De zaak-Saint-Fiacre van Georges Simenon

Een ongewone Maigret.

Maigret had het briefje bij toeval gezien. Het slingerde al dagen rond. Aanvankelijk was het verstuurd naar de gemeentepolitie van Moulins. Daar zagen ze het als een slechte grap en stuurden ze het door naar Parijs. Nadat Maigret het las, vertrok hij onmiddellijk naar Saint-Fiacre. Volgens het briefje zal er tijdens de vroegmis van Allerzielen in de kerk van Saint-Fiacre een misdaad worden gepleegd.

Het meubilair in de kerk, het verlopen van de eucharistieviering, de kerkgangers. Het roept herinneringen op bij de commissaris. Saint-Fiacre is immers zijn geboortedorp. Zijn vader was de rentmeester van de graaf de Saint-Fiacre. De gravin de Saint-Fiacre herkent Maigret nauwelijks. Het is zeker meer dan 45 jaar geleden dat hij haar voor het laatst zag. Bij het einde van de mis blijft zij zitten. Als Maigret naar voren loopt en zachtjes haar schouder aanraakt, beweegt het lichaam zich en valt neer. De gravin is dood. Zij heeft een hartaanval gekregen.

Het moordwapen is ongewoon: het is een vervalst krantenbericht over de dood van Maurice de Saint-Fiacre, de zoon van de gravin. Iemand heeft het in haar misboek gestoken. Genoeg mensen hadden weet van het zwakke hart van de gravin. Aan verdachten geen gebrek. De zaak-Saint-Fiacre is echter geen makkelijke klus voor de commissaris. Ten eerste is er de uitgekookte moordenaar. Ten tweede is er graaf Maurice de Saint-Fiacre, de laatste telg van een geruïneerde familie. En ten derde werkt hij op vertrouwd terrein. Voor een keer ziet hij toe, hoe de moordenaar ontmaskerd wordt. Dit door iemand die nog geslepener is dan de moordenaar, en die rekeningen te vereffenen heeft.

‘De zaak-Saint-Fiacre’ is een ongewone maar steengoede Maigret, die een andere kant van de commissaris toont. Wat in een mysterie uit de gouden tijd van de detective tot een cliché verwerd, wist onze Belgische schrijver in zijn voordeel te gebruiken. Hier werkt het samenbrengen van de verdachten namelijk wel.

 

Oorspronkelijke titel: L’Affaire Saint-Fiacre.
Jaar van publicatie: 1932.

Arrowood van Mick Finlay

De hard-boiled Sherlock Holmes.

De tekst op het omslag spreekt aan: ‘de rijke Londenaren gaan met hun problemen naar Sherlock Holmes. De rest gaat naar Arrowood.’ Geeft Finlay je met William Arrowood, een nieuwe Holmes-kloon? Kruist het pad van Arrowood dat van Sherlock Holmes, zoals de synopsis lijkt te suggereren? Dat laatste is onwaarschijnlijk. Het Londen van Arrowood is niet het verfijnde en rijke Londen van Holmes, maar het dichtbevolkte en arme Londen. Het Londen, waar prostitutie, drugs en georganiseerde misdaad welig tiert, en waar een seriemoordenaar de straten onveilig maakt.

Net als Holmes kan Arrowood rekenen op de hulp van een ‘Watson’. Arrowoods hulp heet Norman Barnett. Net als Watson is Barnett de verteller. Barnett groeide op in een arme wijk van Londen en weet zijn vuisten te gebruiken. Geen ongewone luxe, want hun tegenstanders zijn zware jongens. Voor een keer is de hulp van de detective slimmer dan zijn baas. Hoewel Arrowood wel degelijk beschikt over een goed stel hersenen, komt hij over als een knoeier. Zijn bevindingen komen uit het niets en zijn eerder gelukstreffers, die hij steeds in zijn voordeel weet uit te leggen. In tegenstelling tot Holmes moet hij niets weten van forensische bewijzen en sporen, maar beroept hij zich op mensenkennis en kennis van de psychologie.

In ‘Arrowood’ gaan Arrowood en Barnett op zoek naar de verdwenen broer van Caroline Cousture. Het verhaal is niet altijd makkelijk te volgen. Je moet er als lezer je aandacht bijhouden. Pas op het einde snap je waar de zaak nu eigenlijk om draaide. Hoewel Finlay je met ‘Arrowood’ een mooi afgewerkt verhaal geeft, is de ontknoping ondergeschikt aan de enscenering. De moderne taal past niet echt bij het Victoriaanse Londen, maar wel bij het onsentimentele verhaal dat Finlay vertelt. Kortom: ‘Arrowood’ is geen Holmes-kloon maar de hard-boiled versie van de beroemde Londense detective.

‘Arrowood’ is het eerste deel van een nieuwe serie. Eerder dit jaar verscheen al het tweede deel, ‘De moordput’.

Oorspronkelijke titel: Arrowood
Datum van publicatie: 23 maart 2017

Het geheime wapen van Sam Eastland

De onwrikbare Pekkala.

Een Duitse agent probeerde blauwdrukken te kopen van de Russische T-34. De T-34 is een immens grote tank met als bijnaam de Rode Doodskist. Omdat Nazi-Duitsland dreigt met oorlog, zullen de Russen hun supertank spoedig moeten inzetten. De ontwerper van de tank, kolonel Nagorski, staat onder druk om de tank zo snel mogelijk af te werken.

Naar eigen zeggen heeft kolonel Nagorski niets verklapt of verkocht aan de Duitsers. Stalin is daar niet zo zeker van. Volgens hem is kameraad Nagorski verantwoordelijk voor het veiligheidslek, en zit de Witte Gilde achter de verkoop van de blauwdrukken. De Witte Gilde is een geheime organisatie die Stalin ten val wil brengen.

Stalin zet zijn meest betrouwbare inspecteur, Pekkala op de zaak. Pekkala werkt al 7 jaar voor Stalin, maar als voormalig oog van de tsaar heeft hij er nog altijd moeite mee om te werken voor de man die ooit zijn vijand was. Samen met zijn assistent, majoor Kirov, gaat Pekkala naar de zwaar bewaakte basis van de T-34. Daar aangekomen vinden ze Nagorski dood onder een van zijn prototypes. De kolonel is vermoord.

De oplossing van de moord is ondergeschikt aan het historisch kader, maar is niettemin spannend. Net als in ‘Het oog van de rode tsaar’ laveert het verhaal tussen heden en verleden. Zowel in het heden als in het verleden zijn er gelijkaardige situaties, manipulaties en uitwassen van grenzeloze macht en terreur. Gelukkig heeft Pekkala net als onder de tsaar een speciaal statuut, en kan hij vasthouden aan zijn onwrikbare principes en gedragscodes. Zoals dat gaat in een tweede boek van een reeks zijn de belangrijkste personages beter uitgewerkt.

Ook ‘Het geheime wapen’ is pretentieloze fictie waar je iets mee leert.

 

Oorspronkelijke titel: The Red Coffin
Jaar van publicatie: 2011