De literaire rebel

George Orwell

Het was een routineoperatie, maar zij overleed. Haar man, George Orwell (1903-1950) bleef er ogenschijnlijk onaangedaan bij. De man achter het pseudoniem leed echter in stilte en vluchtte weg in zijn werk. Dat George Orwell een pseudoniem was, wisten maar heel weinig mensen. Buiten zijn familie noemde iedereen hem George. Toch deed Orwell nooit afstand van zijn echte naam, Eric Blair.

In dienst bij het Britse Rijk.

Eric Arthur Blair zag het levenslicht in India op 25 juni 1903. Zijn vader Richard werkte in India als overheidsfunctionaris. Hoewel hij er als kind van droomde om schrijver te worden, trad Eric in de voetsporen van zijn vader. In 1922 ging hij naar Birma, het huidige Myanmar. Hier werkte hij als assistent-superintendent bij de Indian Imperial Police. Bij zijn collega’s was hij niet populair. Hij was een buitenbeentje, dat graag contact zocht met de inlanders en vlot hun taal sprak. Van het moment dat hij besefte hoezeer de inwoners van Birma hun kolonisatoren haatte, schaamde hij zich. In 1927 gaf hij zijn ontslag. Hij wist al wat hij wou gaan doen bij aankomst in Engeland: schrijven.

Leven in de marginaliteit.

Bij deze nieuwe fase in zijn leven hoorde een andere naam en een nieuwe levensstijl. Hij was immers niet langer meer een pilaar van het Britse rijk, maar een literaire en politieke rebel. Terwijl hij probeerde aan de kost te komen als freelancejournalist, begon hij zich te verdiepen in het leven van de armen. Hij ging in de Londense East End wonen tussen de arbeiders en de bedelaars, en leefde op straat als vagebond.

In de lente van 1928 trok hij naar Parijs. Hier schreef hij bijdragen voor verschillende Avant-gardemagazines. Daarnaast schrapte hij zijn kost bijeen als afwasser in chique Parijse hotels en restaurants. Zijn ervaringen in Londen en Parijs beschreef hij in zijn eerste werk, ‘Down and Out in Paris and Londen’ (1933). Naast de autobiografische elementen is ‘Down and Out in Paris and Londen’ vooral een sociaal document, waarin Orwel stelt dat de armen ook maar mensen zijn.

Werk, huwelijk en Spaanse Burgeroorlog.

In 1934 verscheen ‘Burmese Days‘, geïnspireerd door zijn tijd in Birma. Daarna volgden ‘The Clergyman’s daughter’, Keep the Aspidistra Flying en ‘The Road to Wigan Pier, over de situatie van de arbeiders in Noord-Engeland met daarin een beschrijving van zijn eigen weg naar het socialisme. ‘The Road to Wigan Pier was een knap staaltje van onderzoeksjournalistiek, dat Orwell schreef voor de Left Book Club. Voor het schrijven van dat werk had hij een voorschot ontvangen van 500 £, oftewel een inkomen van 2 jaar. Intussen was Orwell getrouwd. Zijn vrouw, Eileen O’ Shaughnessy werkte als typiste.

Eind 1936 vertrok hij naar Spanje om deel te nemen aan de Spaanse Burgeroorlog. Zijn getuigenis van die oorlog beschreef hij in ‘Homage to Catalonia’ (1938). Voor de publicatie van dit werk was Orwell opgenomen in een sanatorium. Zijn slechte longen maakte hem ongeschikt voor militaire dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog. Op het thuisfront was er gelukkig nog werk bij de BBC en als Home Guard.

Zijn laatste levensjaren.

Vijf maanden na Eileens dood verscheen zijn beroemdste boek, de dierenfabel ‘Animal Farm’ (1945). De satire over het sovjetsysteem werd in de literaire wereld ontvangen als de grootste satire sinds Jonathan Swifts ‘Gulliver’s Travels‘. Tot dan toe was Orwell er niet in geslaagd om zijn politieke boodschap te combineren met literatuur, maar met ‘Animal Farm’ bewees hij dat hij dat wel kon. Door ‘Animal Farm’ wou iedereen hem zien en horen spreken. Met die aandacht voor zijn persoon had Orwell het moeilijk.

