Fictieve held: Father Brown

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Hij vond zijn weg naar de populaire cultuur gekleed in een soutane, en met een veel te grote paraplu als metgezel. Een diep inzicht in de slechte kanten van de mens deed de rest.

Voor 2013 wou de BCC een detectiveserie van eigen bodem voor de namiddag. Bij voorkeur iets waar de kijkers al vertrouwd mee waren. Een radiodocumentaire over G.K. Chesterton (1874-1936) en zijn creatie Father Brown gaf de tv-makers het idee om terug een serie rond de mollige rooms-katholieke priester te maken. In 2019 gaf de BCC de opdracht voor de oplevering van een negende serie rond Father Brown in 2021. Met 90 afleveringen heeft de populaire Father Brown al meer avonturen beleefd dan zijn literaire evenknie.

Tussen 1910 en 1936 schreef Chesterton namelijk 51 verhalen en 2 raamvertellingen over Father Brown. De serie is maar losjes gebaseerd op Chestertons creatie. Zo kreeg Father Brown in de serie een parochie in de Cotwolds tijdens de jaren 50. Chestertons priester, daarentegen beleefde avonturen over heel het Verenigd Koninkrijk en was zelfs werkzaam als aalmoezenier in een Amerikaanse gevangenis.

De wereldvreemde.

Naar eigen zeggen schreef Chesterton enkele van de slechtste detectiveverhalen in de wereld. Father Brown was niet zijn enige detective, maar hij is wel zijn bekendste. Hij had hem gemodelleerd op een goede vriend van hem, de Ierse priester John O’Connor (1870-1952).

Tijdens een discussie met Father O’Connor en 2 studenten in een pub, hoorde Chesterton dat de studenten geestelijken zagen als wereldvreemd. Dit gaf Chesterton het idee voor een interessante paradox: de wereldvreemde is tegelijkertijd een man van de wereld. De verstrooide en ingetogen Father Brown weet bijgevolg meer over misdaad dan de misdadigers zelf. Geen misdaad of misstap is hem vreemd. Want als priester en biechtvader kent hij de mens in al zijn verdorvenheid.

De zielenredder.

In 1911 was Father Brown de allereerste geestelijke die misdaden oplost. Concurrentie had hij nauwelijks. En van de alomtegenwoordige Sherlock Holmes verschilde de intuïtieve Father Brown dag en nacht.

Had Chesterton eigenlijk wel een detective in gedachten toen hij Father Brown schiep?

De verhalen rond de priester zijn weliswaar puzzels, maar het is Father Brown niet te doen om het oplossen van een mysterie of het vatten van een misdadiger. Op het einde van de dag wil hij zielen redden en de moraliteit herstellen. Het ging de Engelse auteur immers niet om het vermaken van de lezer, maar om het verspreiden van zijn ideeën. En daar was Father Brown de overbrenger van.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen. De trailer bij dit bericht komt van YouTube.

Fictieve held: Maigret

Hoewel hij sinds 1972 van een welverdiend pensioen geniet blijft hij populair. Simenons man bij de Parijse moordbrigade schittert nu al 90 jaar onafgebroken op papier. Ook als bioscoop- en filmheld doet commissaris Maigret het goed.

In 2017 werd hij nog gespeeld door Rowan Atkinson. Aanvankelijk had Atkinson bedankt voor de rol. Hij zag niet hoe hij een gewone man kon vertolken. Maigret heeft immers geen grote mond of superbrein. Hij gebruikt geen drugs, speelt geen viool of operamuziek. Zedenpreken en cynisme is hem vreemd. Net als buitenechtelijke relaties en het leven als vrijgezel. Hij is gelukkig getrouwd en zijn vrouw maakt geen probleem van zijn onregelmatige werkuren.

Atypische held

Hij zoekt geen gerechtigheid. Dat laat hij over aan de rechtbank. Als speurder wil Maigret de ander vooral begrijpen. Zijn superkrachten zijn luisteren en observeren. Hoewel hij commissaris is, schaduwt hij verdachten en loopt hij cafés binnen voor informatie. Zijn wereld is die van de gewone man met zijn gebreken en zwakheden.

Bij het begin van een onderzoek verwerpt hij geen enkele hypothese. Voor zijn beroemde methode Maigret zakken buitenlandse collega’s af naar de lichtstad, zodat ze hem in actie kunnen zien. Maigret is veeleer een ambtenaar, weliswaar een atypische: hij houdt niet van papierwerk en vergaderingen. Niet alleen Maigret, ook de verhalen over hem zijn atypisch. Naast andere detectives valt een Maigret op door de sfeer, de karakterisering en het beperkte plot. Toch zijn ze spannend. Simenon had daar zo zijn technieken voor. 

