Vertel het iemand van Rachida Lamrabet

Een onbekend verhaal uit de Eerste Wereldoorlog.

1914, Fès. Hij had geen keuze: het was wegrotten in de gevangenis of voor een jaar naar het front gaan. Net als de Engelse had de Franse overheid de hulp ingeroepen van hun koloniën om te vechten tegen Duitsland. Aan het front begint de jonge Amazigh (= Berber) een dagboek. Een doorstreepte zin in zijn dagboek wordt echter tegen hem gebruikt in een proces wegens hoogverraad. De avond voor zijn executie vertelt hij zijn verhaal aan zijn vader, een Fransman.

Eigenlijk had hij zijn vader liever niet gezien. Want zijn vader is de reden waarom hij in Frankrijk is. Hij heeft echter de hulp van zijn vader nodig. Hij wil dat deze zijn zus opzoekt om haar te vertellen wat hij hem verteld heeft. Zodat alles niet tevergeefs is geweest. De jonge Berber begint zijn verhaal bij het begin, namelijk bij zijn geboorte. Hoe hij alleen opgroeide, met enkel zijn moeder. Wat zijn moeder hem verteld had en hoe hij uiteindelijk te weten is gekomen dat de man die voor hem zit, zijn vader is. En hoe het komt dat hij wegens hoogverraad is veroordeeld.

De jonge Amazigh, zijn moeder en vader blijven anoniem. Er zijn verschillende redenen waarom een schrijver voor anonieme personages kiest. Ze staan voor één van de vele. Of hun identiteit verandert doorheen het verhaal. Dit is zeker het geval voor zowel de moeder als de zoon. De personages in ‘Vertel het iemand’ zijn oppervlakkig, toch vervullen ze hun rol in het verhaal met brio. Op het verhaal zelf en hoe het verteld wordt, is niets aan te merken, dat staat als een huis. In de eerste plaats gaat Lamrabets roman over verhalen vertellen en neerschrijven. Daarnaast vertelt het een onbekend oorlogsverhaal, namelijk dat van de kinderen van de koloniën. Vooraleer de schrijfster je onderdompelt in de nietsontziende loopgravenoorlog, leidt zij je rond in de duizend-en-een-nachtwereld van het onbekende Marokko met zijn moedige vrouwen en krijgers.

‘Vertel het iemand’ is een roman, waarin veel te ontdekken valt. Een aanrader.

 

Jaar van publicatie: 2018.

 

De zaak-Saint-Fiacre van Georges Simenon

Een ongewone Maigret.

Maigret had het briefje bij toeval gezien. Het slingerde al dagen rond. Aanvankelijk was het verstuurd naar de gemeentepolitie van Moulins. Daar zagen ze het als een slechte grap en stuurden ze het door naar Parijs. Nadat Maigret het las, vertrok hij onmiddellijk naar Saint-Fiacre. Volgens het briefje zal er tijdens de vroegmis van Allerzielen in de kerk van Saint-Fiacre een misdaad worden gepleegd.

Het meubilair in de kerk, het verlopen van de eucharistieviering, de kerkgangers. Het roept herinneringen op bij de commissaris. Saint-Fiacre is immers zijn geboortedorp. Zijn vader was de rentmeester van de graaf de Saint-Fiacre. De gravin de Saint-Fiacre herkent Maigret nauwelijks. Het is zeker meer dan 45 jaar geleden dat hij haar voor het laatst zag. Bij het einde van de mis blijft zij zitten. Als Maigret naar voren loopt en zachtjes haar schouder aanraakt, beweegt het lichaam zich en valt neer. De gravin is dood. Zij heeft een hartaanval gekregen.

Het moordwapen is ongewoon: het is een vervalst krantenbericht over de dood van Maurice de Saint-Fiacre, de zoon van de gravin. Iemand heeft het in haar misboek gestoken. Genoeg mensen hadden weet van het zwakke hart van de gravin. Aan verdachten geen gebrek. De zaak-Saint-Fiacre is echter geen makkelijke klus voor de commissaris. Ten eerste is er de uitgekookte moordenaar. Ten tweede is er graaf Maurice de Saint-Fiacre, de laatste telg van een geruïneerde familie. En ten derde werkt hij op vertrouwd terrein. Voor een keer ziet hij toe, hoe de moordenaar ontmaskerd wordt. Dit door iemand die nog geslepener is dan de moordenaar, en die rekeningen te vereffenen heeft.

