New Grub Street van George Gissing

recensie (2) (1)

Over de meedogenloze literaire markt.

Je moet beroemd worden voor je op de aandacht kunt rekenen die je beroemd maakt. Met andere woorden, je moet eerst een reputatie verwerven. Dan pas luistert men onbevooroordeeld naar wat je faam zou rechtvaardigen. Jasper Milvain is daar een fraai voorbeeld van. Je kent hem. Hij weet de juiste mensen aan te spreken en rond zijn tafel te verzamelen. Dat laatste is ook wel de verdienste van zijn weergaloze gade, Amy. Hun huis in Bayswater is niet groot. Maar het voldoet als tijdelijk verblijf voor een jonge letterkundige, die grotere dingen mag verwachten. Let wel, het is niet Jaspers ambitie om romanschrijver te worden, maar redacteur van een belangrijk literair tijdschrift. Je kan hem geen ongelijk geven, want de meeste romanschrijvers verdienen amper het zout op hun patatten (*). Alleen een enkeling, zoals Charles Dickens, kan royaal van zijn pen leven.

Wist je dat Jasper ooit verloofd was met Marian Yule? Ik weet dit uit goede bron. Curieus, niet waar! Moedige vrouw, die Marian. Zoals zij de zorg op zich nam van haar ouders. Geen evidentie, want haar oude heer – God hebben zijn ziel – was een onaangenaam sujet. Herinner je je nog dat bijtend stuk van de oude Yule over Lord Herbert of Cherbury? Vast wel, want het zette kwaad bloed. Maar Marian was niet de juiste partij voor die ambitieuze Jasper.

Mevrouw Milvain is trouwens niemand minder dan Amy Reardon, de weduwe van de onfortuinlijke Edwin Reardon. Kwalijke geschiedenis, die geschiedenis van Reardon. Eigenlijk was de man niet in de wieg gelegd voor romanschrijver. De omstandigheden hadden een romanschrijver van hem gemaakt. Wie zijn brood met literatuur wil verdienen, moet zich namelijk onvermijdelijk bezig houden met fictie. Met zijn eerste romans had Reardon een bescheiden lezerskring opgebouwd. Amy Yule trouwde dus met een veelbelovend schrijver. Maar helaas, het mocht niet zijn! De centen dreef Reardon tot het maken van minderwaardige broodschrijverij (= Grub Street). Hij verloor zijn lezerskring, faam en zijn vrouw. Zijn huwelijk was niet opgewassen tegen de grimmige metgezellen van elke broodschrijver: armoede en honger.

Zoals je weet, is de literaire markt meedogenloos en gebonden aan smaak. Schrijvers zijn ware martelaren van de pen. Menig schrijver sneuvelt. Neem nou, Harold Biffen. Zijn realistische roman, ‘Mijnheer Bailey, kruidenier’ werd neergesabeld. De Fransen weten tenminste een realistische roman te waarderen, de Engelsen daarentegen willen sensatie of melodrama. Geen wonder, dat het realistische werk van George Gissing (1857-1903) niet de waardering kreeg, die het verdiende. Zijn ‘New Grub Street’ over de situatie van letterkundigen in zijn tijd is nochtans een werkelijk voortreffelijk staaltje van geestig vermaak met de grote L van literatuur.

Bij alle goden, mag ‘New Grub Street’ voor eeuwig en altijd menig bibliotheek sieren en menig lezer vervoeren!

(*) Het zout op je patatten (aardappelen) verdienen is een typisch Vlaamse uitdrukking. In Nederland verdient men (niet) het zout in zijn pap.

 

Fictieve heldin: Miss Marple

Hoewel zij geen achtergrond heeft in criminologie of politiewerk schittert zij in de ingewikkeldste moordzaken. De meeste van haar collega-speurders vinden gezwind de weg naar de populaire cultuur. Haar filmdebuut liet meer dan 30 jaar op zich wachten en was maar losjes gebaseerd op haar literair leven. 

Hoewel Agatha Christie haar miss Marpleroman ‘The Mirror Crack’d from Side to Side’ (1963) opdroeg aan actrice Margaret Rutherford, kon zij zich niet vinden in Rutherfords bazige en kleurrijke vertolking van Miss Marple. Bovendien weken de films af van de oorspronkelijk bedachte plots.

Het personage van miss Marple was een spin-off van de roddeltante van middelbare leeftijd uit King’s Abott, Caroline Sheppard. Hoewel zij maar een klein rolletje had in ‘The Murder of Roger Ackroyd‘ (1926), dacht zij actief mee over wie de misdaad gepleegd had. Dit controversieel Poirot-verhaal vestigde Christies naam als schrijver. Dit boek was ook de basis van de allereerste bewerking van een Christie-verhaal. In het toneelstuk ‘Alibi’ werd de rol van Caroline Sheppard vertolkt door een jonge actrice, een keuze van de regisseur die Christie betreurde. Dit voorval deed Christie besluiten om een stem te geven aan oudere vrouwen. Hoewel vooral vrouwelijke auteurs de dienst uitmaakte in de gouden tijd van het detectivehaal, werden zij en hun mannelijke speurders niet altijd serieus genomen. Reden voor Christie om uit te pakken met een vrouwelijke speurneus. Ook had zij op die manier nog een personage naast haar onuitstaanbare Poirot.

