De non van Denis Diderot

18e-eeuws anti-klerikaal boek.

Louis-Michel van Loo 001.jpg
Schrijver-filosoof en kunstcriticus Denis Diderot (1713-1784)

‘De non’ zag het levenslicht dankzij een grap. Diderot en zijn vrienden misten de graag geziene markies de Croismore in de Parijse salons. Net voordat de markies de hoofdstad verliet, had hij zich ingezet voor de geruchtmakende zaak van Marguerite Delamare. Delamare was een non, die haar geloften aanvocht. Haar roeping was gedwongen geweest.

Wat Diderot en Co nodig hadden, was een nieuwe non. Die non kwam er in de persoon van de fictieve Suzanne Simonin. De markies trok zich inderdaad het lot van de jonge vrouw aan. Maar in plaats van spoorslags naar Parijs te komen, bood hij Suzanne aan om naar zijn landgoed te komen. Dat laatste was een dikke streep door de rekening van Diderot en zijn kornuiten. Ze moesten iets bedenken waardoor Suzanne niet kon reizen. Dus werd zij ziek. Uiteindelijk kreeg de markies een brief, waarin hem het schielijk overlijden van Suzanne werd medegedeeld. Bijgevoegd kon de markies haar memoires lezen. Diderot was zo opgegaan in zijn briefwisseling met de markies de Croismore, dat hij intussen een roman had geschreven over zijn non.

Beter gezegd, hij schreef een bijna-volwaardige roman, want het einde van ‘De non’ is abrupt en gehaast. De schrijver-filosof was altijd met tien dingen tegelijkertijd bezig, zodat ‘De non’ op een gegeven moment in een lade verdween. Een publicatie was niet aan de orde. Na een verblijf van drie maanden in de gevangenis van Vincennes had Diderot schriftelijk beloofd zijn mening over religie voor zich te houden. Volgens de autoriteiten waren Diderots ideeën over religie gevaarlijk, en was de man een ketter.

Heeft Christus zelf monniken en nonnen ingesteld? Kan de Kerk echt niet zonder kloosterordes? Wat voor behoefte heeft de hemelse bruidegom aan zoveel dwaze maagden en de mensheid aan zoveel slachtoffers? Zal men dan nooit de noodzaak voelen om de toegang te versmallen tot die poelen van ellende waar toekomstige generaties in verloren gaan? Wat betekenen al die plichtmatige gebeden die men daar prevelt vergeleken met een oprecht gegeven aalmoes? Hoe kan God, die de mens heeft geschapen als een sociaal wezen, het goedkeuren dat hij zich opsluit?

‘De non’ is geen anti-religieus, maar een anti-klerikaal boek. Ook is het een sociale aanklacht tegen het toenmalig gebruik om onwettige kinderen op te sluiten in een klooster. Suzannes moeder hoopt haar fout goed te maken door de vrucht van haar ontrouw non te laten worden. Maar de diepgelovige Suzanne wil helemaal geen non worden. Omdat het geen vrije maar een gedwongen keuze is, kan zij nooit een goede non zijn. In haar eerste klooster wordt zij zwaar gepest en vernederd. In het tweede klooster vat moeder-overste een lichamelijke passie voor haar op. En als Suzanne, dankzij de hulp van een priester, weet te ontsnappen uit haar derde klooster, krijgt zij wederom te maken met seksuele intimidatie.

Voor een 18e-eeuws boek leest ‘De non’ bijzonder vlot. Het korte leven van Suzanne Simonin flitst zo aan je voorbij. Het is duidelijk dat ‘De non’ ontstond terwijl Diderot schreef. Het verhaal leent zich tot buitensporige dramatiek, maar ‘De non’ houdt een goede balans tussen emotie en rede. Daarnaast is ‘De non’ ook een laagdrempelige en interessante manier om kennis te maken met de ideeën van Diderot en de Verlichting.

De foto bij dit blog komt van Wikimedia Commons en is in het publieke domein. 

De verdwijning van Adèle Bedeau van Graeme Macrae Burnet

Mooie ode aan Simenon

Manfred Baumann zit altijd op zijn gebruikelijke plek in Restaurant de la Cloche, een bistro in de kleine Franse stad Saint-Louis. Vanaf zijn plek kan hij het hele restaurant overzien en de bewegingen volgen van serveerster Adèle Bedeau. Op een avond volgt hij Adèle na haar dienst. Bij de kerk heeft zij afgesproken met een jongen. Een paar dagen later ziet hij Adèle terug bij de kerk, waar ze dezelfde jongen ontmoet. De dag daarop komt Adèle niet opdagen op haar werk. Zij is verdwenen.

“Adèle was niet komen opdagen
voor haar werk. Manfred voelde
een steek van teleurstelling.
Hij merkte dat hij zich erop
had verheugd haar te zien.”

