Doem der verdenking van Agatha Christie

Atypische Christie.

Hij had het zo lang mogelijk uitgesteld. Uiteindelijk nam hij dan toch het veer naar Landhuis Zonnehoek. De ontvangst is kil. Hester Argyle ziet in hem de zoveelste bemoeizuchtige journalist. Maar Dr. Arthur Calgary is een wetenschapper. 

Twee jaar geleden gaf Calgary een lift aan Jacko Argyle. Nadien heeft de politie tevergeefs naar hem gezocht, want hij was Jacko’s alibi. Calgary was echter in het buitenland, op expeditie. Hoewel zijn alibi te laat komt, wil hij de familie inlichten over Jacko’s onschuld. De onfortuinlijke Jacko is immers in de gevangenis gestorven.

De Argyles reageren niet zoals Arthur Calgary gehoopt had. Het nieuws van Jacko’s onschuld sloeg bij hen in als een bom. Als Jacko onschuldig was, wie van de familie heeft Rachel dan vermoord? Was het haar echtgenoot, Leo? Of was het een van de andere kinderen?

‘Doem der verdenking’ kreeg in 1958 zowel goede als slechte kritieken. Het plot was weliswaar ingenieus, maar de meeste critici hadden problemen met het psychologisch aspect van dit verhaal. ‘Doem der verdenking’ was namelijk een poging tot het schrijven van een psychologische detective. 

Deze atypische Christie is niettemin een verademing. Voor een keer zijn er geen personages met dubbele identiteiten of personages die zich anders voordoen dan ze zijn. Je krijgt een vrij eenvoudig plot. Het speurwerk blijft minimaal, maar je krijgt in de plaats veel sociale observatie.

Interessant is dat je een inzicht krijgt in Christies standpunt in het debat-nature-nurture. In dit debat staat de vraag centraal of onze persoonlijkheid wordt bepaald door aanleg of door opvoeding. De kinderen Argyle: Jacko, Mickey, Hester en Tina hebben geen bloedband met Leo en Rachel: ze zijn geadopteerd. Jacko was het zwarte schaap, maar kon daar volgens Leo en Rachel niets aan doen. Het was zijn aanleg, zijn achtergrond en zijn lot.

Oorspronkelijke titel: Ordeal by innocence.
Jaar van publicatie: 1958.

Spotlight op: De dagboeken van Cassandra Mortmain

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag is het spotlight gericht op: De dagboeken van Cassandra Mortmain van Dodie Smith.

I write this sitting in the kitchen sink

Dorothy Gladys Smith (1896-1990) was 10 jaar toen ze haar eerste toneelstuk schreef. Als kind was ze omringd door theaterliefhebbers en thuis in het amateurtoneel. Het stond dan ook in de sterren geschreven dat ze voor het theater zou gaan schrijven.

Naast toneelstukken schreef Dodie Smith jeugdboeken en romans voor volwassenen. ‘De dagboeken van Cassandra Mortmain’ (I capture the Castle) was haar eerste roman. De 17-jarige Cassandra Mortmain schrijft haar dagelijkse observaties en belevenissen terwijl ze in de gootsteen zit. Samen met haar vader, stiefmoeder, oudere zus en jongere broertjes woont ze in een vervallen kasteel. De excentrieke familie komt rond van niets want vader Mortmain heeft een schrijversblok.

Walt Disney wou een film maken van ‘I Capture the Castle’ maar de film is er nooit gekomen. Wel kwam er in 1961 de animatiefilm van een ander boek van Dodie Smith: ‘One Hundred and One Dalmatians’. Pas na de dood van Dodie Smith was Disney bereid om de filmrechten te verkopen. In 2003 konden de fans van het boek eindelijk de film zien: ze hadden er meer dan 50 jaar op gewacht.

Nadat één van die fans, namelijk J.K. Rowling, de loftrompet stak over ‘De dagboeken van Cassandra Mortmain’, kreeg het boek een cultstatus onder Harry Potterfans.

De stille Amerikaan van Graham Greene

Vintage Greene.

Saigon, 1952. Hij had net zijn opiumpijp gerookt toen er een Vietnamese politieagent aanklopte. Hij moest mee voor verhoor. Phuong moest ook mee. Op de Franse Sûreté vertelt inspecteur Vigot hen dat Pyle is vermoord. Vigot wil weten wat Thomas Fowler weet over Pyle. 

Ze hadden elkaar leren kennen op het plein voor hotel Continental. In tegenstelling tot zijn luidruchtige Amerikaanse collega’s van de pers was Pyle rustig en bescheiden; een stille Amerikaan. Alden Pyle werkte bij de Missie voor Economische Hulpverlening en was een een aanhanger van de theorie van York Harding. Harding verkondigt in zijn boeken dat landen zoals Vietnam geen nood hebben aan een kolonisator noch aan een communistisch bewind, en pleit in plaats daarvan voor een derde macht. 

Pyle was geïnteresseerd in hoe Thomas Fowler, met zijn jaren ervaring in het gebied, dacht over die derde macht. Hoewel de cynische Fowler Pyle maar een naïeve idealist vond, groeide er een vriendschap tussen beide. De vriendschap werd echter behoorlijk op de proef gesteld toen Pyle bekende dat hij verliefd was op Fowlers vriendin, de Vietnamese Phuong. 

Een maand geleden had Phuong hem verlaten voor Pyle. Pyle wou immers met haar trouwen en haar meenemen naar de VS. Een huwelijk met de getrouwde en veel oudere Thomas zat er niet in; Zijn vrouw wil immers niet scheiden.

Inspecteur Vigot meent dan ook terecht dat Thomas Fowler meer weet over de moord op Pyle. Volgens de Franse inspecteur was Pyle een spion. 

De titel krijgt zo twee betekenissen. Naast de karaktereigenschappen van Pyle is er het gegeven dat hij ‘een stille’ of spion was. De Franse autoriteiten willen de moord op Pyle liefst in de doofpot zien verdwijnen. Maar inspecteur Vigot wil graag achterhalen wat zijn hoofdverdachte, Thomas Fowler weet. En uiteraard wil de lezer ook weten of Thomas iets te maken heeft met de moord op Pyle. 

‘De stille Amerikaan’ was visionair in 1955 omdat Greene de Vietnamoorlog voorspelde (1955-1975). In de Vietnamoorlog gingen de Amerikanen de strijd aan met de  communistische Vietminh. In ‘De stille Amerikaan’ is er ook een oorlog aan de gang, namelijk de Eerste Indochinese oorlog of de onafhankelijkheidsstrijd (1946-1954), die werd uitgevochten tussen de Vietminh en de Franse kolonisator. Eigenlijk kan je de verschillende personages in ‘De stille Amerikaan’ zien als een allegorie voor de landen waarvoor ze staan, waardoor je een stuk geschiedenis meekrijgt. Los van die allegorie is ‘De stille Amerikaan’ een typische Greene met een gewetensconflict dat leidt tot een climax en een keuze waarop het hoofdpersonage niet meer kan terugkomen. Kortom: een vintage Greene. 

Oorspronkelijke titel: The Quiet American.
Jaar van publicatie: 1955.