Spotlight op:

In ‘spotlight op’ ontruk ik een boek en zijn auteur uit de vergetelheid. Vandaag staat de spotlight op: ‘Professor Unrat’ van Heinrich Mann.

Heinrich Mann (1871-1950) was de eerste in de koopmansfamilie Mann die koos voor een literaire carrière. Vanaf de jaren 20 werd hij overklast door zijn jongere broer Thomas. In tegenstelling tot Thomas was Heinrich een scherp criticus van zijn tijd. Een socialist, die geloofde in politiek geëngageerde literatuur. Bij de machtsovername door de nazi’s in 1933 verliet hij Duitsland voorgoed, en vestigde zich tot 1940 in Frankrijk. Nadien vluchtte hij via Spanje en Portugal naar de VS.

‘Professor Unrat. Oder das Ende eines Tyrannen” (1905) was zijn vierde roman. Dankzij de verfilming van Josef von Sternberg en de vertolking van Marlene Dietrich is het boek ook gekend onder de naam ‘De blauwe engel’.

De roman gaat over de ongeliefde leraar Raat, die door zijn leerlingen en collega’s Unrat (= vuiligheid) wordt genoemd. Via een van zijn leerlingen komt hij in contact met de danseres Rosa Fröhlich. Zij werkt in De blauwe engel. Hun intieme omgang leidt tot zijn ontslag. Aanvankelijk kan Raat genieten van de ondergang van zijn vroegere leerlingen en vijanden dankzij het succesvol salon, dat hij samen met zijn vrouw Rosa opzet. Tot hij beseft dat Rosa’s gedrag wel heel dubbelzinnig is.

Voor dit blog gebruikte ik onder meer Wikipedia. De trailer van ‘De blaue Engel’ komt van YouTube

Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull van Thomas Mann

Bedrog als kunst.

Nadat hij op meesterlijke wijze de dienstplicht in Duitsland weet te ontlopen, gaat Felix Krull in Parijs werken in een hotel. De gladde prater weet het te schoppen van liftboy tot kelner. Daarnaast houdt hij zich bezig met diefstal. Zo besteelt hij de steenrijke mevrouw Houpflé, een vaste gast in het hotel. Pikant detail: zij weet dat hij haar besteelt. Maar ja, zij is dol op jonge mannen en Felix is toch zo geweldig in bed.

De perfectionist in Felix vervult elke rol met verve. Hij weet zich aan elke situatie aan te passen en voelt andermans zwakke plekken moeiteloos aan. Last van zijn geweten heeft hij niet. Als hij niet werkt, dan flaneert hij als een echte heer in kostuum door Parijs en frequenteert hij chique gelegenheden. Op een dag merkt een hotelgast hem op. Het duurt niet lang of de gast, de Luxemburgse markies de Venosta, vraagt Felix om zijn plaats in te nemen.

Volgens Mann-kenners is de ‘Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull’ zijn luchtigste en vrolijkste roman. Mann zag het Felix Krullproject als een parodie op de memoires van Goethe, ‘Dichtung und Wahrheit’. Hij had de roman al in 1907 gepland. In 1910 begon hij met het schrijven ervan. Het idee van het verhaal had hij ontleend aan de memoires van Georges Manolescu, ‘Ein Fürst der Diebe’ en ‘Gescheitert’.

Manolescu was een Roemeense oplichter en hoteldief. Toen hij in 1901 tegen de lamp liep, bleek tijdens zijn proces in Berlijn dat de adellijke hoofden van Europa hem kende als Prins Lahovary. De gevangenis vond de rechter niet de juiste plaats voor de nepprins, wel het krankzinnigengesticht. Hier schreef Manolescu zijn memoires. Die memoires waren lucratief. Door zijn proces was hij immens populair geworden. Bovendien hadden enkele van zijn slachtoffers zwijggeld betaald. In de jaren 20 werden zijn memoires 3 keer verfilmd.

Mann was echter al in 1913 met de ontboezemingen van Krull gestopt, en probeerde het alsnog in 1950 af te maken. In 1954 kwamen de eerste 3 delen uit. De 3 andere geplande delen zou hij nooit schrijven. Volgens hem zou niemand daarom treuren.

Mann wist niet welke vorm hij best aan Krulls ontboezemingen gaf, en dat merk je als lezer. Het verhaal begint als een klassieke ontwikkelingsroman, gaat over in een schelmenroman, om te eindigen in filosofische en wetenschappelijke bespiegelingen. Het verhaal komt traag op gang. Ook is het wennen aan de toon en stem van Felix: arrogant, spottend, breedvoerig en gezwollen. De hoogtepunten in Felix’ relaas zijn de militaire keuring en zijn complexe leven als hotelbediende, dief en gedistingeerde heer, waarin zijn verschillende gezichten naar voren komen. De scène met mevrouw Houpflé is hilarisch, maar er over. Al bij al is het jammer, dat de roman onafgewerkt is gebleven. Want de insteek is briljant: de burgerlijke maatschappij ontmaskerd door een artistiek begaafde oplichter. Oplichten is immers een kunst. Mensen willen bedrogen worden, zoals duidelijk naar voren komt uit Krulls memoires. 

