De geesten van Hill House van Shirley Jackson

Wat er leefde, leefde er alleen.

de geesten van hill house
The Haunting of Hill House (1959)

Heel zijn leven was doctor John Montague op zoek naar een spookhuis. Tot hij hoorde over Hill House. Aanvankelijk was hij sceptisch, vervolgens hoopvol en dan niet meer te stuiten. Alleen wou hij zijn intrek niet nemen in Hill House, hij had assistenten nodig. Dus ging hij op zoek naar mensen, die ooit bij abnormale gebeurtenissen betrokken waren. Twaalf schreef hij aan, vier reageerden. Uiteindelijk bleven er twee vrouwen over: Theodora en Eleanor Vance. Naast de vrouwen is er Luke Sanderson. Hij is de neef van de eigenaresse van Hill House en de doctors derde assistent. Tijdens hun verblijf in Hill House krijgt het huis langzaam grip op de doctor en zijn assistenten.

Wie een verhaal verwacht in de trant van ‘De vrouw in het zwart’ komt bedrogen uit. Jackson hoefde er geen spook bij te halen om haar horrorverhaal te vertellen. Toch gebeuren er rare dingen in ‘De geesten van Hill House’, zoals een onverklaarbare kou en gebons tegen muren en deuren. Volgens de schrijfster is het huis gestoord. Volgens mevrouw Montague, die halverwege het verhaal opduikt, heeft het huis geesten. Toch is Eleanor gelukkig in Hill House. Het huis is goed voor haar.

Er valt behoorlijk wat te vertellen over Eleanor Vance en het lot dat Jackson voor haar in petto had. Stephen King analyseerde het verhaal in ‘Danse Macabre’, een non-fictieboek waarin hij het heeft over de verhalen die hem beïnvloed hebben. King is maar een van de vele met een eigen analyse van Jacksons horrorverhaal. Je kan Kings analyse lezen in het nawoord van Bertram Koeleman.

Ik lees in ‘De geesten van Hill House’ vooral een mislukte poging tot emancipatie van een jonge getraumatiseerde vrouw, die zich probeert los te maken van haar leven voor Hill House. Haar verhaal wordt subliem verteld. De zinnen in ‘De geesten van Hill House’ weten alle emoties te bespelen. Inhoudelijk zijn er parallellen tussen Eleanors leven, wat er gebeurt in Hill House en wat er speelde tussen de oorspronkelijke bewoners van het gestoorde huis. Evengoed zijn er veel tegenstrijdigheden. Het verhaal eindigt zoals het begon: met de beschrijving van Hill House.

“Hill House zelf stond eenzaam tegen de heuvels, en hield het duister in zich opgesloten. Het stond er al tachtig jaar en zou er nog tachtig jaar kunnen blijven staan. De muren binnen waren nog kaarsrecht, de stenen sloten netjes op elkaar aan, de vloeren waren solide en de deuren hingen strak in hun posten: de stilte drukte gestaag tegen het hout en de stenen van Hill House en wat er leefde, leefde er alleen.”

Hart der duisternis van Joseph Conrad

Over de duistere kant van de mens.

In opdracht van de Belgische handelsmaatschappij moest Marlow op zoek naar meneer Kurtz. Kurtz was hun succesvolste ivoorhandelaar. De maatschappij had echter al lang niets meer van hem gehoord. De tocht per stoomboot naar Kurtz naar het donkere hart van Congo-Vrijstaat was een ware nachtmerrie. Toen Marlow Kurtz vond, lag die op sterven. Wat een monster was die Kurtz! Afgrijselijk.

“Maar we kunnen niet om het feit heen dat meneer Kurtz de Maatschappij meer kwaad dan goed had gedaan. Hij heeft niet begrepen dat de tijd voor hard optreden nog niet daar was.”

Conrad baseerde zijn novelle ‘Hart der duisternis’ losjes op zijn reis naar Congo-Vrijstaat in 1890. Een reis die Conrad, net als Marlow, bijna fataal was geworden. In Congo-Vrijstaat hoorde Conrad verhalen over wreedheden en was hij zelf getuige van barbaarse praktijken. ‘Hart der duisternis’ is echter niet alleen een tijdsdocument over de wantoestanden in het toenmalig privé-bezit van Koning Leopold II, maar ook een parabel over de duistere kant van de mens.

