Het rapport van de gendarme van Georges Simenon

Familiedrama.

“Boerderij Le Gros-Noyer, in Sainte-Odile, via Fontenay-le-Comte. De weg naar La Rochelle nemen en vijf kilometer voorbij Fontenay afslaan naar Maillezais.”

Het papiertje met de aanwijzingen lag bij de tafelpoot. Het was net daarvoor uit één van de zakken van de kleding van de onbekende man gevallen. De gendarme merkte nog net op tijd op dat Joséphine Roy het papiertje had opgeraapt. Étienne was er zeker van dat zijn vrouw het had willen verdonkeremanen. 

Het was een zaterdag, zoals elke zaterdag geweest. De oude Roy was bij de dieren. Étienne was naar Fontenay-le-Comte. De vrouwen hadden gewerkt op de zolder. Het was daar, door het ronde raam, dat Lucile om half vijf iemand zag liggen bij de dikke, omgevallen notenboom. Later nadat de bestelwagen van Ligier, de poelier van Sainte-Odile was langsgereden, zag Lucile dat de onbekende meer naar rechts lag van waar ze hem eerst had gezien.

Nu ligt de man in een bed op de bovenverdieping. De gendarme probeert te achterhalen wie de man is, en waarom hij op weg was naar de boerderij. 

Merkwaardig: de blikken zoeken elkaar, ontvluchten elkaar, glijden weg, blijven aan iets willekeurigs hangen, zoeken elkaar opnieuw en ontsnappen zodra ze elkaar hebben gevonden. 

Als lezer merk je al snel dat er onderhuidse spanningen zijn tussen de gezinsleden. Hoewel niemand van het gezin ook maar iets te maken heeft met het ongeluk, is er duidelijk iets gaande. Maar wat? Nadat je iets meer te weten komt over de rare vader, de onstuimige dochter en de rokkenjagende oude Roy, focust het verhaal zich meer en meer op de sterkhouder van het gezin, de moeder.

‘Het rapport van de gendarme’ begint als een misdaadverhaal. Maar verschuift meer en meer naar een psychologisch drama, waarin vermoedens de uitkomst bepalen. Een familiedrama is onvermijdelijk. Weer een pareltje van Simenon, dat vorig jaar voor het eerst in het Nederlands werd vertaald door Reintje Groos en Jan Pieter van der Sterre.

Oorspronkelijke titel: Le rapport du gendarme.
Jaar van publicatie: 1944.

De weigeraar van Ian McGuire

De zich steeds herhalende geschiedenis.

Manchester, 1867. De avond voor de ophanging is het rustig. Hoofdagent James O’Connor verwacht geen ongeregeldheden. Represailles voorziet hij pas over een maand of twee. 

Een dag later verneemt hij via een informant dat er een Ierse oorlogsveteraan van de Amerikaanse Burgeroorlog op weg is naar Manchester. Die oorlogsveteraan zal voor flinke opschudding zorgen. Geweld is niet uitgesloten. Want alle middelen zijn goed voor de Fenians om de Engelse heerschappij over Ierland te beëindigen. 

Hoewel hij zelf een Ier is, is het O’Connors opdracht om de aanslagen van de Fenians te verijdelen, zo nodig met geweld. 

“Tommy Flanagan is zo goed als onherkenbaar. Het grootste deel van zijn gezicht is weggeschoten en wat ervan over is, is verwrongen, vervormd en ziet zwart van het bloed, als een stuk vlees dat te lang in de oven heeft gelegen.”

Dat geweld weet McGuire trefzeker neer te zetten, zonder ooit in gore details te vervallen. Of te mikken op sensatie. Door de stedelijke setting, het gekweld hoofdpersonage en de melancholische toon heeft ‘De weigeraar’ veel van een film noir. De laatste hoofdstukken, waarin O’Connor de oorlogsveteraan Doyle volgt naar de VS voelen anders aan: de Engelse industriesteden met hun overbevolkte straten worden dan vervangen door weidse Amerikaanse landschappen en afgelegen boerderijen en huizen. Deze lezer voelde zich in die laatste hoofdstukken dan ook enigszins ontheemd.