Populaire held

De eerste Maigret schreef Georges Simenon in 1930. ‘Pietr-le-Letton’ was overigens het eerste boek waarvoor Simenon geen pseudoniem gebruikte; hij vond het goed genoeg om er zijn eigen naam onder te zetten. Vier jaar later kwam er een voorlopig einde aan de reeks. Simenon wou zich vooral toeleggen op roman durs, zijn literair werk. Maar de Maigrets verkochten beter. Dus begon Simenon vanaf 1940 opnieuw Maigrets te schrijven. Bovendien steeg met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog de behoefte aan ontspanningslectuur. In totaal schreef Simenon 75 romans en 28 kortverhalen over de populaire commissaris. Zijn allerlaatste boek in 1972 was een Maigret: Maigret et monsieur Charles. 

De bioscoop- en filmheld

Regisseurs en producten zagen snel brood in de verfilming van de Maigrets. Tussen 1932 en 1945 verschenen de eerste films. Volgens Maigret-kenners beïnvloedde de vertolking van Jean Gabin tussen 1958 en 1963 Simenon bij het verder uitwerken van zijn held. Vanaf de jaren 60 tot nu zijn er al verschillende televisieseries geweest.

De foto bij dit blog komen van Wikimedia Commons en zijn in het publieke domein. Voor het blog gebruikte ik verschillende internetbronnen, waaronder Wikipedia.

Fictieve held: de hard-boiled detective

De meeste literaire helden schitteren enkel op papier. Sommige, zoals Sam Spade en Philip Marlowe groeiden uit tot iconen. Een status, die ze via het grote scherm wisten te verzilveren. Ook in onze tijd is hij nog springlevend, de cynische detective met de grote mond. 

Terwijl hun Engelse collega’s een intrigerende whodunit voor hun kiezen kregen in een of ander slaperig dorpje of statig landhuis, kregen zij te maken met corruptie, malafide praktijken en grootstedelijk geweld. Aan een superbrein hadden ze weinig, want de schurken waar ze mee te maken kregen, waren niet langer ongrijpbaar. Bovendien hadden ze meer aan een stevig paar knuisten en een grote mond.

Zowel Sam Spade als Philip Marlowe zijn helden uit de Amerikaanse pulpliteratuur. Beide maakten hun debuut in het tijdschrift Black Mask, dat vanaf 1926 het ideaal van gerechtigheid promootte. Omdat de politie corrupt was, werd de gerechtigheid op straat hersteld door privédetectives.

Sam Spade.

Met Dashiell Hammett (1894-1961) had Black Mask een topauteur. Hammett bracht 8 jaar beroepservaring als detective mee. Bovendien wist hij in zijn verhalen levensechte personages te creëren. Met ‘The Maltese Falcon’ uit 1930, dat als feuilleton in Black Mask verscheen, zette hij de blonde Satan, Sam Spade in een gewelddadige wereld van zelfzuchtige en dubbele bedriegers.

Hoewel de onverschrokken Spade maar in 1 roman en 4 kortverhalen optrad, groeide hij uit tot een icoon. Niet enkel voor het hard-boiled genre maar ook voor het mystery- en thrillergenre is Spade het personage, dat iedereen wil recreëren of imiteren. ‘The Maltese Falcon’ kende verschillende verfilmingen. De bekendste is die met Humphrey Bogart uit 1941.

“Childish huh? I know, but, by God, I do hate being hit without hitting back.”  Uit ‘The Maltese Falcon’.

Philip Marlowe.

Bekender dan Sam Spade is Philip Marlowe van Raymond Chandler (1888-1959). In 1939 kende Marlowes debuut, ‘The Big Sleep’ een matige verkoop. De verfilming in 1946 met, jawel, Humphrey Bogart bracht daar verandering in. Meer nog dan Spade groeide Marlowe uit tot het archetype van de ruige, cynische privédetective, die vanuit zijn eigen perspectief zijn ervaringen vertelt. Net als Spade is Marlowe verre van perfect. Hoewel hij voortdurend in elkaar wordt geslagen, weet hij zich met kalmte doorheen een zaak te werken.

“Dead men are heavier than broken hearts.” Dit citaat uit ‘The Big Sleep’ staat ook op Chandlers grafsteen.

Humphrey Bogart
Humphrey Bogart als Sam Spade in ‘The Maltese Falcon’ (links) en Philip Marlowe in ‘The Big Sleep (rechts).

Een held van onze tijd: Bernie Gunther.

De erfenis van Spade en Marlowe leeft verder in Bernie Gunther van Philip Kerr (1956-2018). Gunther begon zijn carrière bij de Berlijnse politie, maar toen de nazi’s aan de macht kwamen, stapte hij op. Niettemin weten de nazi-kopstukken hem steeds te vinden voor een of andere duistere zaak. Ook verdwijnen er regelmatig mensen, zodat Gunther als privédetective nooit echt zonder werk zit.

Tijdens zijn leven is Kerr verschillende keren benaderd geweest voor een verfilming van zijn geliefde Gunther-romans. Een aantal jaren geleden was er sprake van een televisieserie. Wie weet, komen we Bernie Gunther inderdaad ooit nog tegen op het grote of kleine scherm.

Alleszins hebben de harde, cynische privédetectives nog steeds hun eigen eenzame plaats naast de intellectueel begaafde Poirots en Holmessen van deze wereld.

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia.
Het beeldmateriaal bij dit blog komt van Wikimedia Commons.