Solo van Roald Dahl

Roald Dahl in zijn eigen woorden.

‘Solo’ is het tweede deel van een autobiografie geschreven door Roald Dahl. Het bestrijkt de periode 1936 tot 1941.

In juli 1934 begon Dahl te werken voor Shell. Na een tweejarige opleiding werd de 19-jarige Dahl overgeplaatst naar het Shellhuis in Dar es Salaam (Tanzania). Als de Tweede Wereldoorlog uitbrak, meldde Dahl zich bij de RAF, de Britse luchtmacht. Eigenlijk was de bijna twee meter lange Dahl te groot om als piloot te dienen; hij paste maar net in een Tiger Moth.

Tijdens een vlucht naar zijn eerste squadron in Libië had Dahl een ongeluk. Na zijn herstel vloog hij als gevechtspiloot in Griekenland en Palestina. Uiteindelijk moest hij vanwege hoofdpijn stoppen. Die hoofdpijn had hij overgehouden aan zijn ongeluk in Libië. De legerarts keurde Dahl af voor verdere dienst, en halverwege 1941 werd hij teruggestuurd naar Engeland.

‘Solo’ begint bij Dahls reis naar Dar es Salaam en eindigt met de terugkeer naar Engeland. De autobiografische verhalen in ‘Solo’ zijn selectief. Het bevat enkel die herinneringen, die Dahl zich nog levendig kon voorstellen. Normaal gezien hou ik niet zo van autobiografieën, die verhalen over gebeurtenissen tijdens legerdiensten, maar ‘Solo’ is onverwacht anders en uitermate boeiend en interessant. Het begint heel humoristisch en eindigt heel ontroerend, en laat verrassende kanten van de schrijver zien. Ook zijn er best wel akelige verhalen in ‘Solo’.

‘Solo’ is een aanrader, niet alleen voor de fans van Dahl, maar voor iedereen die van een goede autobiografie houdt.

 

Oorspronkelijke titel: Going Solo.
Jaar van publicatie: 1986.

Verboden en ongewenste schrijvers

Pas na de val van het Derde Rijk schreef auteur Erich Kästner over zijn aanwezigheid bij de boekverbranding in Berlijn op 10 mei 1933. Kästner, die door de nazi’s op de zwarte lijst was gezet, was getuige van de verbranding van zijn eigen boeken. Hij werd herkend maar gelukkig reageerde niemand, en kon hij ongedeerd vertrekken.

Niet alleen in Berlijn maar ook in andere Duitse universiteitssteden waren er op de avond van 10 mei boekverbrandingen.

Ongewenste Duitstalige schrijvers.

Meteen naar de machtsovername van de nationaal-socialisten in januari 1933 was de Berlijnse bibliothecaris Wolfgang Herrmann begonnen met het oplijsten van boeken, die uit de boekhandel en de bibliotheken moesten verdwijnen. Die lijst vormde de basis voor de boekverbrandingen. In aanloop naar de afgekondigde nationale boekverbrandingen begonnen studenten met het verzamelen van schadelijke en ongewenste literatuur. De universiteiten waren toen een broeinest voor het nationaal-socialistisch gedachtegoed met studenten en professoren, die een zuivere nationale cultuur en taal eisten.

Hoeveel boeken er juist in Berlijn werden verbrand is niet duidelijk. Vermoedelijk waren het meer dan twintigduizend boeken, geschreven door 94 auteurs. Nogal wat van die auteurs verdwenen die nacht voorgoed of bijna voorgoed uit het collectief geheugen, zoals Carl von Ossietzky. Andere zijn nog gekend en worden nog steeds gelezen of herontdekt.

Dort wo man Bücher verbrennt, verbrennt man auch am Ende Menschen
Heinrich Heine (1797-1856)

Vertaald werk.

Naast het werk van ongewenste Duitstalige schrijvers werd eveneens vertaald werk verbrand: voor het merendeel werk van Engelstalige auteurs die zich tegen het nazisme hadden uitgesproken. Maar ook het werk van, onder meer, Victor Hugo en Leo Tolstoy moest eraan geloven, net als werken van socialistische en marxistische strekking .

