Volgspot van Joseph O’Connor

Het verhaal van Molly Allgood.

Op een dag nadat er een zware storm over Londen is geraasd, zoekt een oudere bedronken vrouw haar weg door de stad. Haar hoofd zit vol met herinneringen aan mooie en treurige momenten. Zij heeft heel wat verdriet in haar leven gekend. Haar verloofde stierf niet lang na hun verloving. Haar eerste man stierf onverwachts en haar tweede huwelijk liep spaak. De Eerste Wereldoorlog eiste het leven van een van haar broers, de Tweede die van haar zoon. De ooit zo beroemde actrice, Maire O’Neill (1885-1952), speelt nog wel rolletjes, maar haar gloriedagen zijn voorbij. Toch houdt een onbedwingbare levensdrift haar op de been.

Onder acteurs en actrices is zij geen onbekende. Zij is immers de muze geweest van de grote toneelschrijver John Millington Synge (1871-1909). Haar artiestennaam nam zij aan om zich te onderscheiden van haar acteerde zuster Sarah Allgood. Het was dankzij Sarah dat zij een figurantenrol mocht spelen in de Abbey Theater in Dublin. Haar rol als figurante ging niet onopgemerkt voorbij. Zij had de aandacht getrokken van John Millington Synge. Zij was immers mooi. Aan mannelijke aandacht had zij geen gebrek. Zij was ook een begaafde actrice. Voor haar schreef Synge de rol van Peheen in ‘The Playboy of the Western World’ (1907).

Synges familie en vrienden bezagen zijn relatie met Molly met argusogen. Niet alleen was hij ouder, hij kwam ook uit een gegoede Protestantse familie. Zij kwam uit een arme Katholieke arbeidersfamilie. Hij was een gevoelige introverte ziel. Zij had een vurig en rebels karakter. Ondanks de verschillen en de tegenkantingen verloofde hij zich met Molly. Een paar maanden na hun verloving stierf hij aan de ziekte van Hodgkin. Zijn familie liet al haar brieven aan hem vernietigen en schilderde hun relatie af als een affaire. Pas vele decennia later kreeg Molly Allgood de erkenning dat zij John Millington Synges grote liefde was geweest. Zij was dus niet zijn snol geweest. Noch speelde zij met Peheen een snol, want ‘The Playboy of the Western World’ had intussen een andere status gekregen, namelijk die van een meesterwerk.

Joseph O’Connor betoont zich een virtuoos schrijver in het fictieve komische en lyrische ‘Volgspot’, dat sterk afwijkt van de historische feiten. Net als in James Joyce ‘Ulysses’ volg je de oudere Molly  in een tijdspanne van een etmaal. Op het einde van het verhaal besef je dat hij Molly liet schitteren in haar laatste rol, want op het einde van het etmaal wacht haar de Dood. Voor Molly’s herinneringen en tocht doorheen Londen gebruikte O’Connor het jij-perspectief, terwijl hij voor het gedeelde verleden met Synge, het hij-perspectief gebruikte. Het geheel is caleidoscopisch. Een aanrader.

Het geheime wapen van Sam Eastland

De onwrikbare Pekkala.

Een Duitse agent probeerde blauwdrukken te kopen van de Russische T-34. De T-34 is een immens grote tank met als bijnaam de Rode Doodskist. Omdat Nazi-Duitsland dreigt met oorlog, zullen de Russen hun supertank spoedig moeten inzetten. De ontwerper van de tank, kolonel Nagorski, staat onder druk om de tank zo snel mogelijk af te werken.

Naar eigen zeggen heeft kolonel Nagorski niets verklapt of verkocht aan de Duitsers. Stalin is daar niet zo zeker van. Volgens hem is kameraad Nagorski verantwoordelijk voor het veiligheidslek, en zit de Witte Gilde achter de verkoop van de blauwdrukken. De Witte Gilde is een geheime organisatie die Stalin ten val wil brengen.

Stalin zet zijn meest betrouwbare inspecteur, Pekkala op de zaak. Pekkala werkt al 7 jaar voor Stalin, maar als voormalig oog van de tsaar heeft hij er nog altijd moeite mee om te werken voor de man die ooit zijn vijand was. Samen met zijn assistent, majoor Kirov, gaat Pekkala naar de zwaar bewaakte basis van de T-34. Daar aangekomen vinden ze Nagorski dood onder een van zijn prototypes. De kolonel is vermoord.

