Reizen met Charley van John Steinbeck

Een zoektocht naar een schrijver en zijn land.

Had hij nog voeling met het land waarover hij schreef? Sommige vrienden meenden van niet. Bovendien was hem verteld dat hij niet lang meer te leven had. Zijn hart was er slecht aan toe. Als hij nog een roadtrip door de VS wou maken, moest hij het nu doen. In 1935 had hij ooit rondgereisd in een oude bakkerswagen. Hij stopte waar mensen bijeenkwamen, luisterde, keek en voelde en vormde zich zo een beeld van zijn land. In de tussenliggende 25 jaar was er veel veranderd. Anno 1960 koos hij voor een camper en liet die speciaal voor die reis maken. Hij doopte zijn camper naar het paard van Don Quichote, Rocinante. In laatste instantie besloot hij om zijn hond, Charley mee te nemen. Het verhaal van zijn reis doorheen 34 staten kreeg de naam ‘Travels with Charley’, analoog aan Stevensons reisverhaal in de Cevennen, ‘Travels with a Donkey’. Een paar maanden na de goede ontvangst van ‘Reizen met Charley’ kreeg Steinbeck de Nobelprijs voor de literatuur. Dit voor zijn scherpe sociale waarneming.

In tegenstelling tot wat Steinbeck ons wou doen laten geloven, kampeerde hij niet wild maar verbleef hij in hotels en bij vrienden en familieleden. Naast Charley had hij tijdens een groot deel van zijn reis het gezelschap van zijn echtgenote Elaine. Want Charley kon hem onmogelijk naar een dokter brengen als zijn hart het zou begeven. Oude heer Charles le Chien, zoals Charley officieel heette, had prostaatproblemen. Elaine Steinbeck zorgde dus voor twee zieke heren.

Het reisverhaal dat Steinbeck in ‘Reizen met Charley’ vertelt, is grotendeels een werk van fictie. Realistisch is volgens kenners zijn interpretatie over wat hij onderweg hoorde, zag en voelde met betrekking tot de ziel van de VS en de Amerikanen. Deze klassieker heeft dan ook terecht ‘een zoektocht naar Amerika’ als ondertitel. In dit boek voorzag Steinbeck dat we ooit de rekening zouden gepresenteerd krijgen van ons slordig omgaan met de natuur. Schrijnend is het racisme, waar de schrijver geen woorden voor had, maar die juist door dat gebrek aan woorden hard binnenkomt.  

‘Reizen met Charley’ was voor mij ook een humoristische inkijk in het leven en het denken van een groot schrijver. Een man, die wist, dat hij geen jaren meer te leven had. Die er rekening mee hield dat hij zijn roadtrip door de VS nooit zou kunnen navertellen. Maar die die wetenschap wijselijk voor zichzelf hield. En die ons waarschijnlijk deed geloven dat hij zich zorgen maakte over zijn creatieve bron: de gewone Amerikaan en zijn omgeving. 

Oorspronkelijke titel: Travels with Charley.
Jaar van publicatie: 1962

“Ik stuurde Rocinante naar een kleine picknickplaats die werd onderhouden door de staat Connecticut en haalde mijn wegenatlas tevoorschijn. En plotseling werden de Verenigde Staten ongelooflijk groot en onmogelijk te doorkruisen. Ik vroeg me af hoe ik me in godsnaam in een project had kunnen storten dat onuitvoerbaar was. Het was alsof je aan een roman begon. Als ik voor de ellendige onmogelijkheid sta om vijfhonderd pagina’s te schrijven, word ik overvallen door een misselijkmakend gevoel van mislukking, en weet ik dat ik het nooit voor elkaar zal krijgen. Dat gebeurt elke keer weer. Dan schrijf ik langzaamaan één pagina en daarna nog een. Ik kan me niet veroorloven om verder na te denken dan één dag werk, en ik sluit de mogelijkheid uit dat ik het ooit afkrijg. Zo was het ook toen ik naar de felgekleurde voorstelling van het monster Amerika keek. “

Tussen de raderen van Hermann Hesse

Een pleidooi voor de kunst, de natuur en fysiek werk.

