De non van Denis Diderot

‘De non’ zag het levenslicht dankzij een grap. Diderot en zijn vrienden misten de graag geziene markies de Croismore in de Parijse salons. Net voordat de markies de hoofdstad verliet, had hij zich ingezet voor de geruchtmakende zaak van Marguerite Delamare. Delamare was een non, die haar geloften aanvocht. Haar roeping was gedwongen geweest.

Wat Diderot en Co nodig hadden, was een nieuwe non. Die non kwam er in de persoon van de fictieve Suzanne Simonin. De markies trok zich inderdaad het lot van de jonge vrouw aan. Maar in plaats van spoorslags naar Parijs te komen, bood hij Suzanne aan om naar zijn landgoed te komen. Dat laatste was een dikke streep door de rekening van Diderot en zijn kornuiten. Ze moesten iets bedenken waardoor Suzanne niet kon reizen. Dus werd zij ziek. Uiteindelijk kreeg de markies een brief, waarin hem het schielijk overlijden van Suzanne werd medegedeeld. Bijgevoegd kon de markies haar memoires lezen. Diderot was zo opgegaan in zijn briefwisseling met de markies de Croismore, dat hij intussen een roman had geschreven over zijn non.

Beter gezegd, hij schreef een bijna-volwaardige roman, want het einde van ‘De non’ is abrupt en gehaast. De schrijver-filosof was altijd met tien dingen tegelijkertijd bezig, zodat ‘De non’ op een gegeven moment in een lade verdween. Een publicatie was niet aan de orde. Na een verblijf van drie maanden in de gevangenis van Vincennes had Diderot schriftelijk beloofd zijn mening over religie voor zich te houden. Volgens de autoriteiten waren Diderots ideeën over religie gevaarlijk, en was de man een ketter.

Heeft Christus zelf monniken en nonnen ingesteld? Kan de Kerk echt niet zonder kloosterordes? Wat voor behoefte heeft de hemelse bruidegom aan zoveel dwaze maagden en de mensheid aan zoveel slachtoffers? Zal men dan nooit de noodzaak voelen om de toegang te versmallen tot die poelen van ellende waar toekomstige generaties in verloren gaan? Wat betekenen al die plichtmatige gebeden die men daar prevelt vergeleken met een oprecht gegeven aalmoes? Hoe kan God, die de mens heeft geschapen als een sociaal wezen, het goedkeuren dat hij zich opsluit?

‘De non’ is geen anti-religieus, maar een anti-klerikaal boek. Ook is het een sociale aanklacht tegen het toenmalig gebruik om onwettige kinderen op te sluiten in een klooster. Suzannes moeder hoopt haar fout goed te maken door de vrucht van haar ontrouw non te laten worden. Maar de diepgelovige Suzanne wil helemaal geen non worden. Omdat het geen vrije maar een gedwongen keuze is, kan zij nooit een goede non zijn. In haar eerste klooster wordt zij zwaar gepest en vernederd. In het tweede klooster vat moeder-overste een lichamelijke passie voor haar op. En als Suzanne, dankzij de hulp van een priester, weet te ontsnappen uit haar derde klooster, krijgt zij wederom te maken met seksuele intimidatie.

Voor een 18e-eeuws boek leest ‘De non’ bijzonder vlot. Het korte leven van Suzanne Simonin flitst zo aan je voorbij. Het is duidelijk dat ‘De non’ ontstond terwijl Diderot schreef. Het verhaal leent zich tot buitensporige dramatiek, maar ‘De non’ houdt een goede balans tussen emotie en rede. Daarnaast is ‘De non’ ook een laagdrempelige en interessante manier om kennis te maken met de ideeën van Diderot en de Verlichting.

Conclaaf van Robert Harris

Van sede vacante tot habemus papam. 

Sede vacante. De Heilige Vader is overleden. Als deken van het college van kardinalen is Jacopi Lomeli verantwoordelijk voor de organisatie van het conclaaf. Hij had nooit kunnen denken dat hij ooit een conclaaf zou organiseren. Hoewel hij een paar jaar geleden genezen was verklaard van prostaatkanker, geloofde kardinaal Lomeli dat hij voor de paus zou sterven. Hij had geprobeerd om af te treden, maar daar wou de paus niet van weten.