Jane Marple dook voor het eerst op in het kortverhaal ‘The Tuesday Night Club’. Tussen 1926 en 1930 schreef Christie 13 kortverhalen over clubleden die elkaar een whodunit vertellen, en die de andere vervolgens moeten oplossen. Het is altijd Jane Marple met haar ijzersterke logica die de whodunits oplost. In 1930 maakte Jane Marple de overgang naar de roman. Haar romandebuut ‘Murder at the Vicarage’ maakte haar meteen net zo beroemd en bekend als Hercule Poirot. In tegenstelling tot de Belgische detective trekt Jane Marple nooit een verhaal naar zich toe.

Tussen 1930 en 1971 schreef Agatha Christie een 20-tal kortverhalen en 12 romans met Jane Marple in de hoofdrol. Het karakter van de 70-plusser verandert aanzienlijk doorheen de jaren. De jaren maken de frêle oude vrijster vriendelijker en moderner. Ook laat zij het loopwerk meer en meer door andere doen. Roddels blijven niettemin belangrijk voor de amateur-speurder die niemand opmerkt.

De televisieserie met Joan Hickson (1984-1992) benadert Christies boeken over miss Marple het dichtst.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De trailer komt van Youtube van het kanaal van Baker & Taylor. 

Hotel Claremont van Elizabeth Taylor

recensie (2) (1)

Laatste station voor het verpleeghuis. 

Ondanks al haar gebeden was haar man gestorven. Laura Palfrey staat er nu alleen voor. Toen zij bij haar dochter Elizabeth in Schotland logeerde, zag zij een advertentie in de zondagskrant. Verlaagde wintertarieven. Uitstekende keuken. Nu is zij per taxi onderweg naar Hotel Claremont. Als het er niet prettig is, hoef ik er niet te blijven, neemt Laura zich voor. Alleszins straalt het hotel fatsoen uit. Dat is al iets. Gelukkig is de taxichauffeur zo galant om haar te helpen met haar bagage, want de portier geeft geen teken van leven. De receptioniste is vriendelijk maar koel, alsof ze voor een verpleeghuis werkt.

Eigenlijk is Hotel Claremont het laatste station voor het verpleeghuis. Mevrouw Palfrey is niet de enige op leeftijd, die in het hotel haar ‘permanente’ intrek neemt. Niet dat er zo veel verschil is met een verpleeghuis, maar de oudjes hebben tenminste de illusie van grandeur. In Hotel Claremont kunnen ze koketteren met hun chique kleren. Mevrouw Palfrey en haar leeftijdgenoten behoren immers tot de generatie, die de stiff upper lip mentaliteit met de paplepel meekreeg. Zij zijn opgevoed tot burgers van het Grote Britse rijk, dat intussen tot het verleden behoort. In de jaren zestig waar ze nu zijn aanbeland, zijn die grote Engelse waarden – net als het hotel – in verval. Jonge mannen hebben veel te lang haar en lijken werkschuw. De tijdsetting heeft wel degelijk zijn belang voor het verhaal. Vertelt ‘Hotel Claremont’ daardoor dan een gedateerd verhaal? Verre van.

‘Hotel Claremont’ is een herkenbaar en diepmenselijk verhaal. Het vertelt namelijk het verhaal van hoe het is om oud te zijn. De laatste levensjaren zag Taylor, net als de eerste levensjaren, als hard werken. Aan het begin van je leven leer je elke dag iets bij. Op het einde van je leven verlies je elke dag iets nieuw. Ook moet je blijven doorgaan, ondanks de pijnlijke spataderen en andere kwalen. Hulpbehoevendheid betekent immers het verpleeghuis. Dood gaan in Hotel Claremont is uitgesloten. Dit genereert slechte reclame. Echt blij is de hoteleigenaar niet met de vier oude dametjes en de oude heer, die zijn hotel uitgekozen hebben om hun oude dag te slijten. Zeker niet, als zij dan ook nog brieven schrijven naar de krant, zoals meneer Osmond doet.

Een oude mensenhand is nochtans net als een kinderhand snel gevuld. Onverwachte gebeurtenissen en uitjes ontlokken een haast kinderlijke vreugde, en vooral een welgekomen onderbreking in hun veel te lange dagen. Naast al die kommer en kwel, dat hoort bij het oud zijn, is er de opmerkelijke vriendschap tussen mevrouw Palfrey en Ludo. De jonge aankomende schrijver, pikt mevrouw Palfrey letterlijk op van de straat. Hun vriendschap zorgt naast vlinders in de buik voor haar, ook voor de nodige luchtige en vrolijke noten in ‘Hotel Claremont’. Zeker als Ludo, op vraag van mevrouw Palfrey de plaats inneemt van haar vervelende kleinzoon Desmond. Taylors schrijfstijl is overigens onmiskenbaar Brits, waardoor de humor nooit ver weg is. Een traan en een lach is wat op het menu staat voor de lezer in ‘Hotel Claremont’.