Het bleef niet bij een eenmalige nationaal georganiseerde boekverbranding. In het jaar 1939 waren er meer dan honderd boekverbrandingen. Aanvang 1940 stonden maar liefst vijfhonderd auteurs op de zwarte lijst.

Tijdens Hitlers regime gingen 1 500 auteurs in ballingschap. Erich Kästner bleef in Duitsland, waar hij, voor de duur van de oorlog uit het publieke oog verdween.

 

Bron: Wikipedia. Het beeld bij dit blog komt van Pexels en is van Moein Moradi.

De glazen kamer van Simon Mawer

De geschiedenis van een huis.

Tijdens hun huwelijksreis in Venetië leren Viktor en Liesel Landauer, architect Rainer von Abt kennen. von Abt noemt zichzelf een dichter van ruimte en structuur, en weet de Landauers te overtuigen om hun droomhuis door hem te laten bouwen. von Abt bouwt voor Viktor en Liesel een heel modern huis van staal, glas en natuursteen met aangepaste meubels. Eigenlijk bouwt von Abt een kunstwerk, een glazen droom, waar het pronkstuk een centrale glazen kamer is. Het huis is een symbool voor de nieuwe hoopvolle tijd waarin het echtpaar leeft; een tijd van openheid, structuur en vrede. Het echtpaar Landauer woont overigens in de relatief jonge republiek Tsjecho-Slowakije. Viktor is joods en Liesel Duits. Beide spreken zowel Tsjechisch als Duits en voeden hun kinderen tweetalig op.

“Hoe bevoorrecht ze ook waren geweest,
hun hele wereld was uiteengereten
en verstrooid in de wind.”

Tien jaar later moet het gezin vluchten voor de nazi’s. Haus Landauer wordt een Duits onderzoekscentrum voor ras en etniciteit. Nadat de Duitsers vluchten nemen de Russen hun intrek in het huis en dan komt het huis in handen van de overheid. Na de val van het communisme spoort de overheid het gezin Landauer op. Viktor is intussen gestorven, maar Liesel gaat terug naar hun huis voor een laatste bezoek. Haus Landauer wordt namelijk een museum.

‘De glazen kamer’ opent met de terugkomst van Liesel naar Haus Landauer. Ook Liesels beste vriendin en geliefde, Hana Hanáková is aanwezig. Hana speelt een belangrijke rol in het boek. Ze komt op een of andere manier steeds in het huis terecht, tijdens de verschillende decennia die de roman doorloopt. De glazen kamer verandert analoog met de tijd en de inwoners die hun intrek nemen of hebben in het huis. Door zijn tijdloosheid weet het huis decennia te overbruggen, en mensen bij elkaar te brengen.

De aanvankelijke openheid van het huis staat in contrast met het leven dat de Landauers leiden, maar uiteindelijk besefte ik dat het vreemdgaan van het echtpaar ook wel staat voor een eerder onconventionele kijk op de liefde. Het vreemdgaan is ook een thema bij de andere inwoners van het huis, waardoor er behoorlijk wat gesekst wordt. Normaal gezien hou ik niet van seksscènes, omdat het vaak de functie heeft van bladvulling. Dit is niet het geval in ‘De glazen kamer’. Seks krijgt van Mawer een zinnenprikkelende functie door de verwijzingen naar esthetiek en kunst. Mawers ideeën en de metaforen die hij gebruikt, zijn verwerkt tot een interessant en boeiend verhaal, waarin de auteur ruimte laat voor eigen invulling. Bovendien is de manier waarop Mawer schrijft aangepast aan de stijl van de glazen kamer; zijn stijl heeft iets steriel. Het belet Mawer evenwel niet om enkele sterke emotionele scènes neer te zetten, waardoor de roman nog een tijdje bij mij zal nazinderen.

De glazen kamer zoals Mawer die in zijn roman ‘De glazen kamer’ beschrijft, bestaat overigens echt. Het gaat om Villa Tugendhat in Brno, Tsjechië en is gebouwd door Ludwig Mies Von der Rohe. Misschien een tip voor een reisje?

Villa_Tugendhat-20070429
Villa Tugendhat in Brno. Foto van Daniel Fiser

 

Oorspronkelijke titel: The Glass Room
Jaar van publicatie: 2009