Praagse nachten van Benjamin Black

Misdaad in het middeleeuwse Praag.

Praag, 1599. Het kan niet anders of Christian Stern is de door God gezonden ster. Zijn naam is een voorteken. Hij wordt dan ook ontvangen door keizer Rudolf II. Die vraagt hem de moordenaar te zoeken van Magdalena Kroll, zijn minnares.

Die keizerlijke opdracht drukt zwaar op Sterns gedachten. Op de eerste nacht van zijn aankomst in Praag ontdekte hij namelijk het lijk van Magdalena Kroll. Felix Wenzel, de eerste minister liet hem arresteren voor die moord. De kennismaking met de gevangenis is hem slecht bekomen. Bovendien is hij een geleerde en geen onderzoeker van misdaden. Wat gaat er met hem gebeuren als hij niet slaagt in zijn opdracht? Waar moet hij beginnen? Wie moet hij ondervragen?

De oplossing valt uiteindelijk in zijn schoot, helemaal op het einde van het verhaal. Je bent al bijna vergeten dat hij een moordenaar zocht. De moord is in ‘Praagse nachten’ slechts een middel voor Black om iets meer te vertellen over het middeleeuwse Praag en het leven aan het hof van keizer Rudolf II. Stern is geen sympathiek personage; hij is jong en arrogant en heeft weinig tot geen inzicht in de mensen rondom hem. Hij vertelt zijn verhaal als een oude man, terugkijkend op zijn tijd in Praag, toen hij nog vol was van zichzelf.

Deze historische whodunit is fictie van de bovenste plank. Je waant je zo aan het hof van keizer Rudolf II met zijn alchemisten, geleerden en slinkse hovelingen. Het verhaal is geloofwaardig en het proza schitterend. Achter het pseudoniem Benjamin Black zit niemand minder dan de Ierse Nobelprijskandidaat John Banville. Banville gebruikt dit pseudoniem voor zijn thrillers.

 

Oorspronkelijke titel: Prague Nights.
Jaar van publicatie: 2017.

 

De droom van Scipio van Iain Pears

Beloftevol begin lost verwachtingen niet in.

De Franse historicus Julien Barneuve stelt zich tevreden met het bestuderen van lieden, die door de goden zijn aangeraakt. De beschaving wordt immers in stand gehouden en uitgebreid door kleine lieden die de bedoelingen van verlichte geesten uitleggen. Julien is goed toegerust voor zijn taak. De voorbije twintig jaar heeft hij zich geduldig en nauwgezet de kennis en vaardigheden nodig voor zijn metier eigen gemaakt. Hij werkt uit hartstocht en liefde, en ziet zichzelf als een kruisvaarder voor de werkelijke waarden van onze beschaving. Hij leeft echter in een tijd waarin aan het leven en de letteren weinig waarde wordt gehecht.

Momenteel heeft Julien de tijd om zich nog eens te buigen over het leven van Olivier de Noyen, een dichter uit de veertiende eeuw. Het is dankzij de Noyen dat hij in het bezit kwam van een document geschreven door Manlius Hippomanes. Hippomanes was een Gallische aristocraat geobsedeerd door het redden van de Romeinse beschaving. Het document dat het leven van de drie mannen verbindt, is gebaseerd op Cicero’s ‘Droom van Scipio‘.

Volgens Pears gaat ‘De droom van Scipio’ over hoe onze cultuurhistorische bagage ons gedrag bepaalt. Hij beschrijft dit aan de hand van de lotgevallen van Barneuve, de Noyen en Hippomanes. Hun levens zijn geplaatst tegen de achtergrond van belangrijke momenten in de westerse geschiedenis: de Tweede Wereldoorlog, de pest en het verval van het Romeinse Rijk. Plaats van gebeuren is de Provence. Pears vertelt de verhalen van de drie mannen niet in afzonderlijke delen, maar wisselt ze af, wat aanvankelijk goed werkt. Het verhaal rond Barneuve lijkt het hoofdverhaal te zijn.

‘De droom van Scipio’ begint heel sterk en veelbelovend. Vooral in het begin van de roman laat de alleswetende schrijver de nodige hints vallen, zodat je nieuwsgierig bent over hoe het verhaal verder gaat evolueren. Ook is er de nodige humor. Halverwege begint het boek te vervelen en weten de verhaalwendingen niet meer te overtuigen. De aanvankelijk goed uitgewerkte personages en scènes beginnen te vervlakken. Ook al, omdat Pears veel te veel uitweidt. Uiteindelijk eindigt het verhaal zoals het begonnen is: dramatisch. Maar de worsteling van Julien is aan je voorbij gegaan.

 

Oorspronkelijke titel: The Dream of Scipio
Jaar van publicatie: 2002.

Zinnespel van Barry Unsworth

Theatergezelschap speelt een moord na.

Plaats van handeling in ‘Zinnespel’ is het Engeland van de veertiende eeuw. De 23-jarige priester-geleerde Nicolas Barber is op de vlucht en sluit zich aan bij een rondtrekkend theatergezelschap. Nicolas leert de knepen van het vak en kan die al snel toepassen wanneer het gezelschap een stad aandoet. De opvoering van hun zinnespel, de val van Adam, kent weinig bijval. Martin, de leider van het gezelschap heeft een idee en kan de andere overhalen om iets totaal nieuw te doen. Maar is het wel zo’n goed idee, om de moord die pas gebeurd is in de stad waar ze verblijven, na te spelen in een moraliteit?

‘Zinnespel’ is een intelligente doch speelse roman, die draait rond het idee dat iedereen een acteur is. Niets is wat het lijkt, maar de ware toedracht komt uiteindelijk aan het licht. Die toedracht is best extreem, maar geloofwaardig. Zoals gebruikelijk bij Unsworth komt het verhaal ietwat aarzelend op gang. Unsworth had de gave om een overtuigd beeld neer te zetten van plaats, tijd en onderwerp zonder didactisch of belerend over te komen. ‘Zinnespel’ is dan ook geen verhaal dat zich toevallig in de middeleeuwen afspeelt met middeleeuwse karikaturen, maar een verhaal met karakters die middeleeuws zijn in woord en daad. Naast het boeiende historisch fictief aspect is er ook het verhaal zelf, dat meeslepend is, en iets heeft van gelegenheidsspeurwerk. Een aanrader.

 

Oorspronkelijke titel: Morality Play.
Jaar van publicatie: 1995.