Tijdens de ondervraging van rechercheur Gorski, maakt Manfred zich er met een leugentje vanaf. Hij wil niet dat Gorski weet dat hij Adèle en haar vriend begluurde vanuit een portiek. Op die manier maakt hij zich verdacht. Manfred realiseert zich dat maar al te goed.

Burnet is de schrijver, die niet schrijft. Het manuscript voor ‘Zijn bloedige plan'(*) vond hij toevallig in een archief. ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ heet een vertaling te zijn van de Franse schrijver Raymond Brunet. Het leven van Brunet doet vertaler Burnet in een nawoord uit de doeken. Wat opvalt zijn de gelijkenissen tussen het  leven van Raymond Brunet en Manfred Baumann. Nog volgens Burnet is ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ Brunets enige roman. Omdat er intussen al een tweede roman is rond rechercheur Gorski, gaat die bewering niet op. Benieuwd wat vertaler Burnet gaat beweren in ‘Het ongeluk op de A23’, dat dit najaar in het Nederlands verschijnt. Ik zet hem alvast op mijn leeslijst, want ik vond ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ goed en aangenaam leesvoer.

de verdwijning van adèle bedeau
The Disappearance of Adèle Bedeau (2014)

Ook kon ik de Simenon-imitatie bijzonder waarderen. Qua sfeer, karakteruitwerking en verhaalopbouw doet ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ namelijk sterk denken aan een roman dur van Georges Simenon. Het psychologisch welzijn van Manfred is volop in beweging door de verdwijning van Adèle. Ook bij Gorski komen herinneringen aan een vorige, onopgeloste zaak bovendrijven. Die Simenon-imitatie is geen toeval, want de Belgische schrijver is een van de lievelingsauteurs van Burnet. Doorheen het verhaal verwijst Burnet een paar keer naar Simenon: zo verslond de jonge politieman in spé Gorski, Maigret in de hoop dat hij zo de fijne kneepjes van het vak kon leren. De kneepjes van de schrijfstiel heeft de Schotse schrijver goed in zijn vingers. In zijn eigen stijl brengt hij met ‘De verdwijning van Adèle Bedeau’ een mooie ode aan het werk van Simenon.

Eerder besprak ik al ‘Zijn bloedig plan‘ van Graeme Macrae Burnet. 

De glasblazers van Daphne du Maurier

De ondergang van een familie.

de glasblazers
The Glassblowers (1963)

De Engelse schrijfster Daphne du Maurier wist niet beter dan dat er Frans blauw bloed door haar aderen stroomde. Volgens de familieoverlevering was de familie du Maurier gevlucht uit hun kasteel tijdens de Franse Revolutie. Betovergrootvader Robert du Maurier belandde in Engeland als Frans émigré.

Toen Daphne du Maurier in 1955 haar familiegeschiedenis onderzocht, kwam er een heel andere geschiedenis aan het licht. Het familiekasteel bleek een kleine boerderij te zijn. Haar voorouders waren geen aristocraten en haar betovergrootvader had de naam du Maurier aangenomen in Engeland. Eigenlijk heette haar betovergrootvader Robert-Mathurin Busson. Hij was een berooide fantast, die uit Frankrijk gevlucht was om zijn schuldeisers te ontlopen.

Daphne du Maurier ontdekte de waarheid dankzij de brieven van de zus van haar betovergrootvader, Anne-Sophie Duval-Busson. Diezelfde Anne-Sophie schrijft in ‘De glasblazers’ de geschiedenis op van haar familie van meester-glasblazers. De glasblazers, zo leer je in het eerste deel van de roman, hadden strikte regels en tradities. Eigenlijk was zo’n glasblazerij een dorp op zich, waarin niet alleen de meester-glasblazers en hun gezin woonden, maar ook de arbeiders en de stokers. De kinderen van meester-glasblazer Mathurin Busson slagen er niet in om de verdiensten van hun vader en zijn generatie te bestendigen. De Franse Revolutie blijkt niet de gewenste dageraad van de moderne tijd te zijn voor de familie Busson. Anne-Sophie vertelt dan ook het verhaal van de ondergang van de familie.

Daphne du Maurier was matig tevreden met haar roman ‘De glasblazers’. Het verhaal is inderdaad vaak onderschikt aan de geschiedenis, wat het met momenten stroef maakt. Toch is ‘De glasblazers’ interessant, want de plaats van handeling is niet de hoofdstad, maar de Franse provincie. Je krijgt zo vaak andere onderbelichte stukjes geschiedenis mee. Sowieso werkt het aspect familiegeschiedenis tegen de achtergrond van belangrijke historische gebeurtenissen altijd, en dat is hier niet anders.

“Geboren uit geruchten en verspreid op de adem van onze angsten, was de paniek even snel ontstaan als weer verdwenen, maar de invloed die hij op ons leven had uitgeoefend was onuitwisbaar.