Schrijver zijn volgens Shaw

G.B. Shaw

George Bernard Shaw (1856-1950) was een Iers toneelschrijver.

Shaw is na William Shakespeare , de belangrijkste toneelschrijver voor de Engelstalige theaterwereld. Net als de bard uit Stratford-upon-Avon schreef Shaw veel. Hij schreef meer dan 60 stukken.

Bij het grote publiek is hij vooral gekend voor ‘Pygmalion’ (1912), oftewel ‘My Fair Lady’. In ‘Pygmalion’ gaat professor Higgins een weddenschap aan. Hij zal van een arme Londense bloemenverkoopster, Eliza Doolittle een dame maken. Voor het scenario van de film ‘Pygmalion’ kreeg Shaw in 1939 een Oscar.

Zijn toneelstuk rond Jeanne d’Arc, ‘Saint Joan’ leverde hem in 1925 de Nobelprijs voor literatuur op. Shaw accepteerde de prijs, maar weigerde het prijzengeld. Tijdens zijn lange leven kwam hij in aanmerking voor heel wat Britse eerbewijzen en onderscheidingen. Hij weigerde ze allemaal.

Bewaring van Graham Norton

Een charmant verhaal.

Duneen heeft maar 1 brigadier, PJ Collins. De mensen mogen hem graag, maar vinden het een ongemakkelijk idee dat hun veiligheid afhangt van een man die al hevig zweet als hij in de kerk ter communie gaat.

Gelukkig gebeurt er niet veel in het Ierse dorpje. Het heftigste wat er ooit gebeurd is, ligt nu al een dikke 15 jaar achter hen. Toen vochten twee jonge vrouwen een ruzie uit over een man. De man verdween. Sindsdien is hij niet meer gezien in Duneen.

Met ‘Bewaring’ schreef komiek en tv-persoonlijkheid Graham Norton naar eigen zeggen een cozy mystery. Het heeft inderdaad de kenmerken van een cozy. De speurder is echter geen amateur maar een brigadier. Wat – denk ik – overeenkomt met een politie-agent bij ons in België. PJ is altijd zwaarlijvig geweest, slaagde met de hakken over de sloot in de politieschool. Voelde zich niet aanvaard door zijn slankere collega’s en vroeg zijn overplaatsing aan naar een dorp, waar hij in zijn uppie de orde handhaaft. De voorbije 15 jaar waren monotoon, maar door een ontdekking op de bouwplaats wordt zijn leven helemaal overhoop gegooid. Voor de eerste keer in zijn loopbaan krijgt hij te maken met een verdacht overlijden. En dat is niet het enige nieuwe aspect in zijn leven.

Norton had heel wat clichés uit de kast kunnen halen bij het schrijven van deze cozy, maar dat doet hij niet. Buiten wat droge humor valt er overigens weinig te lachen in ‘Bewaring’. Het verhaal zit goed in elkaar en leest vlot weg. Niet iets wat gaat bijblijven, maar niettemin charmant.

Het moeilijke Ulysses

Klassiekers zoals ‘Ulysses’ roepen meer vragen dan antwoorden op.

Literatuurwetenschappers zijn er nog steeds niet uit: is ‘Ulysses’ van James Joyce (1882-1941) nu wel of geen meesterwerk? Of getuigt het van egotripperij? De Ierse auteur wou immers een nieuwe definitie geven aan de literatuur. Na de Bijbel en de ‘Odyssee’ van Homerus is ‘Ulysses’ alvast een gewild studieobject.

Een moeilijk boek.

Voor veel lezers is ‘Ulysses’ een weinig toegankelijk boek. De structuur is chaotisch en verwarrend. Het taalgebruik is lastig. Want Joyce gebruikte naast Ierse straattaal ook letterlijke vertalingen uit het Latijn. Elk hoofdstuk is in een andere stijl geschreven. Het is doorspekt met grapjes, pastiches en parodieën. De roman zinspeelt op de Bijbel, de ‘Divinia Comedia’ van Dante, de drama’s van Shakespeare, het werk van Jonathan Swift en uiteraard de ‘Odyssee’ van Homerus. ‘Ulysses’ is immers de Engelse naam van de held van de ‘Odyssee’, Odysseus. En om het helemaal compleet te maken: in het lijvige ‘Ulysses’ gebeurt er weinig tot niets.

Het verhaal fungeert immers als een kapstok waaraan gedachten over leven, dood, seks en het Ierse nationalisme worden opgehangen. Letterlijk gaat het over de avonturen van de joodse advertentiecolporteur Leopold Bloom. Zijn avonturen duren 1 dag. Tijdens die ene dag – 16 juni –  maakt hij een odyssee doorheen Dublin. Joyce gaf zijn geboortestad heel gedetailleerd weer. Stel dat Dublin zou weggevaagd worden door een ramp, dan kan het dankzij ‘Ulysses’ terug heropgebouwd worden.

Van gewraakt en verbannen naar groeiende belangstelling.

Terwijl Joyce werkte aan ‘Ulysses’ (1914-1922), kon hij de hoofdstukken die al klaar waren, voorpubliceren in het Amerikaanse tijdschrift ‘Little Review’. Het geld, dat hij hiervoor kreeg, kon hij goed gebruiken. Maar in 1921 spande de Amerikaanse autoriteiten een proces in tegen de uitgevers van ‘Little Review’. Hoofdstuk 13, waarin Leopold Bloom masturbeert, ging in tegen de goede zeden. Na de veroordeling van de uitgevers van ‘Little Review’ wou geen enkele Engelse of Ierse uitgever ‘Ulysses’ uitgeven. Uiteindelijk verschenen er 2 exemplaren van ‘Ulysses’  in 1922 bij een Franse uitgeverij. Later volgde een herdruk van 1000 exemplaren. Tien jaar later verscheen het dan toch in de VS, na een nieuw proces. En in 1936 rolde het in het Verenigd Koninkrijk van de persen.

De Ierse lezers konden pas in de jaren 60 de boeken van Joyce lezen. Dublin had op 16 juni 1954 zijn allereerste Bloomsday. De groeiende internationale belangstelling voor Joyce en ‘Ulysses’ was de Ieren niet ontgaan.

“The sea, the snotgreen sea,
the scrotumtightening sea.”

Voor dit blog gebruikte ik verschillende bronnen, waaronder Wikipedia.