De geesten van Hill House van Shirley Jackson

Wat er leefde, leefde er alleen.

Heel zijn leven was doctor John Montague op zoek naar een spookhuis. Tot hij hoorde over Hill House. Aanvankelijk was hij sceptisch, vervolgens hoopvol en dan niet meer te stuiten. Alleen wou hij zijn intrek niet nemen in Hill House, hij had assistenten nodig. Dus ging hij op zoek naar mensen, die ooit bij abnormale gebeurtenissen betrokken waren. Twaalf schreef hij aan, vier reageerden. Uiteindelijk bleven er twee vrouwen over: Theodora en Eleanor. Naast de vrouwen is er Luke Sanderson. Hij is de neef van de eigenaresse van Hill House en de doctors derde assistent. Tijdens hun verblijf in Hill House krijgt het huis langzaam grip op de doctor en zijn assistenten.

Wie een verhaal verwacht in de trant van ‘De vrouw in het zwart’ komt bedrogen uit. Jackson hoefde er geen spook bij te halen om haar horrorverhaal te vertellen. Toch gebeuren er rare dingen in ‘De geesten van Hill House’, zoals een onverklaarbare kou en gebons tegen muren en deuren. Volgens de schrijfster is het huis gestoord. Volgens mevrouw Montague, die halverwege het verhaal opduikt, heeft het huis geesten. Toch is Eleanor gelukkig in Hill House. Het huis is goed voor haar.

Er valt behoorlijk wat te vertellen over Eleanor Vance en het lot dat Jackson voor haar in petto had. Stephen King analyseerde het verhaal in ‘Danse Macabre’, een non-fictieboek waarin hij het heeft over de verhalen die hem beïnvloed hebben. King is maar een van de vele met een eigen analyse van Jacksons horrorverhaal. Je kan Kings analyse lezen in het nawoord van Bertram Koeleman.

Ik lees in ‘De geesten van Hill House’ vooral een mislukte poging tot emancipatie van een jonge getraumatiseerde vrouw, die zich probeert los te maken van haar leven voor Hill House. Haar verhaal wordt subliem verteld. De zinnen in ‘De geesten van Hill House’ weten alle emoties te bespelen. Inhoudelijk zijn er parallellen tussen Eleanors leven, wat er gebeurt in Hill House en wat er speelde tussen de oorspronkelijke bewoners van het gestoorde huis. Evengoed zijn er veel tegenstrijdigheden. Het verhaal eindigt zoals het begon: met de beschrijving van Hill House.

“Hill House zelf stond eenzaam tegen de heuvels, en hield het duister in zich opgesloten. Het stond er al tachtig jaar en zou er nog tachtig jaar kunnen blijven staan. De muren binnen waren nog kaarsrecht, de stenen sloten netjes op elkaar aan, de vloeren waren solide en de deuren hingen strak in hun posten: de stilte drukte gestaag tegen het hout en de stenen van Hill House en wat er leefde, leefde er alleen.”

 

 

Oorspronkelijke titel: The Haunting οf Hill House
Jaar van uitgave: 1959

Boven de waterval van Ron Rash

Het leven zoals het is.

Sinds kort verschijnt Les pas halverwege de ochtend op het bureau. Zo went zijn opvolger alvast aan het leiden van het bureau op zijn eentje. Binnen drie weken zit Les’ loopbaan bij de politie erop. Hij gaat met pensioen. Voor hij met pensioen gaat, moet hij nog een drugsinval doen en een zaak rond dode vissen in het nabijgelegen resort oplossen.

Het mysterie van de dode vissen lijkt aanvankelijk eenvoudig. Op de camerabeelden is de oude Gerald te zien. Er zijn al langer problemen tussen Gerald en de eigenaar van het resort, Harold Tucker. Volgen Tucker stroopt Gerald vissen. Wat de dode forellen betreft, is Gerald formeel: hij heeft er niets mee te maken. Parkwachter Becky, die goed bevriend is met Gerald, gelooft in zijn onschuld. Les is niet zo zeker van Geralds onschuld, wat zijn band met Becky op de proef stelt.

In de twee jaar dat Les en Becky elkaar kennen, hadden ze een paar afspraken gehad en een paar kussen gewisseld. Op een avond was het bijna meer geworden. Maar het water tussen hen is veel te diep.

“Maar door het late uur en de lege wijnfles ontstond het gevoel dat we te veel hadden onthuld, iets in onszelf geweld hadden aangedaan, precies datgene wat ons aanvankelijk tot elkaar had aangetrokken. Dus daar hadden we het een half jaar bij gelaten.” 