Een confrontatie tussen O’Connor en Doyle is uiteraard onvermijdelijk: het is een wetmatigheid dat de held het opneemt tegen de schurk. Maar het loopt niet zoals je zou verwachten. Clichés zijn duidelijk niet aan de auteur besteed. De mannen krijgen overigens een interessant achtergrondverhaal mee. Bij O’Connor vraag je zelfs af, hoe het komt dat hij niet aan de kant van het Broederschap staat. Hij heeft meer redenen om de Engelsen te haten dan Doyle.

Het verhaal leent zich voor een feuilleton. Want ofwel eindigt een hoofdstuk met een cliffhanger, of begint het met een nieuw gegeven. McGuire weet er goed de vaart in te houden. Naast een flair voor timing en opbouw heeft hij een goed oog voor een accurate historische achtergrond. Het Broederschap, het latere IRA, was toen inderdaad actief in Engeland. De oprichters en geldschieters zaten in de VS, en zij ronselden vooral onder de Ierse oorlogsveteranen van de Amerikaanse Burgeroorlog. 

Spannende historische fictie heeft vooral een meerwaarde als de auteur je doet beseffen dat er niets veranderd is. Dat we alleen maar rond en rond weten te draaien. Dat er altijd een gewelddaad komt, die nog vreselijker is, en ergens toch ook weer precies dezelfde. 

“Alles is anders, denkt hij, en alles is hetzelfde. Tijd verandert in herinnering, en herinnering verandert in de poel waarin we verdrinken.”  

Oorspronkelijke titel: The Abstainer.
Jaar van publicatie: 2020.

In het beloofde land van Sebastian Barry

Bewerkt op 11 februari 2021.

De biecht van Lilly Dunne.

“Bill is dood. Welk geluid maakt een negentachtigjarig hart dat breekt?”

Binnenkort zal Lilly Dunne een einde maken aan haar leven. Want ze kan niet leven zonder haar kleinzoon. Ze kan zoiets vreselijk niet doen zonder uitleg. Dus gaat ze een poging doen om haar wanhoop te verklaren en haar verhaal op papier zetten. 

Haar verhaal is een aaneenrijging van herinneringen. En het verhaal van de mannen in haar leven, die ze op een of andere manier verloor: haar broer, haar eerste lief, haar man, haar zoon, haar beste vriend en Bill. De rode draad doorheen haar verhaal is oorlog, angst, schuldgevoel en liefde. 

“Ik sta stil bij de dingen waarvan ik hou, ook al is in alles een beetje tragedie gestikt als je de draad maar lang genoeg volgt.”

Tragedie en miserie was er genoeg in Lilly’s leven. Lilly’s familie stond in Ierland aan de verkeerde kant van de geschiedenis, waardoor Lilly en haar verloofde moesten vluchten naar de VS. Nadat haar verloofde voor haar ogen werd doodgeschoten en zij wist te ontkomen, is ze altijd op haar hoede geweest.

Dan was er nog Joe Kinderman, haar echtgenoot. Lilly was zwanger van Ed toen hij verdween. Net als haar broer trok Ed het uniform aan van de soldaat. Hij overleefde de Vietnamoorlog, maar was niet meer dezelfde. Ook Bill was veranderd toen hij terugkwam van de Golfoorlog.

Naast de miserie en de tragedie zijn er ook de warme herinneringen aan Ierland en haar familie.

” Maar Maud, Annie, Willie en mijn vader zijn hoe dan ook nooit uit mijn gedachten verdwenen. Er gaat geen dag voorbij of we drinken samen wel een vreemd kopje thee, in een eigenaardig salon in mijn achterhoofd.”

Hoewel het verhaal 70 jaar bestrijkt, weet Barry dit samen te ballen in nog geen 300 pagina’s, en geeft hij je tegelijkertijd de geschiedenis van de twintigste eeuw. De beperktheid van het vertellersperspectief zorgt voor gelaagdheid en eigen invulling. 

Zo laat Barry in het midden of Lilly daadwerkelijk een einde maakt aan haar leven. Op het einde zoomt hij discreet uit. Wie weet, had het opschrijven van haar herinneringen een therapeutische werking.

Initieel lijken er overeenkomsten te zijn met ‘Het geheime schrift’, waarin de honderdjarige Roseanne McNulty terugkijkt op haar bewogen leven. Maar Lilly Dunne heeft een andere stem en persoonlijkheid. Haar drama lijkt nietig en iel, net als het geluid dat haar hart maakt als het breekt. 

Oorspronkelijke titel: On Canaan’s Side.
Jaar van publicatie: 2011.