‘Hart der duisternis’ is controversieel. De Nigeriaanse schrijver Achebe noemde het racistisch. De zwarte inboorlingen worden immers stereotiep neergezet en ze staan symbool voor de mens zonder beschaving. Kurtz’ barbarij komt door de barbaarse en duistere omgeving waarin hij zich bevindt. Toch is ras allesbehalve zwart-wit in ‘Hart der duisternis’. Hoewel Conrad een authentiek portret gaf over hoe in zijn tijd naar ras werd gekeken, was hij kritisch. Hij stelde zich vragen bij de ideeën over ras en imperialisme. Hiermee was Conrad zijn tijd ver vooruit.

Op de vraag waarom hij een racistisch werk als ‘Hart der duisternis’ las, antwoordde de jonge Obama: “Het leert me iets over witte mensen. Het gaat niet over Afrika en over Afrikanen, maar over de man die het schreef. Het gaat over een manier van kijken naar de wereld.” Conrads witte mens huivert immers bij de menselijkheid van de zwarte, bij de gedachte aan verwantschap. Het is ook een horrorverhaal. De voortvarende Kurtz moet uiteindelijk de duimen leggen voor de onzichtbare wildernis.

hart der duisternis
Heart of Darkness (1902)

Voor een novelle is ‘Hart der duisternis’ bijzonder complex. Er is trouwens geen enkel werk in de literatuur dat zo geanalyseerd is dan ‘Hart der duisternis’! Het afgelopen jaar las ik het 2 keer in 2 verschillende vertalingen, en het is alsof ik 2 verschillende boeken heb gelezen. Bij het eerste boek was ik verliefd op het taalgebruik. Dat vond ik minder terug in de tweede vertaling van Bas Heijne. Toch geef ik de voorkeur aan die laatste. Het bracht de ideeën en het cynisme van Conrad beter naar voren.

 

De ongewone lezer van Alan Bennett

De koningin leest.

de ongewone lezer
The Uncommon Reader (2008)

Ze was haar hondjes gevolgd. Die waren aan het keffen naar iets wat zich op een van de binnenplaatsen bevond. Het was een bibliobus. Hij stond naast de vuilbakken voor een van de keukendeuren. Het was een gedeelte van het paleis waar de koningin zelden kwam. Omdat ze haar hondjes amper wist te kalmeren, ging ze het trapje van de bus op om zich te verontschuldigen. Nu zij in de bibliobus was, diende zij een boek te lenen. Maar wat diende ze te lenen? Ze had nooit belangstelling voor lezen gehad. Dan zag ze een boek van Dame Ivy Compton-Burnett. De naam was haar bekend want zij had de schrijfster in de adelstand verheven.

De week daarop ging de koningin terug naar de bibliobus. Ondanks het geploeter had ze het boek uitgelezen. Zo was ze immers opgevoed. Het tweede boek dat ze meenam beviel haar beter. Het beviel haar zo goed dat ze zelfs een licht griepje voorwendde zodat ze kon blijven lezen. De koningin ontdekte al snel dat het ene boek naar het andere leidde. Gezien haar leeftijd – zij was toen al 70- had ze veel tijd in te halen. De dagen waren sowieso te kort voor Elizabeth II van Engeland om al de boeken te lezen die ze wou lezen. Ook was er spijt om de vele momenten die ze onbenut had gelaten. Ze had immers al veel schrijvers ontmoet.

“Nu troffen ze haar dikwijls aan in vreemde, weinig gefrequenteerde uithoeken van haar diverse paleizen, met de bril op het puntje van haar neus en een notitieboekje en schrijfgerei naast zich.” 

De leeswoede van de koningin blijft niet zonder gevolg. Haar taken voert ze nog steeds plichtsgetrouw uit, maar ze beperkt zich tot het strikt noodzakelijke, want er ligt immers een boek op haar te wachten. Uiteindelijk krijgt haar secretaris Sir Kevin de opdracht om haar te laten stoppen met lezen, want de lezende koningin zorgt voor gênante en pijnlijke situaties. Meer nog, het is ronduit subversief.

Subversiviteit is niet iets wat je associeert met de Engelse koningin en het instituut dat ze vertegenwoordigt. ‘De ongewone lezer’ is een dolkomische politieke satire, die een interessant inkijkje geeft in de verhoudingen tussen de koningin en haar hofhouding. De koningin wordt door Bennett subliem en menselijk neergezet. Bovendien is de leeswoede van de koningin heel herkenbaar voor de veellezers onder ons. ‘De ongewone lezer’ is ook een ode aan het lezen. Alleen zal jouw en mijn leeswoede nooit zo’n verstrekkende gevolgen hebben voor een natie, als die van Elizabeth II.