In tegenstelling tot ‘De fluitspeler‘ en ‘Serena‘ geeft Rash voor een keer eens een hedendaags beeld van het leven, zoals het is in North Carolina. En er loopt behoorlijk wat mis in dat leven. Je krijgt als lezer vooral een beeld van de problematieken waarmee Les als ordehandhaver te maken krijgt. Net als Les en zijn opvolger Jarvis kan je enkel beamen dat de politie in het door crystal meth geteisterd district een klotejob heeft.

Voor het vertellen van zijn verhaal koos Rash voor twee ik-perspectieven: het perspectief van Les en het perspectief van Becky. Bijzonder is dat Rash voor elk perspectief een andere stijl hanteert. Becky’s perspectief is heel fragmentarisch en poëtisch, terwijl Les’ perspectief duidelijk en nuchter is. Met Becky brengt Rash een ode aan de natuur. De natuur is voor Becky een manier om met haar verleden om te gaan, terwijl een ander personage in het verhaal er alles aan doet om van diezelfde plek weg te raken. Door de wisselende perspectieven kom je meer te weten over Les en Becky, en begin je te begrijpen waarom het water zo diep is tussen hen beide. Het visincident zal hen hoogstwaarschijnlijk dichter bij elkaar brengen.

 

Oorspronkelijke titel: Above the Waterfall
Jaar van publicatie: 2014

De tuin van de avondnevel van Tan Twan Eng

Een enclave van rust in een woelige tijd.

Rechter Teoh Yun Ling gaat vervroegd met pensioen. De dokters hebben bij haar een zeldzame vorm van dementie vastgesteld. Yun Ling verlaat Kuala Lumpur en gaat naar de Cameron hooglanden, naar Yuguri. Yuguri oftewel de tuin van de avondnevel ligt er verwaarloosd bij. Het is 36 jaar geleden dat Yun Ling nog in Yuguri was. Zij heeft de Japanse professor Tatsuji Yoshikawa uitgenodigd om een aantal praktische zaken te regelen, voor ze dement wordt. De professor is geïnteresseerd in Yuguri en vooral in de man, die Yuguri aanlegde, namelijk Nakamura Aritomo.

Yun Ling was 17 wanneer ze voor het eerst van Aritomo hoorde. Haar zus, die dol was op Japanse tuinen, had haar over Aritomo verteld. Tijdens de bezetting van Maleisië door de Japanners in de Tweede Wereldoorlog zaten de zusjes Teoh drie jaar in een jappenkamp. Haar zus heeft het werkkamp niet overleefd. Omdat haar zus  zo graag een Japanse tuin wou, ging Yun Ling naar Aritomo om hem te vragen een tuin voor haar zus te maken. Zij had er tien jaar over gedaan vooraleer zij naar Aritomo ging met haar verzoek; zij haatte immers Japanners. Aritomo weigerde maar nam haar wel aan als leerlinge, zodat zij zelf een tuin kon maken voor haar zus.

‘De tuin van de avondnevel’ gaat voornamelijk over de tijd die Yun Ling doorbracht in Yuguri als leerlinge van Aritomo. De tijd waartegen hun relatie afspeelt, is een roerige tijd voor Maleisië. In zekere zin vormt Yuguri een kunstzinnige enclave van rust te midden van  politieke en maatschappelijke veranderingen. Zowel Yun Ling als Aritomo zijn buitenstaanders. Yun Ling behoort tot de Chinese gemeenschap, en dus tot een etnische minderheid. Naast Yuguri is er de theeplantage van de Zuid-Afrikaanse Magnus Pretorius. De theeplantage, en ook de tuin van de avondnevel blijft op wonderbaarlijke wijze gevrijwaard van de kleine communistische groepjes die dood en terreur zaaien.

Het is overigens op aanraden van haar vriend-buurman Frederik Pretorius dat Yun Ling haar herinneringen aan Yuguri en Aritomo neerschrijft. Haar gast professor Yoshikawa verrijkt haar herinneringen met historische achtergronden, en met wat hij over Aritomo te weten is gekomen, of vermoedt. De Japanse tuinman was namelijk niet zomaar naar Maleisië gekomen. En blijkbaar heeft Yun Ling ook haar geheimen. Die geheimen zien heel langzaam het licht, want ‘De tuin van de avondnevel’ heeft een traag tempo. De thema’s, de culturele en geschiedkundige details en de personages smaken naar meer en doen je lezen. Vooral Aritomo is heel mooi neergezet. Toch kon ‘De tuin van de avondnevel’ deze kiese lezer niet helemaal overtuigen. Het bleef voor mij net iets te eendimensionaal, niettemin ben ik blij dat ik het eindelijk las.

 

Oorspronkelijke titel: The Garden of Evening Mists.
Jaar van publicatie: 2011.