Het geheime wapen van Sam Eastland

het geheime wapen
The Red Coffin (2011)

De onwrikbare Pekkala.

Een Duitse agent probeerde blauwdrukken te kopen van de Russische T-34. De T-34 is een immens grote tank met als bijnaam de Rode Doodskist. Omdat Nazi-Duitsland dreigt met oorlog, zullen de Russen hun supertank spoedig moeten inzetten. De ontwerper van de tank, kolonel Nagorski, staat onder druk om de tank zo snel mogelijk af te werken.

Naar eigen zeggen heeft kolonel Nagorski niets verklapt of verkocht aan de Duitsers. Kameraad Stalin is daar niet zo zeker van. Volgens hem is kameraad Nagorski verantwoordelijk voor het veiligheidslek, en zit de Witte Gilde achter de verkoop van de blauwdrukken. De Witte Gilde is een geheime organisatie die Stalin ten val wil brengen.

Stalin zet zijn meest betrouwbare inspecteur, Pekkala op de zaak. Pekkala werkt al 7 jaar voor Stalin, maar als voormalig oog van de tsaar heeft hij er nog altijd moeite mee om te werken voor de man die ooit zijn vijand was. Samen met zijn assistent, majoor Kirov, gaat Pekkala naar de zwaar bewaakte basis van de T-34. Daar aangekomen vinden ze Nagorski dood onder een van zijn prototypes. De kolonel is vermoord.

De oplossing van de moord is ondergeschikt aan het historisch kader, maar is niettemin spannend. Net als in ‘Het oog van de rode tsaar’ laveert het verhaal tussen heden en verleden. Zowel in het heden als in het verleden zijn er gelijkaardige situaties, manipulaties en uitwassen van grenzeloze macht en terreur. Gelukkig heeft Pekkala net als onder de tsaar een speciaal statuut, en kan hij vasthouden aan zijn onwrikbare principes en gedragscodes. Zoals dat gaat in een tweede boek van een reeks zijn de belangrijkste personages beter uitgewerkt.

Ook ‘Het geheime wapen’ is pretentieloze fictie waar je iets mee leert.

 

De meester van Colm Tóibín

Een roman over Henry James.

“Hij voelde zich als een generaal
die was teruggekeerd van het slagveld,
met de geur van nederlaag om zich heen,
en wiens aanwezigheid in de warme,
fleurige vertrekken van Londen misplaatst
en ongepast zou lijken.”

Londen, januari 1895. Het applaus van zijn vrienden kon het boegeroep van het publiek niet overstemmen. De première van zijn eerste toneelstuk was een fiasco. Het deed hem beseffen dat niets van zijn hand ooit populair zal worden. Hoewel hij niet actief streefde naar succes, wou hij dat zijn boeken verkochten. Hij verlangde naar een eigen huis met een mooie tuin. Na zijn publiekelijke afgang voelde hij er weinig voor om zich in het Londense societyleven te begeven. Dus trok hij zich terug achter zijn schrijftafel.

Met ‘De meester’ schreef Colm Tóibín een roman over de schrijver Henry James. Een schrijver voor wie het leven ondergeschikt was aan de kunst. De roman begint met het  fiasco rond James’ toneelstuk ‘Guy Domville’, een keerpunt in zijn carrière. Gelukkig voor James waren de jaren, die hij verspild had aan schrijven voor het theater niet verloren. Wat hij had geleerd en gemaakt verwerkte hij in zijn romans. Zo verkreeg hij uiteindelijk bekendheid en een eigen huis met tuin in Zuid-Engeland. ‘De meester’ gaat niet over James’ schrijverscarrière, hoewel die zeker aan bod komt, maar eerder over hoe hij altijd voor zijn carrière koos en het leven verzaakte.

Portrait of Henry James 1913
Henry James werd door latere generaties Engelstalige schrijvers de meester genoemd. ©John Singer Sargent

Als lezer zit je in het hoofd van Henry James, een man die observeert, registreert, nadenkt, reflecteert en stilstaat bij dingen die gebeurd zijn in het verleden, maar die nooit het achterste van zijn tong laat zien. Het zorgt voor een zekere kilheid, een afstand ten opzichte van anderen. Die kilheid had allicht zijn oorsprong in het gezin waarin James opgroeide. Een gezin, waar weliswaar de grootste denkers van die tijd over de vloer kwamen, maar waar vastgehouden werd aan bepaalde ideeën over man en vrouw zijn. Een gezin, dat altijd onderweg was en waarin de jonge Henry zich niet kon hechten aan een bepaalde omgeving.

