Het oog van de rode tsaar van Sam Eastland

Pretentieloze fictie tegen de achtergrond van een fascinerende periode.

Ze hadden hem bevolen om gevangene 4745-P van werkkamp Borodok op te halen. En ze hadden hem geadviseerd geen wapen mee te nemen. Een advies dat de jonge volkscommissaris Kirov ter harte nam. Het duurde uren vooraleer hij de gevangene sprak. 4745-P werkte als boommarkeerder in de bossen rond Borodok. Toen hij 7 jaar geleden in het kamp aankwam, stuurde de directeur hem prompt de bossen in. De directeur wou niet het risico lopen dat de andere gevangenen te weten kwamen wie de man was. Nadat Kirov hem een aktetas overhandigde, vroeg hij hem om naar zijn auto te komen voor zonsondergang de volgende dag. De man daagde op en Kirov bracht hem naar kameraad Starek. Aangekomen bij Starek bleek de man zijn broer te zijn. Maar waarom nam Starek een andere naam aan? En waarom maakt de naam van de man iedereen zenuwachtig?

Ze noemden hem het oog van de tsaar. De onkreukbare inspecteur Pekkala legde enkel verantwoording af bij Nicolaas II van Rusland. Zelfs de geheime dienst van de tsaar mocht de Fin niet ondervragen. Nu heeft Stalin een opdracht voor Pekkala. Blijkbaar is de vindplaats van de lijken van de Romanovs gevonden. Pekkala is de enige nog levende persoon die de Romanovs gekend heeft, en die getraind is in recherchewerk.

In ‘Het oog van de rode tsaar’ maakt Eastland handig gebruik van de mysterieuze omstandigheden rond de dood van de laatste tsaar en zijn gezin. Eastland veroorloofde zich een aantal vrijheden, wat niet iedereen op prijs zal stellen, maar ‘Het oog van de rode tsaar’ is nu eenmaal fictie. Niettemin is het duidelijk dat de schrijver veel research deed. Het verhaal laveert constant tussen het heden en het verleden. Het verleden gaat vooral over Pekkala en de tsaar, maar ook over zijn kindertijd, zijn grote liefde, zijn opleiding en zijn opsluiting tijdens de revolutie. Wat opvalt, is hoe sober en eenvoudig Eastland zijn verhaal vertelt. Door zijn setting is ‘Het oog van de rode tsaar’ het soort verhaal waarin auteurs vaak uitpakken met ingewikkelde politieke complotten, maar Eastland toont aan dat het ook anders kan.

“Pekkala zat aan het bureau het vaalgele dossier met de rode diagonale streep op het omslag te lezen. In zware letters stond op de rode streep geschreven: ZEER GEHEIM. Het woord ‘geheim’ op zich had geen betekenis meer. Alles was tegenwoordig geheim. Behoedzaam sloeg hij de pagina’s om.”

Het oog van de rode tsaar’ is het eerste deel van een zevendelige reeks rond inspecteur Pekkala en zijn assistent Kirov. Een reeks, waarin het voormalig oog van de tsaar het oog wordt van de rode tsaar, Stalin. Enkel de eerste twee delen zijn in het Nederlands vertaald. De rest van de serie moet je in een andere taal lezen.

Dood van een maestro van Donna Leon

Ouderwets speurwerk.

“Omdat dit Venetië was,
kwam de politie per boot,
met een blauw zwaailicht
op de kajuit.”

“Is er een dokter in de zaal?” klinkt het na de pauze van een operaopvoering. De dokter die mee achter de coulissen gaat, treft de dirigent dood aan in zijn kleedkamer. Zij kan niets meer doen voor de dode en vraagt met aandrang om de politie te bellen.

Commissaris Guido Brunetti van de Italiaanse politie herkent de dode dirigent. Het is niemand minder dan de wereldberoemde Duitse dirigent Helmut Wellauer. Zijn moord is een schandvlek voor Venetië. Brunetti moet snel met resultaten komen. Maar de zaak lijkt niet zo simpel te zijn. Doorheen zijn carrière had Wellauer veel vijanden gemaakt. Ook zijn privéleven was bewogen. Uit ervaring weet commissaris Brunetti dat moord draait rond twee dingen: geld en/of seks.

