Artikel 353 van Tanguy Viel

Kort maar overtuigend.

De twee mannen op de motorboot haalden een korf boven. Ineens lag een van de mannen in het water. Hij riep naar de ander, maar die liep naar de stuurhut en vaarde weg. Hij legde aan in de haven en ging naar huis. Een paar uur later belde de politie aan. Of hij mee wou gaan. De man kon zijn verhaal gaan vertellen aan de onderzoeksrechter. Wat had hem bezield? Waarom had hij Antoine Lazenec laten verdrinken? En wie was Antoine Lazenec? 

Visser Martial Kermeur is de verteller in ‘Artikel 353’. Zijn verhaal – een monoloog – vertelt hij jaren later. Wat er gebeurt is na zijn arrestatie en het moment waarop hij dit verhaal uit de doeken doet, kom je niet te weten. Dat is niet van belang voor het verhaal. Wel weet je  – door de verklaring van de titel – bij aanvang van deze korte, roman – dat de man niet zal vervolgd worden. Wat was de reden daarvoor? Waarom was de rechter er innerlijk van overtuigd dat de verdachte geen schuld trof? Kermeur had immers verzuimd om hulp te bieden aan een persoon in nood. Zelf is hij ervan overtuigd, dat hij een moordenaar is. Zijn verhaal staaft dit.

Bovendien was Antoine Lazenec een gemenerik. Een vastgoedmakelaar die iedereen in het dorp gouden bergen had beloofd. ‘Het probleem is dat zelfs een gemenerik, zelfs de ergste smeerlap nog altijd momenten heeft waarop hij geen smeerlap is.’ Zei Kermeurs vrouw overigens niet dat hij schuld had? Schuld aan de veroordeling van hun zoon Erwan? Had de burgemeester, een vriend van Kermeur, geen kogel door zijn hoofd gejaagd? Want naarmate de jaren verstreken, werd iedereen in het dorp somberder en neerslachtiger: de gouden bergen bleven uit. Maar wie weet, kwam het vastgoedproject er uiteindelijk wel.

‘Artikel 353’ is kort, maar overtuigend. Het geheel doet denken aan een roman dur van Georges Simenon met een hoofdpersonage dat een grens overschrijdt. Net als Simenon velt Viel geen oordeel. Dat laat hij aan de lezer over.

Praagse nachten van Benjamin Black

Misdaad in het middeleeuwse Praag.

Praag, 1599. Het kan niet anders of Christian Stern is de door God gezonden ster. Zijn naam is een voorteken. Hij wordt dan ook ontvangen door keizer Rudolf II. Die vraagt hem de moordenaar te zoeken van Magdalena Kroll, zijn minnares.

Die keizerlijke opdracht drukt zwaar op Sterns gedachten. Op de eerste nacht van zijn aankomst in Praag ontdekte hij namelijk het lijk van Magdalena Kroll. Felix Wenzel, de eerste minister liet hem arresteren voor die moord. De kennismaking met de gevangenis is hem slecht bekomen. Bovendien is hij een geleerde en geen onderzoeker van misdaden. Wat gaat er met hem gebeuren als hij niet slaagt in zijn opdracht? Waar moet hij beginnen? Wie moet hij ondervragen?

De oplossing valt uiteindelijk in zijn schoot, helemaal op het einde van het verhaal. Je bent al bijna vergeten dat hij een moordenaar zocht. De moord is in ‘Praagse nachten’ slechts een middel voor Black om iets meer te vertellen over het middeleeuwse Praag en het leven aan het hof van keizer Rudolf II. Stern is geen sympathiek personage; hij is jong en arrogant en heeft weinig tot geen inzicht in de mensen rondom hem. Hij vertelt zijn verhaal als een oude man, terugkijkend op zijn tijd in Praag, toen hij nog vol was van zichzelf.

Deze historische whodunit is fictie van de bovenste plank. Je waant je zo aan het hof van keizer Rudolf II met zijn alchemisten, geleerden en slinkse hovelingen. Het verhaal is geloofwaardig en het proza schitterend. Achter het pseudoniem Benjamin Black zit niemand minder dan de Ierse Nobelprijskandidaat John Banville. Banville gebruikt dit pseudoniem voor zijn thrillers.

Oorspronkelijke titel: Prague Nights.
Jaar van publicatie: 2017.

Een ladder naar de hemel van John Boyne

Gewetenloze Maurice Swift.

Kan je een schrijver wel vertrouwen? Voor je het weet, heeft hij jouw verhaal of een anekdote die je hem vertelde, verwerkt in zijn roman. Uiteraard ga je dat als schrijver niet toegeven. De personages, de scènes die je beschrijft, zijn immers ontleend aan je fantasie. Enige gelijkenis met de werkelijkheid berust op toeval. Maurice Swift, daarentegen, geeft grif toe dat het verhaal van zijn debuut -‘De twee Duitsers’- eigenlijk het verhaal is van de succesvolle schrijver Erich Ackermann. Ackermann heeft Swift zijn geheim verteld, een geheim dat hij meer dan veertig jaar voor zich heeft gehouden. Ackermanns carrière is na ‘De twee Duitsers’ voorbij. Maar de ene zijn dood, is de andere zijn brood: ‘De twee Duitsers’ is een bestseller. Eigenlijk was het nog niet zo moeilijk voor Maurice Swift om Ackermanns verhaal te ontfutselen. Want Ackermann viel direct voor zijn charmes en schoonheid.

De titel van het boek geeft veel weg, want het verwijst naar de Amerikaanse uitdrukking: ‘Ambition is putting a ladder to the sky’. Iemand is zo ambitieus dat hij alle risico’s en obstakels neemt om zijn doel te bereiken. Het Engels kent ook de uitdrukking ‘the top of the ladder’, het hoogtepunt van iemands carrière. En om naar de top te geraken is het handig om meedogenloos en gewetenloos te zijn, zoals Tom Ripley en Maurice Swift. Boyne geeft het ook zelf aan in zijn eerste deel: “Ik denk dat Maurice is wat hij moet zijn en wanneer hij het moet zijn. Hij is een gladde charmeur, dat staat buiten kijf. En ik mag hem niet graag, Gore, als ik eerlijk ben. Soms denk ik dat ik misschien wel een hekel aan hem heb. Hij is grof en onaardig, vreselijk egocentrisch en hij behandelt me als een hond.”

In ‘Een ladder naar de hemel’ laat Boyne zijn lezer niet werken. Hij legt veel te veel uit. Bovendien verzandt het verhaal vanaf het tweede deel in ongeloofwaardigheid. Altijd een doodsteek voor fictief werk. De literaire wereld met zijn genderongelijkheid, obsessie voor literaire prijzen en literaire diefstal wordt via een occasionele oneliner in zijn blootje gezet, maar het blijft braafjes. Kortom: ik vind het boek overroepen. Naar mijn gevoel zijn sommige scènes bewust overdreven geschreven, een dooddoener voor mij. Eigenlijk vond ik enkel het eerste deel goed. Gelukkig las ‘Een ladder naar de hemel’ vlot weg.

Oorspronkelijke titel: A Ladder to the Sky.
Jaar van publicatie: 2018.