Spotlight op:

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘The Turn of the Screw’ van Henry James.

Op 10 januari 1895 schreef Henry James in zijn notities de opzet van een spookverhaal, dat hem eerder verteld was door de aartsbisschop van Canterbury. Meer dan twee jaar later werkte James zijn opzet uit. De rechten had hij dan al verkocht aan het Amerikaanse tijdschrift Collier’s Weekly. Omdat hij nood had aan een nieuw lezerspubliek maakte hij er zijn werk van om het verhaal zo angstaanjagend mogelijk te krijgen. Toen hij de correcties voor zijn feuilleton deed was hij zo bang van het verhaal dat hij had gecreëerd, dat hij amper durfde te gaan slapen.

spotlight op turn of the screw (1)

In ‘The Turn of the Screw’ (De onschuldigen) neemt een gouvernante de zorg op zich van twee kinderen. Op het verlaten landgoed van haar opdrachtgever ziet de gouvernante spookachtige gedaanten. Enkel zij ziet die gedaanten. Gaandeweg echter meent zij dat de kinderen met de spoken spreken en samenspannen.

‘The Turn of the Screw’ is niet het enige spookverhaal dat James schreef, maar het is wel zijn bekendste. Het kreeg bij publicatie in 1898 laaiend enthousiaste kritieken. In de twintigste eeuw volgde talrijke interpretaties van deze horrorklassieker in zowel de literatuur als de populaire cultuur.

 

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van H. Walter Barnett.

De geesten van Hill House van Shirley Jackson

Wat er leefde, leefde er alleen.

Heel zijn leven was doctor John Montague op zoek naar een spookhuis. Tot hij hoorde over Hill House. Aanvankelijk was hij sceptisch, vervolgens hoopvol en dan niet meer te stuiten. Alleen wou hij zijn intrek niet nemen in Hill House, hij had assistenten nodig. Dus ging hij op zoek naar mensen, die ooit bij abnormale gebeurtenissen betrokken waren. Twaalf schreef hij aan, vier reageerden. Uiteindelijk bleven er twee vrouwen over: Theodora en Eleanor. Naast de vrouwen is er Luke Sanderson. Hij is de neef van de eigenaresse van Hill House en de doctors derde assistent. Tijdens hun verblijf in Hill House krijgt het huis langzaam grip op de doctor en zijn assistenten.

Wie een verhaal verwacht in de trant van ‘De vrouw in het zwart’ komt bedrogen uit. Jackson hoefde er geen spook bij te halen om haar horrorverhaal te vertellen. Toch gebeuren er rare dingen in ‘De geesten van Hill House’, zoals een onverklaarbare kou en gebons tegen muren en deuren. Volgens de schrijfster is het huis gestoord. Volgens mevrouw Montague, die halverwege het verhaal opduikt, heeft het huis geesten. Toch is Eleanor gelukkig in Hill House. Het huis is goed voor haar.

Er valt behoorlijk wat te vertellen over Eleanor Vance en het lot dat Jackson voor haar in petto had. Stephen King analyseerde het verhaal in ‘Danse Macabre’, een non-fictieboek waarin hij het heeft over de verhalen die hem beïnvloed hebben. King is maar een van de vele met een eigen analyse van Jacksons horrorverhaal. Je kan Kings analyse lezen in het nawoord van Bertram Koeleman.

Ik lees in ‘De geesten van Hill House’ vooral een mislukte poging tot emancipatie van een jonge getraumatiseerde vrouw, die zich probeert los te maken van haar leven voor Hill House. Haar verhaal wordt subliem verteld. De zinnen in ‘De geesten van Hill House’ weten alle emoties te bespelen. Inhoudelijk zijn er parallellen tussen Eleanors leven, wat er gebeurt in Hill House en wat er speelde tussen de oorspronkelijke bewoners van het gestoorde huis. Evengoed zijn er veel tegenstrijdigheden. Het verhaal eindigt zoals het begon: met de beschrijving van Hill House.

“Hill House zelf stond eenzaam tegen de heuvels, en hield het duister in zich opgesloten. Het stond er al tachtig jaar en zou er nog tachtig jaar kunnen blijven staan. De muren binnen waren nog kaarsrecht, de stenen sloten netjes op elkaar aan, de vloeren waren solide en de deuren hingen strak in hun posten: de stilte drukte gestaag tegen het hout en de stenen van Hill House en wat er leefde, leefde er alleen.”

 

 

Oorspronkelijke titel: The Haunting οf Hill House
Jaar van uitgave: 1959

De vrouw in het zwart van Susan Hill

Klassiek spookverhaal.

In de vijf jaar dat ik werkte bij Bentley, Haigh, Sweetman en Bentley had ik één ding geleerd: het merendeel van de oudere cliënten was raar. Dat mevrouw Alice Drablow raar was, kwam door de afgelegen plek waar ze woonde. Het klonk als iets uit een roman: een eenzame weduwe, een groot afgelegen moeilijk te bereiken huis en een dorpje in een uithoek van Engeland. Ik voelde opwinding en nieuwsgierigheid.

Er was uiteraard ook professionele belangstelling. Uit naam van onze firma ging ik vooreerst de begrafenis van die arme mevrouw Drablow bijwonen. Dan moest ik haar papieren uitzoeken in Eel Marsh House en meenemen naar Londen. Het uitzoeken van de papieren ging een werk zijn van dagen.

Op de begrafenis zag ik haar voor het eerst. Ik hoorde het ruisen van haar jurk wanneer ze binnenkwam in de kerk. Ze was helemaal in het zwart gekleed. Een korte blik was genoeg om te zien hoe strak haar huid over haar botten lag. Ik zou de vrouw in het zwart nog zien. Dat wraakzuchtig wezen en mijn ervaringen in Eel Marsh House zijn de laatste jaren gelukkig verworden tot een vage herinnering. Tot mijn familieleden me vroegen om een spookverhaal te vertellen…

“Al die tijd had ik zitten luisteren naar hun gruwelijke, lugubere verzinsels, naar hun gejammer en gekreun, had ik maar één ding kunnen denken en het enige wat ik had kunnen zeggen was: Nee, nee, jullie hebben geen van allen enig idee. Dit is allemaal onzin en fantasie, zo is het helemaal niet. Het is helemaal niet zo bloedstollend en huiveringwekkend en grof, niet zo…zo lachwekkend. De waarheid is heel anders en veel verschrikkelijker.” 

Sinds 1983 heeft ‘De vrouw in het zwart’ gezwind zijn weg gevonden naar de populaire cultuur. Het boek is verfilmd voor zowel het grote als het kleine scherm, en de toneelbewerking speelt al sinds 1989 onafgebroken in Londen. ‘De vrouw in het zwart’ is een klassiek sfeervol spookverhaal. Oftewel een spannend verhaal waarin Hill het maximale haalt uit de locatie, en het gevoel en effect dat die locatie heeft op Arthur Kipps. Na zijn ervaringen kan je als lezer maar tot één conclusie komen: het spookt in Eel Marsh House. Het einde is verrassend. En toch weer niet, want Hill knoopt moeiteloos aan bij oude legendes, waarin de waarneming van spookachtige wezens vroeg of laat leidt tot een tragedie. ‘De vrouw in het zwart’ kan je gerust lezen voor het slapengaan. Je gaat er enkel kleine oogjes aan overhouden.

 

Oorspronkelijke titel: The Woman in Black.
Jaar van publicatie: 1983.