James bleef heel zijn leven vrijgezel. In zoverre we weten had hij nooit een relatie. Veel biografen denken dat hij homo was. Ook Tóibín is die mening toegedaan, zoals blijkt uit een aantal scènes. Bovendien suggereert Tóibín dat James’ omgeving het wist.

Tóibín heeft zich vakkundig ingelezen in het leven en werk van Henry James. En hij weet dit meesterlijk te vertalen in een roman. Tóibín is dan ook een fantastische schrijver, maar ‘De meester’ toonde voor mij ook wel zijn zwakheden. De aangehaalde scènes in elk hoofdstuk zijn soms te kort, terwijl Tóibín excelleert in langere en huishoudelijke settings waarin hij subtiel de spanningen tussen zijn personages kan weergeven en opbouwen. Die langere en eerder huiselijke scènes zijn er gelukkig wel in ‘De meester’, maar er zijn ook saaie stukken, waarbij ik moeilijk mijn aandacht hield. Al bij al is ‘De meester’ een geslaagd huzarenstukje, want Tóibín weet de meester geloofwaardig tot leven te brengen.

 

De foto bij dit bericht komt van Wikimedia Commons.

Het oog van de rode tsaar van Sam Eastland

Pretentieloze fictie tegen de achtergrond van een fascinerende periode.

het oog van de rode tsaar
Eye of the Red Tsar (2010)

Ze hadden hem bevolen om gevangene 4745-P van werkkamp Borodok op te halen. En ze hadden hem geadviseerd geen wapen mee te nemen. Een advies dat de jonge volkscommissaris Kirov ter harte nam. Het duurde uren vooraleer hij de gevangene sprak. 4745-P werkte als boommarkeerder in de bossen rond Borodok. Toen hij 7 jaar geleden in het kamp aankwam, stuurde de directeur hem prompt de bossen in. De directeur wou niet het risico lopen dat de andere gevangenen te weten kwamen wie de man was. Nadat Kirov hem een aktetas overhandigde, vroeg hij hem om naar zijn auto te komen voor zonsondergang de volgende dag. De man daagde op en Kirov bracht hem naar kameraad Starek. Aangekomen bij Starek bleek de man zijn broer te zijn. Maar waarom nam Starek een andere naam aan? En waarom maakt de naam van de man iedereen zenuwachtig?

Ze noemden hem het oog van de tsaar. De onkreukbare inspecteur Pekkala legde enkel verantwoording af bij Nicolaas II van Rusland. Zelfs de geheime dienst van de tsaar mocht de Fin niet ondervragen. Nu heeft Stalin een opdracht voor Pekkala. Blijkbaar is de vindplaats van de lijken van de Romanovs gevonden. Pekkala is de enige nog levende persoon die de Romanovs gekend heeft, en die getraind is in recherchewerk.

In ‘Het oog van de rode tsaar’ maakt Eastland handig gebruik van de mysterieuze omstandigheden rond de dood van de laatste tsaar en zijn gezin. Eastland veroorloofde zich een aantal vrijheden, wat niet iedereen op prijs zal stellen, maar ‘Het oog van de rode tsaar’ is nu eenmaal fictie. Niettemin is het duidelijk dat de schrijver veel research deed. Het verhaal laveert constant tussen het heden en het verleden. Het verleden gaat vooral over Pekkala en de tsaar, maar ook over zijn kindertijd, zijn grote liefde, zijn opleiding en zijn opsluiting tijdens de revolutie. Wat opvalt, is hoe sober en eenvoudig Eastland zijn verhaal vertelt. Door zijn setting is ‘Het oog van de rode tsaar’ het soort verhaal waarin auteurs vaak uitpakken met ingewikkelde politieke complotten, maar Eastland toont aan dat het ook anders kan.

“Pekkala zat aan het bureau het vaalgele dossier met de rode diagonale streep op het omslag te lezen. In zware letters stond op de rode streep geschreven: ZEER GEHEIM. Het woord ‘geheim’ op zich had geen betekenis meer. Alles was tegenwoordig geheim. Behoedzaam sloeg hij de pagina’s om.”

Het oog van de rode tsaar’ is het eerste deel van een zevendelige reeks rond inspecteur Pekkala en zijn assistent Kirov. Een reeks, waarin het voormalig oog van de tsaar het oog wordt van de rode tsaar, Stalin. Enkel de eerste twee delen zijn in het Nederlands vertaald. De rest van de serie moet je in een andere taal lezen.