‘Dood van een maestro’ uit 1992 is Donna Leons debuut. Een vriend, een dirigent, had haar voorgesteld om eens een misdaadverhaal te schrijven. Voor Leon was het schrijven van ‘Dood van een maestro’ een grap, die zij al snel weer vergeten was. Tot haar verbazing kreeg zij voor haar grap een literaire prijs in Japan. Met die prijs kwam een tweejarig contract bij uitgeverij Harper Collins. Leon kon niet anders dan een vervolg schrijven. Het bleef niet bij 1 vervolg. Een paar maanden geleden verscheen namelijk deel 27 in de Brunetti-reeks, ‘The Temptation of Forgiveness’. Commissaris, Guido Brunetti heeft intussen al miljoenen fans.

Nochtans moet ‘Dood van een maestro’ het niet hebben van bloedstollende actie en nagelbijtende spanning. Het is ouderwets speurwerk, dat vlot weg leest en nergens banaal wordt of vergezocht. Brunetti heeft een gezin, wat hem tussen zijn fictieve speurneuzen tot een unicum maakt. Tussen al dat speurwerk door kan je heel wat leren over de Italiaanse cultuur en een beetje Italiaans leren. Een ideaal vakantieboek.

Over zwarten, indianen of soldaten

Klassiekers zoals ‘En toen waren er nog maar’ van Agatha Christie blijven betoveren.

De New York Times noemde ‘And then there were none’ (En toen waren er nog maar) van Agatha Christie bij publicatie in 1940: totaal onmogelijk en absoluut boeiend. De roman was in 1939 in het Verenigd Koninkrijk uitgebracht onder de titel ‘Ten little niggers’. Omdat neger gevoelig lag voor de Amerikaanse lezer werd gekozen voor het neutrale ‘And then there were none’. In 1965 heette het ‘Ten little indians’ naar de Amerikaanse versie van het Engelse aftelrijmpje rond tien kleine donkere mensen. In Christies tijd waren het zwarten of indianen die een voor een afvielen, nu vallen er soldaten af.

In ‘And then there were none’ is de plot opgebouwd rond het sinistere aftelrijmpje. Tien mensen zitten samen op een eiland dicht bij de Engelse kust. Naargelang de versie heet het eiland: ‘Nigger Island’, ‘Indian Island’ of ‘Soldier Island’. De mensen zijn samengebracht op het eiland door Mr Owen. Al heel snel blijkt, dat niemand van de genodigden en de personeelsleden Mr Owen kent. In elke kamer hangt een kadertje met het aftelrijmpje, en op de tafel in de eetkamer staan tien beeldjes. Telkens als er iemand wordt vermoord, verdwijnt er een beeldje, tot er niets meer is. De politie staat voor een raadsel. Pas als er een fles aanspoelt met een bekentenis, weten we wie de moorden pleegde. Het waarom weten we van aanvang aan: iedereen heeft een moord op zijn geweten.

Three little soldier boys walking in the Zoo;
A big bear hugged one and then there were Two.

Two little soldier boys sitting in the sun;
One got frizzled up and then there was One.

One little soldier boy left all alone;
He went and hanged himself

And then there were None.

Voor Christie was het schrijven van ‘And then there were none’ een huzarenstukje, waarbij ze net als in ‘The murder of Roger Ackroyd’ de regels rond het schrijven van een detectiveroman aanpaste in kader van het plot. In een klassieke detective gebeurt er een moord en wordt er een detective ingeschakeld. Dankzij de detective kan de lezer op zoek naar aanwijzingen en raden wie de moordenaar is. Op het einde legt de detective uit hoe de moord gebeurde. In ‘And then there were none’ is er geen detective in de klassieke zin, wel neemt de moordenaar helemaal op het einde de rol van detective op zich als hij uitlegt hoe de moorden in hun werk gingen. Aanwijzingen zijn er niet, wat de suspense ten goede komt.

‘And then there were none’ is vertaald in meer dan 50 talen. Het is de meest populaire whodunit van Christie met 100 miljoen verkochte exemplaren, wat het gelijk tot het meest verkochte mysteryverhaal maakt. Het vond al heel snel zijn weg naar de bühne en het scherm. De films en theaterstukken gebaseerd op ‘And then there were none’ zijn legio.

Video komt van YouTube en is van Vita Kate Rykkan.

Voor het artikel gebruikte ik verschillende bronnen waaronder Wikipedia.
Meer lezen? Lees mijn bericht over Agatha Christie en mijn bespreking van De moord op Roger Ackroyd