Zijn laatste grote werk ‘1984‘ zou hij dan ook voornamelijk op het afgelegen Schotse eiland Jura schrijven. Hoewel hij vaak in Londen moest zijn voor zijn werk – Orwell was nu een veel gevraagd schrijver en publicist – woonde hij de laatste jaren van zijn leven op Jura. Op Jura was er geen elektriciteit, dus de schrijver en zijn adoptiezoon Richard woonde daar heel primitief. Niettemin moest hij vaak naar het vasteland, naar en of ander ziekenhuis voor zijn tuberculose. Hij bleef echter kettingroken.

Ondanks de veelvuldige ziekenhuisopnames wist Orwell ‘1984’ op tijd op te leveren. Het had veel van zijn krachten gevergd. Toen het in juni 1949 uitkwam, werd het heel goed ontvangen. Lang kon Orwell niet van het succes genieten. Een half jaar later, op 21 januari 1950 overleed hij. Slechts een paar maanden daarvoor was hij voor de tweede keer in het huwelijk getreden.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is van Cassowary Colorizations.

 

New Grub Street van George Gissing

Over de meedogenloze literaire markt.

Je moet beroemd worden voor je op de aandacht kunt rekenen die je beroemd maakt. Met andere woorden, je moet eerst een reputatie verwerven. Dan pas luistert men onbevooroordeeld naar wat je faam zou rechtvaardigen. Jasper Milvain is daar een fraai voorbeeld van. Je kent hem. Hij weet de juiste mensen aan te spreken en rond zijn tafel te verzamelen. Dat laatste is ook wel de verdienste van zijn weergaloze gade, Amy. Hun huis in Bayswater is niet groot. Maar het voldoet als tijdelijk verblijf voor een jonge letterkundige, die grotere dingen mag verwachten. Let wel, het is niet Jaspers ambitie om romanschrijver te worden, maar redacteur van een belangrijk literair tijdschrift. Je kan hem geen ongelijk geven, want de meeste romanschrijvers verdienen amper het zout op hun patatten (*). Alleen een enkeling, zoals Charles Dickens, kan royaal van zijn pen leven.

Wist je dat Jasper ooit verloofd was met Marian Yule? Ik weet dit uit goede bron. Curieus, niet waar! Moedige vrouw, die Marian. Zoals zij de zorg op zich nam van haar ouders. Geen evidentie, want haar oude heer – God hebben zijn ziel – was een onaangenaam sujet. Herinner je je nog dat bijtend stuk van de oude Yule over Lord Herbert of Cherbury? Vast wel, want het zette kwaad bloed. Maar Marian was niet de juiste partij voor die ambitieuze Jasper.

Mevrouw Milvain is trouwens niemand minder dan Amy Reardon, de weduwe van de onfortuinlijke Edwin Reardon. Kwalijke geschiedenis, die geschiedenis van Reardon. Eigenlijk was de man niet in de wieg gelegd voor romanschrijver. De omstandigheden hadden een romanschrijver van hem gemaakt. Wie zijn brood met literatuur wil verdienen, moet zich namelijk onvermijdelijk bezig houden met fictie. Met zijn eerste romans had Reardon een bescheiden lezerskring opgebouwd. Amy Yule trouwde dus met een veelbelovend schrijver. Maar helaas, het mocht niet zijn! De centen dreef Reardon tot het maken van minderwaardige broodschrijverij (= Grub Street). Hij verloor zijn lezerskring, faam en zijn vrouw. Zijn huwelijk was niet opgewassen tegen de grimmige metgezellen van elke broodschrijver: armoede en honger.

