
Als er een ereschavot bestaat van literaire heldinnen, dan staat Kristin Lavransdatter erop. Deze 14e‑eeuwse deerne is voorbestemd om te trouwen met Simon Darre, maar wordt verliefd op de knappe maar onverantwoordelijke Erlend Nikulausson. In tegenstelling tot een Anna Karenina of een Emma Bovary wordt Kristin niet verpletterd door de liefde; zij weet een hele wereld op haar schouders te torsen en er sterker uit te komen.
Vanuit die bijzondere madam leidt de weg vanzelf naar haar schepper: Sigrid Undset (1882 – 1949). Zij idealiseerde vrouwen niet, ze maakte ze menselijk. Voor haar trilogie rond Kristin Lavransdatter kreeg ze in 1928 de Nobelprijs voor de Literatuur. Daarnaast was Undset een van de grootste schrijvers van Scandinavië: een morele stem tegen totalitaire regimes, een autodidact en een scherp observator van de menselijke zwakte en kracht.
Haar kindertijd
Sigrid Undset werd op 20 mei 1882 geboren in Kalundborg (Denemarken), waar ze de eerste twee jaar van haar leven bij haar grootouders woonde. Na de geboorte van haar zus Ragnhild verhuisde het gezin naar een landhuis aan de rand van Oslo (Noorwegen).
Haar vader, Ingvald Undset, was een internationaal gerenommeerd archeoloog, gespecialiseerd in de middeleeuwen. Haar moeder, Charlotte Gyth, kwam uit een vooraanstaande Deense advocatenfamilie en was aquarelliste. Aanvankelijk wilde Sigrid in haar voetsporen treden, maar al snel begon ze naast haar tekeningen gedichten te schrijven. Haar vader leerde haar Oudnoors en nam haar mee naar oude kerken en naar het archeologisch instituut van de Universiteit van Oslo. Ze had een hechte band met hem: hij voedde haar fascinatie voor geschiedenis, mythologie en sterke vrouwenfiguren.
Haar ouders stuurden haar naar een prestigieuze privéschool, die als zeer progressief gold: een van de eerste scholen met gemengd onderwijs en vrouwelijke leerkrachten. Undset voelde zich er niet thuis. Thuis was het gezin overigens niet praktiserend en hadden ze weinig op met georganiseerd geloof.
Geen formele vorming voor Undset
Toen Sigrid elf was, overleed haar vader na een lange periode van ziekte. Zijn gezondheid ging al jaren achteruit, met afwisselende fasen van fysieke uitputting, depressie en mentale instabiliteit. De zorg voor het huishouden en de opvoeding van drie meisjes kwam daardoor vooral op de schouders van haar moeder terecht, die het gezin Undset draaiende hield.
Na zijn dood kwam het gezin financieel onder druk te staan. Studeren was voor Sigrid geen optie meer. Na een korte handelsopleiding ging ze op haar zestiende aan het werk als kantoorbediende bij een ingenieursfirma in Oslo. Jarenlang werkte ze er in een monotone administratieve functie, terwijl ze ’s avonds schreef, las en zichzelf verder vormde. Die periode van hard werken zou haar scherpe blik op sociale verhoudingen en vrouwenlevens alleen maar aanscherpen.Ook de levens van haar vrouwelijke collega’s vormden de basis voor haar vroege literaire successen.
De geboorte van een schrijfster
Haar eerste manuscript, dat zich afspeelde in de Middeleeuwen, voltooide ze op 22-jarige leeftijd. Het werd door uitgevers afgewezen met het advies iets met een moderne setting te schrijven. Hierop begon ze aan Martha Oulie, dat in 1907 werd gepubliceerd en opende met de woorden: “ik heb mijn man bedrogen”, een zin die toen een klein schandaal veroorzaakte. In deze roman ontdekt Martha Oulie hoe zinloos het is om proberen te ontsnappen aan een vreugdeloos huwelijk door buitenechtelijke relaties. In latere novellen exploreerde Undset de thematiek verder door de romantische idealen van haar vrouwelijke personages af te zetten tegen de grimmige realiteit.
Met haar derde tragische roman Jenny (1911) brak Undset definitief door als auteur.
Haar huwelijk
Een paar jaar eerder — in 1909 — was Undset in Rome verliefd geworden op de Noorse schilder Anders Castus Svarstad. Svarstad, die nog getrouwd was maar gescheiden leefde van zijn vrouw, maakte samen met Undset plannen om een liefdesnestje te bouwen in de eeuwige stad. Alleen zou dat huis er nooit komen. Na zijn scheiding trouwden ze, kregen drie kinderen — twee zonen en een dochter met een verstandelijke beperking — en probeerden een gezinsleven op te bouwen. Liefde vraagt verantwoordelijkheid, en die kwam maar van één kant.
Svarstad was vaak maandenlang weg voor zijn werk en was haar ontrouw. Financieel droeg hij nauwelijks bij aan het huishouden, hij was emotioneel afstandelijk en had moeite met haar groeiende bekendheid en kracht. De zorg voor de kinderen kwam vrijwel volledig op haar schouders terecht.
