in een angstaanjagende. De arrogante jongen is nu een glimlachende, zoetgevooisde politicus, die moeiteloos de corpus scholare (*) voor zich weet te winnen. Roy Straitley gelooft niet dat Harrington het goed meent met St. Oswald. Uiterlijk mogen mensen dan wel veranderen, innerlijk blijven ze dezelfde. De paar collega’s die weet hebben van het onheil dat Harrington en zijn vrienden brachten, weigeren echter om hun nek uit te steken. Straitley staat dus alleen in zijn strijd tegen de nieuwe schooldirecteur.

Naast Straitley is er nog de verteller van 1981. Een nieuwe leerling, die je tot halverwege het boek kent als Ziggy. Hij vertelt zijn krankzinnig verhaal in dagboekvorm. ‘Een klasse apart’ heeft veel goede elementen. Zo speelt ‘The Laughing Gnome’ van David Bowie een memorabele bijrol in het verhaal, en zet Harris je aan het denken. Toch wist ‘Een klasse apart’ me niet te overtuigen. Dat Ziggy zo lang ongestoord voor onheil zorgt, en ermee weggeraakt, is ongeloofwaardig.

(*) het lerarenkorps.

Het oog van de rode tsaar van Sam Eastland

Pretentieloze fictie tegen de achtergrond van een fascinerende periode.

het oog van de rode tsaar
Eye of the Red Tsar (2010)

Ze hadden hem bevolen om gevangene 4745-P van werkkamp Borodok op te halen. En ze hadden hem geadviseerd geen wapen mee te nemen. Een advies dat de jonge volkscommissaris Kirov ter harte nam. Het duurde uren vooraleer hij de gevangene sprak. 4745-P werkte als boommarkeerder in de bossen rond Borodok. Toen hij 7 jaar geleden in het kamp aankwam, stuurde de directeur hem prompt de bossen in. De directeur wou niet het risico lopen dat de andere gevangenen te weten kwamen wie de man was. Nadat Kirov hem een aktetas overhandigde, vroeg hij hem om naar zijn auto te komen voor zonsondergang de volgende dag. De man daagde op en Kirov bracht hem naar kameraad Starek. Aangekomen bij Starek bleek de man zijn broer te zijn. Maar waarom nam Starek een andere naam aan? En waarom maakt de naam van de man iedereen zenuwachtig?

Ze noemden hem het oog van de tsaar. De onkreukbare inspecteur Pekkala legde enkel verantwoording af bij Nicolaas II van Rusland. Zelfs de geheime dienst van de tsaar mocht de Fin niet ondervragen. Nu heeft Stalin een opdracht voor Pekkala. Blijkbaar is de vindplaats van de lijken van de Romanovs gevonden. Pekkala is de enige nog levende persoon die de Romanovs gekend heeft, en die getraind is in recherchewerk.

In ‘Het oog van de rode tsaar’ maakt Eastland handig gebruik van de mysterieuze omstandigheden rond de dood van de laatste tsaar en zijn gezin. Eastland veroorloofde zich een aantal vrijheden, wat niet iedereen op prijs zal stellen, maar ‘Het oog van de rode tsaar’ is nu eenmaal fictie. Niettemin is het duidelijk dat de schrijver veel research deed. Het verhaal laveert constant tussen het heden en het verleden. Het verleden gaat vooral over Pekkala en de tsaar, maar ook over zijn kindertijd, zijn grote liefde, zijn opleiding en zijn opsluiting tijdens de revolutie. Wat opvalt, is hoe sober en eenvoudig Eastland zijn verhaal vertelt. Door zijn setting is ‘Het oog van de rode tsaar’ het soort verhaal waarin auteurs vaak uitpakken met ingewikkelde politieke complotten, maar Eastland toont aan dat het ook anders kan.

“Pekkala zat aan het bureau het vaalgele dossier met de rode diagonale streep op het omslag te lezen. In zware letters stond op de rode streep geschreven: ZEER GEHEIM. Het woord ‘geheim’ op zich had geen betekenis meer. Alles was tegenwoordig geheim. Behoedzaam sloeg hij de pagina’s om.”

Het oog van de rode tsaar’ is het eerste deel van een zevendelige reeks rond inspecteur Pekkala en zijn assistent Kirov. Een reeks, waarin het voormalig oog van de tsaar het oog wordt van de rode tsaar, Stalin. Enkel de eerste twee delen zijn in het Nederlands vertaald. De rest van de serie moet je in een andere taal lezen.