Winter in Madrid van C.J. Sansom

Geheimen en bedrog in het Spanje van Franco.

‘Winter in Madrid’ begint als een klassiek spionageverhaal. Harry Brett, een oorlogsveteraan wordt gerekruteerd door de Britse Geheime Dienst. Na een opleiding wordt hij naar Madrid gestuurd.

In Madrid moet Harry het vertrouwen winnen van een oude schoolvriend, Sandy Forsyth. Dankzij Forsyth zou de Spaanse regering van generaal Franco beschikken over goud. De Britten willen met zekerheid weten of die informatie klopt.

Mevrouw Barbara Forsyth blijkt ook een oude bekende van Harry te zijn. Harry ontmoette haar in 1937 toen hij op vraag van meneer en mevrouw Piper op zoek ging naar Bernie. Bernie Piper was een vriend van Harry en een overtuigd communist. Bij het uitbreken van de Spaanse Burgeroorlog vocht Bernie bij de Internationale Brigade.

Barbara krijgt drie jaar na Bernies verdwijning de bevestiging dat hij nog leeft. Hij zit in een werkkamp buiten Cuenca. Zij wil hem bevrijden. Want zij houdt nog steeds van hem. Uiteraard mag Sandy dit niet weten. Maar wat met Harry? Gaat ze hem in vertrouwen nemen?

Door de vier hoofdpersonages kent ‘Winter in Madrid’ verschillende verhaal- en tijdslijnen, die uiteraard geruisloos in elkaar opgaan. Sansom weet op een begrijpbare manier een complexe historische periode tot leven te brengen. Verwacht trouwens geen spionageverhaal zoals Le Carré die schrijft, maar eerder een spannende historische roman met een flinke scheut romantiek.

Oorspronkelijke titel: Winter in Madrid.
Jaar van publicatie: 2006
.

De een van de ander van Philip Kerr

De unieke Bernie Gunther in topvorm.

Berlijn, september 1937. Van overheidswege wordt Joden aangeraden om te emigreren. Hun eigendommen mogen ze niet meenemen. Dankzij slimme trucs krijgen sommige hun geld uit Duitsland. Geloof het of niet, sommige op de Joodse afdeling van de SD helpen joodse mensen bij het meenemen van hun geld. Uiteraard is die hulp niet vrijblijvend. Op vraag van SD-officier Franz Six moet Bernie Gunther een brief bezorgen bij de Engels-Palestijnse bank in Jaffa. Dit voor Paul Begelmann.

München, 1949. Na de dood van zijn vrouw verkoopt Bernie Gunther hun hotel. Met het geld van die verkoop begint hij een zaak als privédetective. De ex-rechercheur is nooit echt gestopt met speurwerk. Ondanks zijn afkeer voor het nationaalsocialisme is hij de oorlog heelhuids doorgekomen.

Als privédetective krijgt hij vooral onfrisse zaken: zoals het witwassen van iemands naziverleden en het uitzoeken van claims op geroofde goederen. Het vervult hem met afschuw, maar het geld komt goed van pas. Dan wordt hij ingehuurd door Frau Warzok. Zij wil hertrouwen, maar zij wil eerst weten of haar man dood is. De klus lijkt simpel, maar het brengt Gunther in een hachelijke situatie.

‘In een oorlog is doden uitvoerbaar en normaal. In vredestijd is dat niet zo. Niet op dezelfde manier. In vredestijd is iedereen alleen maar bezorgd dat een moord een vreselijke troep op het tapijt zal achterlaten. Je zorgen maken over de rotzooi op het tapijt is het enige echte verschil tussen oorlog en vrede.’ Ik nam een trekje van mijn sigaret. ‘Het is geen Tolstoj, maar ik werk er nog aan.’

De wereld leerde de eigenwijze Bernie Gunther kennen in ‘Een Berlijnse kwestie’ uit 1998. Na ‘Een Berlijnse kwestie’ volgde nog twee boeken ‘Het handwerk van de beul’ en ‘Een Duits requiem’. Dan verscheen ‘Berlin noir’, een bundeling in 1993. Lang zag het er naar uit dat het bij drie verhalen ging blijven. Dan verscheen in 2006 ‘De een van de ander’. Dit vierde deel in de Gunther-reeks werd nog beter ontvangen dan de klassieker ‘Berlin noir’. Het is makkelijk te begrijpen waarom. Philip Kerr wist zijn lezers immers moeiteloos onder te dompelen in de tijd, waarin de verhalen rond Gunther zich afspelen. De Gunther-reeks geeft kritiek op het nationaalsocialisme, zonder ooit moraliserend te worden. Ook verwerkte Kerr weinig gekende feiten uit de Tweede Wereldoorlog in zijn verhaallijnen.