Haar trilogie rond Kristin Lavransdatter schreef Undset in een periode waarin ze verantwoordelijk was voor zes kinderen. De drie kinderen uit Svarstads eerste huwelijk verbleven vaak bij hen; een van hen had eveneens een verstandelijke beperking. Dankzij haar discipline wist ze zich, tegen alle verwachtingen en huiselijke beslommeringen in, door het monumentale werk heen te schrijven. Gelukkig werd Kristin Lavransdatter een financieel succes, waardoor ze niet langer afhankelijk was van haar echtgenoot. Bovendien had ze sinds 1907 al een stevige reputatie opgebouwd als auteur, essayiste en cultuurcommentator.
Haar moreel kompas
Na de voltooiing van Kristin Lavransdatter volgde in 1924 een wending die haar leven en schrijverschap blijvend zou kleuren: ze scheidde en trad toe tot de katholieke kerk. Lang voor haar bekering schreef Undset al over schuld, verantwoordelijkheid, vergeving en morele waarheid. Haar bekering was dus geen impulsieve keuze, maar het resultaat van jaren van studie, twijfel, morele reflectie en een groeiend verlangen naar een geestelijk houvast dat ze in haar jeugd niet had gekend.
Haar bekering werd door sommigen onthaald als een provocatie, door anderen als een daad van moed. Voor Undset zelf was het een thuiskomst. Haar geloof werd een moreel kompas en gaf haar kracht.
In de jaren twintig en dertig groeide Sigrid Undset uit tot een van de invloedrijkste intellectuelen van Scandinavië. Ze schreef essays over kunst, opvoeding, geloof, politiek en moraal, en schuwde het debat niet. Haar scherpe pen, haar historische kennis en haar morele ernst maakten haar zowel bewonderd als gevreesd. Terwijl Europa steeds dieper wegzakte in ideologische verwarring en totalitaire verleiding, werd zij een van de weinige schrijvers die openlijk waarschuwden voor fascisme, nationaalsocialisme en antisemitisme.
Stem tegen totalitarisme
Door haar morele helderheid kwam Undset soms lijnrecht tegenover collega-schrijvers te staan. Het bekendste voorbeeld was haar conflict met Knut Hamsun, die andere Noorse Nobelprijswinnaar die openlijk sympathiseerde met het nationaalsocialisme. Toen in 1935 de Duitse pacifist Carl von Ossietzk de Nobelprijs voor de Vrede kreeg, reageerde Hamsun verontwaardigd en noemde de toekenning een politieke provocatie. Undset daarentegen verdedigde Ossietzky fel. Voor haar was de prijs een noodzakelijke erkenning van morele moed.
Tijdens de Winteroorlog (1939–1940), toen Finland werd aangevallen door de Sovjet-Unie, schonk ze een groot deel van haar Nobelprijsgeld aan de Finnen. De Finse strijd tegen hun machtige buur zag Undset als een strijd voor vrijheid en een strijd tegen totalitarisme.
In ballingschap
Niet lang daarna reisde ze samen met haar jongste zoon via Zweden, de Sovjet-Unie en Japan naar de Verenigde Staten, op de vlucht voor de nationaalsocialisten. De Duitse bezetting van Noorwegen in 1940 maakte een einde aan haar productieve carrière als schrijfster, maar niet aan haar verzet tegen het nazisme. In de VS schreef ze haar politiek testament, Back to the Future, waarin ze de democratie, religieuze vrijheid en menselijke waardigheid verdedigde.
“De idealen van democratieën zijn nooit louter fantasieën geweest, maar doelen. […] We kunnen de weg naar onze doelen alleen vinden door onze eigen inspanningen, door onvermoeibaar, geduldig en moedig werk.”
Hoewel Undset met haar zoon wist te vluchten, bleef haar dochter Sigrid — die een verstandelijke beperking had — achter in bezet Noorwegen. In een tijd waarin de nazi‑ideologie mensen zoals zij als levensonwaardig bestempelde, moet die angst ondraaglijk zijn geweest. Het lot van Elfriede Scholz, de zus van Erich Maria Remarque die door de nazi’s werd geëxecuteerd om haar broer te treffen, toont hoe kwetsbaar familieleden van uitgesproken tegenstanders waren. Dat haar dochter de oorlog overleefde, was allesbehalve vanzelfsprekend.
In Amerika was Undset het boegbeeld van het Noorse verzet, waar ze zich koppig en vastberaden inzette voor de geallieerde zaak met lezingen en geldinzamelingen.
Terugkeer en nalatenschap
In 1945 keerde ze terug naar Noorwegen. Vier jaar later overleed ze in Lillehammer. Ze werd begraven in het dorp Mesnali, waar haar graf nog steeds te bezoeken is — een stille plek voor een vrouw die haar leven lang vocht voor waarheid, waardigheid en menselijke kracht. Een vrouw die bescheiden was en bleef over haar schrijverschap: haar boeken en essays moesten immers voor zichzelf spreken.
