De droom van Scipio van Iain Pears

Beloftevol begin lost verwachtingen niet in.

De Franse historicus Julien Barneuve stelt zich tevreden met het bestuderen van lieden, die door de goden zijn aangeraakt. De beschaving wordt immers in stand gehouden en uitgebreid door kleine lieden die de bedoelingen van verlichte geesten uitleggen. Julien is goed toegerust voor zijn taak. De voorbije twintig jaar heeft hij zich geduldig en nauwgezet de kennis en vaardigheden nodig voor zijn metier eigen gemaakt. Hij werkt uit hartstocht en liefde, en ziet zichzelf als een kruisvaarder voor de werkelijke waarden van onze beschaving. Hij leeft echter in een tijd waarin aan het leven en de letteren weinig waarde wordt gehecht.

Momenteel heeft Julien de tijd om zich nog eens te buigen over het leven van Olivier de Noyen, een dichter uit de veertiende eeuw. Het is dankzij de Noyen dat hij in het bezit kwam van een document geschreven door Manlius Hippomanes. Hippomanes was een Gallische aristocraat geobsedeerd door het redden van de Romeinse beschaving. Het document dat het leven van de drie mannen verbindt, is gebaseerd op Cicero’s ‘Droom van Scipio‘.

Volgens Pears gaat ‘De droom van Scipio’ over hoe onze cultuurhistorische bagage ons gedrag bepaalt. Hij beschrijft dit aan de hand van de lotgevallen van Barneuve, de Noyen en Hippomanes. Hun levens zijn geplaatst tegen de achtergrond van belangrijke momenten in de westerse geschiedenis: de Tweede Wereldoorlog, de pest en het verval van het Romeinse Rijk. Plaats van gebeuren is de Provence. Pears vertelt de verhalen van de drie mannen niet in afzonderlijke delen, maar wisselt ze af, wat aanvankelijk goed werkt. Het verhaal rond Barneuve lijkt het hoofdverhaal te zijn.

‘De droom van Scipio’ begint heel sterk en veelbelovend. Vooral in het begin van de roman laat de alleswetende schrijver de nodige hints vallen, zodat je nieuwsgierig bent over hoe het verhaal verder gaat evolueren. Ook is er de nodige humor. Halverwege begint het boek te vervelen en weten de verhaalwendingen niet meer te overtuigen. De aanvankelijk goed uitgewerkte personages en scènes beginnen te vervlakken. Ook al, omdat Pears veel te veel uitweidt. Uiteindelijk eindigt het verhaal zoals het begonnen is: dramatisch. Maar de worsteling van Julien is aan je voorbij gegaan.

 

Oorspronkelijke titel: The Dream of Scipio
Jaar van publicatie: 2002.

Zinnespel van Barry Unsworth

Theatergezelschap speelt een moord na.

Plaats van handeling in ‘Zinnespel’ is het Engeland van de veertiende eeuw. De 23-jarige priester-geleerde Nicolas Barber is op de vlucht en sluit zich aan bij een rondtrekkend theatergezelschap. Nicolas leert de knepen van het vak en kan die al snel toepassen wanneer het gezelschap een stad aandoet. De opvoering van hun zinnespel, de val van Adam, kent weinig bijval. Martin, de leider van het gezelschap heeft een idee en kan de andere overhalen om iets totaal nieuw te doen. Maar is het wel zo’n goed idee, om de moord die pas gebeurd is in de stad waar ze verblijven, na te spelen in een moraliteit?

‘Zinnespel’ is een intelligente doch speelse roman, die draait rond het idee dat iedereen een acteur is. Niets is wat het lijkt, maar de ware toedracht komt uiteindelijk aan het licht. Die toedracht is best extreem, maar geloofwaardig. Zoals gebruikelijk bij Unsworth komt het verhaal ietwat aarzelend op gang. Unsworth had de gave om een overtuigd beeld neer te zetten van plaats, tijd en onderwerp zonder didactisch of belerend over te komen. ‘Zinnespel’ is dan ook geen verhaal dat zich toevallig in de middeleeuwen afspeelt met middeleeuwse karikaturen, maar een verhaal met karakters die middeleeuws zijn in woord en daad. Naast het boeiende historisch fictief aspect is er ook het verhaal zelf, dat meeslepend is, en iets heeft van gelegenheidsspeurwerk. Een aanrader.

Ivanhoe van Sir Walter Scott

Typische roman uit de Romantiek.

Het historisch decor in ‘Ivanhoe’ is het Engeland van de twaalfde eeuw, om precies te zijn 1194, vlak na de derde kruistocht. Ivanhoe, een Saks, is door zijn vader onterfd, vanwege zijn vriendschap met de Normandische koning Richard I, beter gekend als Richard Leeuwenhart, koning van Engeland. Aanvankelijk gaat de identiteit van Ivanhoe schuil achter een vermomming, die pas onthuld wordt als hij het riddertoernooi bij Ashby wint. Helaas raakt hij ook zwaar gewond. Vanaf dat moment verdwijnt Ivanhoe grotendeels op de achtergrond en treedt een geheimzinnige zwarte ridder op de voorgrond.

Naast de zwarte ridder met het beenkluister zijn er nog een rist aan personages, zoals Robin van Locksley, Isaak de jood en zijn dochter Rebekka, Cedric de Sakser, Athelstane, Wamba de nar, Gurth de zwijnenhoeder, prins Jan, tempelridder Brian de Bois-Guilbert. Van elk personage krijg je overigens een volledige handleiding met betrekking tot diens uiterlijk, etniciteit en inborst. Het fijne aan zo’n kant-en-klare handleiding is de voorspelbaarheid. Ik kon halverwege het verhaal de reacties voorspellen bij de verschillende karakters, wat het verhaal iets grappigs gaf. De personages zijn zwart-wit, hoewel Scott bij de romantische weergave van koning Richard Leeuwenhart toch wel de nodige kritische kanttekeningen wist te plaatsen. De koning was dapper, vandaar ook zijn naam ‘Leeuwenhart’, maar was meer een dolende roekeloze ridder en krijgsman dan een vorst. Regeren was niet besteed aan Richard Leeuwenhart. Tijdens zijn tienjarig bewind als koning van Engeland was hij welgeteld zes maanden in Engeland, de overige tijd vocht hij in het buitenland.

De roman is opgebouwd rond verschillende tegenstellingen, waarvan de belangrijkste de tegenstelling Saks – Normandiër is. Feit was wel dat in 1194 de Saksen en Normandiërs volledig geassimileerd waren. Op dit punt nam de Schotse schrijver een loopje met de werkelijkheid. Kenners denken dat Scott kritiek gaf op het Schotse nationalisme dat in zijn tijd opgang maakte. De trouw van Ivanhoe aan zijn vorst werd dan ook beloond. Zijn vader en de andere edelen erkenden Richard als koning. De Saksen en Normandiërs kregen het koninklijk bevel om zich te gedragen als Engelsen.

Ik las ‘Ivanhoe’ trouwens in de integrale vertaling van Harm Dansma en Niek Miedema. Het was wennen aan het modern archaïserend Nederlands. Ridders rijden op telgangers of hakkeneien en binnenplaatsen van burchten worden opgeluisterd door joculators en potsenmakers. Dit droeg zeker bij tot de authenticiteit en sfeer. Minder aangenaam waren de overdreven retorische dialogen, hoewel dit grotendeels werd goedgemaakt door de dramatische acties en de vanzelfsprekende spannende, doch gedoseerde manier waarop Scott zijn verhaal wist te vertellen. Het was dan ook met enige spijt in het hart dat ik afscheid nam van ‘Ivanhoe’.