Drie weken later is het zo ver: 118 kardinalen laten zich opsluiten voor de duur van het conclaaf. Kranten, laptops en mobiele telefoons zijn verboden, want de kardinalen mogen geen contact hebben met de buitenwereld. Vaticaankenners voorspellen een lang conclaaf vol verdeeldheid.

the-vatican-city-2548624_1920
Vaticaanstad ©Jari-Pekka Peltoniemi via Pixabay

Niemand wil paus worden. Toch willen de meeste prinsen van de kerk doorstoten naar het hoogste ambt. Lobbyen is geen onbekend gegeven bij deze vrome mannen. Ook kardinaal Lomeli is ambitieus. Lomeli wil alles in goede banen leiden en de kerk van schandalen vrijwaren. Sommige van zijn mede-kardinalen maken het hem niet makkelijk. Kardinaal Lomeli moet diep gaan, toch weet hij het conclaaf en het verhaal te sturen. Het verhaal is lineair. Het begint met de dood van de paus en eindigt met de verkiezing van een nieuwe.

‘Conclaaf’ is een literaire thriller volgens het boekje: de spanning stijgt evenredig met de ontwikkelingen, die steevast leiden tot nieuwe wendingen. Zelfs de verschillende stemrondes zijn buitengewoon spannend. Je neemt de van verre bijgehaalde zoektocht naar compromitterende documenten er gezwind bij, want tijd om daar bij stil te staan, heb je niet. Nadat het stof van de machinaties is gaan liggen, laat Harris de buitenwereld het conclaaf ruw verstoren. Die ruwe verstoring zorgt voor een onverwachte apotheose en eensgezinde kardinalen. Habemus papam, op het moment wanneer die het meeste nodig is.

 

De vrouw in het zwart van Susan Hill

Klassiek spookverhaal.

In de vijf jaar dat ik werkte bij Bentley, Haigh, Sweetman en Bentley had ik één ding geleerd: het merendeel van de oudere cliënten was raar. Dat mevrouw Alice Drablow raar was, kwam door de afgelegen plek waar ze woonde. Het klonk als iets uit een roman: een eenzame weduwe, een groot afgelegen moeilijk te bereiken huis en een dorpje in een uithoek van Engeland. Ik voelde opwinding en nieuwsgierigheid.

Er was uiteraard ook professionele belangstelling. Uit naam van onze firma ging ik vooreerst de begrafenis van die arme mevrouw Drablow bijwonen. Dan moest ik haar papieren uitzoeken in Eel Marsh House en meenemen naar Londen. Het uitzoeken van de papieren ging een werk zijn van dagen.

Op de begrafenis zag ik haar voor het eerst. Ik hoorde het ruisen van haar jurk wanneer ze binnenkwam in de kerk. Ze was helemaal in het zwart gekleed. Een korte blik was genoeg om te zien hoe strak haar huid over haar botten lag. Ik zou de vrouw in het zwart nog zien. Dat wraakzuchtig wezen en mijn ervaringen in Eel Marsh House zijn de laatste jaren gelukkig verworden tot een vage herinnering. Tot mijn familieleden me vroegen om een spookverhaal te vertellen…

“Al die tijd had ik zitten luisteren naar hun gruwelijke, lugubere verzinsels, naar hun gejammer en gekreun, had ik maar één ding kunnen denken en het enige wat ik had kunnen zeggen was: Nee, nee, jullie hebben geen van allen enig idee. Dit is allemaal onzin en fantasie, zo is het helemaal niet. Het is helemaal niet zo bloedstollend en huiveringwekkend en grof, niet zo…zo lachwekkend. De waarheid is heel anders en veel verschrikkelijker.” 

Sinds 1983 heeft ‘De vrouw in het zwart’ gezwind zijn weg gevonden naar de populaire cultuur. Het boek is verfilmd voor zowel het grote als het kleine scherm, en de toneelbewerking speelt al sinds 1989 onafgebroken in Londen. ‘De vrouw in het zwart’ is een klassiek sfeervol spookverhaal. Oftewel een spannend verhaal waarin Hill het maximale haalt uit de locatie, en het gevoel en effect dat die locatie heeft op Arthur Kipps. Na zijn ervaringen kan je als lezer maar tot één conclusie komen: het spookt in Eel Marsh House. Het einde is verrassend. En toch weer niet, want Hill knoopt moeiteloos aan bij oude legendes, waarin de waarneming van spookachtige wezens vroeg of laat leidt tot een tragedie. ‘De vrouw in het zwart’ kan je gerust lezen voor het slapengaan. Je gaat er enkel kleine oogjes aan overhouden.