De verdwijning van Adèle Bedeau van Graeme Macrae Burnet

Mooie ode aan Simenon

Manfred Baumann zit altijd op zijn gebruikelijke plek in Restaurant de la Cloche, een bistro in de kleine Franse stad Saint-Louis. Vanaf zijn plek kan hij het hele restaurant overzien en de bewegingen volgen van serveerster Adèle Bedeau. Op een avond volgt hij Adèle na haar dienst. Bij de kerk heeft zij afgesproken met een jongen. Een paar dagen later ziet hij Adèle terug bij de kerk, waar ze dezelfde jongen ontmoet. De dag daarop komt Adèle niet opdagen op haar werk. Zij is verdwenen.

“Adèle was niet komen opdagen
voor haar werk. Manfred voelde
een steek van teleurstelling.
Hij merkte dat hij zich erop
had verheugd haar te zien.”

Tijdens de ondervraging van rechercheur Gorski, maakt Manfred zich er met een leugentje vanaf. Hij wil niet dat Gorski weet dat hij Adèle en haar vriend begluurde vanuit een portiek. Op die manier maakt hij zich verdacht. Manfred realiseert zich dat maar al te goed.

Burnet is de schrijver, die niet schrijft. Het manuscript voor ‘Zijn bloedige plan'(*) vond hij toevallig in een archief. ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ heet een vertaling te zijn van de Franse schrijver Raymond Brunet. Het leven van Brunet doet vertaler Burnet in een nawoord uit de doeken. Wat opvalt zijn de gelijkenissen tussen het  leven van Raymond Brunet en Manfred Baumann. Nog volgens Burnet is ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ Brunets enige roman. Omdat er intussen al een tweede roman is rond rechercheur Gorski, gaat die bewering niet op. Benieuwd wat vertaler Burnet gaat beweren in ‘Het ongeluk op de A23’, dat dit najaar in het Nederlands verschijnt. Ik zet hem alvast op mijn leeslijst, want ik vond ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ goed en aangenaam leesvoer.

Ook kon ik de Simenon-imitatie bijzonder waarderen. Qua sfeer, karakteruitwerking en verhaalopbouw doet ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ namelijk sterk denken aan een roman dur van Georges Simenon. Het psychologisch welzijn van Manfred is volop in beweging door de verdwijning van Adèle. Ook bij Gorski komen herinneringen aan een vorige, onopgeloste zaak bovendrijven. Die Simenon-imitatie is geen toeval, want de Belgische schrijver is een van de lievelingsauteurs van Burnet. Doorheen het verhaal verwijst Burnet een paar keer naar Simenon: zo verslond de jonge politieman in spé Gorski, Maigret in de hoop dat hij zo de fijne kneepjes van het vak kon leren. De kneepjes van de schrijfstiel heeft de Schotse schrijver goed in zijn vingers. In zijn eigen stijl brengt hij met ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ een mooie ode aan het werk van Simenon.

Eerder besprak ik al ‘Zijn bloedig plan‘ van Graeme Macrae Burnet. 

De glasblazers van Daphne du Maurier

De Engelse schrijfster Daphne du Maurier wist niet beter dan dat er Frans blauw bloed door haar aderen stroomde. Volgens de familieoverlevering was de familie du Maurier gevlucht uit hun kasteel tijdens de Franse Revolutie. Betovergrootvader Robert du Maurier belandde in Engeland als Frans émigré. Wanneer Daphne du Maurier in 1955 haar familiegeschiedenis onderzocht, kwam er een heel andere geschiedenis aan het licht. Het familiekasteel bleek een kleine boerderij te zijn. Haar voorouders waren geen aristocraten en haar betovergrootvader had de naam du Maurier aangenomen in Engeland. Eigenlijk heette haar betovergrootvader Robert-Mathurin Busson. Hij was een berooide fantast, die uit Frankrijk gevlucht was om zijn schuldeisers te ontlopen.

Daphne du Maurier ontdekte de waarheid dankzij de brieven van de zus van haar betovergrootvader, Anne-Sophie Duval-Busson. Diezelfde Anne-Sophie schrijft in ‘De glasblazers’ de geschiedenis op van haar familie van meester-glasblazers. De glasblazers, zo leer je in het eerste deel van de roman, hadden strikte regels en tradities. Eigenlijk was zo’n glasblazerij een dorp op zich, waarin niet alleen de meester-glasblazers en hun gezin woonden, maar ook de arbeiders en de stokers. De kinderen van meester-glasblazer Mathurin Busson slagen er niet in om de verdiensten van hun vader en zijn generatie te bestendigen. De Franse Revolutie blijkt niet de gewenste dageraad van de moderne tijd te zijn voor de familie Busson. Anne-Sophie vertelt dan ook het verhaal van de ondergang van de familie.

Daphne du Maurier was matig tevreden met haar roman ‘De glasblazers’. Het verhaal is inderdaad vaak onderschikt aan de geschiedenis, wat het met momenten stroef maakt. Toch is ‘De glasblazers’ interessant, want de plaats van handeling is niet de hoofdstad, maar de Franse provincie. Je krijgt zo vaak andere onderbelichte stukjes geschiedenis mee. Sowieso werkt het aspect familiegeschiedenis tegen de achtergrond van belangrijke historische gebeurtenissen altijd, en dat is hier niet anders.

Het onhandige kind van Alexandre Seurat

Opsporing verzocht: meisje van 8 jaar is verdwenen. Dat het meisje, Diana H. dood is, staat als een paal boven water voor haar vroegere lerares. Het kind was een obsessie voor haar. Zij hield nauwgezet alle verwondingen bij, waarmee het kleine meisje naar school kwam. Haar ouders hadden altijd een uitleg. Net als het meisje zelf; zij was nu eenmaal onhandig. Op een dag was de familie verhuisd en verloor de lerares het meisje uit het oog, maar niet uit haar gedachten.

De lerares stond niet alleen met haar waarnemingen. Ook andere volwassenen merkten de verwondingen op. Ze stonden machteloos ten opzichte van de zeer geloofwaardige en liefdevolle ouders. Pas als het meisje verdwijnt, vallen alle delen van de puzzel op zijn plaats en worden de ouders gearresteerd.

Voor ‘Het onhandige kind’ baseerde de Franse schrijver Alexandre Seurat zich op een bericht over een rechtszaak tegen ouders, die een van hun kinderen stelselmatig mishandelden. ‘Het onhandig kind’, zijn debuut, is het resultaat van zijn intense verdieping in die zaak. In Frankrijk verkocht dit debuut ongezien veel en kreeg het heel goede recensies.

‘Het onhandige kind’ weet emoties los te krijgen, zonder te verdrinken in sentimentaliteit of zonder een aanklacht te zijn. Seurat vertelt Diana’s verhaal bondig en feitelijk. Diana en haar oudere broertje, Arthur zijn de enige in ‘Het onhandige kind’, die een naam hebben. De andere personages: grootmoeder, tante, sociale werkster, politiemensen, leerkrachten en schoolhoofden zijn anoniem. Ze vertellen het verhaal van het meisje in afwisselende monologen, alsof het om een theatervoorstelling gaat. Een enkele keer is er ook de stem van Diana. Vader en moeder H. hebben geen stem. Je leert hen kennen via de andere personages. Soms komt de manier waarop Seurat het verhaal vertelt in afwisselende theatermonologen iets te gemaakt over. Ook het einde komt abrupt, wat in zekere zin de abrupte dood van het meisje versterkt, maar het stoort niettemin. Los daarvan, is het een aanrader.