De oplossing van de moord is ondergeschikt aan het historisch kader, maar is niettemin spannend. Net als in ‘Het oog van de rode tsaar’ laveert het verhaal tussen heden en verleden. Zowel in het heden als in het verleden zijn er gelijkaardige situaties, manipulaties en uitwassen van grenzeloze macht en terreur. Gelukkig heeft Pekkala net als onder de tsaar een speciaal statuut, en kan hij vasthouden aan zijn onwrikbare principes en gedragscodes. Zoals dat gaat in een tweede boek van een reeks zijn de belangrijkste personages beter uitgewerkt.

Ook ‘Het geheime wapen’ is pretentieloze fictie waar je iets mee leert.

 

Oorspronkelijke titel: The Red Coffin
Jaar van publicatie: 2011

De meester van Colm Tóibín

Een roman over Henry James.

Londen, januari 1895. Het applaus van zijn vrienden kon het boegeroep van het publiek niet overstemmen. De première van zijn eerste toneelstuk was een fiasco. Het deed hem beseffen dat niets van zijn hand ooit populair zal worden. Hoewel hij niet actief streefde naar succes, wou hij dat zijn boeken verkochten. Hij verlangde naar een eigen huis met een mooie tuin. Na zijn publiekelijke afgang voelde hij er weinig voor om zich in het Londense societyleven te begeven. Dus trok hij zich terug achter zijn schrijftafel.

“Hij voelde zich als een generaal die was teruggekeerd van het slagveld, met de geur van nederlaag om zich heen,en wiens aanwezigheid in de warme,fleurige vertrekken van Londen misplaatst en ongepast zou lijken.”

Met ‘De meester’ schreef Colm Tóibín een roman over de schrijver Henry James. Een schrijver voor wie het leven ondergeschikt was aan de kunst. De roman begint met het  fiasco rond James’ toneelstuk ‘Guy Domville’, een keerpunt in zijn carrière. Gelukkig voor James waren de jaren, die hij verspild had aan schrijven voor het theater niet verloren. Wat hij had geleerd en gemaakt verwerkte hij in zijn romans. Zo verkreeg hij uiteindelijk bekendheid en een eigen huis met tuin in Zuid-Engeland. ‘De meester’ gaat niet over James’ schrijverscarrière, hoewel die zeker aan bod komt, maar eerder over hoe hij altijd voor zijn carrière koos en het leven verzaakte.

Portrait of Henry James 1913
Henry James werd door latere generaties Engelstalige schrijvers de meester genoemd. ©John Singer Sargent

Als lezer zit je in het hoofd van Henry James, een man die observeert, registreert, nadenkt, reflecteert en stilstaat bij dingen die gebeurd zijn in het verleden, maar die nooit het achterste van zijn tong laat zien. Het zorgt voor een zekere kilheid, een afstand ten opzichte van anderen. Die kilheid had allicht zijn oorsprong in het gezin waarin James opgroeide. Een gezin, waar weliswaar de grootste denkers van die tijd over de vloer kwamen, maar waar vastgehouden werd aan bepaalde ideeën over man en vrouw zijn. Een gezin, dat altijd onderweg was en waarin de jonge Henry zich niet kon hechten aan een bepaalde omgeving.

James bleef heel zijn leven vrijgezel. In zoverre we weten had hij nooit een relatie. Veel biografen denken dat hij homo was. Ook Tóibín is die mening toegedaan, zoals blijkt uit een aantal scènes. Bovendien suggereert Tóibín dat James’ omgeving het wist.

Tóibín heeft zich vakkundig ingelezen in het leven en werk van Henry James. En hij weet dit meesterlijk te vertalen in een roman. Tóibín is dan ook een fantastische schrijver, maar ‘De meester’ toonde voor mij ook wel zijn zwakheden. De aangehaalde scènes in elk hoofdstuk zijn soms te kort, terwijl Tóibín excelleert in langere en huishoudelijke settings waarin hij subtiel de spanningen tussen zijn personages kan weergeven en opbouwen. Die langere en eerder huiselijke scènes zijn er gelukkig wel in ‘De meester’, maar er zijn ook saaie stukken, waarbij ik moeilijk mijn aandacht hield. Al bij al is ‘De meester’ een geslaagd huzarenstukje, want Tóibín weet de meester geloofwaardig tot leven te brengen.

De foto bij dit bericht komt van Wikimedia Commons.