Gunther hoort thuis in het hard-boiledgenre. Een typisch Amerikaans genre, dat tijdens de jaren 20 en 30 zijn hoogtepunt kende met privédetectives zoals Sam Spade en Philip Marlowe. De Schotse schrijver wist een eigentijdse invulling te geven aan zijn hard-boiled held. Als hard-boiled held is Gunther een cynische anti-held. In dit verhaal blijkt dat hij een SS-officier is geweest. Een gegeven, dat tegen hem gebruikt wordt. De grens tussen een fout en goed verleden is echter moeilijk te trekken in ‘De een van de ander’, waar bedrog en dubbelbedrog de dienst uitmaakt. Niets is dan ook wat het lijkt in deze thriller met een bangelijk knap uitgewerkt plot en verrassende wendingen.

Oorspronkelijke titel: The One From the Other.
Jaar van publicatie: 2006.

De informanten van Juan Gabriel Vásquez

Herinneringen zijn niet publiek.

“Herinneringen zijn niet publiek, Gabriel. Dat hebben Sara en jij niet begrepen. Jullie hebben zaken in de openbaarheid gebracht die veel mensen wilden vergeten. De zwarte lijsten, Hotel Sabaneta, de informanten. Allemaal woorden die veel mensen uit hun vocabulaire hadden geschrapt, en dan kom jij, de held in het verhaal, laten zien hoe dapper je bent door dingen op te rakelen die de overgrote meerderheid liever laat rusten.” Het thema van Gabriel Santoro’s boek leek onschuldig: het leven van de Duits-joodse Sara Gutermann, die kort na de Tweede Wereldoorlog naar Colombia emigreerde. Maar ‘Een leven in ballingschap’ viel in slechte aarde bij zijn vader. Hij publiceerde een venijnige recensie, die hij ondertekende met GS. De bekende professor in de retorica had zijn enige zoon immers zijn eigen voornaam gegeven.

Na die recensie verstreken drie jaar vooraleer vader en zoon elkaar weer zagen en spraken. De jonge Gabriel hoopte op een rechtzetting van het pijnlijke verraad, maar zijn vader had een verstopte slagader en moest onmiddellijk geopereerd worden. Na de operatie groeiden vader en zoon weer naar elkaar toe. Vaders foute woorden van weleer werden definitief rechtgezet. Elke zondag nodigde Sara Gutermann hun uit. Sara was een huisvriendin. Zij kende de oude Gabriel al als jongen en bleef bevriend met hem. De jonge Gabriel had haar altijd gekend en haar verhalen gehoord.

Een kleine maand na zijn operatie verongelukte de oude Gabriel. Zijn vriendin, Angelina, getuigde toen in een televisieshow hoe laf de eminente professor was geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Sara had weet van die laffe daad, maar voor de jonge Gabriel kwam het als een verrassing. Hij schreef er een boek over. Maar na het schrijven van zijn boek stopte het verhaal nog niet. Want er was nog een informant voor de schrijver-journalist.

Met ‘De informanten’ vertelt de Vásquez niet enkel een verhaal over een vader en een zoon, maar ook een verhaal over hoe de Tweede Wereldoorlog het leven van de Colombianen binnendrong. Vásquez’ roman heeft minpunten. Zo zakt het verhaal naar het einde toe in. De scène tussen de jonge Gabriel en Angelina komt niet geloofwaardig over. Bovendien kom je niet te weten waarom de oude Gabriel de vader van zijn beste vriend verraadde. Qua thematiek is ‘De informanten’ interessant. Bijzonder is ook de opbouw van het boek. Het verhaal is in een soepele stijl geschreven, waardoor het vlot weg leest. Kortom: ‘De informanten’ is geen hoogvlieger, maar gewoon een goed boek.

Oorspronkelijke titel: Los informantes.
Jaar van publicatie: 2004.