Zoals je weet, is de literaire markt meedogenloos en gebonden aan smaak. Schrijvers zijn ware martelaren van de pen. Menig schrijver sneuvelt. Neem nou, Harold Biffen. Zijn realistische roman, ‘Mijnheer Bailey, kruidenier’ werd neergesabeld. De Fransen weten tenminste een realistische roman te waarderen, de Engelsen daarentegen willen sensatie of melodrama. Geen wonder, dat het realistische werk van George Gissing (1857-1903) niet de waardering kreeg, die het verdiende. Zijn ‘New Grub Street’ over de situatie van letterkundigen in zijn tijd is nochtans een werkelijk voortreffelijk staaltje van geestig vermaak met de grote L van literatuur.

Bij alle goden, mag ‘New Grub Street’ voor eeuwig en altijd menig bibliotheek sieren en menig lezer vervoeren!

(*) Het zout op je patatten (aardappelen) verdienen is een typisch Vlaamse uitdrukking. In Nederland verdient men (niet) het zout in zijn pap.

Fictieve heldin: Miss Marple

Hoewel zij geen achtergrond heeft in criminologie of politiewerk schittert zij in de ingewikkeldste moordzaken. De meeste van haar collega-speurders vinden gezwind de weg naar de populaire cultuur. Haar filmdebuut liet meer dan 30 jaar op zich wachten en was maar losjes gebaseerd op haar literair leven. 

Hoewel Agatha Christie haar miss Marpleroman ‘The Mirror Crack’d from Side to Side’ (1963) opdroeg aan actrice Margaret Rutherford, kon zij zich niet vinden in Rutherfords bazige en kleurrijke vertolking van Miss Marple. Bovendien weken de films af van de oorspronkelijk bedachte plots.

Vrouwelijke speurneus.

Het personage van miss Marple was een spin-off van de roddeltante van middelbare leeftijd uit King’s Abott, Caroline Sheppard. Hoewel zij maar een klein rolletje had in ‘The Murder of Roger Ackroyd‘ (1926), dacht zij actief mee over wie de misdaad gepleegd had. Dit controversieel Poirot-verhaal vestigde Christies naam als schrijver. Dit boek was ook de basis van de allereerste bewerking van een Christie-verhaal. In het toneelstuk ‘Alibi’ werd de rol van Caroline Sheppard vertolkt door een jonge actrice, een keuze van de regisseur die Christie betreurde. Dit voorval deed Christie besluiten om een stem te geven aan oudere vrouwen. Hoewel vooral vrouwelijke auteurs de dienst uitmaakte in de gouden tijd van het detectivehaal, werden zij en hun mannelijke speurders niet altijd serieus genomen. Reden voor Christie om uit te pakken met een vrouwelijke speurneus. Ook had zij op die manier nog een personage naast haar onuitstaanbare Poirot.

Jane Marple dook voor het eerst op in het kortverhaal ‘The Tuesday Night Club’. Tussen 1926 en 1930 schreef Christie 13 kortverhalen over clubleden die elkaar een whodunit vertellen, en die de andere vervolgens moeten oplossen. Het is altijd Jane Marple met haar ijzersterke logica die de whodunits oplost. In 1930 maakte Jane Marple de overgang naar de roman. Haar romandebuut ‘Murder at the Vicarage’ maakte haar meteen net zo beroemd en bekend als Hercule Poirot. In tegenstelling tot de Belgische detective trekt Jane Marple nooit een verhaal naar zich toe.

Een onzichtbare speurneus.

Tussen 1930 en 1971 schreef Agatha Christie een 20-tal kortverhalen en 12 romans met Jane Marple in de hoofdrol. Het karakter van de 70-plusser verandert aanzienlijk doorheen de jaren. De jaren maken de frêle oude vrijster vriendelijker en moderner. Ook laat zij het loopwerk meer en meer door andere doen. Roddels blijven niettemin belangrijk voor de amateur-speurder die niemand opmerkt.

De televisieserie met Joan Hickson (1984-1992) benadert Christies boeken over miss Marple het dichtst.

 

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia. De trailer komt van Youtube van het kanaal van Baker & Taylor.