Al onze namen van Dinaw Mengestu

recensie (2) (1)

Niemand zal elkaar ooit zo hebben liefgehad als wij.

Hij en Isaac leerden elkaar kennen op de universiteit van Kampala. Niet dat zij daar studeerden, zij kwamen daar gewoon elke dag. Net als vele van hun generatie wilden zij revolutionair zijn. Zij waren in landelijke dorpjes opgegroeid, maar deden alsof zij al heel hun leven in de grote stad woonden. Zij hadden geen idee wat het betekende om onder zoveel mensen te verkeren, wiens gezicht en namen ze nooit zouden leren kennen. Net als vele van hun generatie namen ze een andere naam aan.

Zij had bijna drie uur gereden. Dat zij hem ophaalde was bij wijze van gunst. Zich bekommeren om buitenlanders was geen gebruikelijk onderdeel van haar werk als maatschappelijk werker. Wat Helen wist over de man die zij ophaalde, was basaal. Bij zijn geboortejaar stond geen maand of datum vermeld. Zijn geboorteplaats heette Afrika te zijn. Het enige harde feit: zijn naam, Isaac Mabira. Hij was knap. Dat had Helen niet verwacht. Het mysterieuze dat hem omringde, trok haar aan.

Twee verschillende stemmen in ‘Al onze namen’. Alternerende hoofdstukken waarin Isaac en Helen aan het woord komen. Haar hoofdstukken in het heden gaan over hun allesverterende relatie. Een relatie die in het kleinstedelijke Amerikaanse Midwesten vieze blikken oplevert. Zijn hoofdstukken gaan over zijn tijd in Oeganda, waar hij optrok met de charismatische Isaac. Terwijl zijn beste maat gaat voor de gewapende strijd onder een warlord, blijft hij toekijken vanaf de zijlijn. Wat zijn echte naam is, kom je niet te weten. Wel hoe hij aan zijn naam en nieuwe identiteit gekomen is, en wat hij achterliet.

In welke tijd het verhaal zich afspeelt, geeft Mengestu niet mee. Aan de hand van de minieme aanwijzingen die hij geeft, kan je veronderstellen dat het verhaal zich afspeelt in de jaren 60 en 70. De thematiek van politieke onrust, oorlog, vluchten uit je vaderland en racisme zijn echter tijdloos, en niet gebonden aan een context. Mengestu beperkt zich zeker niet enkel en alleen tot bovenvermelde thematiek. ‘Al onze namen’ is immers een gelaagde en zeer geslaagde roman van een talentvolle schrijver.

De twee Hotel Francforts van David Leavitt

recensie (2) (1)

Vol symboliek.

Sinds mijn pensionering bij Ford liep ik rond met het idee om een boek te schrijven. Mijn vrouw, attent als zij is, had een artikel uitgeknipt met de titel ‘Tien regels die de beginnende schrijver in acht moet nemen’. Achteloos had ik het artikel in de la gestoken, waarin ik mijn parafernalia van mijn Europees verleden bewaar. Pas nadat ik driekwart van mijn boek had geschreven, las ik het artikel. Volgens het artikel had ik elke regel overtreden. Maar de realiteit is nu eenmaal anders. In fictie laat je best geen verhaallijn onuitgewerkt. Maar wat te doen met een oorlogsverhaal? Scheurt de oorlog verhalen niet voortdurend aan flarden…

Het boek dat ik schreef, gaat over de paar weken die ik in Lissabon doorbracht in de zomer van 1940. Net als de meeste Amerikanen, die jaren in Europa hadden gewoond, zat ik in zak en as bij het vooruitzicht van een terugkeer naar de VS. Mijn toenmalige vrouw Julia zag het helemaal niet zitten om terug te keren. In Lissabon leerden we het schrijversduo Freleng kennen. Net als wij woonden zij al jaren in Europa. Zij logeerden in het Francfort Hotel. Wij in het Hotel Francfort.

Dat Pete Winters het verhaal van zijn verblijf in Lissabon pas vele jaren later verteld, kom je in het laatste deel van ‘De twee Hotel Francforts’ te weten. In dat laatste deel besef je dat de realiteit in het verhaal slechts een illusie is. In de drie voorafgaande delen krijg je namelijk het verhaal van twee huwelijken. Het verhaal van het echtpaar Freleng en het echtpaar Winters.

