Het dameskoor van Chilbury van Jennifer Ryan

Feel good roman over de Tweede Wereldoorlog.

Chilbury, maart 1940. De dominee beslist om het koor op te heffen. Zo goed als alle mannen zijn opgeroepen voor de oorlog, en een koor zonder mannen is volgens de dominee geen koor. De uit Londen afkomstige muziekdocente, Primrose Trent, weet de dominee te overtuigen om een dameskoor op te richten. Haar argument: juist in oorlogstijd is het belangrijk om samen te komen en te zingen. Niet alle dames in Chilbury zijn voorstander van een dameskoor, maar Primrose weet een aantal van hen te enthousiasmeren.

Net voor de oorlog in alle hevigheid losbarst, wint het dameskoor van Chilbury een wedstrijd voor koren. Optreden in Londen zit er evenwel niet in, want Chilbury wordt zwaar gebombardeerd. Ondanks al die oorlogsellende, het verlies van dierbaren en vrienden, de zorgen om de mannen aan het front, weten de koorleden de moed erin te houden. Ze weten zichzelf, zelfs te overstijgen.

‘Het dameskoor van Chilbury’, Ryans debuut heeft zijn manco’s. Het is voorspelbaar. Ook komen alle mogelijke oorlogsverhalen samen in Chilbury: het kindertransport, Bletchley Park, de zwarte markt…Toch is het een genot om te lezen. De schrijfster heeft plezier gehad aan het schrijven van haar debuut, en dat merk je. Het verhaal wordt overigens verteld via dagboekaantekeningen en brieven van de koorleden, wat zeker bijdraagt tot het succes van deze roman.

Voor ‘Het dameskoor van Chilbury’ baseerde de schrijfster zich op de verhalen van haar grootmoeder. Grootmoeder zong namelijk in een koor tijdens de oorlog. Zij vertelde haar nazaten hilarische verhalen over die tijd. Een grappig verhaal in ‘Het dameskoor van Chilbury’ is onder meer dat van brigadegeneraal Winthrop, die kost wat kost een mannelijke erfgenaam wil. Hij heeft twee dochters, maar daar geeft hij geen zier om. Bovendien kunnen de Winthrops hun bezittingen alleen aan mannelijke erfgenamen nalaten. Dat Edmund, zijn enige zoon sneuvelt, is uiteraard heel vervelend. Winthrop heeft echter een plan. Een plan, waarbij de vroedvrouw hem moet helpen. Het plan loopt uiteraard niet helemaal zoals verwacht.

‘Het dameskoor van Chilbury’ is een feel good roman over het leven zoals het was, anno 1940 in een Engels dorpje in het zuiden van Engeland. Het is grappig, spannend, romantisch en ontroerend. De dames en meisjes van Chilbury stalen intussen terecht de harten van de mensen achter het productiehuis van Downtown Abbey, en ze zullen ongetwijfeld ook jouw hart stelen.

 

Oorspronkelijke titel: The Chilbury Ladies’ Choir
Jaar van publicatie: 2017

Verstopt in een achterhuis

Tijdloze klassieker: klassiekers blijven betoveren. ‘Het Achterhuis’ van Anne Frank is wereldwijd een van de meest gelezen boeken. 

Toen in 1991 de definitieve editie verscheen van ‘Het Achterhuis’ hadden sommige Amerikaanse ouders het daar moeilijk mee. In de editie van 1947 waren namelijk dagboekpassages weggelaten, die aanstootgevend konden zijn voor conservatieve lezers. Het ging om dagboekpassages waarin Anne Frank het had over haar ontluikende seksualiteit.

Een roodgeruit dagboek.

Het was immers voor haar dertiende verjaardag op 12 juni 1942, dat Anne van haar ouders een roodgeruit dagboek kreeg. Aanvankelijk schreef ze met tussenpozen. Een kleine maand na haar verjaardag nam de frequentie toe. Op 6 juli dook de familie Frank namelijk onder. Hun schuilplaats, een achterhuis van vader Franks kantoorpand, was niet enkel voor hen, maar ook voor de zakenpartner van Otto Frank, Hermann Van Pels en zijn gezin op voorhand ingericht. Vier maanden later kregen de twee families het gezelschap van Fritz Pfeffer. Levensmiddelen kregen de acht onderduikers van personeelsleden van Otto Franks bedrijven.

Verstopt in het achterhuis schreef de puberende Anne verhaaltjes, schreef mooie zinnen uit boeken over, en hield haar dagboek bij. Haar dagboek werd al gauw heel belangrijk en een dagelijks ritueel. Enkel in haar dagboek kon zij haar opkomende gevoelens voor Peter Van Pels, de zoon van Hermann kwijt. En haar strubbelingen met haar moeder. Anne droeg haar dagboekaantekeningen altijd aan iemand op. Deze imaginaire vriendinnen waren meer dan waarschijnlijk personages uit boeken.

