Fictieve held: de hard-boiled detective

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige, zoals Sam Spade en Philip Marlowe groeiden uit tot iconen. Een status, die ze via het grote scherm wisten te verzilveren. Ook in onze tijd is hij nog springlevend, de cynische detective met de grote mond. 

Terwijl hun Engelse collega’s een intrigerende whodunit voor hun kiezen kregen in een of ander slaperig dorpje of statig landhuis, kregen zij te maken met corruptie, malafide praktijken en grootstedelijk geweld. Aan een superbrein hadden ze weinig, want de schurken waar ze mee te maken kregen, waren niet langer ongrijpbaar. Bovendien hadden ze meer aan een stevig paar knuisten en een grote mond.

Zowel Sam Spade als Philip Marlowe zijn helden uit de Amerikaanse pulpliteratuur. Beide maakten hun debuut in het tijdschrift Black Mask, dat vanaf 1926 het ideaal van gerechtigheid promootte. Omdat de politie corrupt was, werd de gerechtigheid op straat hersteld door privédetectives.

Sam Spade.

Met Dashiell Hammett (1894-1961) had Black Mask een topauteur. Hammett bracht 8 jaar beroepservaring als detective mee. Bovendien wist hij in zijn verhalen levensechte personages te creëren. Met ‘The Maltese Falcon’ uit 1930, dat als feuilleton in Black Mask verscheen, zette hij de blonde Satan, Sam Spade in een gewelddadige wereld van zelfzuchtige en dubbele bedriegers.

Hoewel de onverschrokken Spade maar in 1 roman en 4 kortverhalen optrad, groeide hij uit tot een icoon. Niet enkel voor het hard-boiled genre maar ook voor het mystery- en thrillergenre is Spade het personage, dat iedereen wil recreëren of imiteren. ‘The Maltese Falcon’ kende verschillende verfilmingen. De bekendste is die met Humphrey Bogart uit 1941.

“Childish huh? I know, but, by God, I do hate being hit without hitting back.”  Uit ‘The Maltese Falcon’.

Philip Marlowe.

Bekender dan Sam Spade is Philip Marlowe van Raymond Chandler (1888-1959). In 1939 kende Marlowes debuut, ‘The Big Sleep’ een matige verkoop. De verfilming in 1946 met, jawel, Humphrey Bogart bracht daar verandering in. Meer nog dan Spade groeide Marlowe uit tot het archetype van de ruige, cynische privédetective, die vanuit zijn eigen perspectief zijn ervaringen vertelt. Net als Spade is Marlowe verre van perfect. Hoewel hij voortdurend in elkaar wordt geslagen, weet hij zich met kalmte doorheen een zaak te werken.

“Dead men are heavier than broken hearts.” Dit citaat uit ‘The Big Sleep’ staat ook op Chandlers grafsteen.

Humphrey Bogart

Humphrey Bogart als Sam Spade in ‘The Maltese Falcon’ (links) en Philip Marlowe in ‘The Big Sleep (rechts).

Een held van onze tijd: Bernie Gunther.

De erfenis van Spade en Marlowe leeft verder in Bernie Gunther van Philip Kerr (1956-2018). Gunther begon zijn carrière bij de Berlijnse politie, maar toen de nazi’s aan de macht kwamen, stapte hij op. Niettemin weten de nazi-kopstukken hem steeds te vinden voor een of andere duistere zaak. Ook verdwijnen er regelmatig mensen, zodat Gunther als privédetective nooit echt zonder werk zit.

Tijdens zijn leven is Kerr verschillende keren benaderd geweest voor een verfilming van zijn geliefde Gunther-romans. Een aantal jaren geleden was er sprake van een televisieserie. Wie weet, komen we Bernie Gunther inderdaad ooit nog tegen op het grote of kleine scherm.

Alleszins hebben de harde, cynische privédetectives nog steeds hun eigen eenzame plaats naast de intellectueel begaafde Poirots en Holmessen van deze wereld.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia.
Het beeldmateriaal bij dit blog komt van Wikimedia Commons.

 

Vaders van de science fiction

Het misdaadgenre heeft zijn koninginnen, het sciencefictiongenre zijn vaders. In dit blog belicht ik sf-vaders: Hugo Gernsback, Jules Verne en H.G.Wells. 

Sciencefiction is een genre met vele gezichten en kent bijgevolg verschillende definities. Commercieel gezien kende het genre zijn bloei in 1926 met het eerste literaire tijdschrift gewijd aan onder meer sciencefictionverhalen, ‘Amazing Stories’. Ook de naam van het genre ontstond omstreeks die tijd en werd verzonnen door de uitgever van ‘Amazing Stories’, Hugo Gernsback (1884-1967).

Gernsback zag sciencefiction als een middel om wetenschap populair te maken. Naast het publiceren van talrijke sf-tijdschriften was hij uitvinder en auteur. Zijn sf-werk wordt vandaag de dag nog amper gelezen, maar zijn naam leeft wel voort in de ‘Hugo Awards’. Een ‘Hugo’ bekroont jaarlijks het beste sf- of fantasyverhaal.

Jules Verne liet ons dromen.