De Frelengs hebben sinds de geboorte van hun kind geen seks meer gehad. Omdat Iris Edward niet wil verliezen, heeft zij seks met de mannen, die Edward voor haar uitkiest. Pete was bedoeld voor Iris. Maar Edward houdt hem voor zichzelf. In tegenstelling tot Pete is hij niet aan zijn proefstuk toe. Uiteraard mag Julia niets te weten komen over de hartstochtelijke affaire tussen haar man en Edward. Zij en Pete zijn enkel naar buiten toe een ideaal koppel. Hun huwelijk is net zo leeg als de Parijse flat waarin ze woonden. In Lissabon bedrijven ze overigens de liefde met de luiken open. De open luiken is maar een van de vele symbolen die Leavitt gebruikt. Wat aanvankelijk een verhaal lijkt van bedrog blijkt uiteindelijk een schitterend uitgewerkt psychologisch portret. Het laatste deel is verrassend. Niet alleen door de bewuste verwijzing naar het medium roman, maar ook door de indirecte wending in het verhaal naar Julia en haar voorgeschiedenis. Door de soepele stijl is ‘De twee Hotel Francforts’ geschikt voor een breed lezerspubliek. Het enige wat soms stoort, is dat de research van Leavitt net iets te veel doorsijpelt.

“Ik blijf het verbijsterend vinden: het menselijk vermogen tot zelfbedrog, waaraan ikzelf even schuldig ben als ieder ander, en net zo goed wanneer er iets te verliezen valt, als wanneer er wat te winnen valt. En misschien is dat vermogen wel iets goeds, iets noodzakelijks, een talent dat we moeten ontwikkelen om te overleven – totdat het moment komt waarop het ons de das omdoet.”

Fictieve held: Tom Ripley

Vele zijn uitverkoren. Slechts een handvol staat voor een nieuw soort van literaire held. Met Ripley creëerde Patricia Highsmith het prototype van de gewetenloze maar sympathieke moordenaar. Waar hij zich ook begeeft, Ripley raakt er altijd mee weg. 

Lezers vinden hem sympathiek en innemend. Voor critici was hij een psychopaat. Daar was Highsmith (1921-1995) het niet mee eens. Volgens haar verschilde Tom Ripley niet zo veel van de rest van de mensheid. Ripley is overigens geen crimineel, hij houdt niet van moorden. Als hij moordt, is het uit puur zelfbehoud. Elke man zou in zijn geval hetzelfde doen.

Toen hij zijn literair debuut maakte in ‘The Talented Mr Ripley’ (1955) scharrelde hij aanvankelijk zijn kostje bijeen als oplichter in New York. Maar dan kwam de scheepsmagnaat Herbert Greenleaf op zijn pad. Greenleaf betaalde hem gul om zijn zoon, Dickie op te sporen. Ripley vond Dickie in Italië. Dickies luxeleventje stak hem meteen de ogen uit. Zo’n leventje wou hij ook, hier had hij altijd van gedroomd. Hij vermoordde de jonge man en nam zijn plaats in. Nadat hij Dickies erfenis in zijn eigen zak gestoken had, vluchtte hij naar Griekenland. Wat hij wou, had hij verkregen. Dat daar iemand de dupe van werd, was niet zijn schuld.

Vanaf het tweede boek in de vijfdelige serie is Ripley getrouwd. Hij adoreert zijn vrouw en woont met haar op een landgoed in Frankrijk. Zijn Franse schoonfamilie is niet geïnteresseerd in hoe hij aan zijn geld kwam. Uiteraard komt Ripley dit goed uit. Hij verdient nu zijn kost met het vervalsen van kunst. Verder houdt hij zich bezig met tuinieren en het bespelen van de klavecimbel. Telkens wanneer hij het risico loopt om ontmaskerd te worden, komt hij in actie. Hoeveel doden hij uiteindelijk maakt, weet hij niet. Het interesseert hem niet. Van nare dromen of een slecht geweten heeft hij geen last. Hij is immers de anti-held, die willens en wetens de moraal schendt.

Naast Matt Damon werd Tom Ripley ook gespeeld door John Malkovich, Dennis Hopper en Alain Delon.

Bron trailer: YouTube
Voor mijn blog gebruikte ik verschillende internetbronnen, waaronder Wikipedia.