“Ik weet dat ik kan schrijven. Een paar verhaaltjes zijn goed, m’n Achterhuisbeschrijvingen humoristisch, veel uit m’n dagboek spreekt, maar…of ik werkelijk talent heb, dat staat nog te bezien.”

5 april 1944

Een roman over het achterhuis.

Twee jaar later, in mei 1944 kreeg Anne het idee om een roman te schrijven over het achterhuis, want ze wou iets doen met haar schrijftalent na de oorlog. Ze droomde van een carrière als schrijfster of journaliste. Dus begon ze met het herschrijven van haar dagboek voor publicatie op grote losse vellen papier. Bij het herschrijven sneuvelde hele stukken tekst. Iedereen in het achterhuis kreeg van Anne een pseudoniem. Voor haar eigen familie had ze de familienaam Robin bedacht. Ook droeg ze haar aantekeningen consequent op aan één persoon, namelijk Kitty. Hoewel ze ijverig doorwerkte, kreeg ze haar schrijfproject niet rond. Het laatste wat ze herschreef was 29 maart 1944.

Op de ochtend van 4 augustus 1944 werden de onderduikers in het achterhuis ontdekt en afgevoerd. Twee kantoormedewerkers, Miep Gies en Bep Voskuijl vonden na de razzia Annes dagboekpapieren. Miep Gies bewaarde ze zorgvuldig en bezorgde ze aan Otto Frank na de oorlog. Alleen Otto Frank had de kampen overleefd. Alle anderen vonden de dood. Anne stierf aan tyfus; ze was vijftien. Ze was een van meer dan een miljoen joodse kinderen, die stierven tijdens de Holocaust.

De publicaties.

Dankzij de overtuigingskracht van vrienden en familieleden, bood Otto Frank Annes aantekeningen voor publicatie aan. Voor de editie van 1947 van ‘Het Achterhuis’ had Otto Frank noodgedwongen de oorspronkelijke aantekeningen en de herschreven versie van Annes aantekeningen gecombineerd. Van de oorspronkelijke aantekeningen ontbrak immers een heel jaar. Ook behield hij de door Anne bedachte pseudoniemen voor de andere onderduikers en hun helpers. ‘Het Achterhuis’ kreeg direct positieve recensies, en groeide al snel uit tot hét verhaal van de Tweede Wereldoorlog.

In 1986 verscheen de wetenschappelijke editie van ‘Het Achterhuis’. Deze editie heeft de bewaard gebleven originele aantekeningen, de door Anne herwerkte versie, en de versie die de meeste lezers kennen, namelijk de door Otto Frank samengestelde versie. De versie van Otto Frank is allicht nog steeds de meest gelezen, want de ongecensureerde versie van 1991 is voor sommige jeugdige Amerikaanse lezers een verboden vrucht.

Bron: Wikipedia en het Anne Frank Museum

De tiende man van Graham Greene

Leven met de schaamte.

De Tweede Wereldoorlog, ergens in een Frans krijgsgevangenenkamp. Advocaat Louis Chavel heeft weinig tot geen contact met zijn medegevangenen. Voor hem berust zijn gevangenschap op een vergissing, terwijl zijn lotgenoten allicht vroeg of laat toch in de gevangenis zouden zijn beland. Op een dag komt er een piepjonge Duitse officier in hun cel. De weerstand heeft de avond daarvoor enkele Duitsers vermoord en de gevangenen moeten daarvoor boeten.

De officier heeft het bevel gekregen om van elke tien mannen in het kamp er één te laten doorschieten. Voor de groep van Chavel betekent dit 3 mannen. De gevangenen mogen zelf kiezen wie van hun doodgeschoten wordt. De gevangenen loten erom, en Chavel is één van de ongelukkigen. Chavel krijgt het echter voor elkaar dat er een andere man zijn plaats inneemt.

Het is een opmerkelijk en haast absurd gegeven. Wie neemt nu de plaats in van een andere man om te sterven? En wat met Chavel zelf, kan hij nog wel verder leven met de schaamte? In tegenstelling tot de held van ‘De vreemdeling’, Meursault, vindt Chavel pas de vrijheid wanneer hij bewust de dood accepteert. Voor hij zo ver is, is hij voor de laatste keer teruggekeerd naar zijn ouderlijke woning. Ook gaat hij de confrontatie aan met de familie van de man die zijn plaats innam.

‘De tiende man’ is een kort maar goed uitgewerkt verhaal dat tot nadenken stemt. Het is enkel nog tweedehands te vinden.

 

Oorspronkelijke titel: The Tenth Man.
Jaar van publicatie: 1985.