‘De zaak-Saint-Fiacre’ is een ongewone maar steengoede Maigret, die een andere kant van de commissaris toont. Wat in een mysterie uit de gouden tijd van de detective tot een cliché verwerd, wist onze Belgische schrijver in zijn voordeel te gebruiken. Hier werkt het samenbrengen van de verdachten namelijk wel.

 

Oorspronkelijke titel: L’Affaire Saint-Fiacre.
Jaar van publicatie: 1932.

De non van Denis Diderot

18e-eeuws anti-klerikaal boek.

‘De non’ zag het levenslicht dankzij een grap. Diderot en zijn vrienden misten de graag geziene markies de Croismore in de Parijse salons. Net voordat de markies de hoofdstad verliet, had hij zich ingezet voor de geruchtmakende zaak van Marguerite Delamare. Delamare was een non, die haar geloften aanvocht. Haar roeping was gedwongen geweest.

Wat Diderot en Co nodig hadden, was een nieuwe non. Die non kwam er in de persoon van de fictieve Suzanne Simonin. De markies trok zich inderdaad het lot van de jonge vrouw aan. Maar in plaats van spoorslags naar Parijs te komen, bood hij Suzanne aan om naar zijn landgoed te komen. Dat laatste was een dikke streep door de rekening van Diderot en zijn kornuiten. Ze moesten iets bedenken waardoor Suzanne niet kon reizen. Dus werd zij ziek. Uiteindelijk kreeg de markies een brief, waarin hem het schielijk overlijden van Suzanne werd medegedeeld. Bijgevoegd kon de markies haar memoires lezen. Diderot was zo opgegaan in zijn briefwisseling met de markies de Croismore, dat hij intussen een roman had geschreven over zijn non.

Beter gezegd, hij schreef een bijna-volwaardige roman, want het einde van ‘De non’ is abrupt en gehaast. De schrijver-filosof was altijd met tien dingen tegelijkertijd bezig, zodat ‘De non’ op een gegeven moment in een lade verdween. Een publicatie was niet aan de orde. Na een verblijf van drie maanden in de gevangenis van Vincennes had Diderot schriftelijk beloofd zijn mening over religie voor zich te houden. Volgens de autoriteiten waren Diderots ideeën over religie gevaarlijk, en was de man een ketter.

Heeft Christus zelf monniken en nonnen ingesteld? Kan de Kerk echt niet zonder kloosterordes? Wat voor behoefte heeft de hemelse bruidegom aan zoveel dwaze maagden en de mensheid aan zoveel slachtoffers? Zal men dan nooit de noodzaak voelen om de toegang te versmallen tot die poelen van ellende waar toekomstige generaties in verloren gaan? Wat betekenen al die plichtmatige gebeden die men daar prevelt vergeleken met een oprecht gegeven aalmoes? Hoe kan God, die de mens heeft geschapen als een sociaal wezen, het goedkeuren dat hij zich opsluit?

‘De non’ is geen anti-religieus, maar een anti-klerikaal boek. Ook is het een sociale aanklacht tegen het toenmalig gebruik om onwettige kinderen op te sluiten in een klooster. Suzannes moeder hoopt haar fout goed te maken door de vrucht van haar ontrouw non te laten worden. Maar de diepgelovige Suzanne wil helemaal geen non worden. Omdat het geen vrije maar een gedwongen keuze is, kan zij nooit een goede non zijn. In haar eerste klooster wordt zij zwaar gepest en vernederd. In het tweede klooster vat moeder-overste een lichamelijke passie voor haar op. En als Suzanne, dankzij de hulp van een priester, weet te ontsnappen uit haar derde klooster, krijgt zij wederom te maken met seksuele intimidatie.

Voor een 18e-eeuws boek leest ‘De non’ bijzonder vlot. Het korte leven van Suzanne Simonin flitst zo aan je voorbij. Het is duidelijk dat ‘De non’ ontstond terwijl Diderot schreef. Het verhaal leent zich tot buitensporige dramatiek, maar ‘De non’ houdt een goede balans tussen emotie en rede. Daarnaast is ‘De non’ ook een laagdrempelige en interessante manier om kennis te maken met de ideeën van Diderot en de Verlichting.

 

Oorspronkelijke titel: La Religieuse.
Datum van publicatie: 1796.