Er zijn veel mensen bij de begrafenis. Kennissen van de overledene en zijn vader, maar ook nieuwsgierigen. Hans Giebenrath was immers een lokale beroemdheid. Een jongen met een goed stel hersens, waar veel van verwacht werd. Het beruchte staatsexamen in Stuttgart, het toegangsticket tot het seminarie, was voor hem een makkie. De verwachte prestaties bleven echter uit. Het was een gebroken Hans, die terugkwam van het seminarie. De laatste tijd ging het beter met hem. Hoe hij in het water was geraakt, wist niemand.

“En tegelijkertijd dreef de zozeer bedreigde Hans reeds koel en stil en langzaam in de donkere rivier stroomafwaarts. Walging, schaamte en verdriet waren van hem afgenomen, de koude, blauwachtige herfstnacht keek neer op zijn tengere lichaam dat daar donker wegdreef, met zijn handen en haren en bleke lippen speelde het zwarte water. “

Samen met Stefan Zweig en Thomas Mann is Hermann Hesse een van de belangrijkste Duitstalige schrijvers van de twintigste eeuw. Voor een heel generatie jongeren was hij een goeroe. Hesses werk zet namelijk aan tot nadenken.

‘Tussen de raderen’ is een autobiografisch werk, waarin Hesse een antwoord zocht op zijn falen op het seminarie van Maulbronn. Deze vertelling kan in de eerste plaats gelezen worden als een aanklacht tegen een onderwijssysteem waarin ouders en docenten hun kinderen onnodig onder druk zetten. Boude uitspraken als ‘wat ben je met de kennis van het Hebreeuws als de schoonheid van je omgeving je ontgaat’ en ‘leerkrachten hebben liever ezels dan genieën in hun klas’ zijn zeker niet achterhaald. Bovendien stopt presteren niet in onze vormende jaren. We leven immers in een prestatiegerichte maatschappij. Eigenlijk is ‘Tussen de raderen’ een pleidooi voor de kunst, de natuur en fysiek werk. Dingen, die Hesses geest versterkte. Want een gezonde geest kan enkel overleven in een gezond lichaam. In die zin nodigt ‘Tussen de raderen’ uit om op zoek te gaan naar jezelf.

Oorspronkelijke titel: Unterm Rad.
Jaar van publicatie: 1906.

Anna van Dezső Kosztolányi

Sociale schets van het twintigste-eeuwse Hongarije.

1919, Boedapest. Angéla Vizy heeft al veel dienstmeisjes gehad. Maar Anna Édes is een verademing. Dankzij de ijverige en plichtbewuste Anna is haar huis een pareltje van netheid. Anna is nu al 9 maanden in dienst. Zo lang heeft Angéla Vizy nog nooit een dienstmeisje gehad. Zij had altijd wel iets aan te merken op haar dienstmeisjes: ze waren lui, ze stalen, ze waren manziek. Maar Anna is anders. Iedereen in de wijk kent Anna. Want Angéla zingt haar lof. Tot die fatale avond…

Die fatale avond zie je niet aankomen. En over Anna’s beweegredenen kom je ook niets te weten. Hoewel de roman haar naam draagt, blijft ze een schim. De dienstbodes bij de Hongaarse notabelen en de burgerij doen alles, maar ze krijgen er zelden of nooit erkenning voor. Want mevrouw Vizy mag dan wel opscheppen over Anna. Je kan er zeker van zijn, dat zij net als iedereen van haar klasse, dienstpersoneel ziet als een ander slag van mensen: ze zijn anders en ze denken anders.

Aanvankelijk lijkt ‘Anna’ gedateerd. Maar van het moment dat de auteur de notabelen laat spreken over hun dienstpersoneel, valt je mond open van verbazing. En blijkt ‘Anna’ toch niet zo gedateerd te zijn. Kosztolányis kritiek op de Hongaarse notabelen is mild. Net als zijn kritiek op de werkende klasse, die tot uiting komt in de figuur van Fiscor. De personages zijn mooi uitgewerkt in deze sociale schets van de Hongaarse samenleving aan het begin van de twintigste eeuw.

Ronduit schitterend is de stijl waarin ‘Anna’ is geschreven. De Hongaarse auteur was en is vooral gekend als stilist. Dezső Kosztolányi (1885-1936) is een van de belangrijkste auteurs uit de Hongaarse literatuur van de twintigste eeuw. Ik ontdekte dit boek en zijn auteur dankzij het blog ‘Met de neus in de boeken’ van Tea van Lierop. Net als Tea wil ik graag meer lezen van deze auteur.

Oorspronkelijke titel: Édes Anna.
Jaar van publicatie: 1926