Conclaaf van Robert Harris

Van sede vacante tot habemus papam. 

Sede vacante. De Heilige Vader is overleden. Als deken van het college van kardinalen is Jacopi Lomeli verantwoordelijk voor de organisatie van het conclaaf. Hij had nooit kunnen denken dat hij ooit een conclaaf zou organiseren. Hoewel hij een paar jaar geleden genezen was verklaard van prostaatkanker, geloofde kardinaal Lomeli dat hij voor de paus zou sterven. Hij had geprobeerd om af te treden, maar daar wou de paus niet van weten.

Drie weken later is het zo ver: 118 kardinalen laten zich opsluiten voor de duur van het conclaaf. Kranten, laptops en mobiele telefoons zijn verboden, want de kardinalen mogen geen contact hebben met de buitenwereld. Vaticaankenners voorspellen een lang conclaaf vol verdeeldheid.

the-vatican-city-2548624_1920
Vaticaanstad ©Jari-Pekka Peltoniemi via Pixabay

Niemand wil paus worden. Toch willen de meeste prinsen van de kerk doorstoten naar het hoogste ambt. Lobbyen is geen onbekend gegeven bij deze vrome mannen. Ook kardinaal Lomeli is ambitieus. Lomeli wil alles in goede banen leiden en de kerk van schandalen vrijwaren. Sommige van zijn mede-kardinalen maken het hem niet makkelijk. Kardinaal Lomeli moet diep gaan, toch weet hij het conclaaf en het verhaal te sturen. Het verhaal is lineair. Het begint met de dood van de paus en eindigt met de verkiezing van een nieuwe.

‘Conclaaf’ is een literaire thriller volgens het boekje: de spanning stijgt evenredig met de ontwikkelingen, die steevast leiden tot nieuwe wendingen. Zelfs de verschillende stemrondes zijn buitengewoon spannend. Je neemt de van verre bijgehaalde zoektocht naar compromitterende documenten er gezwind bij, want tijd om daar bij stil te staan, heb je niet. Nadat het stof van de machinaties is gaan liggen, laat Harris de buitenwereld het conclaaf ruw verstoren. Die ruwe verstoring zorgt voor een onverwachte apotheose en eensgezinde kardinalen. Habemus papam, op het moment wanneer die het meeste nodig is.

 

De vrouw in het zwart van Susan Hill

Klassiek spookverhaal.

In de vijf jaar dat ik werkte bij Bentley, Haigh, Sweetman en Bentley had ik één ding geleerd: het merendeel van de oudere cliënten was raar. Dat mevrouw Alice Drablow raar was, kwam door de afgelegen plek waar ze woonde. Het klonk als iets uit een roman: een eenzame weduwe, een groot afgelegen moeilijk te bereiken huis en een dorpje in een uithoek van Engeland. Ik voelde opwinding en nieuwsgierigheid.

Er was uiteraard ook professionele belangstelling. Uit naam van onze firma ging ik vooreerst de begrafenis van die arme mevrouw Drablow bijwonen. Dan moest ik haar papieren uitzoeken in Eel Marsh House en meenemen naar Londen. Het uitzoeken van de papieren ging een werk zijn van dagen.

Op de begrafenis zag ik haar voor het eerst. Ik hoorde het ruisen van haar jurk wanneer ze binnenkwam in de kerk. Ze was helemaal in het zwart gekleed. Een korte blik was genoeg om te zien hoe strak haar huid over haar botten lag. Ik zou de vrouw in het zwart nog zien. Dat wraakzuchtig wezen en mijn ervaringen in Eel Marsh House zijn de laatste jaren gelukkig verworden tot een vage herinnering. Tot mijn familieleden me vroegen om een spookverhaal te vertellen…

“Al die tijd had ik zitten luisteren naar hun gruwelijke, lugubere verzinsels, naar hun gejammer en gekreun, had ik maar één ding kunnen denken en het enige wat ik had kunnen zeggen was: Nee, nee, jullie hebben geen van allen enig idee. Dit is allemaal onzin en fantasie, zo is het helemaal niet. Het is helemaal niet zo bloedstollend en huiveringwekkend en grof, niet zo…zo lachwekkend. De waarheid is heel anders en veel verschrikkelijker.” 

Sinds 1983 heeft ‘De vrouw in het zwart’ gezwind zijn weg gevonden naar de populaire cultuur. Het boek is verfilmd voor zowel het grote als het kleine scherm, en de toneelbewerking speelt al sinds 1989 onafgebroken in Londen. ‘De vrouw in het zwart’ is een klassiek sfeervol spookverhaal. Oftewel een spannend verhaal waarin Hill het maximale haalt uit de locatie, en het gevoel en effect dat die locatie heeft op Arthur Kipps. Na zijn ervaringen kan je als lezer maar tot één conclusie komen: het spookt in Eel Marsh House. Het einde is verrassend. En toch weer niet, want Hill knoopt moeiteloos aan bij oude legendes, waarin de waarneming van spookachtige wezens vroeg of laat leidt tot een tragedie. ‘De vrouw in het zwart’ kan je gerust lezen voor het slapengaan. Je gaat er enkel kleine oogjes aan overhouden.

Schrijver zijn volgens Maugham

W.S. Maugham

“Ach, weet je. Wanneer mensen voor niets anders goed zijn,
dan worden ze schrijvers.”

William Somerset Maugham (1874-1965)

Schrijven was voor Maugham geen roeping, maar een moeilijk af te leren verslaving. Zijn werk was sterk beïnvloed door Guy de Maupassant en Gustave Flaubert. Frans was Maughams eerste taal. Hij was geboren in Frankrijk uit Britse ouders en woonde het grootste deel van zijn lange leven in Frankrijk.

Meer weten over W.S. Maugham? Lees mijn auteursportret. Of raadpleeg Wikipedia.

 

De foto bij dit citaat komt van Wikimedia Commons en is van Carl Van Vechten.