 

Oorspronkelijke titel: Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull.
Jaar van publicatie: 1954.

 

Het geheim van Thomas Mann

Thomas Mann

Verbranden of niet? In 1950 besliste Thomas Mann (1875-1955) om zijn dagboeken niet te verbranden. Vroeger had hij wel dagboeken verbrand. Maar de ouderdom had hem vrijmoediger gemaakt. Twee jaar later pakte hij zijn dagboeken in. Op de buitenkant van het pak schreef hij: dagelijkse notities 1933-1951 zonder literaire waarde te openen 20 jaar na mijn dood. Bij zijn dood in 1955 pakte dochter Erika, zijn laatste dagboeken in.

Literaire ambities.

Thomas Mann debuteerde in 1901 succesvol met het imposante ‘Buddenbrooks’. ‘Buddenbrooks’ verhaalt over de bloei en de neergang van een koopmansfamilie in het negentiende-eeuwse Duitse Lübeck. Veel van de personages waren gebaseerd op familieleden. Mann was immers geboren in een koopmansgeslacht in Lübeck. Het was de bedoeling dat hij en zijn vier jaar oudere broer, Heinrich het familiebedrijf zouden overnemen, maar zowel Heinrich als Thomas hadden literaire ambities. De firma werd bijgevolg verkocht.

Dood in Venetië.

Nog meer succes en bijval verwierf Mann in 1924 met ‘Der Zauberberg’ (De Toverberg). Eerder schreef hij ‘Tonio Kröger’ (1903) en ‘Der Tod in Venedig’ (Dood in Venetië). Dat die laatste geen schandaal veroorzaakte is een klein wonder. In ‘Dood in Venetië’ (1912) geraakt een ouder wordende schrijver gefascineerd door een veertienjarige jongen. Zijn fascinatie voor de knaap belet hem tijdig Venetië te verlaten, waardoor hij het slachtoffer wordt van een cholera-epidemie. Volgens Mann ging de novelle over het verlies van waardigheid voor de kunstenaar.

Internationale doorbraak en vlucht uit Duitsland.

De internationale doorbraak kwam er met de Nobelprijs voor Literatuur in 1929. Mann kreeg de Nobelprijs enkel voor ‘Buddenbrooks’. Blijkbaar konden niet alle leden van de commissie zijn filosofisch getinte ‘De Toverberg’ waarderen. Het was tijdens een tournee in het buitenland, dat Mann in februari 1933 het bericht kreeg uit Duitsland weg te blijven. Mann ging met zijn half-Joodse vrouw in ballingschap, eerst naar Zwitserland en dan naar de VS. Naar aanleiding van zijn felle kritiek op het nazi-regime werd hem in 1936 het Duits staatsburgerschap ontnomen. Tijdens de periode 1926 tot 1942 werkte Mann aan ‘Joseph und seine Brüder’ (Jozef en zijn broers). En van 1943 tot 1947 verhaalde hij in ‘Doctor Faustus’ hoe de vooroorlogse burgerij in de greep kwam van het fascisme. In zijn laatste grote werk ‘Bekenntnisse des Hochstaplers Felix Krull’ (Ontboezemingen van de oplichter Felix Krull) ontmaskert een artistiek begaafde oplichter de burgerlijke maatschappij.

Zijn grote liefde.

Over zijn vrouw Katia Pringsheim schreef Thomas Mann ooit:

“de vrouw die mijn leven deelt, dat voor alles geduld eisende,maar gemakkelijk te ontkrachten en te ontregelen leven, waarvan ik niet weet hoe het zich zonder de teder-energieke bijstand van deze buitengewone gezellin staande zou hebben gehouden”.

Katja Mann mit ihren sechs Kindern um 1919

V.l.n.r: Monika, Golo, Michael, Katia, Klaus, Elisabeth en Erika omstreeks 1919.

Uit Manns dagboeken bleek dat Katia niet zijn grote liefde was. Zijn schaamte over zijn verboden gevoelens voor zijn grote liefde, violist en kunstschilder Paul Ehrenberg, had Mann genoopt tot een keurig burgerlijk bestaan. Katia was hoogstwaarschijnlijk op de hoogte van zijn levenslang onvervuld verlangen naar mannen. Dit verlangen kreeg niet enkel en alleen in zijn dagboeken een plek, maar ook in romans zoals ‘Dood in Venetië’, ‘Tonio Kröger’, ‘Doctor Faustus’ en ‘De Toverberg’.

De drie oudste kinderen: Erika, Klaus en Golo deelden hun vaders verlangen naar mensen van dezelfde sekse. Michael, de jongste koos voor een muziekcarrière terwijl de andere kinderen van de meest onderscheiden Duitse auteur, romans, memoires of wetenschappelijk werk schreven.

Voor dit blog gebruikte ik meerdere bronnen, waaronder het Duitslandinstituut. De foto’s komen van Wikimedia Commons.