Wie sciencefiction zegt, zegt Jules Verne (1828-1905). Volgens de Index Translationum is Jules Verne de tweede meest vertaalde auteur ter wereld. Nochtans is het het aantal werken van de Franse schrijver, gekend bij het grote lezerspubliek beperkt. Voor de Engelse markt waren de vertalingen van zijn werk lang van zeer slechte kwaliteit, vaak ingekort en bedoeld voor kinderen.

Tijdens zijn leven kende Verne vele imitators. Omdat hij een commercieel populaire schrijver was, werd hij na zijn dood niet bestudeerd. Pas decennia later kreeg hij alsnog een cultstatus. Voor veel wetenschappers in de twintigste eeuw was Jules Verne een inspiratie. Hij had immers de mens laten dromen over, bij voorbeeld, reizen naar de maan.

H.G. Wells schreef over buitenaardse wezens.

Terwijl in Vernes oeuvre uitvindingen centraal stonden waarvan de basiselementen uitgevonden waren, of waarvan de technologie al bestond om het uit te vinden, was de Engelse schrijver H.G. Wells (1828-1905) vooral geïnteresseerd in wat met een uitvinding kon gedaan worden.

H.G. Wells eerste roman, ‘The Time Machine (De tijdsmachine)’ gaf de moderne sf-literatuur gelijk zijn eerste tijdsreis, en maakte van hem een instant ster. Ook schreef hij een van de eerste romans over de invasie van buitenaardse wezens: ‘The War of the Worlds (De oorlog der werelden)’. Veel 20e-eeuwse Amerikaanse en Engelse sf-schrijvers waren schatplichtig aan H.G. Wells. Binnen de Engelstalige sf-literatuur geldt Wells dan ook als de grootste sf-schrijver ooit. Naast sf-verhalen schreef Wells ook zedenkomedies, essays en non fictie. Tijdens zijn lange carrière als schrijver is hij vier keer genomineerd geweest voor de Nobelprijs literatuur.

 

Bron: Wikipedia, Biography and The New Atlantis (John Derbyshire). Foto bij dit blog komt van Pexels. 

Gouden detective terug populair

Aan de andere kant van het kanaal zitten de gouden detectives in de lift. Volgens boekhandelaars en uitgevers zorgt de toenemende berichtgeving rond geweld en terreur er namelijk voor dat lezers boeken verkiezen, die hun vermaak bieden. Kennelijk zijn dit de whodunits – de gouden detectives – die onze overgrootouders reeds lazen.

Tussen 1920 en 1930 zetten de Britten de standaard voor het detectiveverhaal met schrijvers zoals Anthony Berkeley, G.K. Chesterton, Agatha Christie, Dorothy L. Sayers, Margery Allingham en Father Ronald Knox. Schrijfster Ngaio Marsch was weliswaar Nieuw-Zeelands, maar haar held Roderick Alleyn is Brits. Dat laatste is belangrijk. Ook al is de plaats van handeling een eiland in de Caraïben, de personages vertegenwoordigen de Engelse manier van leven. Die periode van 1920 tot 1930 wordt aangeduid als ‘The Golden Age of Detective Fiction’ wat ik vrij vertaal als een gouden detectiveverhaal.

G.K. Chesterton

Vloeit er een nieuw Father Brownverhaal uit zijn pen? G.K. Chesterton aan het werk.

De Britten hadden met Sir Arthur Conan Doyle al een goede traditie. De meeste speurders in een gouden detective hebben dan ook net als Sherlock Holmes een ‘Watson’. Zo heeft Hercule Poirot van Agatha Christie meestal kapitein Hastings als ‘Watson’. En heeft Lord Wimsey van Dorothy L. Sayers, Mervyn Bunter. De ‘Watson’ mag in een gouden detective overigens niet slimmer zijn dan de gemiddelde lezer.

Bij een gouden detective ligt de nadruk op het oplossen van een mysterie. Geweld en kritiek op de maatschappij zijn amper aanwezig. Het doel is immers om de lezer te vermaken. Het einde is bevredigend, omdat de dader wordt ontmaskerd en de orde hersteld. Meestal draait het verhaal rond de vraag: wie pleegde de misdaad (= een whodunit). Een andere mogelijkheid is dat de lezer bij aanvang weet wie de misdaad heeft gepleegd, maar niet hoe de speurder tot de oplossing kwam. Een veelgebruikt stijlmotief is dat de moord of diefstal gepleegd is in een afgesloten ruimte.

Hoewel de schrijvers van de gouden tijd origineel en creatief uit de hoek kwamen, had een gouden detective vaak een voorspelbaar plot. Of volgde het een bepaalde formule. Zo is de plaats van handeling meestal een Engels landhuis, waar een rits personages voor een weekend bijeenkomt. Onder die personages is er vaak een detective, een militair op rust, een actrice of schrijver, een knappe jonge man met een al even knappe en rijke verloofde. Alle personages – behalve de speurder – komen in aanmerking als dader, want uiteraard wordt er tijdens het weekend iemand vermoord.

Omdat het werk van de detectiveschrijvers van het gouden decennium als standaard geldt, is het schrijven in de stijl van een gouden detective nooit verdwenen. Blijkbaar willen we nu liever het origineel.

 

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en komt uit Crisis Magazine.